Toen we de zusjes in Humo hoorden verklaren dat zij zich snel aan de Duitse cultuur hadden aangepast en vervolgens het Halloween-feest als voorbeeld gaven, wisten we het: deze dames zijn geknipt voor onze nieuwe etymologische rubriek. Wij dachten immers dat Halloween iets Amerikaans was, maar het blijkt dus van oorsprong Duits te zijn. En wie zoiets weet, kan alles verklaren. Vandaar onze nieuwe rubriek.

De koffiefilter

Wij vroegen ons af: hoe is de eerste filter uitgevonden?
Wel, we hebben het opgezocht en hier komt de verklaring.

De eerste filter was de koffiefilter en die is eerder per abuis uitgevonden.
Koffie werd tot die tijd op wel bijzonder ambachtelijke wijze bereid: iemand maalde koffiebonen, vormde een trechtertje met zijn of haar handen en hield zo de gemalen koffie vast. Vervolgens liet iemand anders het hete water in de handen lopen. Deze koffiemaker ging dan boven een koffiekop hangen en zorgde zo voor een lekkere portie zwart vocht.
Dat klinkt misschien bijzonder wreed, maar dat viel bijzonder mee. We hebben het hier over de periode van de late Middeleeuwen, een periode waar gezinnen erg kroostrijk waren (een beetje zoals dat bij ons nu nog het geval is) en in elk gezin was er wel een masochist te vinden. In de weinige families waar dat niet het geval was, werd er geopteerd voor een beurtrol. Dat was wel iets minder.

De uitvinder van de koffiefilter is Rhijnvis van Alphen, een onfortuinlijke knaap van veertien. Rhijnvis was niet echt aandachtig toen het kokende water over zijn handen werd uitgegoten en schrok van de hitte. Met een gil liet hij de vloeistof los, zodat die op de tafel spatte.
Daar lag het boek van Multatuli, Max Havelaar. Tot ieders verbazing bleek het boek de koffie eerst te absorberen en dan weer los te laten. Het bleek de koffie lekkerder te maken dan voorheen, het aroma van verbrand vlees bleek geen bijsmaak te zijn van de koffie, maar van de verbrande handen waar de koffie doorgoot.
Door dit ongelukje van Rhijnvis werd koffie al snel erg populair, net als het boek Max Havelaar overigens. Pas later bleek dit evengoed met een ander boek te werken.

Maar we zijn er nog niet. We zijn nog altijd twee stappen verwijderd van de koffiefilter zoals we die nu kennen.
Een halve eeuw gebruikte men boeken als koffiefilter. Al snel bleek dat men een boek achtmaal kon gebruiken als filter. Voor de grap testte iemand eens uit of men ook koffie kon zetten met een onbedrukt blad. Dit bleek niet alleen te kunnen, het smaakte zelfs beter. Hoewel men koffie al veel lekkerder vond dan voorheen, bleek toch ook de wrange, inktachtige bijsmaak niets met de koffie zelf te maken te hebben, maar alles met de boeken die men gebruikte.
Het enige nadeel is � probeert u het anders thuis zelf eens � het niet makkelijk was om koffie te trekken van een onbedrukt blad. De koffiepoeder kan men nog makkelijk over het papier uitstrooien, maar het bleek toch een hele klus om de koffiekoppen onder het papier te krijgen zodat het kokende water er makkelijk in kon druppelen. Het was dus zoeken naar een betere vorm koffiefilters.

Sara Burgerhart (1715-1761) was altijd al een pestkop geweest en de hel voor haar zusjes Aagje en Betje. Op Aagjes verjaardag gritste Sara het papieren hoedje van haar zusjes hoofd en wou haar zusje pesten door het hoedje onbruikbaar te maken.
Omdat Sara niet van de sterksten was (en papier uit de achttiende eeuw een pak sterker was dan de variant die we nu kennen), besloot ze er koffie mee te zetten. Hoewel vader Burgerhart zijn dochter eerst nog een standje gaf omwille van haar pestgedrag, besloot hij toch snel munt te slaan uit de situatie. Aagjes verjaardagsfeest werd in allerijl afgelast en vader trok naar het stadhuis om een patent aan te vragen.
De koffiefilter zoals we die nu kennen, heet dan voluit ook �burgerhartse filter�.

De volgende keer dat u nog eens koffie zet, denkt u dus best even aan die stoute Sara Burgerhart.
Proost.

Wij danken de zusjes voor deze bijdrage en kijken al uit naar hun volgende verklaring.

Hosted by www.Geocities.ws

1