
De jury van de Gouden Uil 2000 prees het boek als een vuurwerk waarin oerkracht en stilistische verfijning samenvloeien en dat ondanks zijn vormelijke strakheid danst als geen ander.
Dat is Verhelst niet komen aanwaaien, zo bleek uit een interview in Humo: "Mijn romans willen de lezer meeslepen door hem een veelvoud aan mogelijkheden aan te bieden. Het heeft me bloed, zweet en tranen gekost Tongkat net niet te doen kloppen." Diverse verhaallijnen lijken samen te komen en vanuit verschillende standpunten ��n verhaal te vertellen.
Uiteindelijk komen alle verhalen echter net niet perfect samen. Daardoor houdt de lezer een aantal mogelijkheden over. "Dat is toch een heerlijke vrijheid? Dat heeft niets met moeilijk of gemakkelijk te maken, maar eerder met de wil om je als lezer aan je eigen fantasie over te leveren."
Tongkat: een verhalenbordeel van Peter Verhelst bestaat uit acht verhalen en een ultrakorte epiloog. In de verhalen wordt, telkens vanuit een ander perspectief, de geschiedenis verteld van een land dat van de ene dag op de andere overvallen werd door een zo ijzige kou dat het vuur in de kachel bevroor.
Ook het menselijk lichaam bleek tegen deze kou niet bestand. De spieren werden aangetast, de huid werd wit vissenvlees en de aderen bevroren tot "takjes van bloedkoraal". Veel mensen stierven. Hun lijken werden rechtop gezet in de tuin van de kerk, een choreografie van de dood.
Ook de tijd bevroor. die bestond enkel nog uit de herinnering aan warmte.
Het waarom van het plotselinge intreden van de ijzige kou wordt in het tweede verhaal onthuld. Prometheus, de titanenzoon "die het vuur achter zijn tanden bewaarde", komt vanuit de dagen dat men nog in de goden geloofde, naar een wereld die lijkt op de onze.
Hij belandt in een stad waar het meisje Ulrike, dat als bijnaam Tongkat heeft en met onder meer Andreas in een kraakpand woont, zich over hem ontfermt.
De groep rond Ulrike en Andreas (waain uiteraard de Baader-Meinhofgroef is te herkennen) wordt steeds radicaler. Op de dag dat Prometheus opgepakt en vermoord wordt, treedt de winter in.
De koning van het land verbiedt het verdere gebruik van woorden als winter, warmte en kou.
Maar zelf gebruikt hij ze wel. Hij laat zich door zijn onderdanen zelfs graag als vorst aanspreken.
In een interview met Bart Vanegeren in Humo noemde Verhelst Tongkat een boek over Belgi�, met onder meer duidelijke verwijzingen naar het koningshuis. Het verdwijnen van de koning, op zoek naar het Meisje met het Rode Haar, dat volgens een magi�r warmte kan brengen, zal tot een vernietigende revolutie leiden.
Bij zijn verhaal in de bundel Jonge Sla (1994) liet Peter Verhelst een tekening afdrukken van een pentagram, de vijfpuntige ster, het symbool waain de zeven thema�s van zijn werk samenkomen.
Het pentagram kan onderverdeeld worden in zes vlakken. Als die alle zes worden opgevuld met een thema, is er geen plaats voor het zevende, zodat de structuur weer kapotgemaakt moet worden.
Verhelsts schrijversschap is het vervolmaken en dan vernietigen van een pentagram. Dat doet hij niet alleen in ieder boek, maar ook in zijn werk als geheel. Zijn zesde dichtbundel sloot hij nadrukkelijk af met een einde, maar inmiddels heeft hij toch een zevende gepubliceerd.
De boeken van Peter Verhelst zijn een vermenging van beelden, associaties en verwijzingen, waarop de term postmodern wonderwel van toepassing blijkt. Door de lichtheid van toon, de sprankelende taal en een element van spanning en mysterie houden ze de lezer in de greep.
Zo ook Vloeibaar Harnas (1993) en zeker Het Spierenalfabet (1995), zijn eerste en tweede roman, waarvan de titels reeds de paradox weergeven die er zo kenmerkend voor is.
In Het Spierenalfabet heeft een jonge bibliothecaris de taak de wiegendrukken in een crypte van een oude bibliotheek te inventariseren. De bibliotheek blijkt ook hele andere geheimen te bevatten.
In de derde roman van Peter Verhelst, De Kleurenvanger (1996), ontmoet een 17-jarige jongen op een zwerftocht door het Zuiden van Europa een aantal bijzonde intrigerende figuren. Zo is er de zanger met een stem die de lucht verwondt als een mes. En er is de kleurenvanger uit de titel, die alle kleuren van de wereld bijeen wil brengen in de raten van een bijenkorf.
Maar hij mist nog ��n kleur. en dat is het goud van het haar van een meisje dat in Brugge is verdonken. Als een zeemeermin heeft zij de jongen op zijn reis vergezeld en in Veneti�, de stad van het water, voegt hij zich bij haar in het water.
Peter Verhelst heeft met Tongkat naast de Gouden Uil voor de fictie en de non-fictie (sinds dit jaar gecombineerd in ��n categorie) ookde Jonge Uil in deze categorie gewonnen.
De Gouden Uil in de categorie kinder- en jeugdboeken ging naar Toon Tellegen voor De genezing van de krekel, wederom een prachtig dierenboek. De Jonge Gouden Uil voor jeugdliteratuur was voor Voor altijd samen, amen van Guus Kuijer. Met 2296 voorkeursstemmen werd Tom Lanoye met Zwarte Tranen de eerste winnaar van de Gouden Uil Publieksprijs.
Verhelst en Tellegen ontvangen ieder 25.000 euro voor hun prijs in de grote categorie�n. Voor de kleine prijzen kregen Kuijer, Verhelst en Lanoye bloemen en een litho van Ever Meulen.
Bron: Biblion/Vereniging NBLC