De Schrijver

Omhoog

 

 

De schrijver: René Goscinny (1926 - 1977)

Geen man heeft zo veel betekend voor de acceptatie van het klassieke stripverhaal in Nederland als René Goscinny. Toen hij in 1951 in Parijs Albert Uderzo leerde kennen en zij samen de eerste strip maakten, waarschuwde de toenmalige Nederlandse Minister van Onderwijs ouders en opvoeders tegen het oprukkende gevaar van het stripverhaal.

Menig Dick Bos-boekje werd door de klas verscheurd en in de prullenmand gegooid. Ook thuis mochten strips vaak niet worden gelezen. Wie een Kuifje had geleend, moest hen goed verstoppen. Mede dank zij Goscinny zou de situatie drastisch veranderen, al zou dat nog een jaar of twintig duren.

René Goscinny werd in Parijs geboren en verhuisde twe jaar later met zijn ouders naar Argentinië. In Buenos Aires bezocht hij de Franse lagere en middelbare school. Toen hij 17 jaar was, stief zijn vader en daardoor moest hij een baantje zoeken. Hij werd assistent-boekhouder op een rubberfabriek. Niet bepaald wat hij in zijn hoofd had en waarvan hij droomde: tekenaar worden bij de Disney Studio's in Californië. De Verenigde Staten lokten en in 1945 vertrok hij naar New York. Drie jaar werkte hij bij een in- enexportfirma voordat hij een stukje van zijn droom in vervulling zag gaan: hij kreeg een baan bij een tekenstudio. Daar leerde hij Amerikaanse tekenaars kennen, zoals; Harvey Kurtzman, Wil Elder en John Severin (de latere oprichters van het satirisch tijdschrift MAD).

Maar hij ontmoet ook twee Belgische tekenaars; Jije en Moris (Lucky Luke). Moris zag wel wat in de jonge Argentijns-Amerikaans-Franse manen vroeg hem als scenarist voor zijn toen al succesvolle strip Lucky Luke. Goscinny liet zich overhalen. Maar omdat teken eigenlijk zijn grote liefde was, had hij ook zijn eigen held ontworpen: Dick Dicks. Toch was hij reëel genoeg om te erkennen dat zijn interesse en dus zijn kracht niet in het tekenen maar in het schrijven lag. Schrijven met humor.

Na zijn terugkeer in Europa, leerde hij in 1951 bij het persagentschap World Press de jonge tekenaar Albert Uderzo kennen. Hun samenwerking resulteerde in: ‘Pistolet' (Matje Madeira), ‘Luc Junior', Benjamin et Banjamine', ‘Bill Blanchart' en de ook in Nederland zeer populaire ‘Hoempa-Pa', een serie die werd gepubliceerd in het weekblad Kuifje. Daardoor kwam Goscinny in contact met andere tekenaars uit de ‘Kuifje-stal'. En dat was het begin van een groot aantal scenario's voor een groot aantal tekenaars: Franquin, Berck, Tibet, De Moor, Attanasio, Macherot en vele anderen.

In 1559 richtten Goscinny, Uderzo en Jean-Michel Charlier een stripweekblad op: Pilote. En was vanaf het begin een succes. De problemen met de verspreiding, met het vinden van goede werknemers en met de financiën kwamen pas later. Georges Dargaud, de vertegenwoordiger van Kuifje in Frankrijk, nam Pilote over en er braken betere tijden aan. René Goscinny heeft als scenarist van talloze humoristische series en als hoofdredacteur van Pilote tot aan zijn dood een centrale plaats ingenomen in de wereld van het klassieke stripverhaal.

 

 

 
Hosted by www.Geocities.ws

1