![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| L.P.-C.D.-M.C. *Vinger in de bips 1981 *Als gezonde jongen zijnde 1983 *Van zijn Elpee 1987 *EHBO is mijn lust en mijn leven 1987 *Het Meisje van de Slijterij 1989 *De zon gaat zinloos onder morgen moet ze toch weer op 1992 *St.Jorismis 1992 *Carnaval der Dieren 1993*Dat heeft zo�n jongen toch niet nodig 1994 *Geen Spatader Veranderd 1997 |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| BOEKEN *Po�zie van de Zangvereniging Op Zwart Zangzaad 1981 *Verhalen voor in het haardvuur 1987 *Kroamschudd�n in Mariaparochie 1990 *Ik Jan Klaasen 1993 *Mac Beth 1993 *Ich bin ein Almelo�r 1996 *Het Meisje met de Eierstokjes 1997 *Bijzonder bestuurslid "Op Zwart Zangzaad" *Kalm aan en rap een beetje 1998 Samen met John Croezen werd "Kroamschudd�n in Mariaparochie" bewerkt tot een animatiefilm en boek. Later volgde " Mac Beth". |
| VIDEO�S *EHBO is mijn lust en mijn leven *Het meisje van de Slijterij *De zon gaat zinloos onder morgen moet ze toch weer op *Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig *De Hoogste Punten (Goud van) *3 x Finkers (Kroamschudd'n in Mariaparochie, Macbeth/Het Carnaval der Dieren) *Geen Spatader veranderd *Gen Spataoder aans *Kalm Aan En Rap Een Beetje |
| CD-i *Geen Spatader Veranderd |
| Ook werkte hij mee aan "Het verhaal van Kees", een televisiefilm voor de NCRV gebaseerd op twee boeken van Willem Wilmink.(1989) In oktober 1991 werd samen met het Valerius Ensemble uit Enschede "Carnaval des Animeaux" van St.Sa�ns uitgebracht waarvoor nieuwe verbindende teksten werden geschreven. Hij componeerde de St.Jorismis, een latijnse mis voor koor en orkest die in het voorjaar van 1992 door de KRO werd opgenomen en uitgezonden. |
| Herman met zijn broer Wilfried |
| THEATERPROGRAMMA'S 1979 Op zwart zangzaad 1982 De terugkeer van Joop Huizinga 1983 De Diana Ros Show 1985 EHBO is mijn lust en mijn leven 1987 Het meisje van de slijterij 1990 De zon gaat zinloos onder, morgen moet ze toch weer op 1992 Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig 1995 Geen spatader veranderd 1998 Kalm aan en rap een beetje |
| LEVENSLOOP VAN HERMAN FINKERS Herman Finkers wordt op 9 december 1954 geboren in Almelo. In �Het Eerste Mariajaar� en negen maanden na de trouwdag van zijn ouders. Als oudste zoon van de oudste zoon zal hij worden vernoemd naar zijn opa Herman Finkers. Dit lukt slechts gedeeeltelijk. De doopnamen van Herman sr. zijn namelijk Harm Hendrik en Pastoor van Rossum van de Egbertusparochie weigert de pasgeborene Harm Hendrik te dopen. �Want,� zo zegt de pastoor, �er heeft nog nooit een Heilige Harm of een Heilige Hendrik bestaan.� De pastoor bedenkt daarop zelf een doopnaam en die wordt: Hermenegildus Felix Victor Maria.� Dit onder zwaar, doch vergeefs protest van Herman sr. Zijn moeder is Annie Koelen �tot haar huwelijk naaister op een confectieatelier- en zijn vader heet Ben die in deze tijd werkzaam is als banketbakker. Later begint vader Finkers aan diverse dingen. E�n daarvan is het verkopen van stoelen op de pof. Dus: nu al zitten betalen komt later wel. Dit blijkt in Almelo een gouden formule te zijn en Ben weet deze handel uiteindelijk uit te bouwen tot een grote bloeiende meubelzaak. Op ��n-jarige leeftijd weegt Herman 15 kilo en is bijzonder �goed te pas�. Hij is een extreem rustig en braaf kind. Als een ander kind hem slaat dan wacht hij rustig tot het uitgeslagen is. Zijn nee-fase duurt precies 20 seconden. Zijn moeder is met hem naar de Co�peratie geweest en op de terugweg gaat Herman op de grond zitten en wil geen stap meer verzetten. �Herman, mee!� commandeert zijn moeder. �Nee,� zegt Herman. Hij krijgt daarop een tik op zijn achterste en dat is het einde van de nee-fase. Het gezin Finkers zal uiteindelijk op vijf verschillende adressen in Almelo wonen maar de kinderjaren brengt Herman grotendeels door in de Reigerstraat op �de Riet�. (In diezelfde Reigerstraat komt jaren later Ilse de Lange ter wereld.) In 1957 wordt broer Wilfried geboren. Daarna volgen nog broer Jos, zuster Renate en (na een flinke tussenperiode) zuster en petekind Ang�lique. Op de kleuterschool wordt lesgegeven door nonnen. Vanaf de eerste schooldag spreekt Herman volgens zijn ouders voortdurend over Jezus, Maria en de hemel. Later beleeft hij veel plezier aan het misdienaarschap, met name de eerste jaren als de mis nog in het Latijn wordt opgedragen. Door een ruiltransactie met een klant met betalingsproblemen komt er een piano in huize Finkers terecht. Als ex-klarinettist van de Sint Jozef Harmonie bespeelt vader Finkers alleen de zwarte toetsen van de piano en dit brengt de ouders op het idee hun kinderen op pianoles te doen. In de tweede klas van de lagere school wordt Herman ziek. �Een onbekende virus in het bloed� heet het. Als Herman door de doktoren definitief is opgegeven onderneemt de familie Finkers rigoureuze stappen. Er wordt een relikwie van de Heilige Antonius van Padua gekocht, er wordt een noveen voor Maria gehouden en de hulp van paragnost Gerard Croiset wordt ingeroepen. Tweemaal in de week wordt Croiset in Enschede bezocht. Na zes weken stabiliseert de ziekte zich en na een paar maanden is er sprake van een volledige genezing. Na de rooms-katholieke jongensschool (4 jaar St. Egbertus, 2 jaar St. Radboud) volgt de HBS-A (Pius X). Net als op de lagere school is hij hier een onopvallend tiep dat bovendien stottert. Zo er al sprake is van enige artisticiteit dan weet hij dat op een verbluffende wijze te verbloemen, niet in het laatst voor hem zelf. Later, als Herman een �bekende Nederlander� is geworden, gebeurt het meerdere keren dat een leraar hem in de stad aanspreekt met de vraag: �Ik heb gehoord dat je bij ons op de Pius hebt gezeten is dat zo? En van wie heb je dan ..-les gehad?� �Van u.� �O, ��n jaar zeker?� �Nee, vier.� Als iedereen elkaar wijsmaakt dat sport een zinnige bezigheid is dan ga je als puber denken dat sport weleens iets gezonds kan zijn en zodoende meldt Herman zich aan bij een Almelose basketballvereniging. Hij wordt naar steeds lagere klasses verhuisd en komt in teams terecht met medespelers van ver onder zijn eigen leeftijd. Desalniettemin bereikt dat team in haar hele lage klasse de finale. Bij die finale zitten tot vreugde van Herman en de rest van het team Herman�s leeftijdgenoten van de allerhoogste klasse op de tribune. �Wat leuk dat ze interesse tonen voor een finale van ons�, denken de kneusjes nog, maar zo zit sport niet in elkaar. Na een paar minuten wordt er een wissel afgeroepen. E�n van het eigenlijke team eruit en ��n van de grote lummels erin. Er wordt net zolang gewisseld tot er een compleet ander team op de vloer staat en het eigenlijke team op de bank zit. Er wordt gewonnen met iets van 98 � 0. Na afloop is er een feestje ter viering van de overwinning. Dit feestje blijkt echter voor het hoge team te zijn dat ongevraagd de finale voor het andere team heeft gespeeld. Het gaat erom dat de vereniging weer een beker in haar prijzenkast kan zetten. Het eigenlijke team wordt op het feestje genegeerd en krijgt ook niets aangeboden. Herman zweert plechtig op alles wat hij aan heiligs weet te herinneren nooit, maar dan ook nooit meer in zijn leven met zoiets wanstaltigs als sport te maken te willen hebben. Gelukkig wordt in de familie Finkers de leus van Johnny Hoes hooggehouden: �Wij houden niet van sport en spel, maar drinken doen wij wel.� Een uitzondering vormt de kanariesport. Aan kanarievereniging Edelzang, waarvan ook broer Wilfried lid is, bewaren de beide broers niet anders dan de mooiste herinneringen! In het laatste jaar van de HBS trekt Herman�s verlegenheid een klein beetje bij en speelt hij zelfs met zijn gitaar liedjes van Boudewijn de Groot en Leonard Cohen op eindexamenfeestjes. Naar het caf� gaan durft hij echter nog steeds niet. Na de middelbare schooltijd kiest Herman voor de studie Psychologie. Dit puur vanwege de letterlijke betekenis van het woord �Psychologie�: �wetenschap van de ziel�. Al snel wordt duidelijk dat wetenschap juist niets met het begrip �ziel� kan en zet Herman bij gebrek aan alternatief de studie in Groningen nog vier jaar voort. In het eerste jaar doet Herman nog een kleine cabaret-ervaring op. Tijdens de introductieweken kan er kennis gemaakt worden met het studentenleven. E�n van de onderdelen waar Herman zich voor opgeeft is een studentencabaretgroepje. Misschien dat dat hem over zijn stotteren en zijn verlegenheid heen zal brengen. Bij het cabaretgroepje worden sketches van Cabaret Lurelei nagespeeld. Dit gaat Herman ronduit slecht af maar niemand durft het hem te zeggen. Gelukkig voelt hij het zelf wel aan en op een repetitieavond vraagt hij aan zijn medespelers of hij hen een plezier zou doen door uit het cabaretgroepje te stappen. Het blijkt dat de groep het probleem Herman al heeft besproken en blij is dat hij zelf met de oplossing komt aanzetten. Het idee om cabaretier te worden is nooit bij Herman opgekomen en na deze ervaring lijkt de gedachte ridiculer dan ooit. Het stotteren is nog niet verbeterd maar wel is inmiddels de angst overwonnen om caf�s te bezoeken. Eenmaal over die drempel heen wordt het zelfs een van zijn favoriete bezigheden. Wat hij nog niet aandurft is het kopen van onderbroeken terwijl er een jong meisje achter de kassa staat. Omdat hij bij gebrek aan verkering niet veel om handen heeft leert hij zichzelf naast piano en gitaar ook harmonica en mandoline te spelen. Al gauw vindt hij aansluiting bij een folkgroepje met Ierse muziek. De groep treedt voornamelijk in caf�s op. De kritiek op de groep is dat er geen contact wordt gemaakt met de zaal. Iemand zou de nummers aan elkaar moeten praten. Omdat duidelijk is dat Herman, vanwege zijn stotteren, deze taak niet op zich kan nemen zal het aankondigen bij tourbeurt door de anderen gedaan worden. Maar bij het eerstvolgende optreden doet iedereen na het eerste nummer een stapje achteruit om zijn instrument te stemmen en staat Herman als enige nog bij de microfoon. Al stotterend doet hij een aankondiging en krijgt, mede door dat stotteren, de lachers op zijn hand. Herman vindt dat geweldig en is voor het eerst van zijn leven blij dat hij stottert. Op den duur hoopt hij zelfs dat hij flink zal gaan stotteren bij de aankondigingen en vanaf dat moment begint hij zijn stotteren de baas te worden. Ondertussen (1975) is broer Wilfried in Groningen komen studeren (biologie). Een groot deel van zijn middelbare schoolklas is eveneens naar Groningen gekomen. Veel Tukkers gaan naar Groningen omdat ze het gevoel hebben in Utrecht of Amsterdam erg hun best te moeten doen om erbij te horen terwijl Groningers ook maar gewone boeren zijn. Wilfried en zijn klasgenoten noemen zichzelf de Zangvereniging Op Zwart Zangzaad en maken veel plezier. Dit maakt Herman n�g losser dan hij al is. Broer Wilfried schrijft op een gegeven ogenblik een gedicht onder de titel: �Een ondeugend bijenbipsje�. Dit heeft op Herman een verpletterende uitwerking. Hij weet ineens wat er met hem wordt bedoeld. Hij is dichter! Hij moet alleen nog de gedichten schrijven. Reeds de volgende dag is het eerste gedicht klaar onder de titel: �Ben Hur.� In rap tempo verschijnen de overige teksten. Over Sint Joris en zijn Verkering, over Raquel van Welch, klaterende beekjes en engelbewaarders. Op aanraden van Eric Alferink (��n van de klasgenoten van Wilfried en later Herman�s geluidstechnicus en impresario) draagt Herman een van zijn gedichten voor op de verjaardag van Bram de Ronde (ook van Op Zwart Zangzaad en later Herman�s tweede lichttechnicus). Hoewel zijn gedichten niet grappig zijn bedoeld krijgt Herman op die verjaardag, wederom geheel onverwacht, de lachers op zijn hand. Ditmaal vanwege de tekst in combinatie met de voordracht. Hij gebruikt zijn gedichten (en liedjes) als verbindende voordrachten bij de muziek van de folkgroep. Deze wordt al snel omgedoopt tot �folkgroep Ben Hur�. Na een tijdje trekt de act van Herman zoveel aandacht dat de rest van de folkgroep er de brui aangeeft. Herman treedt vanaf dat moment alleen op en noemt zijn programma Op Zwart Zangzaad. In deze tijd heerst er in Groningen een sfeer waarbij een barkeeper het leuk vindt als je vraagt of de muziek uit kan en je een kort optreden mag verzorgen. Herman begint zijn caf�-optredens altijd met gejodel onder begeleiding van een trekharmonica. Dit trekt steevast de aandacht en als de gesprekken in het caf� zijn verstomd begint Herman met zijn gedichten en liedjes. Als rode draad in het programma vertelt hij over de �zwaar ge�dealiseerde- zangvereniging en zijn broertje. Omdat de mensen van Op Zwart Zangzaad ook maar gewone stervelingen zijn met hun onderlinge irritatietjes en gekissebisjes verhuist Herman van Groningen terug naar Twente (Hengelo). Zo op afstand is het gemakkelijker om Op Zwart Zangzaad te blijven idealiseren en hij schrijft zelfs lofdichten op de Zangzaad-leden. In Hengelo volgt Herman de Sociale Academie. Psychologie is toch al een vergissing gebleken en het kandidaats vormt een mooie afsluiting van die periode. Tegelijkertijd wordt hij lid van de Almelose boerendans-vereniging: De Korenaer. Dit geeft hem niet alleen de gelegenheid harmonica te spelen en klomp te dansen maar vooral om het Twents bij te spijkeren. Zoals de jammerlijke mode in Twente nu eenmaal is spreken zijn ouders met hun kinderen zogenaamd Beschaafd Nederlands ondanks dat ze met elkaar en in zichzelf dialect spreken. Een taalkundige ramp. In 1979 nodigt een klasgenoot van de Sociale Academie hem uit carnaval te komen vieren in Brabant. Hier wordt het laatste restje verlegenheid weggehaald. Een bijzonder leuke spontane Brabantse meid openbaart hem de Vreugdevolle Mysteries van het Vrouwelijk Lichaam. Door onervarenheid en onhandigheid van z�jn kant verwatert dit contact na een paar maanden maar het hek is inmiddels van de dam. Onderbroeken, ja zelfs condooms kopen is geen probleem meer, wie er ook achter de kassa staat en nog datzelfde jaar krijgt hij verkering met een fraaie slagersdochter uit Harbrinkhoek. Van zijn liedjes maakt Herman een demobandje en stuurt dat op naar diverse platenmaatschappijen. Van Harlekijn Holland, het label van Herman van Veen, komt een positieve reactie. Onder leiding van Adriaan Verstijnen en met arrangementen van Erik van der Wurff verschijnt zijn eerste lp: �Vinger in de bips�. Ondertussen treedt hij veel op in caf�s, op bruiloften, personeelsfeesten, scholen etc. Hij beschouwt zichzelf nog steeds als �po�et� en wil zich zelfs als zodanig in het telefoonboek laten zetten. Dit laatste mislukt omdat hij geen telefoon heeft. Het valt hem wel op dat hij in caf�s en op po�ziefestivals steevast als �cabaretier� en niet als dichter wordt aangekondigd. Meerdere mensen raden hem aan om zich op te geven voor het Camerettenfestival. Herman kent Cameretten niet en is verbaasd als hij hoort dat het een cabaretfestival is. Hij doet immers niet aan cabaret. Maar men houdt hem voor dat het publiek begint te lachen als hij optreedt en �als het om te lachen is, dan is het cabaret.� Hij geeft zich op en de studentencommissie die hem komt beoordelen voor de toelating bekijkt een voorstelling van Herman in Enschede. Hij treedt op voor een paar honderd katholieke meisjes van de kleuterkweek. Hoewel de voorstelling juichend verloopt wordt hij in eerste instantie niet toegelaten tot het festival. E�n van de studenten gebruikt daarbij de legendarische zin: �Het is geen cabaret wat je doet, je hebt het op de humor gegooid.� Uiteindelijk mag Herman toch meedoen met het Cameretten omdat er dat jaar (1979) te weinig aanmeldingen zijn. Cabaret is in deze tijd niet zo populair en mede door het uiteenvallen van het legendarische duo Neerlands Hoop verschijnen er artikelen onder koppen als �Cabaret is dood�. Vormingstheater is op dat moment de norm: �Er zit iemand in mijn kontzak, het is van Agt die aan mijn jeugdloon wil komen. Nou, daar word ik goed ongesteld van!� Omdat ook Herman zichzelf nog steeds geen cabaretier vindt opent hij zijn optreden in Delft met �Dag dames en heren van het cabaret.� Tijdens de voorronde en in de finale deelt Herman op verzoek van zijn vader folders en duimstokken van meubelzaak Finkers uit. Dit vindt men allemaal erg leuk evenals de rest van het half uur en het levert uiteindelijk drie prijzen op: de publieksprijs, de persoonlijkheidsprijs en de tweede prijs van de jury. De eerste gaat naar Dabaret Salu uit Belgi�. Het Cameretten-succes geeft de mogelijkheid een tour te maken langs allerlei Nederlandse theatertjes en theaters. Twee maand later zit Herman echter op de Prins Bernard Kazerne in Amersfoort om aan zijn militaire dienstplicht te beginnen. Dit komt heel slecht uit. Het leger is sowieso al geen ideale plek voor hem maar gecombineerd met de unieke kans die hij nu moet missen gaat het hem daar erg slecht. Na veel ellende krijgt hij nog diezelfde maand S5 en kan hij alsnog aan zijn tour langs de nieuwe podia beginnen. In eerste instantie slaat zijn humor het meest aan in de noordelijke en oostelijke provincies. Al met zijn tweede programma �De terugkeer van Joop Huizinga� haalt hij in Almelo zijn eerste uitverkochte grote zaal. Dit terwijl elders vaak voorstellingen moeten worden afgelast �wegens ziekte van de toeschouwer�. Na �De terugkeer van Joop Huizinga� (1982) volgt het programma �De Diana Ros Show� (1983), waarbij de titel bedoeld is om ook in het westen en het zuiden wat meer mensen te trekken. Ook Diana Ros(s) echter blijkt in het noorden en het zuiden niet zo populair te zijn als in het noorden en het oosten. In 1985 wordt er verhuisd van Hengelo naar geboortegrond Almelo en wordt het programma �EHBO is mijn lust en mijn leven� gestart. Tijdens het reprisejaar van EHBO zit Herman in het tv-programma RUR van Jan Lenferink. Na die uitzending worden alle optredens van de kleine zaal verplaatst naar de grote zaal en vanaf dat moment is er nooit meer een optreden niet uitverkocht. Vanaf dat moment krijgt hij ook toegang tot zalen die hem voordien te provinciaal vonden. De tv toont nu ook belangstelling voor zijn theatershow en de VARA neemt �EHBO is mijn lust en mijn leven� op. Aanvankelijk in een sterk verkorte versie uitgezonden wordt hij bij de herhalingen integraal vertoond. De VARA zal voortaan alle cabaretprogramma�s van Herman Finkers uitzenden. Tijdens de voorbereidingen van het vijfde programma �Het meisje van de slijterij� (1987) belt broer Wilfried op met de vraag of Herman werk voor hem heeft. Het lesgeven bevalt hem niet zo en het bestuderen van de op-en-neergaande-heupbeweging-van-de-Zuid-Afrikaanse � klauwkikker-tijdens-het-zwemmen kan hem evenmin genoeg boeien. Herman zegt dat Wilfried meemag als hij idee�n en grappen voor de voorstellingen weet aan te dragen. Dat weet hij wel degelijk zodat Wilfried vanaf dat moment meegaat als lichttechnicus en Herman over extra veel materiaal beschikt. De programma�s die Herman nog na �Het Meisje� met hulp van Wilfried maakt zijn: De zon gaat zinloos onder, morgen moet ze toch weer op (1990), �Dat heeft zo�n jongen toch niet nodig� (1992), Geen spatader veranderd (1995) en Kalm aan en rap een beetje (1998). In 1988 bewerkt Herman samen met tekenaar John Croezen uit Groningen een conf�r�nce uit �De Diana Ros Show� tot de korte animatiefilm �Kroamschudd�n in Mariaparochie� (VARA). Door het sterke Twentse karakter van dit verhaal zal RTV-Oost ieder jaar met kerst deze Tekenfilm herhalen. Als een soort Twentse Sissy. Later zal er nog een tekenfilm volgen onder de titel: �Macbeth�. In 1989 speelt hij een rol in de korte speelfilm �Kees� van Andr� van Duren en Willem Wilmink. In 1990 trouwt Herman met �zijn verpleegster� en slagersdochter Hetty Droste. Ter gelegenheid van dit huwelijk componeert hij een meerstemmige latijnse mis die anderhalf jaar later op cd verschijnt en tevens door de KRO-tv wordt uitgezonden onder de titel �Sint Joris Mis�. In 1991 overlijdt vader Finkers aan de gevolgen van een blindedarmontsteking. Zijn vader was Herman�s �allergrootste fan�. Het gelijknamige liedje van Andr� van Duin omschrijft precies de trots die ook vader Finkers voor zijn zoon had. Al heeft Ben nooit goed begrepen waarom Herman w�l folders van de meubelzaak wilde uitdelen in D�lft maar niet in Almelo. In 1992 staat Herman met een serie van �De zon etc�� voor het eerst in Carr�. Toevalligerwijs is dit tevens de laatste voorstelling die in Carr� staat voor de verbouwing van dit theater. In 1993 maakt Herman op verzoek van het Valerius-ensemble uit Enschede een voorstelling rond het Carnaval der Dieren van Camille Saint Sa�ns. Ook deze voorstelling wordt door de KRO uitgezonden. Vanaf 1995 raakt Herman steeds meer gegrepen door de Twentse taal en hij vertaalt zijn voorstelling van dat moment (Geen spatader veranderd) integraal in het Twents. Onder de titel �Gen spatoader aans� wordt een kleine serie van deze Platte versie gespeeld. RTV-Oost zendt de voorstelling uit en de overige Saksische provincies (Groningen, Drente en Gelderland) nemen die uitzending over. Tegelijkertijd is Herman bezig met een dubbel-cd onder de titel �Zijn minst beroerde liedjes�. In nieuwe arrangementen neemt hij 30 liedjes uit zijn repertoire opnieuw op. Ook deze liedjes worden in het Twents vertaald waarbij de ene cd alle liedjes in het Twents bevatten en de andere in het �zo Nederlands mogelijk�. Tevens publiceert hij in het tekstboek dat bij de dubbel-cd hoort een eigen Twentse spellingswijze onder de titel: � �n Eigenwiezen� (de Eigenwijze). Ook het volgende theaterprogramma wordt in het Twents vertaald. �Heanig an en rap wat� wordt nu niet alleen door de Saksische provincies overgenomen maar ook door de Limburgse omroep. Waardoor langs de hele oostgrens van ons land, van Delfzijl tot Vaals, een programma van ruim twee uur geheel in het Twents(!) wordt uitgezonden (niet ondertiteld). Als de voorstelling �Kalm aan en rap een beetje� wordt gespeeld en Herman een groter deel van zijn leven w�l opgetreden heeft dan niet gaat er iets mis met hem waarvan hij niet goed weet wat het is. Waren de optredens altijd een manier om tot ontplooiing te komen, nu ervaart hij het meer als een verstikkend keurslijf. In Kalm Aan wordt daar al, half bewust half onbewust, aan gerefereerd. Hij is niet meer nieuwsgierig naar het volgende programma, voelt aan dat hij zich zal gaan herhalen en hij besluit voor onbepaalde tijd te stoppen. Of en wanneer Finkers weer op tournee gaat is nog onbekend. In April 2001 gaat Hans Engelhart, kunstschilder en een volle neef van Herman, op audi�ntie bij de paus. Vanwege Hans� handicap gaat Herman als begeleider mee terwijl KRO�s Kruispunt van deze bedevaart een documentaire maakt die datzelfde jaar wordt uitgezonden. Wordt vervolgd Deo volente. |
| Hieronder eerst alles kort op n' rijtje, daaronder vind u de levenloop van Herman! |