De tekenaar

Omhoog

 

 

De tekenaar: Albert Uderzo (1927 -)

Volgens de legende komt de stamvader van de Uderzo's uit een Noord-Italiaans dorpje, dat in 452 door de troepen van Attilla werd uitgemoord. De enige overlevende was een baby, die naar het dorpje werd vernoemd: Uderzo.

Het dorpje is inmiddels uitgeroeid tot een stadje. Het ligt 30 km boven Venetië (Italië) en het heet Oderzo. Of er waarheid schuilt in deze legende of niet, het is een feit dat de naam Uderzo uitsluitend voorkomt in dat deel van Italië.

In 1923 besloten de ouders van Albert hun vaderland vaarwel te zeggen. Zij emigreerden naar Frankrijk. Daar werd in 1927 in Fismes hun zoon Albert Uderzo geboren. Dat hij bij zijn geboort zes vinger had aan elke hand, was misschien een vingerwijzing ...

Hoe dan ook, 14 jaar later (en twee vinger minder) wordt zijn eerste werk gepubliceerd. Het is een parodie op de bekende fabel ‘La Fontaine' (De Vos en de Raaf). Het is duidelijk dat de jonge Albert over een buitengewoon tekentalent beschikt. De beroemde illustrator Edmond Calvo (Nee niet die van Calve), voor wie Albert een grote bewondering heeft (wie is er niet mee groot geworden) koestert, moedigt hem aan verder te gaan.

Maar in 1945 is Uderzo hulp-machinist en geen beroepstekenaar. Hij reageert op een advertentie van een studio waarin tekenaars gevraagd worden voor een tekenfilm. Hij wordt aangenomen en werkt er een jaar. Zijn baas telt aan het eind van elke dag of er wel genoeg tekeningen zijn gemaakt. Dat stuit de 19-jarige Uderzo op de borst en stapt op.

Hij gaat voor tijdschriften werken. Voor O.K. maakte hi Arys Buck (een onoverwinnelijke Galiër), Prince Rollin en Belloy (Robber). Na zijn militaire dienst werkt hij als tekenaar voor France Dimanche en France-Soir (1950). Het jaar daarop treedt hij in dienst van de World Press. Het is een jaar waarin hij de mensen ontmoet, die een grote rol zullen spelen in verdere leven: Jean-Michel Charlier en René Goscinny.

Uderzo's werk voor de O.K. - hij is dan al 19 jaar - toont aan hoe veelzijdig getalenteerd hij is. Zijn tekeningen suggereren enorme vaart; hij weet de emoties van zijn personages perfect over te brengen op de lezer en aan gevoel voor humor ontbreekt het hem allerminst. Hij tekent over het algemeen in de karikaturale- of semi-karikaturale stijl. Maar als tekenaar/verslaggever voor de France Dimanche/France-Soir kan hij laten zien wat hij in zijn mars heeft op het gebied van het realistische gerne.

Met Goscinny als scenarist, maakt Uderzo in 1952 Luc Junior en Pistolet (Matje Maderia) en ze leggen de eerste hand aan een strip over een Indiaan, die te maken krijgt met de Engelse-Franse verwikkelingen in Amerika van de 18de eeuw. De strip wordt pas in 1958 gepubliceerd, in het Belgische weekblad Kuifje. In deze strip zit al veel van wat later in Asterix te zien zal zijn; de manier van vertellen, de humor, de visuele grappen en niet in de laatste plaats de krachtpatser Hoempa-Pa de Roodhuis zelf.

De productie van Hoepa-Pa gaat niet bepaald snel. Want Uderzo, Goscinny en Chalier hebben besloten voor zichzelf te gaan beginnen en een tijdschrift op te richten. Het tijdschrift heet Pilote en Uderzo maakt er met Chalier een realistische vliegtuigstrip voor: Tanguy en Laverdu. Niet omdat hij zo dol is op realistisch tekenen, maar omdat hij gek is van alles wat met techniek te maken heeft. Maar er staat nog een strip van Uderzo in het eerste nummer van Pilote, dat op 29 oktober 1959 verscheen. De tekst is deze keer van Goscinny. De strip heet Atsterix en hij gaat over een stelletje rare onoverwinnelijke Galliërs!

 
 
Hosted by www.Geocities.ws

1