Leor werd de rechtzaal binnengereden. Hij had zich laten afleiden door
al dat vrouwelijk schoon en was weer gevangen genomen. Nu zat hij vastgebonden
in een dwangbuis, met een masker voor zijn gezicht. De Edelachtbare Rechter
Eilahtan [Nee niet Eilahtan uit deel 4 en 5. Waarom zijn er maar zo weinig
namen?] zat voor.
“Orde, orde.” Zei ze. “Het is voor het eerst dat er-” ze keek
minachtend naar Leor “een man hier
berecht wordt, dus laten we er geen farce van maken. Ik heb begrepen dat deze man een zekere mate van intelligentie
bezit?” “Dat is correct, Foureyes –ik noem hem Foureyes- kan praten.” Zei
Yllen, die zich vrijwillig als advocaat van Leor had aangemeld. “Ik stel hier
de vragen!” Zei Eilahtan. Ze stond op en liep op hem af. “Kan je praten,
Foureyes?” vroeg ze hem. “Nee.” zei hij baldadig. “Hah! Intelligent he? Hij kan
niet eens normaal antwoord geven, al kan hij praten. Een stel wetenschappers
heeft vast zijn stembanden en hersenen aangepast, waardoor hij een aantal
woorden kan onthouden en uitspreken. Dat is niet genoeg voor intelligentie!
Voer hem af, vermaal hem en voer hem aan de mannen
die voor voortplanting geselecteerd zijn. Ze zullen wel blij zijn met de
afwisseling, die lof en asperges zullen hun neus wel uitkomen.” “Wacht!” zei
Yllen. “Ik heb met hem gepraat, en hij is wel degelijk intelligent. Nou ja,
redelijk intelligent. Vrij intelligent. Intelligenter dan de andere mannen
hier. Hij kan redeneren, logisch nadenken! Nou ja, redelijk logisch nadenken.”
“Logisch nadenken? Ik durf te wedden dat hij niet eens weet hoe ons Goddelijke
Vrouwenrecht heet!” “Laat me raden: het Aanrecht?” zei Leor bits. De monden van
alle aanwezigen vielen open. Ze begonnen allemaal met elkaar te praten. “Orde! Orde!”
zei Eilahtan. “Dit bewijst niets! Zijn advocaat kan hem de naam geleerd
hebben!” “Dat heb ik niet!” zei Yllen. “Hij moet wel intelligent zijn, als hij
de naam van ons recht kent!” riep iemand uit het publiek. “Ja, dat moet wel!”
zei iemand anders. “Ja, want alleen iemand die intelligent is, kan die naam
weten! Dat is logisch!” “Orde! Orde! Ik schort de zaak op. Aangezien iedereen
er zo van overtuigd is dat deze man
intelligent is, zal hij morgen als een van ons berecht worden. En omdat hij zo
op de hoogte is van ons Enige Recht, heeft Foureyes geen advocaat nodig,
nietwaar? Hij mag zichzelf verdedigen. Tot morgen!” Ze sloeg met haar hamer.
“Dat is dan ook de reden waarom we hier zijn.” Zei Htiduj. “Een man.”
Ze keek de andere kant op en hield nonchalant een hand voor haar ogen. “Kan je
daarmee misschien mee ophouden?” vroeg ze aan Elleinad. “Ik bedoel, wilt u uw
hand misschien ergens anders op uw lichaam plaatsen? Het leidt nogal af,
namelijk.” “Melliw, hou op.” Zei
Elleinad. “Nee, ga door Melliw, ga door!”
kreunde ze. Dit verbaasde Htiduj. Het schudde haar wakker, ze wist het nu
zeker: Elleinad was gek. Ze moest haar vermoorden, om de bevrouwing van het
schip te beschermen. En dat dit toevallig betekende dat zij de nieuwe Evil
Emperess zou worden, was maar toeval. Ok, als ze zich concentreerde kon ze vast
wel weerstand bieden aan haar stem. Wees sterk, Htiduj, wees sterk. Elleinad
streek haar kleren recht. “Mijn
verontschuldigingen. Ga verder.” “Nou, die man waar ik het over had, Niwde,
die had Rehtse zelf gevangen. Normaal gesproken laten we de jachtpotten de
mannen vangen, maar soms gaan de hogere klassen wel eens op jacht, voor de
sport. Rehtse had Niwde met haar eigen handen gevangen. Door de invloed van
zijn testikels werd ze verliefd op hem. Elleinad schoot in de lach. “Je bedoelt
testosteron.” “Whatever. Ze vast
vastbesloten om met hem te paren. Maar de testcommissie vond dat hij niet
intelligent genoeg was. Ze hebben hem vermalen voordat zij afscheid kon nemen.
Ze werd hier zo boos door dat ze geen minuut langer op onze planeet wilde
blijven. Daarom kreeg ze dat vreemde plan om Evil Emperess of the Galaxy te worden. Ze was er van
overtuigd dat ze van haar problemen kon weglopen. Ze gaf het bevel een schip te
bouwen en verliet onze thuiswereld met ons allen hier.” “Ah. Ik weet nu meer over jullie cultuur en achtergrond, dat is fijn. Ik
heb een opdracht voor jullie. Ik zoek een vrie- een persoon. Hij is verdwenen
naar de hemel en het is van het grootste belang dat ik hem terugvind.” Ze
is echt gek! Dacht Htiduj. Ze wil iemand uit den doden laten terugkeren! Nou
ja, houd haar aan het lijntje en als het moment daar is maak je haar dood. Ziet
ze tenminste die vriend van haar terug. “Onze grootste wetenschappers wonen nog
steeds op onze planeet. We kunnen het beste teruggaan. Terug naar Dnaleez.” En
voor we daar aankomen ben jij dood en dan zal ik de macht die ik verdien in
handen krijgen! Mwoehahahaha! Voegde ze er in gedachten aan toe. “Very well. Make it so.” Zei ze. ‘En als die
wetenschappers een manier vinden om Melliw weer corporeel te laten worden, dan
kan hij zijn geest weer uit mijn hoofd halen. En dan ben ik eindelijk van
jullie verlost.’ Dacht ze. ‘Wat?’ dacht Melliw. ‘ja, we hoorden je niet want we
waren aan het zoenen.’ Zei de andere Elleinad in haar hoofd. ‘Zoenen? Jullie
hebben niet eens lippen!’ ‘Zoenen is meer een state of mind.’ Zei Melliw. ‘Kom
we gaan verder’ Hij ging verder met het zoenen van Elleinad. ‘He, je bent de
verkeerde Elleinad aan het zoenen!’ zei de andere Elleinad. ‘Oh sorry. Jullie
lijken ook zo op elkaar.’ Hij begon de andere Elleinad te zoenen. Elleinad was
een beetje jaloers.
Yllen liep heen en weer met gerechtsboeken. “Deze moet je allemaal
doornemen voor morgen, Foureyes.” “Waar wordt ik eigenlijk van beschuldigd?”
vroeg Leor. “Ja, dat weet ik eigenlijk ook niet. Volgens mij dacht Eilahtan dat
een man nooit intelligent kon zijn, daarom stemde ze in met de rechtszaak. Ze
was vast van mening dat iemand een geintje met haar maakte en ze kon zich
natuurlijk niet weg laten bluffen. “Waarom niet?” “Daarom niet. Ga je die
boeken nog lezen?” “Ja ik ben eigenlijk niet zo’n leestype. Kan je ze niet
voorlezen?” Yllen zuchtte. “Vooruit dan maar.” Leor ging liggen en deed zijn
ogen dicht. “Dan kan ik het beter onthouden,” verklaarde hij. Yllen begon te
lezen:
“In den beginne schiep Nehalennia de hemel en Dnaleez. Ze bevolkte het
land met vogels en aanschouwde het duivenland. En ze zag dat het goed was. Het
werd avond en morgen en ze ging verder want Nehalennia hield niet van
tijdverspilling, als iets toch gebeuren moest dan kon je het het beste meteen
doen dan was je er tenminste van af zei ze altijd maar. En in haar evenbeeld
schiep zij de vrouw en maakte haar meesteres over al dat leeft.” Leor
glimlachte. Hij wist nu al dat hij fijn ging dromen. En dromen deed hij graag,
dat was het enige wat hij echt goed kon. Op de rand van zijn gehoor zei
Eilahtan: “En zo sprak Nehalennia nadat zij de man verdreven had uit het Hof
van Seog: ‘Pas op voor de beest-man, hij is niet te vertrouwen.’ Daarna verliet
zij onze wereld, maar niet voordat zij ons de wetten gaf waarnaar wij moesten
leven: het Aanrecht. I. Men are like animals. They make great pets. II.
Diamonds are a girl’s best friend. III. Mannen hebben slechts 2 fouten: alles
wat ze zeggen en alles wat ze doen….”Leor draaide zich om in zijn slaap.
Htiduj bekeek haar messencollectie. Eens even kijken, waarmee kon ze
haar het beste doden… Ze zocht haar etiquetteboekje en bladerde naar het
relevante gedeelte. Aanspreekvormen van neven en nichten van Baronessen… Het
snuiten van de neus in openbare ruimtes… Het gebruik van tafelgerei. Dat moest
ze hebben. “Voor het ontnemen van een leven gebruikt de vrouw van vandaag het
liefst een gekartelde zaagblad, met een met juwelen ingelegd heft,” las ze. “Het
getuigt van weinig smaak om een broodmes te gebruiken. Veeg na gebruik nimmer
het mes aan het tafelkleed…” Ok, dit werd een klusje voor Nodrog Renmus, haar
favoriete werpmes. Ze woog haar in haar hand. “Hallo, oude vriend. Ik heb werk
voor je.” Ze likte langs het lemmet. Ok, dat was niet zo slim. Ze zocht snel
een doekje voor het bloeden en verliet haar kamer. Op naar Elleinad.
De deurbel ging. “Binnen!”
zei Elleinad. Ze porde met haar vinger tussen haar tanden. Toen zij aan het
slapen was, had Melliw de controle over haar lichaam gehad. En hij had vlees
gegeten. En er zaten nog steeds restjes tussen haar tanden. En ze kreeg ze er
niet uit. En dat stoorde haar. Ze lette dus niet zo heel erg op Htiduj. “Wat kom je doen? Is er iets vreselijk
vreselijk mis?” “Nee hoor,” zei Thiduj. Ze trok haar mes. “Ik kom maar even
zeggen-” ze wierp Nodrog “-dat je dadelijk dood bent!” Elleinad draaide rond in
haar stoel en ving het mes. “Ah, dank
je.” Met het mes wipte ze het stukje vlees van tussen haar tanden uit. “Zeer attent van je. This could be the beginning of a beautiful
friendship. Maar wat zei je over
dood?”
Htiduj dacht razendsnel na. “Dat je dadelijk dood bent.” Ze dacht nog even na.
“Dat je dadelijk doodgewoon op onze planeet bent. Ik verwacht een gigantisch welkomstfeest.
Ik heb bericht gestuurd naar Seog, de hoofdstad van Dnaleez dat we weer
terugkomen. Ze hebben nog niets teruggestuurd, maar dat komt vast nog wel.” Ze
liep naar de deur. “Ik heb nog niet
gezegd dat je weg mocht.” Zei Elleinad. “Oh ja. Mag ik weg?” vroeg Htiduj. “Ja mag weg.” Htiduj opende de deur. “En Htiduj?” Het mes kwam trillend naast
haar in de deurpost terecht. “Je vergeet
je zakmes.”
“LIV. Men are like bike helmets. Handy in an
emergency, but otherwise they just look silly. LV. There is no spoon. LVI. Men
are like placemats. They only show up when there's food on the table. LVII. Husbands are like cars, all good the
first year…” “CXXI. When women are depressed they either eat or go shop. Men
invade another country. CXXII. Women wake up as good-looking as they went to
bed, Men somehow deteriorate during the night…”
Htiduj zette de emmer boven de deur. Zo, als Elleinad de brug opkwam
dan valt die zilveren emmer met wijwater en knoflook op haar hoofd. Ze was er
van overtuigd dat Elleinad een of ander occult wezen was. Dat moest wel, het
verklaarde die mindcontrolkrachten van haar. En die snelle reflexen met haar
mes. Goed, nu was het een kwestie van wachten. Wachten tot ze de brug opkwam.
Wachten. Any minute now. Ja, ze zou zo wel komen. Zometeen. Het kon niet lang
meer duren. Ja. Even wachten nog… Ach wat, ze ging haar zelf wel halen. Ze deed
de deur open. De overige bemanningsleden op de brug begonnen te lachen. “Dat is
niet leuk! Dat is niet grappig!” riep Htiduj. “Ik ga even droge kleren
aantrekken.” Ze liep bijna tegen Elleinad aan, die eens aan haar rook. “Ik ruik nattigheid. Dat er hier geen
mannen zijn, wil nog niet zeggen dat je niets meer aan je uiterlijk hoeft te
doen, Htiduj. Jemig wat heb je gegeten, shoarma of zo? Ga je wassen!” Ze
gaf haar een klapje op haar billen. “Kappen
Melliw!” “Wat?” “Ik had het niet
tegen jou, ik had het tegen hem.” “Oh, dat
verklaart veel.” Zei Htiduj. Ze liep hoofdschuddend naar buiten. “Koekoek!”
“Zeg, wordt eens wakker Foureyes!” zei Yllen en ze schudde Leor eens
flink door elkaar. “Lui varken dat je bent!” Leor deed zijn ogen open. “Wat? Ja
ik sta zo wel op. Echt waar.” “Heb je überhaupt wel iets onthouden van wat ik
zei? Van wat ik de hele nacht voorgelezen heb?” vroeg ze wanhopig. “Ik heb een
gedeelte onthouden.” “Welk gedeelte?” “De lidwoorden.” Yllen zuchtte. “Waar
maak jij je zo druk over?” vroeg Leor. “Jij
staat niet terecht, maar ik! En ik maak me toch ook niet druk.” “Het gaat om het principe. Ik ben van mening dat
mannen, onder begeleiding, een waardevolle aanwinst voor de maatschappij kunnen
zijn. Zo kende ik er ooit een, lang geleden… maar ik dwaal af. Weet je wel dat
er van ons verwacht wordt dat we een volle baan hebben, én het huishouden doen?
Ik denk maar even hardop hoor, maar stel dat een man en een vrouw besluiten om
samen te gaan wonen. Zij kan dan voor de kinderen en het huishouden zorgen en
hij kan gaan werken. Weet je wat de participatie van één man zou schelen?” Leor
was weer in slaap gevallen. “Hé, ik vroeg je wat!” “Wat? Oh, ja ik ben het
volledig met je eens.” “Wat zei ik dan?” “Iets van één man -cipatie of zoiets.
Nou, geef me nog maar zo’n boek, want we worden vast bijna opgehaald voor de
rechtszaak.” De deuren vlogen open. “Man, je wordt opgehaald voor de
rechtszaak.” Zei de bewaakster. Ze deed hem de boeien om en bracht hem naar
buiten.
Htiduj liep heen en weer door haar kamer. Hoe kon ze Elleinad nog meer
proberen te vermoorden? Misschien kon ze haar uitdagen tot een bokswedstrijd.
Of een worstelwedstrijd. Ja, dat was een beter idee. En dat ze dan gingen
worstelen in de modder, dat kon Elleinad vast niet weigeren. Maar wacht, dan
werden haar kleren wel smerig natuurlijk. Nou ja, dan moest ze maar een bikini
aandoen. Ja, dat was een goed plan. Ze wilde net de deur uitrennen om het voor
te stellen aan Elleinad toen ze zich bedacht. Ze bedacht zich dat Elleinad
misschien helemaal niet met haar wilde worstelen. Waarom zou ze eigenlijk. He
dat was wel jammer, ze had zich er nu al zo op verheugd. Dan maar iets anders.
Als ze nou eens verstoppertje gingen spelen, en haar dan niet ging zoeken? Dan
zou ze verhongeren omdat niemand haar vond. Maar er waren geen goede
verstopplekjes op het schip, helaas pindakaas. Pindakaas! Dat was misschien wel
een idee. Ze zou een boterham met pindakaas maken, maar geen gewone pindakaas,
oh nee! Nee, ze zou hele plakkerige pindakaas gebruiken, zodat Elleinad haar
mond niet meer kon opendoen en dan zou ze toch nog verhongeren. Haha!
Leor werd door de gangen van het Aanrechtsgebouw geleid. Hij keek uit
het raam. “Wat een leuke dijken hebben jullie hier zeg.” Zei hij. Yllen sloeg
hem op zijn hoofd. “Dat zijn waterkeringen, Foureyes.” Leor wreef over zijn
hoofd. “Oh. Wat is het verschil?” “Als je waterkeringen zegt krijg je geen klap
voor je kop.”
Terneergeslagen ging Htiduj zitten. De pindakaas had niet gewerkt,
Elleinad zei dat Melliw pindakaas vies vond. En alle andere ideeën hadden ook
niet gewerkt. Het enge masker had niet gewerkt. En de truc met de loden pijp in
de bibliotheek ook al niet. En ze moest snel zijn, want ze waren bijna bij
Dnaleez aangekomen. Ah, ze had een idee. Ze stormde de deur uit.
“In het kader van de verwelkomingsfeesten, waarvan ik nog steeds geen
bericht gehad heb maar ik zeker ben dat ze er zullen zijn, leek het me een aan
te raden sequentie van daden om een speciale act in te studeren om hun nieuwe
leider op een ludieke wijze te introduceren aan het gepeupel.” “Wat?” “In het kader van…” “Jaja, ik verstond je wel, ik begrijp het
gewoonweg niet.” “Het leek me leuk om een act te doen op het feest.” “Ah, en wat voor act had je in gedachten?”
Htiduj glimlachte. “Nou, gij gaat in deze rieten mand zitten,” ze toonde de
rieten mand, “en dan steek ik deze zwaarden,” ze toonde de zwaarden, “dwars
door de rieten mand heen.” “Terwijl ik
erin zit?” “Terwijl gij erin zit.” “Dat
klinkt wel als een leuke truc. Hoe werkt het?” “Hoezo truc?” Elleinad keek
haar doordringend aan. “Wat een
intrigerend antwoord. Dan wil ik wel eens een eerlijk antwoord op de vraag:
Htiduj probeer jij me te vermoorden? En niet een antwoord waar ik twee kanten
mee opkan hè :)” “Geen antwoord waar je twee kanten mee opkan…” “Nee, deze keer moet je heeeeeel eerlijk
tegen me zijn.” “Ik denk-” “We naderen Dnaleez. Wat zijn uw orders?” Gered
door de Latnahc, de navigatieofficier. Anders had Elleinad haar zeker
doodgeslagen. Geen bloed aan de muur deze keer. “Zet de landing in. Hier is het laatste woord nog niet over gesproken,
Htiduj.”
De Edelachtbare Rechter Eilahtan zat weer voor. “Orde, orde.” Zei ze.
“Het is nu al de tweede maal dat er -” ze keek minachtend naar hem “een man hier berecht wordt.” “Ja, ik wilde
even wat zeggen daarover…” zei Leor. “IK STEL HIER DE VRAGEN!” zei Eilahtan.
“Ik heb begrepen dat je verhoort bent.” “Dat klopt.” “Je zegt van een planeet
hier ver vandaan te komen.” “Dat zei ik inderdaad.” Eilahtan stond op. “Ha! Het
moet iedereen hier nu duidelijk zijn dat deze man, genaamd Foureyes, toch niet intelligent kan zijn. Weten we
niet allemaal dat er niets is buiten deze wereld? Heeft onze moedergodin in al
haar wijsheid Dnaleez het middelpunt gemaakt van alles?” “Dus als ik het goed
begrijp is deze planeet het middelpunt van alles, alleen bestaat er niets
buiten deze wereld, dus is deze planeet het middelpunt van zichzelf?” “Jij
begrijpt helemaal niets. Staat het niet geschreven: Als mannen konden praten,
dan sprak hij slechts leugens? Platitudes, 16-III” “Ah, maar staat er ook niet
geschreven: Gapie gapie, slapie slapie? Leor2.0A. Want ik heet Leor, niet
Foureyes. En er is wel degelijk iets buiten deze planeet en dat weten jullie
best. Ik ben hierheen gelokt door een langwerpig roze schip. Daarin zat vast
een van jullie planeetbewoners.” “Onmogelijk! Er is slechts één maal een groep
vrouwen van deze planeet vertrokken. Zij zijn nooit teruggekomen, ongetwijfeld
omdat ze tegen het hemelfilament gevlogen zijn. We hebben alle technologie die
de vlucht mogelijk maakte direct daarna vernietigd.”
Htiduj keek naar de scanners. “Vreemd. Ik weet zeker dat er hier een
lanceerplaats was, die we nu als landplaats hadden kunnen gebruiken. Maar ik
kan het niet meer vinden.” “Dan zoek je
maar verder.” “Oh wacht, daar is een grasveld. Land daar maar.”
Htiduj klom aan land. Kon ze weer
droge kleren aantrekken. Elleinad stond in de deuropening van het schip te
kijken. “Het verschil tussen een
grasveld en wat kroos is nog lastiger te zien dan je zou denken, hè?” Ze
stapte op het water en liep naar de kant. Ze keken uit over de voormalige
luchthaven. Overal lagen gebroken kettingen en resten van verbrande schepen.
Maar er was niets aan de hand. “Dat is ook raar. Ze hebben alles vernietigd
hier. Ik vraag me af waarom.” “Maak je
daar nou maar niet druk over. Breng me snel naar jullie beste wetenschappers.
Hoe eerder ik verlost ben van die twee passagiers, hoe beter.” “En hoe
sneller jij je maffe verhaal aan het Aangerechtshof vertelt, hoe eerder je
opgesloten wordt en ik de plaats waar ik recht op heb kan innemen.” Dacht
Htiduj. “Ik vraag me af wie hier op de planeet de boel draaiende gehouden
heeft…” “Volg mij maar.” Zei ze. Elleinad volgde.
Eilahtan hamerde er op los. “Ik heb besloten. Deze man is duidelijk een gevaar voor zichzelf en de samenleving. Maar
laat niemand zeggen dat ik geen medelijden ken. Hij is er van overtuigd dat er
een wereld van ruimte wacht buiten onze planeet. Hij mag het van mij gaan
verkennen. We hebben nog één ruimteschip, om de onnadenkendheid van Rehtse, die
de goden tartte door ons paradijs te proberen te verlaten, te herdenken en wie
vindt dat dat te veel ‘te’s’ in een zin zijn wacht dezelfde straf als deze man te weten de volgende: De haven is
verlaten, want er is nog maar één vracht: Leor.” “Dank je.” Zei Leor. “Waarvoor?” vroeg Eilahtan. “Dat je me Leor
noemde. Eilahtan ging verder. “Dus
laat hem te pletter vliegen op de koepel die onze planeet inschermt, zeg ik.
Eigen schuld. Heb je nog wat toe te voegen, voor je in het donker buitengaats
wordt gebracht, Foureyes?” Leor stond
op. Hij schraapte zijn keel. “Ja. In de korte tijd die ik op jullie planeet heb
doorgebracht, ben ik tot een conclusie gekomen. En die conclusie is dat jullie
allemaal hartstikke gek zijn. Waarom zouden mannen en vrouwen in hemelsnaam
gescheiden leven? Waar ik vandaan kom leven ze in harmonie samen. Nou ja een
soort van harmonie. Ook daar zijn de mannen weinig meer dan wilden, maar de
vrouwen accepteren het. Mannen zijn best nuttig hoor. Wie kan anders jullie Daf
IJA 328 repareren? Zouden jullie dat ook niet willen, samenleven met mannen? Ze
hebben hun nadelen: ze stinken, laten de bril omhoog, zijn bot, arrogant, lui,
onnozel, maar ze hebben ook hun goede kanten hoor. En ik kan het weten want ik
ben er een. Ik kan jullie helpen! Je hoeft maar aan een paar dingen te denken,
willen mannen en vrouwen in vrede kunnen leven. Ten eerste: je kan een man
alleen maar begrijpen door van hem te houden. En als je van hem houdt, hoef je
hem niet meer te begrijpen. Om een man blij te houden hoef je slechts twee
dingen te doen: hem laten denken dat hij zijn zin gekregen heeft, en hem zijn
zin geven. Makkelijk zat.” Eilahtan keek hem doordringend aan. “Het is niet zo
dat wij de voorkeur geven aan domme mannen. We geven de voorkeur aan mannen die
domheid kunnen veinzen, hetgeen de kern van intelligentie is. En jij bent of de
domste man die er is, of de grootste veinzer die er is.” “Ik denk graag dat het
een beetje van allebei is.” Zei hij.
Hij ging verder: “Denk hieraan en leef in harmonie samen. Dan zal hier
steeds d’aloude eendracht wonen en welvaart ’s landmans werk bekronen. Jullie
zullen het mannelijk nageslacht niet meer de wildernis insturen, maar fier
jullie zonen prijzen.” Eilahtan stond op en liep op hem af. “Nooit zullen
mannen hun plaats aan onze zijde innemen!” Ze naderde hem dreigend met hamer in
de hand. Yllen wierp zich tussen hen. “Wacht! Staat er niet geschreven:
Vergissen is mannelijk, vergeven vrouwelijk?” zei ze. “Neem het recht toch niet
in eigen handen!” Eilahtan trok haar naar zich toe en siste in haar oor. “Ik
ben het recht! Sinds jou dochter dat bizarre plan in haar hoofd kreeg om de
ruimte te verkennen, heb ik ervoor gezorgd dat alle macht bij mij te liggen
kwam. Niets of niemand kan mij nog tegenhouden! Ik ben de uitvoerende,
wetgevende en rechterlijke macht! Niemand kan mij stoppen!”
De deuren zwaaiden open. Elleinad trad binnen.
Eilahtan draaide zich om. “Wie ben jij nou weer, verdomme?” “U. Wie bent U.” “Wie ik ben? Ik ben Eilahtan, hogerechter en binnenkort
wettelijk Emperess van Dnaleez. Htiduj kwam binnengeglipt. “Nee, ik ben
binnenkort wettelijk Emperess van Dnaleez!” zei ze fier. “Ho even, jullie gaan eerst zorgen dat die twee in mijn hoofd er
verdwijnen en dan word ik wettelijk Emperess van Dnaleez.” “Wacht eens
Htiduj, als jij terugbent, waar is mijn dochter Rehtse dan?” “Die is dood.” Zei
ze bot. “Rechter Eilahtan, ik eis dat deze vrouw Elleinad verwijderd wordt uit deze
rechtszaal vanwege het feit dat ze niet goed bij haar hoofd is en dat ze voor
haar eigen bestwil opgesloten wordt in een inrichting.” “En ik eis dat die…die…die Leor
verwijderd wordt uit deze zaal, vanwege het feit dat ik hem niet wil zien en
dat hij bij voorkeur langzaam geroosterd wordt boven een open vuur!” “En ik
eis een verklaring voor deze verstoring van mijn rechtszaal vanwege het feit
dat ik op het punt stond om Foureyes hier te veroordelen!” zei Eilahtan. “En ik
eis dat julle ophouden met me steeds Foureyes te noemen vanwege het feit dat
die grap nou wel lang genoeg geduurd heeft. I am Leor, hear me roar!” “En ik
eis dat iemand me vertelt wat er met mijn dochter Rehtse gebeurd is vanwege het
feit dat een moeder altijd met het lot van haar kind begaan is en al helemaal
als je kind Evil Emperess of the Galaxy is.”
De kamer werd gevuld met een oogverblindend licht en hemels gezang. “En
ik eis dat jullie respect tonen als jullie leidster, Rehtse, Evil Emperess of
the Galaxy, voor jullie staat vanwege het feit dat ik terug ben!” Zei Rehtse.
“Buig! Buig voor mij, mijn onderdanen. En buig voor mijn aanstaande echtgenoot,
Melliw, de enige ware God!” Melliw kwam aan haar zijde staan. “En zwaai even
naar Mot en Ecyoj, die ook in de buurt waren.” Voegde ze er halfhartig aan toe.
Mot en Ecyoj zwaaiden naar de mensen in de zaal. Yllen omhelsde haar. “Mijn
dochter, waar ben je geweest? Waar komen jullie zo plotseling vandaan? Je hebt
toch niet gedronken of zoiets hè?” “Eerst het belangrijkste moeder. Dit is Melliw,
hij is een God en mijn toekomstige echtgenoot.” “Dan zal hij toch eerst
intelligent bevonden moeten worden door dit gerechtshof hoor!” zei Eilahtan.
“Succes ermee,” zei Leor, “Het is een zware test, zelfs mij is het niet
gelukt!” Voor Melliw hierop kon reageren viel Yllen hem al om de hals. “Oh, wat
een geluk! Mijn dochter trouwt met een God! Wat kan een moeder zich nog meer
wensen? Maar vertel nou eens, waar zijn jullie geweest?” “Tja, dat is een
beetje een vreemd verhaal.” Zei Rehtse. “Het heeft wat te maken met het
ontstaan van ons universum en de Echte Schepper. Hij heette Willem. Willem N.
Verhoef.”
To Be Continued…