Toen ik het stukje las dat over het 'onderhoudend' personeel was geschreven barstte ik in lachen uit. Een kleinerende lach, welteverstaan. Want ik zie niet in waarom de schrijver van dit 'artikel' het nalaat feiten over dit schepsel te benadrukken die weldegelijk van groot belang zijn. Ik geef hem ( ik vermoed onze vriend Mumut Maes) het voordeel van de twijfel en wijt het aan plaatsgebrek. Om deze hele situatie nog enigszins recht te zetten voeg ik dit artikel met veel plezier toe. Het gaat over een wereldvreemde vrouw die haar plaats in de maatschappij na ruim 50 levensjaren nogst��ds niet kent. Ik zal haar die plaats maar al te graag vertellen, want :
SIMONE:
EEN VERGISSING VAN DE NATUUR
Het is donderdag 7 maart. Tweede lesuur op het KASPW, dit betekend dus een studie uur voor het 4de. De meeste mensen gaan voetballen, of basketten. Het triumviraat Mark, Nicolas en Debeys  niet. De meisjes hebben op dit moment geschiedenis. Ik blijf ook binnen, niet omdat ik een of ander huiswerk moet doen, of om een of andere les bij te wonen. Nee, ik blijf binnen op een stoeltje in de gang zitten om een natuurfenomeen te spotten.

Het is stil in de gang die nog somber is van het weinige ochtendlicht. Ik kijk uit het raam naar de fanatiek voetballende jongens op het veel te kleine tegelterreintje. Nicolas,Mark en Debeys zijn nu toch maar buiten op een bankje Engels aan het leren. If-clauses... Ik blijf binnen, ik wacht uiterlijk rustig, maar innerlijk gespannen op de confrontatie met Simone.

Opeens hoor ik iets. Geschuifel... Stilte. Het kwam van bij de kastjes. Ik kijk aandachtig naar het gangpad. Het komt van bij de kastjes. Opeens zie ik haar. Daar staat ze. Haar silhouet donker gecontrasteerd op het vale ochtendlicht. Als een kollosale vlieg op een sinaasappel.
Ze komt dichterbij. Ik bereid me innerlijk voor. Een muffe, dode geur snelt haar vooruit.
Ik schuif mijn stoel krampachtig achteruit. Daar komt ze. En wordt alles troebel. De rotte geur heeft me volledig overmand. Het geschuifel sterft weer af, ik kom langzaam bij. Ik neem een haal lucht, maar de atmosfeer is nog te vergiftigd. Ik zie haar in de verte de leraarszaal binnen komen.
En dan, ineens hoor ik een schuimend, rochelend, waterig geluid. God, laat dit alstUbli�ft niet uiteen ��n of ander duistere lichaamsopening komen!
Mijn gebeden worden verhoord, want even later stapt ze cordaat de leraarskamer uit met een kopje koffie in haar linkerhand. Ze loopt w��r langs me heen. Ik sterf 1000 doden, alhoewel de geur nu wel ietsje verzacht wordt door het aroma van verse koffie. Ze doet de deur van haar hok open. Ik hoor het getik van een kapotte TL-buis. Mijn nekharen gaan overeind staan. De deur valt dicht. Ik haal opgelucht adem. Ik loop naar het dichtbijzijnste raam en doe het open. Ik spring eruit, en ik moet op dat moment het wereldrecord sprint hebben verbroken naar het sportterreintje. De zachte lentebries waait door m'n haren. Frisse lucht.



Simone zit de hele dag opgesloten in een duister vies hok, waar flikkerende TL-buizen haar gek maken. Slechts sporadisch begeeft ze zich naar buiten. Om koffie te gaan halen in de leraarskamer. Op de 2de en 3de verdieping komt ze niet. Rugklachten. Ja doei. Arme Fons doet alles. Zij doet niks. En dat krijgt �1200/maand. Schandalig. Ze is een fijne mix tussen ultieme luiheid, lak aan lichaamshygi�ne en dufheid.

Ontslagen worden kan ze niet. Want, geloof het of niet, ze is benoemd. Tenzei ze iemand geestelijk dan wel fysiek mishandeld.

Ik voel me mishandeld, zwaar mishandeld. Zowel fysiek als geestelijk.
Sharbel.
B������ck --->
Hosted by www.Geocities.ws

1