Culturele verschillen zijn best lastig

Stel je voor dat je morgen in het vliegtuig stapt en, na zes uur in zuidelijke richting gevlogen te hebben, aankomt in een groen bosrijk landschap doortrokken met zwarte glinsterende rivieren en rode wegen. Je wordt er ontvangen door enkele autochtonen, die je naar een hotel brengen. �s Avonds word je, speciaal ter ere van je aanwezigheid, gorilla- en slangenvlees aangeboden. Wat zou je doen? Deze dieren kom je bij ons enkel tegen in Blijdorp of in de boekjes van het Wereld Natuur Fonds. Hier worden ze echter al sinds mensenheugenis gegeten en behoren ze tot de lokale eetgewoonten, die gebaseerd zijn op wat het regenwoud te bieden heeft.

De volgende dag loop je samen met een autochtoon in het dorp. Je ontdekt dat hier voornamelijk twee bevolkingsgroepen leven, namelijk de Zumi en de Baka. Volgens je Zumi gids, zijn de Zumi het meest ontwikkeld en de Baka achterlijk en nergens goed voor. Hoe zou je in dat geval reageren? De mening van de gids komt overeen met visie van het merendeel van de Zumi over de Baka, en is gebaseerd op de relatie die bestaat tussen beide bevolkingsgroepen die al generaties naast elkaar leven.

In de loop der dagen blijken de Zumi tradionele landbouwers te zijn die in dorpen leven. De Baka, zijn een pygmee�n-volk, en wonen aan de rand van het dorp of dieper in het bos. Een deel van de Baka leeft, als ��n van de laatste bevolkingsgroepen ter wereld, als jagers en verzamelaars, en trekken jaarlijks van kamp tot kamp. Vele antropologen, natuurbeschermers en ontwikkelingswerkers zijn dol op de Baka. Antroplogen �jagen� op de Baka vanwege hun zeldzame levensstijl. Natuurbeschermers zien er, er van uitgaande dat de Baka afhankelijk zijn van het bos en dus pro-bescherming zouden moeten zijn, de perfecte bondgenoot in voor de bescherming van het regenwoud (natuurlijk wel onder de voorwaarde dat ze hun uitzonderlijke jagerskwaliteiten niet commercieel inzetten of op gorilla�s botvieren). Ontwikkelingswerkers storten zich op de Baka omdat ze zo�n achtergestelde groep zijn, structureel worden genegeerd door de Kameroenese overheid en populair zijn onder de Westerse donateurs�. Een vierde groep die zich in de Baka interesseert is de lokale Zumi-elite. Voor hen zijn de Baka arbeidskrachten, die je voor een appel en een ei, hard en lang op je land kunt laten werken (en ze uiteindelijk toch maar niets te betalen).

Wanneer je echter als expert met de Baka wil werken, moet je goed voorbereid zijn en bijvoorbeeld weten dat de waarheid bij de Baka (en Zumi) wordt bepaald door diegene met de meeste macht. Zolang je niet bent tegengesproken door iemand met meer macht, bepaal jij, naar eigen goeddunken, de waarheid. Het verschil tussen wat wij werkelijkheid en fictie zouden noemen is er dan ook veel minder aanwezig. Fictie wordt er even gemakkelijk werkelijkheid, als de werkelijkheid fictie wordt. In onze bewoording zou je kunnen stellen dat de Baka en de Zumi notoire liegbeesten zijn. Datgene wat wij als liegen beschouwen is echter in hun samenleving volledig geaccepteerd.

Een andere volledig geaccepteerde �zonde� is iemand oplichten. Het wordt er veeleer als een heldendaad beschouwd, zeker wanneer je iemand van een andere groep weet op te lichten. Zo zal de Franse stad Saint-Etienne waarschijnlijk niet weten dat de bussen, die zij geschonken hebben, gebruikt worden voor het priv�-gewin van de lokale Zumi-burgemeester in plaats van voor het transport van arme scholieren. De burgemeester beschouwt het als een leuk presentje naast de miljoenen die hij van de gemeentevergoedingen voor houtkapconcessies achterover heeft gedrukt.

Je kan je nu afvragen wat aan de oorsprong ligt van zo�n opvatting van de realiteit. Het interessante doch zeker niet wetenschappelijk vastgelegde antwoord van een ontwikkelingswerker uit de regio op deze vraag is als volgt. Je zou de Baka en de Zumi, gezien hun recente geschiedenis van stammenoorlogen, �warrior cultures� kunnen noemen. Duitse kolonialisten wisten hier echter, zo�n 3 generaties geleden een einde aan te maken, door iedereen, onafhankelijk van de etniciteit, met machinegeweren neer te maaien. Stel dat dit, in combinatie met de ziektes die de blanken meenamen, zo gruwelijk is geweest en zo�n indruk heeft gemaakt, dat men haast niet anders kon dan de fictie in vluchten om nog enige eigenwaarde te houden. Zodoende zou het verschil tussen werkelijkheid en fictie langzaam zij opgeheven.

Ongeacht de verklaring, blijft het lastig om met onze waarden en normen, in een dergelijke omgeving iets structureels te beginnen. Zo jagen de Baka, ondanks de jarenlange inspanningen van de natuurbeschermers, nog steeds op gorilla�s, en hebben ze, ondanks verwoede pogingen van ontwikkelingswerkers, de winst van een ontwikkelingsproject volledig opgebrast tijdens een drie dagen durend dorpsfeest in plaats van het te investeren in een school of een waterput.

Hoe moet je te werk gaan in een cultuur waar liegen en bedriegen volledig geaccepteerd zijn? Hoe ga je om met mensen die niet gewend zijn om samen te werken, maar die zich veeleer laten leiden door jaloezie en afgunst. Wat doe je wanneer je niet kunt terugvallen op de overheid omdat deze tot over de oren corrupt is?

Een �voorbeeld� wordt gegeven door conservatieve en religieuze Amerikanen van een Texaanse oliemaatschappij. Zij zijn in de regio gekomen omdat ze voor 200 (!!) jaar de rechten voor het graven naar kobalt (��n van de belangrijkste grondstoffen voor de ontwikkeling van wapens) hebben bemachtigd. Een na�eve houding en volledig gebrek aan cultureel inlevingsvermogen heeft deze Amerikanen echter verschillende malen tegen de lamp doen lopen. Zo hadden ze verwacht de Kameroenezen voorgoed te kunnen motiveren door eenmaal iets onder de tafel te schuiven. Echter, voor elke stap blijkt er weer geschoven te moeten worden, zonder enige zekerheid dat er ook echt iets gebeurt. Waar de Amerikanen van de oliemaatschappij er (evenals hun Texaanse president) van uitgaan dat de wereld uit goede en slechte mensen bestaat, blijkt de werkelijkheid in deze regio gecompliceerder in elkaar te zitten. Het project heeft inmiddels een jaar vertraging opgelopen. De oorzaak hiervan is niet de onwil van de Amerikanen, maar hun gebrek aan capaciteit en grote na�viteit (waar zien we dit nog meer?).

Het is niet gemakkelijk om als vreemdeling iets op te zetten in een andere cultuur. De Amerikanen van de oliemaatschappij zijn echter niet de enige die kampen met cultuurverschillen. Projecten van Europese ontwikkelingsorganisaties hebben gemiddeld ook een minimale impact (tenzij het verrijken van de lokale elite als impact kan worden beschouwd).
Het is verbazingwekkend dat er zulke grote culturele verschillen tussen mensen kunnen bestaan. Het feit dat ik liever geen gorilla eet is moeilijk te begrijpen voor de autochtonen in het bos, net als het gezegde �de waarheid is sterker dan de leugen� hen weinig zegt. Anderzijds begrijp ik absoluut niets van de wijze waarop de Baka het bos bekijken en waarbij het lijkt of ze extra zintuigen hebben. Het is ook onbegrijpelijk voor me dat er niemand is die een handeltje begint in ��n van de gewassen die er bijna vanzelf groeien. In mijn ogen ligt het geld er voor het oprapen, maar er is gewoonweg niemand die er iets mee doet.

Dit onbegrip vind ik fascinerend, het zet me aan het denken, en maakt mijn werk extra interessant�.toch vraag ik me soms wel af�of het niet beter is om met z�n allen het vliegtuig terug te nemen�.maar aangezien de rest van de wereld kobalt en hout willen en hebben besloten dat de gorilla�s moeten worden beschermd, zal dit voorlopig niet gebeuren�
Het heeft me in ieder geval al ��n ding geleerd: gedoemd zijn al de projecten die vanachter een bureau in Den Haag, Parijs of Washington zijn bedacht. Zonder met je voeten in het zompige regenwoud te hebben gestaan kun je hier beter niets beginnen.
Hosted by www.Geocities.ws

1