| De Noord-Zuid lijn Onlangs moest ik vanuit Douala, de havenstad in Zuid-Kameroen, het vliegtuig naar Burkina Faso nemen. Er zijn drie verschillende manieren om vanuit Maroua naar Zuid-Kameroen te reizen. Over de weg is het 500 kilometer redelijk asfalt tot Ngaound�r�. Vanaf daar kun je de westelijke en oostelijk route nemen. Beide zijn onverharde wegen van 300 kilometer. In de droge tijd zijn de wegen over het algemeen redelijk geprepareerd en kun je in twee dagen van Maroua tot in Douala komen (1500 km). In de regentijd loop je echter het risico om een halve dag voor een flinke regenplas te moeten wachten. De tweede optie bestaat uit het vliegtuig. Zowel Maroua, Garoua en Ngaound�r� in het Noorden als Yaound� en Douala in het Zuiden hebben vliegvelden. Twee jaar geleden was er bijna elke dag een vlucht tussen deze steden. Tegenwoordig vliegt men slechts drie maal per week vanuit Garoua naar het Zuiden. Helaas worden veel van deze vluchten op het laatste moment geannuleerd. Met geluk kun je in zo�n geval de volgende dag vertrekken maar wees niet verbaasd dat het eerst volgende vliegtuig pas na 4 of 5 dagen vertrekt. Bovendien kan het zijn dat er op de dag zelf wordt besloten om via Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek naar het Zuiden te vliegen. De derde optie is de trein. Tussen Ngaound�r� en Yaound� loopt een spoorverbinding waarover normaal gesproken elke nacht trein in beide richtingen rijdt. Deze verbinding is redelijk betrouwbaar, alhoewel je niet met het vijf-minuten-vertraging-is-verschrikkelijk-syndroom hoeft aan te komen zetten, want de aankomsttijd is over het algemeen tussen 9 en 13 uur. Soms kom je pas �s avonds aan en wanneer je pech hebt verblijf je twee dagen in een het niemandsland tussen Noord en Zuid. Dit heeft automatisch als gevolg dat de volgende trein uitvalt. Door de regentijd was de auto om in het Zuiden te geraken geen optie. Om de twee overige opties te dekken was er zowel een vlieg- als een treinticket gereserveerd. Omdat de luchtvaartmaatschappij op de ochtend van vertrek meldde dat mijn gereserveerde vlucht naar Yaound� van die avond waarschijnlijk door zou gaan, wat in de regel betekent dat dit niet zo is, en de trein in Ngaound�r� die dag goed was aangekomen, wat in de regel betekent dat hij die dag ook weer vertrekt, besloot ik op de trein te gokken. Vranck, mijn baas, zou ook met de trein gaan wat een gezellige bijkomstigheid was. Wanneer we tegen de avond bij het treinstation aankomen blijken onze reserveringen om vage redenen te zijn vervallen. Na veel gediscussieer hebben we in eenzelfde wagon toch twee bedden kunnen bemachtigen, zij het wel in verschillende coup�s (dit valt mee vergeleken met de 6 uur die we drie weken later hebben moeten wachten om de gereserveerde biljetten voor de terugweg af te halen). Door een woud van opdringerige dragers bereiken we onze wagon. Onze beide kamergenoten zijn helaas niet bereid om van kamer te ruilen opdat Vranck en ik in dezelfde coup� kunnen reizen. Zij liggen namelijk beiden beneden en ��n van hen zou dus boven moeten gaan slapen wat absoluut niet wenselijk is; het schommelt volgens hen daar namelijk veel meer. Nadat de conducteur in Nederlandse ANWB-jas gedurende een half uur verscheidene keren voor het vertrek heeft gefloten zet de trein zich in beweging. In een bescheiden tempo hobbelen we door droge velden de avondschemering tegemoet. In het gangpad ontmoeten oude bekenden en nieuwe vrienden elkaar. Wanneer de zon eenmaal achter de horizon is verdwenen, valt de verlichting in de trein uit en worden silhouetten van beboste heuvels in het maanlicht begeleid door de frisse avondlucht vermengd met de geur van diesel die door de ramen naar binnen waait. Op een gegeven moment komt de trein al schokkend en piepend tot stilstand, terwijl het buiten �honing, water en mango�s� klinkt; we zijn op een station aangekomen. Het krioelt beneden aan de ramen van vrouwen en kinderen die van alles proberen te verkopen. Ik zie zelfs iemand levende kippen verkopen. �Wie koopt er nu kippen in de trein,� denk ik nog. Omdat in deze afgelegen gebieden de prijs van lokale producten laag is, en Kameroenezen eigenlijk altijd wel iets willen kopen, hangen de meeste passagiers uit het raam om te kiezen uit de schalen en manden op de hoofden van de verkopers. Een passagier koopt pas iets op het moment dat de trein zich in beweging zet. De verkoper zet al sprintend de achtervolging in en schreeuwt om zijn geld. Uiteindelijk wordt er lachend iets uit het raam geworpen, maar of het de afgesproken prijs is? �s Nachts wordt ik regelmatig wakker door de schokken waarmee de trein tot stilstand komt. Wanneer je geen stemmen �honing, water en mango�s� hoort roepen, betekent dit meestal een slecht stuk spoor, een brug van verdachte kwaliteit of een gekantelde goederenwagon waarlangs de trein maar net kan passeren. Eenmaal hoor ik buiten mannen praten; -�Wat is er aan de hand? � De as is gebroken. � Is dat gevaarlijk? � Dat weten we niet.� Iets later rijden we achteruit. De volgende ochtend is het landschap veranderd in een regenwoud met enorme bomen in allerlei kleuren groen, waarachter een grote zwarte rivier glinstert. Op de stations zijn de honing en mango�s inmiddels vervangen door bananen, ma�s en maniok. Na wat navraag blijkt dat we die nacht vier keer tweederde van de trein zijn verloren en een keer zelfs 6 kilometer terug hebben moeten rijden om de verloren wagons op te halen. Nadat de bewakers op de trein een zwartrijder, die zich aan de buitenkant van de trein had vastgeklampt, hardhandig hebben uitgekleed in de zoektocht naar zijn geld, bereiken we tegen 11 uur de buitenwijken van Yaound�. Even later stap ik opgelucht maar vermoeid de chaos van de hoofdstad in. Opgelucht over de wetenschap dat ik Douala vandaag wel zal halen en dus morgen mijn vliegtuig. Vermoeid vanwege het weinige slapen, door de schokken, maar zeker ook door het gekakel van de kippen die vanaf een gegeven moment in de coup� naast mij verbleven. |