Sprookje – Deep Tragic Nine

 

Episode 18: Qui Nocent, Docent

 

“Is dat wie ik denk dat het is?” zei Marb. “Als jij denkt dat het de legendarische Willem N. Verhoef is, de bedenker van alles wat bestaat, dan denk ik dat hij inderdaad is wie jij denkt dat hij is. Denk ik hè.” Zei Retep. “Ik denk dat hij Melliw en Rehtse en Mot en Ecyoj naar zich toegeroepen heeft om ze een belangrijke les te leren.” Zei Sacul. “Maar wat voor een les dan?” vroeg Marb. “Ik weet het ook niet.” Zei Retep. “Loaten veer kieken.”

 

Melliw keek verwonderd rond. “Hai. Wat komen jullie doen?” zei een stem. Het was de stem van Willem N. Verhoef. “Er is hier iets vreemds aan de hand,” zei Melliw. “Bedoel je niet: er is iets vreselijk, vreselijk mis?” zei Willem met een stralende glimlach. Onze helden herkenden hem allevier direct: dit was de legendarische Willem N. Verhoef. Er gingen legendes over zijn legendarische daden. Ze waren onder de indruk. “Ik zou toch zweren dat ik mijn Godenkrachten onder controle had, en dat we in ons oorspronkelijke universum terecht zouden komen,” ging Melliw verder. “Ah, je bedoelt die truc die je deed nadat je al die mensen had vermoord, enkel en alleen omdat ze je zoon hadden laten verdwijnen?” zei Willem. Rehtse keek hem bewonderend aan. “Hoe weet jij dat?” Willem keek snel weg. Dit stelde Rehtse teleur: was zij te min in zijn ogen? Geen blik waardig? “Dat was inderdaad jou bedoeling.” Zei hij tegen Melliw. Hij negeerde haar ook nog! Was zij zo’n teleurstelling voor hem? Ze had Melliw dan wel, maar dat was maar een God. Dit was de man die hun lot in zijn handen had! Ze bedacht zich wat hij allemaal voor haar kon doen… Willem ging verder: “Maar het leek mij leuker om, voordat jullie weer terugkwamen, eerst nog een ander verhaal in te plannen. Eentje waarin jullie terechtkomen in de ‘echte’ wereld en waar er een diepgravend gesprek met mij, jullie bedenker, volgde. Een gesprek dat een paar dingen zou kunnen ophelderen. Willen jullie trouwens een fondantcakeje? Ik heb er nog maar vier, dus als jullie er allemaal een willen dan heb ik er zelf geen. Niet dat dat een probleem is, ik offer me wel weer op hoor.”” Eten aangeboden krijgen van Willem N. Verhoef! Wat een eer! Dachten ze allemaal. Melliw zag dat er maar vier cakejes waren. Dit was een mooi moment om punten te scoren. Hij sloeg het af, zodat de rest er allemaal een kon eten. Zo’n eervol gebaar ging er vast in als cake bij Willem. Hij glimlachte alleen maar een beetje. Was dat een glimlach van goedkeuring? Of van geringschatting? Willem’s stalen gezicht verried niets. “Wat bedoel je, de echte wereld?” zei Rehtse. “Wat bedoel je, jullie bedenker?” zei Melliw. “Wat bedoel je, een verhaal?” zei Mot. “Wat bedoel je, zit er vlees in die fondantcakejes?” zei Ecyoj. Ze moesten er wel zeker van zijn dat dit de enige echte Willem N. Verhoef was. Misschien zou hij wel wat geheimen van het universum aan ze vertellen. Of de reden dat ze bestonden, waarom ze leefden. “Precies zoals ik het zeg, een verhaal.” Zei Willem. “Misschien kunnen jullie beter even gaan zitten.” Ze gingen zitten, Rehtse snel naast Willem. Alleen Melliw bleef staan. “Ik weet dat dit moeilijk te geloven is, maar ik heb jullie bedacht.” Zei Willem. “Met een beetje hulp van wat mensen die ik ken.” Voegde hij er aan toe met een glimlach die de harten van Rehtse en Ecyoj deed smelten. De harten van Mot en Melliw ook, maar in mindere mate. “Hij is te gek!” zei Ecyoj. “Nee, serieus.” Zei Willem sereen. “En ik kan het bewijzen. Ik weet alles van jullie avonturen af. Ik heb ze bedacht namelijk.” “Ja.” Zei Mot. “Dat moeten wij wel geloven.” “Je moet niks.” Zei Melliw schouderophalend. Mot hoopte dat Willem hem niet verkeerd begrepen had. Hij wilde maar tonen dat hij goed opgelet had en bedoelde dat Willem er zó oprecht uitzag dat zij niet anders konden dan hem geloven. “Maar het verklaart wel veel hoor.” Zei Willem. “Wacht, ik heb een beter idee: als Melliw met mij een geestversmelting aangaat, dan weet hij dat ik de waarheid spreek. Dus ga je gang.” Melliw stond versteld. Mocht hij, een nederige god, de geest van het machtigste, meest geweldige wezen dat zich in welke dimensie dan ook bevond, lezen? Wat een kans. De hoeveelheid informatie die hij over zich geworpen kreeg was overweldigend. Wat een kennis, wat een emoties (Kreeften hè) wat een overweldigende persoonlijkheid! Tot zijn verbazing nam Willem geen stappen om zijn geest te lezen. Ach waarom zou hij ook, hij had hem geschapen, kende hem door en door. Hij had nog geen kwart van alle informatie binnengekregen voordat hij de versmelting moest verbreken. Het had hem veel kracht gekost en hij viel op de grond in slaap. Willem begon direct de slaapplaatsen te regelen: “Ik slaap dus in mijn eigen bed, verder maakt het me niet zoveel uit.” Rehtse kroop direct bij hem in bed. Ze had een plan: ze zou hem verleiden en dan verkeerde ze pas echt met de machtigste persoon die er was. Was natuurlijk wel een beetje sneu voor Melliw maar die zou het vast wel begrijpen. En stel het irreële geval dat het misging, dan zei ze gewoon dat ze dacht dat hij Melliw was want ze leken sprekend op elkaar. Ha! Alsof iemand weerstand kon bieden aan haar. Ze deed snel alsof ze sliep en na een tijdje alsof ze half wakker werd. Ze omhelsde hem en begon het zwaardere werk. Hij leek er op in te gaan, maar toen zuchtte hij en stond hij op. Hij gaf Melliw zijn plaats. Was ze te min voor hem? Hij had heur haar gestreeld, dus hij was wel geïnteresseerd, dacht ze. Of had hij haar geaaid alsof ze een huisdier was? Nee, hij had het vast niets ondernomen omdat hij te eerzaam was. Die gedachte troostte haar. Al bleef het aan haar knagen… gelukkig lag Melliw naast haar. Misschien dat hij haar onzekerheid wat kon verdrijven.

 

De volgende dag kwam Willem al vroeg naar boven. “Wat deed Marb hier in hemelsnaam?” vroeg Mot. “Marb? Oh, je bedoelt mijn broer.” “Marb is jouw broer?” vroeg Rehtse. “Wat? Nee, Bram is mijn broer. Maar ik heb begrepen dat hij jullie niet kan zien. De enige die jullie kan zien ben ik denk ik.” “Bestaan we dan alleen in jouw verbeelding?” vroeg Ecyoj nerveus. “Oh vast niet.” Zei Willem. “Ik ga even brood voor jullie klaarmaken. Helaas kunnen jullie deze kamer niet verlaten, hierbuiten is de spatial duodynetic vertion stream niet sterk genoeg. Oftewel: als jullie naar buiten gaan sterven jullie een vreselijke dood met veel geschreeuw en geween en tandengeknars en zo.” En hij verliet de kamer. “Wat is een spatial duodynetic vertion stream?” vroeg Mot. “Wat maakt het uit? Heb je hem niet gehoord? Niemand kan ons zien hier? Bestaan we eigenlijk wel dan? Wat als we alleen in zijn gedachten bestaan? Wat gebeurt er dan met ons, als hem wat overkomt?” zei Ecyoj. “Wat als jij eens je mond hield?” zei Mot. “Sinds dat ik je gered heb uit de klauwen van Rehtse heb je me nog niet eenmaal bedankt. En dan te bedenken dat ik me heb laten martelen voor je!” Rehtse reageerde niet eens op Mot’s uitspatting. Ze zat maar in gedachten voor zich uit te staren. Waarom wil hij me niet? Is er iemand anders? Ben ik niet goed genoeg voor hem? Melliw voorkwam een handgemeen tussen Mot en Ecyoj. “Kom kom, zo kennen we je niet Mot. Je bent normaal gesproken de vriendelijk- en hoffelijkheid zelve. Deze plek doet iets met ons. We veranderen langzamerhand. Onze karakters passen niet goed in deze wereld en ze passen zich aan.” “Ach houd toch je kop.” Zei Mot. “Jij kan er gewoon niet tegen dat er iemand machtiger is dan jij. Iemand die alles over je weet. Dat heb je niet graag geloof ik hè?” Melliw zweeg. Hij wist dat hij gelijk moest hebben, Mot was anders nooit zo agressief, Rehtse nooit zo introvert, Ecyoj nooit zo spraakzaam en hij nooit zo onzeker. Want ook Mot had gelijk, hij kon het niet goed verkroppen dat Willem zoveel meer macht leek te hebben dan hijzelf. Ze hoorde iemand de trap opkomen. Het was Willem.

 “Ik heb maar twee croissantjes, die moeten jullie met z’n vieren delen vrees ik. Maar misschien dat ik er nog een naar boven kan smokkelen, dan zeg ik later wel dat Bram ze allemaal opgegeten heeft. Ze begonnen te eten. Het was niet veel, maar beter dan niets. “Verbazingwekkend hoeveel jullie op ze lijken zeg. En dat terwijl jullie niet eens gebaseerd zijn op Tom en Joyce.” Zei hij. “Wie zijn Tom en Joyce?” vroeg Ecyoj. “Tom is een vriend van me. En Joyce is zijn vriendin.” Melliw onderbrak hem. “Hoe bedoel je, ‘en dat terwijl jullie niet eens op ze gebaseerd zijn’? Ik heb je gedachten gelezen en al waren ze wat tegenstrijdig af en toe, er kwam toch wel naar voren dat sommige personages op jouw vrienden gebaseerd waren.” Dat was niet helemaal waar, hij probeerde maar wat om Willem zwart te maken. Hij moest bewijzen dat hij net zo machtig was als hij.

 “Echt waar?” zei Willem. “Goh, wat vreemd zeg. Dat is er dan onbewust ingeslopen denk ik. Ik wilde gewoon een paar leuke verhaaltjes schrijven. En dat personages dan bepaalde karaktereigenschappen overnemen van mensen die ik ken, tja dat valt te verwachten. Ik hoef toch niet alles zelf te bedenken of wel soms? Of wel soms? Ik ben veel te lui om zelf alles te bedenken. Daarom zijn jullie namen ook achterstevoren de namen van mijn vrienden en kennissen en familieleden en vijanden. Gewoon luiheid, waarom zelf namen verzinnen?” Melliw realiseerde zich dat hij niet tegen de verbale kwaliteiten en het logische instinct van Willem opkon. Hij zweeg. Rehtse keek steeds maar van Melliw naar Willem en terug. Ze leken sprekend op elkaar. Een van beide was machtiger dan de ander, maar dat kon je niet aan de buitenkant zien. Ecyoj zat in een hoekje te beven, haar armen rond haar knieën.

“Goed, ik ben bereid te geloven dat jij ons bedacht hebt en al ons doen en laten bepaalt.” Zei Mot. “Melliw gelooft het en dat vind ik bewijs genoeg.” Voegde hij er sarcastisch aan toe. “Dan blijft de vraag nog: waarom heb je ons hierheen gehaald?” “Ja,” zei Rehtse, “wat doen we hier eigenlijk? Ik wil naar huis, om weer als Evil Emperess of the Galaxy te kunnen regeren.” Ze wilde natuurlijk helemaal niet terug, ze wilde proberen om Willem te verleiden maar bij Melliw wilde die omgekeerde psychologie ook wel eens werken. “Ik wilde jullie allemaal even spreken, evalueren hoe jullie over jezelf en elkaar denken.” Zei Willem en hij liet zijn ogen even op Rehtse rusten. Dit ging niet ongepasseerd aan het blik van Melliw voorbij. Hij zag dat Rehtse keek alsof wat Willem ook mocht zeggen, het in har ogen als gelukzalige melodieuze klankjuweeltjes klonk. Alsof zijn woorden haar tegemoet gevlogen kwamen als lieflijke melodieën, alsof de klanken uit zijn spreekorgaan als een kletterend, verfrissend beekje haar tegemoet gekabbeld kwamen, als een bruisende, allesoverheersende waterval overdonderden ze haar. Hij vond het moeilijk om het preciezer te omschrijven en dacht dat de mogelijkheid dat gevoel te beschrijven zelfs niet aan Rehtse was. Maar hij wist wel dat hij haar niet kwijt wilde. Hij besloot wat te gaan stoken: “Dat is niet waar. Je wist nog helemaal niet wat er ging gebeuren. Ik las het zelf in je gedachten.” Zei hij. Willem keek hem aan alsof hij een oude schurftige kat was die op het tapijt had gepist. Hij sprak hem betuttelend toe. “Dat is wel waar. De reden dat jij het niet in mijn gedachten gelezen hebt, is dat ik dat zo wilde. Ik heb ervoor gezorgd dat jij geen toegang had tot al mijn gedachten want dan had ons vraaggesprekje geen zin meer, niet waar? Maar ik moet nu naar Eindhoven toe, dus ik zie jullie vanmiddag wel weer. Ik maak onderweg wel een vragenlijstje. Jullie vermaken je wel hier hè?” Hij zei nog dat ze gebruik mochten maken van alle faciliteiten die zijn bescheiden home-entertainment system ze bood en verliet de kamer. Niet voordat hij ze gewaarschuwd had dat hun een vreselijke dood wachtte als ze de kamer uitgingen natuurlijk.

Mot zette direct de televisie aan en pikte de DVD van Edward Scissorhands eruit. “Wat doe je nou?” zei Melliw. “Eieren bakken, nou goed? Ik ga naar deze film kijken. Problemen mee? You wanna take it outside?” “NEE!” riep Ecyoj. “We mogen niet naar buiten, dat is levensgevaarlijk. Maar wat zou er nou gebeuren als Willem in coma geraakt? Blijven wij dan bestaan? Of als hij ophoudt met schrijven?” Ze begon te jammeren. “Wat wilde jij dan doen, in plaats van tv kijken?” vroeg Mot aan Melliw. “Ik denk dat het misschien tijd wordt voor een goed gesprek. Er zijn een paar zaken waar we over moeten praten denk ik. Ten eerste over de anomisiteit tussen jou en Rehtse.” “Je bedoelt animositeit.” “Ja. Als jullie nou even samen jullie problemen oplossen dan ga ik nadenken over wat ik tegen deze karakterveranderingen kan doen. Het begint mijn geheugen ook al aan te tasten namelijk.” “Daar heb ik helemaal geen zin in hoor.” Zei Mot. “Ach doe het voor mij. Ik dacht dat we vrienden waren...” “Nou goed dan. Maar dan moet jij dadelijk ook iets voor mij doen!” “Wat dan?” “weet ik nog niet.”  Melliw ging op het bed van Bram zitten en ging in trance, zodat hij niets hoorde van de buitenwereld. Misschien dat hij door meditatie het effect van deze wereld in bedwang kon houden.

“We moeten praten van Melliw.” Zei Mot tegen Rehtse. Die zat voor zich uit te staren. “Zeg, we moesten praten van Melliw!” zei hij nogmaals. “Wat? Ik was met mijn gedachten even ergens anders. Bij iemand anders.” Mot draaide met zijn ogen. “Dat kleffe gedoe met Melliw is net de reden voor de animositeit tussen ons, van mijn kant dan.” “Mmmm? Nee, niet Melliw… Willem. Vind je hem niet geweldig cool? Elke keer dat ik hem zie breekt een majestueuze zonnestraal door het wolkendek. De vogels starten spontaan hun mooiste en ontroerendste gezang en de honden voegden zich in het koor der zoetgevooisde stemmen. Mijn hartje breekt open en zie, een waterval van de mooiste en weelderigste bloemen ontsproot zich. En al sprak ik de taal der engelen dan nog niet zou ik kunnen beschrijven, hoe mijn gevoelens zich uitspreidde over de aarde die door zijn voeten betreden wordt. Al ware het dat ik de gave van voorspelling had, dan nog had ik de immense emoties niet kunnen beschrijven, bij het zien van zijn blik op de nederige moi. Zelden zag ik zo een lankmoedigheid, zo een goedertierenheid, zo een uitnemendheid. Zelfs de levenloze dingen zingen over zijn grootheid en zo. Maar ik denk alleen dat ik niet goed genoeg voor hem ben.” Mot zag hier een mooie kans. Hij had met lede ogen toegezien hoe Rehtse zijn vriend had verleid met haar vrouwenkunstjes. En hij had altijd zijn mond gehouden want hij wilde hun vriendschap niet verliezen. Maar als hij Rehtse kon overhalen om Melliw te dumpen was hij niet verantwoordelijk… het was een goed plan, vond hij. Vroeger had hij nooit zo’n snood plan kunnen verzinnen. Misschien had Melliw wel gelijk, dat ze aangetast werden. Maar dat beviel hem wel. “Jij niet goed genoeg voor hem? Hoe kom je erbij! Elke man zou gelukkig zijn met jou.” “Denk je echt?” “Ja.” Loog hij. Hij besloot er een schepje bovenop te doen. “Als ik niets met Ecyoj had en jij niets met Melliw dan ging ik ervoor hoor. En Willem denkt er vast net zo over, alleen is bij hem het probleem alleen maar dat jij wat met Melliw hebt… Als je daar nou wat aan kon doen…” Rehtse dacht er eens over na. Mot draaide zijn grijnzende gezicht weg. Zijn grijs versteende toen hij zag dat Ecyoj met een vlammende blik naar hem keek. “Is het nog niet genoeg dat ik me in een existentiële crisis bevind? Moet je me ook nog eens vertellen dat je eigenlijk liever wat met Rehtse wil?” Ze kneep met haar ogen. “Het zou me niet verbazen als jullie dit allemaal zo gepland hadden! Ja, dat is het hè! Jullie hebben samen afgesproken dat Rehtse mij ontvoeren ging, zodat jij er achterna kon gaan! Achter die slet! Het is een samenzwering, een complot! Nou, je mag haar hebben hoor. Je komt er bij mij niet meer in. En nu is Rehtse verliefd op Willem. Daar gaan we ook een stokje voor steken. Als hij terugkomt is de jacht geopend.” Ze paste haar decolleté aan. “May the best woman win.” Mot en Ecyoj bleven stilletjes zitten mokken. Melliw zat in trance. Rehtse staarde dromerig voor zich uit, wachtend tot Willem terugkwam.

“Ben je klaar met de vragenlijst?” vroeg Ecyoj toen hij eindelijk arriveerde. Ze knipperde verleidelijk met haar ogen. “Euh, ja bijna.” Stamelde Willem. Vond hij haar soms niet goed genoeg? Vroeg Ecyoj zich af. “Mogen wij hem alvast zien?” vroeg Mot. “Wat?” Willem werd even afgeleid door Rehtse die op haar pink zat te zuigen. “Euh, nee, want dan kunnen jullie overleggen over wat jullie gaan antwoorden.” Hij begon een beetje te zweten, duidelijk een teken dat ze hem toch opwond vonden zowel Rehtse als Ecyoj. “En het moet wel spontaan blijven hè.” Hij trok een korte broek aan. De dames staarden gefixeerd, hopend een glimp van de hand van God op te vangen, of dan op zijn minst één vinger. Omdat hij ongestoord wilde werken aan een belangrijk project, verzocht hij ze stil in een hoekje te gaan zitten met hun ogen en oren dicht. Ze gehoorzaamden. Willem zong een liedje. Natuurlijk hadden ze allemaal hun vingers niet helemaal in hun oren gestopt en hun ogen niet helemaal dichtgedaan, maar zijn honingzoete stem bedwelmde hen allen. Het laatste wat ze hoorden was already I’m so lonesome I could die. Mot kon nog net zien dat hij begon te typen.

 

De volgende ochtend was Willem alweer vroeg verdwenen. Niet dat ze het merkten, de betovering van de psalm was nog lang niet uitgewerkt. Toen hij ’s middags weer terugkwam ontwaakten ze net.

“Ik moet vanavond weer bridgen, dus ik kan weer geen interviewtjes afnemen. Maar morgen naam ik vrij, dan kunnen we er eens voor gaan zitten. Al moet ik wel eerst naar de kapper. Maar ik moet nu gaan eten dus kan ik niet met jullie praten.” Nadat hij ze gewaarschuwd had voor de afgrijselijke gevolgen van het verlaten van de kamer verdween hij weer snel.

“Volgens mij heb ik hem door.” Zei Melliw. “Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar de meditatie en betovering van Willem hebben mij weer redelijk hersteld.” De anderen voelden zich ook weer vrij normaal. “Ik heb eens nagedacht over wat er hier gebeurd is. Willem brengt ons hierheen, onder het mom van ‘ik wil jullie interviewen’. Vervolgens lijkt hij ons constant te ontwijken. Dit is niet logisch. De conclusie is dat hij niet helemaal eerlijk is geweest toen hij zei dat hij ons hierheen haalde voor dat interview.” “Willem? Liegen? Weet je dat zeker?” vroeg Ecyoj. “Hij zou toch nooit tegen ons liegen?” zei Rehtse. “Inderdaad. Tenzij hij er een goede reden voor had. Tijdens mijn meditatie heb ik de gedachten van hem geanalyseerd. In principe zijn wij slechts karikaturen. Toen we hier terechtkwamen veranderden we: onze morfogene matrix paste zich aan de nieuwe omstandigheden aan.” Rehtse maakte een snurkgeluid. “Jaja, to the point, ik weet het schat. Willem wist dat dit zou gebeuren. En hij wist ook dat de veranderingen dingen naar boven zouden brengen die we anders nooit zouden zeggen, of waar we zelfs niet van op de hoogte waren. Daarom blijft hij nooit lang: hij wil kijken hoe lang het duurt tot we zelf met elkaar beginnen te praten.” “Imponerend. Maar waarom zegt hij dat dan niet gewoon tegen ons?” verzuchtte Ecyoj. Melliw glimlachte. “Lolliger zo. Willem is niet zo direct, hij laat liever wat hints vallen hier en daar. Laten we maar beginnen met het kijken van die film, Edward Scissorhands.” “Ik heb honger zeg.” Zei Mot. “Valt er hier nog wat te bikken?” Ze merkten dat ze allemaal wel honger hadden eigenlijk. Ze zochten naar eten maar vonden niets, zelfs geen experimentjes of iets dergelijks. Gelukkig had Mot nog een zakje instantjus bij zich en stond er altijd een kan met water naast het bed. Ze startten de film en nipten aan hun vleesvocht. “Nou ja het kan altijd erger.” Zei Ecyoj die redeneerde dat de poederjus niet echt vlees bevatte en een flinke teug nam. “Erger dan dit?” zei Ecyoj. “Ja, sommige mensen hebben bijvoorbeeld kikkers en dat is ook niet alles.” “Jaja. Laten we nu maar naar die film kijken.” Naarmate de film vorderde en de romantiek hoogtij vierde kwamen de stelletjes weer nader tot elkaar. Toen de eindgeneriek liep lagen ze huilend in elkaars armen. “Ik houd van je.” Zeiden ze allevier tegen hun bijbehorende geliefde en ze hadden het nog nooit zo gemeend. “Ok, nu weten we waar dat goed voor was. We kunnen eerlijk en open met elkaar praten, we weten dat de ware liefde aan onze zijde is.” “Is die Willem echt zo klef?” “Stt, daar komt hij alweer.” “Laten we doen alsof we nog niets door hebben.” Zei Melliw. “Misschien geeft hij nog wat hints dan.” Willem kwam binnen.

“We wilden graag met je praten” zei Rehtse. “Jij hebt ons gemaakt tot wat we zijn, we zouden graag wat antwoorden hebben.” “Kan dat even wachten? Ik moet zometeen Frasier opnemen en Virtuosity is dadelijk op tv en die wilde ik ook graag zien.” “Dit lijkt me wel even belangrijker dan een serie of een film.” Zei Ecyoj. De dames bleken een goed team te vormen. “Dacht je? Frasier is een van de beste series op televisie, mijn hele liefdesleven is gebaseerd op de relatie tussen Niles en Daphne!” zei hij met een halve glimlach, alsof hij niet helemaal kon geloven dat ze hem nog niet doorhadden. “En Virtuosity was als ik me niet vergis de favoriete film van Esther, dus die wil ik graag zien.”

Even later keken ze aandachtig naar Virtuosity. Het was ze niet helemaal duidelijk wat het met hun situatie te maken had. Dat zouden ze de volgende morgen wel bespreken. Waarschijnlijk zonder Willem.

Inderdaad, zonder Willem, die was naar de kapper. “Ok, over die film.” “Ja, ik kon er geen chocola van maken.” “Over chocola gesproken, is er nog jus?” Er was geen jus meer. “We moeten haast maken, anders verhongeren we nog. Wat is de achterliggende gedachte geweest?” vroeg Mot. “Ik heb geen idee. Dat krijg je ervan hè, als je het mysterie dat Willem heet probeert te doorgronden.” “Misschien dat we hier wat vinden.” Zei Mot en hij zette de laptop aan. “It’s a UNIX system… I know this!” Zei hij opgelucht. Gelukkig had hij gezien wat het password was toen Willem hem typte. Hij zocht snel de laatst geopende documenten op. “Wat zijn dit nou weer voor vragen: Wat vind je van de groei die jij als mens hebt doorgemaakt? Ben je blij met wie je bent?” “Dat zijn stomme vragen” wist Melliw. “Melliw, hoe zit het nou eigenlijk precies tussen jou en Elleinad? Rehtse, wat voor gevoelens heb je nu eigenlijk voor Melliw? Mot, wie is het minst geliefde bemanningslid aan boord van je schip en waarom? Ecyoj, wat is je lievelingskleur?” Melliw klapte de computer dicht. “Dit zijn nepvragen, deze dingen weet Willem allemaal al. Hij heeft ons geschapen!” “Misschien is dat het.” Zei Rehtse. “We zoeken het antwoord bij hem. Het antwoord ligt in onszelf.” “Daarom liet hij ons die film ook zien. Het programma in Virtuosity ontsteeg zichzelf, zijn programmatuur.” Zei Ecyoj. “Ook wij kunnen meer zijn dan hoe Willem ons gevormd heeft. Als we maar eerlijk zijn tegen elkaar, maar vooral tegen onszelf.” “Wat een mongolenpraat.” Zei Mot. “Wat?” “Oh sorry, ik geloof dat de betovering van Willem uit begint te werken. Ik word weer balorig en baldadig.” Ze hoorden de Willem er weer aankwam.

 

Sorry maar ik moet mijn moeder even helpen. Dus vanavond, ok?” Melliw besloot te onthullen dat ze zijn plan doorgrond en volbracht hadden. “Het lijkt erop dat je ons ontwijkt.” Begon hij, maar voordat hij verder kon gaan onderbrak Willem hem. “Ja dat lijkt er inderdaad op. Weet je wat de bloem is die het lekkerste ruikt? Nee? De Nazalea.” En hij sprintte weg. “We zijn blijkbaar volgens hem nog niet ver genoeg gevorderd in zijn onuitgesproken opdracht.” Zei Rehtse. “We hebben de les wel geleerd, maar moeten het wel in de praktijk brengen.” Zei Melliw. En daarom praatten ze de rest van de dag over hun gevoelens.

De volgende dag gaf Willem ze weer geen kans om met hem te praten. En dat terwijl ze wisten dat ze klaar waren hier. Maar hij ging naar Maastricht. “Toch nog een laatste test?” “Hoe kunnen we hier wegkomen? De ABCD is om onverklaarbare redenen niet met ons meegereisd de laatste keer.” Zei Melliw. Ze gingen allemaal zitten piekeren. “Als we nou… Nee laat maar.” “Misschien….Nee.” Opeens had Ecyoj het: “We denken weer te veel binnen ons hokje. Waarom verlaten we de kamer niet?” “Omdat Willem zei dat dat gevaarlijk was.” Zei Melliw. “Ok, ik denk, nee ik weet, dat we thuiskomen als we door die deur gaan.” “Moeten we dan nog ‘There’s no place like home’ zeggen en met onze schoenen klikken?” vroeg balorige Mot. Ecyoj keek hem streng aan. “Aangezien we geen tijd te verliezen hebben, ben ik bereid de grote opoffering te maken.” “Jij gaat als eerste?” vroeg Rehtse. “Nee, Mot gaat als eerste. Want ik zou het heel erg vinden als ik hem de dood instuurde.” “Wat?!” zei Mot. “Klinkt redelijk” zei Melliw, “Maar met thuiskomen, bedoel je dan thuis aarde of thuis hemel?” “Thuis aarde.” Zei Ecyoj. “Wat nou als je het mis heb en ik sterf?” “Dan zou ik lang rouwen. Maar na een week of drie vind ik wel weer een nieuwe.” “Ik heb een beter idee: we gaan allemaal tegelijk. Hand in hand.” Zei Mot. Zo gezegd, zo gedaan.

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1