Julius Caesar
|
![]() |
![]() |
De politieke carriere van de in 100 v.C. geboren Gaius Julius Caesar kwam pas tamelijk laat, rond 69 v.C., op gang. Na zijn roemruchte veldtochten in Gallie (58-51 v.C.) trok hij steeds meer macht naar zich toe,tot hij in 45 v.C. de status van alleenheerser over de wereld rond de Middelandse Zee bereikte.
Hoewel hij in feite slechts de laatste leider van de Romeinse republiek was, kan hij wegens zijn dictoriale machtspolitiek en zijn grote overwicht op zijn tijdgenoten in principe als de eerste keizer beschouwd worden.
Caesars politieke carriere.
Vanaf het begin van zijn politieke carriere bond Caesar zich aan de
populares, maar in het begin had men nog niet zoveel vertrouwen in hem: 32 jaar
oud werd hij tot Quaestor (een magistraat met de taak om de consuls op
financieel en strafrechtelijk gebied bij te staan) van Spanje gekozen (68 v.C.).
De begrafenis van zijn tante en echtgenote boden hem in 68 v.C. de
gelegenheid om zijn goddelijke (Venus) en koninklijke (Ancus Marcus, 4de koning
van Rome) afstamming uitdrukkelijk onder de aandacht te brengen.
In 66 v.C. stond hij achter de senaatsbeschikking die Pompejus de oorlog tegen
Mithridates toevertrouwde. Zijn carriere werd door de steenrijke consul Crassus
gefinancieerd.
In 65 v.C. bracht Caesar het tot aedillis (een soort wethouder) belast met de toezicht op de bouwwerken, de spelen en de bevoorrading van de stad. En twee jaar later speelde hij het klaar om zich tot pontifex maximus (hoogste ambt binnen de romeinse godsdienst) te laten kiezen. De nauwe verweving van politiek en religie in Rome maakte van dit ambt een springplank naar de macht.
In 62 v.C. werd hij praetor urbanus, de magistraat belast met de rechtspraak tussen de romeinse burgers. Een politiek bondgenootschap met Pompejus (inmiddels getrouwd met zijn dochter Julia) en Crassus - 'Eerste driemanschap', 60 v.C. - bezorgde hem het consulaat voor het jaar 59 v.C. De andere consul werd Bibulus, de kandidaat van de optimates (de partij van de leidende klasse).
Na het verstrijken van zijn consulaat in 58 v.C. werd Caesar voor vijf jaar proconsul van Gallia Cisalpina en Gallia Narbonensis en van Illyrie.
