| Ochtend in Maroua De vogels fluiten, verderop kraait een haan. De ochtendschemering komt langs de gordijnen de slaapkamer binnen. Ik kruip onder het muskietennet vandaan en kijk op mijn telefoon; kwart voor zes. Helmie slaat de deur in de woonkamer dicht. Ook deze ochtend komt er water uit de kraan en kan ik een warme douche nemen. Even later sta ik buiten. Onze wacht Augustin staat me met een glimlach op te wachten; �U bent vroeg vandaag patron� (ondanks verwoede pogingen noemt hij me nog steeds patron). �Ja, er is deze ochtend een bruiloft,� antwoord ik. Sjokkie de hond blaft en gromt me als gewoonlijk toe. Ik probeer hem te aaien en uiteindelijk geeft hij toe. Augustin opent de poort en we wensen elkaar een goede dag toe. Het schemert nog lichtjes. Mijn fiets staat nog op werk dus ik neem de brommertaxi (clando). Onder een orkest van vogels loop ik richting het huis van de generaal die iets verderop woont. Twee militairen zitten voor zijn huis onder een boom op wacht. Verderop rijdt een brommer en ik steek mijn hand op. De chauffeur komt op me af: �Goedemorgen.� �Goedemorgen, gaat het goed?� �Ja meneer, waarnaar toe?� �March� de Comice� en we vertrekken. In de frisse ochtendlucht rijden we langs het openluchtzwembad met de tennisbanen die �s avonds verlichting hebben. In de zanderige rivierbank achter het complex hebben de laatste regens enkele plassen achtergelaten. Aan de overkant op de heuvel toornt het huis van de gouverneur boven de stad uit. Vlak voor hotel Porte Mayo, het schaduwrijke terras tussen de schilderachtige hutjes waar het �s avonds sfeervol vertoeven is tussen de loerende hoertjes, slaan we af richting de rotonde van Camp Sic. Het is rustig op de weg. We steken de rotonde over, laten het bakkertje met zijn stokbrood, croissants en pain chocolat links liggen en rijden de onverharde weg op. Voor Jabama de tijdschriften en krantenwinkel, zitten verschillende vrouwtjes bouillit en beignets, oftewel rijstepap en oliebollen, te verkopen. We rijden langs Avion Malaise, waar �s avonds de vrouwen vis langs de straatkanten grillen en het altijd gezellig druk is. Voor we bij Care International aankomen slaan we linksaf. Langs deze zandweg zijn onlangs betonnen goten van 80 centimeter diep aangelegd met als doel de afwatering te verbeteren. Dit tot groot ongenoegen van de buurtbewoners want het water dat in de goten blijft staan stinkt en trekt muggen aan. Daarnaast val je er �s nachts gemakkelijk in. Bovendien hadden de bewoners geen wateroverlast. Net na de Unie van Evangelische Kerken ligt een boom, waar gisteren de takken vanaf werden gehakt, inmiddels gevloerd langs de weg. Zo te zien heeft hij in zijn val enkele elektriciteitsdraden meegenomen. Bij de SNV aangekomen slaan we links af het asfalt op. We rijden langs een moskee en Agence Touristique, vanwaar de iets minder krakkemikkige busjes propvol richting Garoua vertrekken. Naast Touristique ligt Hotel le Sahel, waar ik mijn eerste maand in Kameroen heb verbleven. Op het terrein staan twee traditionele Mousgoum huizen volledig uit leem gebouwd. Deze bouwstijl van het volk dat leeft ten oosten van Maroua is bijna verloren gegaan. Tegenwoordig geniet het echter een revival als cultureel erfgoed. In de hoofdstad is er onlangs een expositie aan gewijd en er is een boek over geschreven. Tegenover het hotel bevindt zich een terrein met houtverwerkingsbedrijfjes. Een vrachtwagen beladen met planken rijdt het terrein op. Vervolgens komen we bij de March� de Comice aan, een marktje van enkele houten kraampjes waar de beste groentes van de stad worden verkocht. De markt is nog dicht. Voor de hutjes waar ik, zittend op een mat en etend met de handen, regelmatig tussen de middag foller� (spinazie-achtig) kom eten, stoppen we. De clandoman blijkt geen wisselgeld te hebben en ik geen kleingeld. We vragen wat rond, maar zo vroeg op de ochtend zijn de muntjes schaars. We besluiten om terug naar de SNV te rijden en te kijken of ik daar 100 CFA (15 eurocent) kan lenen van een van de bewakers. De twee nachtwakers en de dagwacht zijn er. Na de gebruikelijke begroetingen kan ik het geld lenen. Terug op bij het marktje betaal ik de clandoman. Ik steek de weg over en loop de wijk in. Na 100 meter sla ik linksaf en zie in de verte Helmie met haar camera staan. Aliou, een vriend van Bah Manga, de chauffeur van de SNV, gaat vandaag trouwen. Helmie en ik hebben Aliou de laatste week wat leren kennen en Helmie heeft aangeboden om zijn bruiloft te filmen. Aliou, die de afgelopen weken zichtbaar is afgevallen door de stress van de voorbereiding van de bruiloft, loopt lachend op me af en is zeer tevreden dat ik zijn huis heb kunnen vinden. We lopen samen het erf op. Mannen zitten er op matten te kletsen, de ouderen en jongeren apart, terwijl de kinderen zich in een hoek bevinden. Hij stelt me aan zijn vader voor die 28 kinderen heeft. Aliou woont op zijn en heeft er een huisje laten bouwen waar hij met zijn vrouw gaat wonen. Vervolgens bezoeken we het vrouwengedeelte waar vele dames in kleurrijke doeken druk in de weer zijn met het bereiden van voedsel. Zijn moeder begroet me hartelijk. Terug bij de ingang zie ik Bah Manga en herken ik de broer van Aliou, de timmerman bij wie ik eens hout heb gekocht. Langzaam komen de gasten binnen. Helmie neemt alle aangekomen gasten op tape. Aliou vindt nog even tijd om in het huis van zijn vader de oorzaak van zijn stress te laten zien; zijn bruidsschat van drie koffers vol met doeken, zeep, luchtjes, sieraden en kolanoten: een voor de schoonvader, een voor de schoonmoeder en een voor de bruid. Terug buiten neem ik plaats op een de mat waar overwegend jongeren zitten. Ik raak in gesprek met een functionaris van de provincie. We praten over de opgeproptheid van Nederland en de slechte weg richting Guirvidig en blijken een gemeenschappelijke kennis te hebben in Zina. Zoals gewoonlijk is het wachten op de belangrijke mensen die als laatste komen. Wanneer een ex-gouverneur is aangekomen volgt er een kort gebed waarna we ons in een lange stoet van mannen, waarvan de meeste in boubou�s, naar het huis van de bruid begeven. Ik loop op met de marktkoopman bij wie ik veel gekocht heb tijdens de verbouwing van ons huis. Twee straten verderop zitten ruim honderd mensen aan twee kanten langs de weg. Twee griots wensen ons luidruchtig welkom. Ik ga op de grond zitten neem aan de zijkant van de groep. Er worden kola-noten en snoepjes uitgedeeld. Een van de griots weet de menigte steeds weer aan het lachen te krijgen. Wanneer hij onze kant opkomt duikt de marktkoopman diep onder zijn schouder weg. De griot herkent hem en maakt een opmerking, maar de marktkoopman doet alsof hij hem niet hoort. De griot maakt een opmerking over zijn buurman waarna de marktkoopman hard in de lach schiet totdat hij erbij op zijn knie�n slaat. Dan vraagt de griot aan me, �Blanke, gaat het?� �Het gaat goed en met jou� antwoord ik met niet al teveel enthousiasme.� �Het gaat een beetje, er is geen geld� zegt hij. Ik kijk hem niet echt meewerkend aan en hij vertrekt weer naar de andere kant. Enkele koeien komen langsgelopen. Vroeger bestond de bruidschat uit koeien, maar dat was vroeger. Dan volgt er een korte ceremonie waarvan ik niets kan zien en slechts een beetje kan horen. Nadat er voor het nieuwe echtpaar is gebeden vertrekt de stoet weer naar het huis van de bruidegom. Grappend met onze elektricien loop ik het erf op waar grote schalen met rijst en ingewanden van koe of geit voor ons klaar staan. Iedereen zet zich rond de schalen en onder het genot van een kop thee nuttig ik het ontbijt. Zodra het voedsel op is, loopt het erf leeg. Ik neem ook afscheid en vertrek richting SNV. Op de asfaltweg rijden de clando�s en fietsen nu af en aan. Inmiddels zijn de groentes uitgestald voor de kraampjes en zitten de verkopers met matten vol leren sandalen voor Hotel le Sahel. Enkele tellen later ben ik op het bureau; ik kijk op de klok, 8 uur, de dag kan beginnen. |