Schroot op wielen

�Een beetje overdrijven doen we allemaal in Kameroen,� denk ik wanneer Ben zegt dat hij na een busrit naar zijn dorp gewoonlijk een dag moet bijkomen. �Ik ben wel wat gewend, ik heb immers het hele land doorgereisd met een scala aan schroot op wielen.�Om twaalf uur worden we met een 4wheeldrive afgezet op een busstation, vanwaar het slechts150 kilometer is tot Ben�s huis in het hart van het regenwoud. Drie uur na aankomst lijkt een busje klaar voor vertrek. Na wat onenigheid over wie als eerste het busje in mag, bevind ik me in een goed gevuld sardienenblik. Maar onvoldoende gevuld blijkbaar, want op elke bank moet een vijfde persoon bij. Na langdurig protest van de passagiers wordt deze martelpraktijk afgeblazen. Een oude vrouw moet vervolgens, ondanks haar geldig kaartje, de bus uit om plaats te maken voor een politieman zonder kaartje. Wederom veel discussie, waarna de vrouw de bus uit, in en uiteindelijk toch uit moet, steeds vergezeld van de nodige acrobatiek van medepassagiers. Inmiddels zitten we twee uur in de sardienenformatie, zijn we vier keer op naam gecontroleerd en wordt eindelijk de motor gestart om tien meter achteruit te rijden. Na nog twintig minuten stilstaan, verlaten we met onze naar bier stinkende chauffeur het busstation. De hoop om voor het donker aan te komen is vervlogen, met als gevolg een grotere kans om op de smalle weg een oplegger met boomstammen tegen te komen. Dat deze vrachtwagens wekelijks verkeersslachtoffers maken is allerminst geruststellend. Veel tijd om ons hier zorgen over te maken is er niet. In de bus stinkt het naar benzine en vijf kilometer later vallen we stil met een losgeschoten benzineleiding. Na wat geknutsel gaan we door, met een onverminderde benzinelucht trouwens. Nog vijf kilometer verder is het ernstiger: het linkerachterwiel is uit de as geschoten en staat een meter naast de auto. Gelukkig zijn we nog in het mobiele telefoonnetwerk zodat er een half uur later vanuit de schemering een brommer opduikt met een mecanicien. Om de moed erin te houden vertelt Ben dat hij al eens de nacht op deze weg heeft doorgebracht. Een wonder geschiedt en binnen het uur vertrekken we. In een razend tempo, maar nauwelijks de hellingen opkomend, bereiken we de tussenstop. De chauffeur geeft aan dat hij ziek is. Hij neemt de nodige medicijnen en valt in slaap. Als hij een uur later wakker wordt, voelt hij zich goed genoeg om in hetzelfde tempo de weg te vervolgen. Ondanks de hobbels, het lawaai en de sluimerende angst voor ongelukken, doezel ik weg en droom ik intensief. Na middernacht komen we op onze eindbestemming aan. De volgende dag worden we wakker met een zwevend hoofd dat anderhalve dag wazig blijft; we blijken een koolmonoxidevergiftiging te hebben opgelopen. Geen standaard rit, maar voor Ben behoort deze rit zeker niet tot zijn top vijf van zwaarste ritten. De terugrit, waarbij we door de regen twee keer overdwars een heuvel afgleden, ��n keer vast hebben gezeten, een zijruit hebben verloren en een lekke band hebben gehad, maakt eveneens geen kans om hierin te komen.
Hosted by www.Geocities.ws

1