| Armoede went? Het verrast me hoe snel ik gewend ben in Kameroen. Al op het moment dat er achter het raam van het vliegtuig een wereld vol beboste heuvels, kronkelende rode wegen en verzamelingen golfplaten te voorschijn komt, begint er een herkenningsproces op gang te komen. De klamme zware lucht, smekend om een regenbui wanneer ik de trap van het vliegtuig afloop, de oude roestige vliegtuigen zwijgend op een grasveldje, de warrige douaneprocedures, de chaotische drukte in de aankomsthal; ik heb het eerder meegemaakt. Iedereen die wat van je wilt, opdringerige dragers, vervaarlijk uitziende politiemensen; het is niet nieuw. Wanneer de eerste buitenwijken van Yaounde worden bereikt is de avond gevallen en vullen de wegen zich met brommers, volgepropte busjes, voetgangers, oude rammelkarren en splinternieuwe 4 wheel-drives. Langs de wegen bevinden zich overal vuren met geroosterde vis, vlees en ma�s. Mensen krioelen naast, voor en achter de auto. Gaten, hobbels, opstoppingen, het is niet nieuw. Nee, integendeel, bij elke zintuiglijke prikkeling komen er herinneringen naar boven. Herinneringen aan een vorig half jaar Kameroen. De volgende dag zet dit feest van herkenning zich door, maar na twee dagen is het afgelopen; het is allemaal als vanouds. Enkele dagen later, na enkele benauwde uurtjes met Cameroon Airlines, gaat het net zo met de droge lucht in het Noorden, de andere kleuren en de andere geuren. Ik heb hier duidelijk eerder gewoond, maar ben het blijkbaar even vergeten. De vertrouwdheid verrast me. In Nederland waren slechts wat verhalen blijven hangen, maar het gevoel was ik kwijtgeraakt, de geuren, kleuren was ik vergeten. De vertrouwdheid maakt ook dat ik anders tegen armoede ben gaan aankijken. In vergelijking met de eerste maanden in Kameroen, nu twee en half jaar geleden, zie ik nu veel minder armoede. Niet dat dit land zo�n geweldige ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar blijkbaar is mijn perceptie van armoede in die vorige zes maanden veranderd. Daar waar ik eerst geneigd was om een lemen hutje met een golfplaten dak als uiting van armoede te beschouwen, is het voor mij nu een teken van een normale levensstandaard, misschien zelfs wel van een relatieve welvaart, want een golfplaten dak is al beter als een rieten dak. Blijkbaar heeft het leven in een Afrikaans dorp me geleerd dat men niet veel nodig heeft om normaal te kunnen leven. Een goede oogst, wat kippen of geiten, een golfplaten dak boven het hoofd, een goede gezondheid en wat geld voor de jaarlijkse nieuwe kleren en om de kinderen naar school te kunnen sturen zijn de basisingredi�nten voor een normaal leven. Elektriciteit in je huis is een luxe, een put of waterpomp in je wijk is voldoende en een fiets is een groot bezit. Zolang er niet geks gebeurt zoals ziekte, droogte, olifanten of vogels op je veld (helaas gebeuren deze zaken wel met grote regelmaat) kun je hier best aardig leven. Omdat ik blijkbaar gewend ben aan dit basisniveau valt mij de lage standaard ervan ook niet meer zo op. Integendeel het zijn nu juist de positieve uitschieters die me verbazen: de Play Stations die te koop zijn op elke hoek van de straat, de televisieschotels, de invasie van de mobiele telefonie, de megabrug aan het begin van Maroua. Juist datgene dat herinnert aan Nederland valt nu op, terwijl twee en half jaar geleden de verschillen ten opzichte van Nederland juist opvielen. Ondanks dat ik nu minder armoede zie, wordt ik er af en toe wel aan herinnerd. Die normale lage levensstandaard verandert weer in armoede wanneer het in aanraking komt met extreme rijkdom. Rijk zoals ik ben: ik slaap in een hotel waarvoor ik per nacht �25 betaal dat gelijk staat aan een maand eten voor een gemiddeld gezin (en ze doen hier niet aan familieplanning). Ik eet er een maaltijd (�6) die 90% van de bevolking nooit zal eten. De maandhuur van mijn huis (�225) is een jaarinkomen van een succesvolle boer. Mijn maandinkomen (�2000) is een astronomisch bedrag waarmee je een half dorp een facelift mee kunt geven. Soms, als ik een dag heb doorgebracht in mijn geairconditioneerde hotelkamer achter mijn laptop, of via de televisie de Europese voetbalvelden ben langsgegaan en Friends heb gekeken, dan is de overgang wel eens groot als je de deur uit stapt�. Ook is het, op de dag dat je � 500 reserveert voor het opknappen van je nieuwe huis, wel even slikken wanneer Sali langskomt met de vraag of hij �20 euro mag lenen om kunstmest te kopen; hij heeft het niet, zijn vrienden en buren ook niet, maar de �20 euro kunnen het verschil zijn tussen een jaar ellende of een jaar in redelijke welvaart. Net zo onwezenlijk is het feit dat mijn oude gastgezin niet de benodigde �3 heeft om zich in te kunnen enten tegen weer een dodelijke ziekte die in de omgeving de ronde doet. Ik ben rijk, maar er zijn ook Kameroenezen die rijk zijn, veel rijker dan ik zelfs; in de meest vervallen dorpen kun je een enorm huis zien staan met alles er op en eraan, mijn huiseigenaar bezit alleen al in Maroua 20 villa�s, sommigen sturen hun kinderen naar Frankrijk om er te studeren en voor mij altijd onbetaalbare auto�s rijden hier vrolijk rond langs bedelaars en dakloze misvormde kinderen. Wanneer rijk en arm elkaar hier tegenkomen ziet de wereld er opeens een stuk armer uit. Zeker wanneer je je huiseigenaar hoort zeggen dat je het beste �zo iemand van het platteland� als dag- en nachtwaker kunt nemen en ze dan maar �25 hoeft te betalen: �je kunt ze dan ook nog allemaal klusjes in en rond het huis laten doen.� Terwijl het offici�le minimumloon �40 euro per maand is, waarvan je eigenlijk alleen maar kunt overleven. Verbazend is het dat wanneer ik naar de bank ga om �450 euro op te nemen (ongeveer 30 biljetten) ik er mensen zie lopen met een koffer vol geld. Pijnlijk is het ook dat vissers in de vloedvlakte geld moeten lenen tegen 300% om aan het benodigde vismateriaal te komen. Als ze geluk hebben houden ze na het visseizoen net voldoende over om hun schuld af te lossen. Maar over het algemeen gaan ze het volgende jaar in met een schuld en dus moeten ze opnieuw lenen�.. Er is dus geld, veel geld, maar slechts bij weinig mensen. Misschien ben ik daarom wel aan de lage algemene levensstandaard gaan wennen. Mensen hebben eigenlijk niet zoveel nodig, in ieder geval niet zoveel als wij in Nederland nodig schijnen te hebben. En er zijn hier nu eenmaal niet zoveel mensen die je aan die Nederlandse levensstandaard doen terugdenken. Aan de ene kant is dat hoopgevend, want de situatie is hier dus niet zo slecht als wij, met een Nederlandse bril op, op het eerste gezicht zouden kunnen denken. Aan de andere kant zijn er weinig mogelijkheden voor de armen om zich op te trekken aan die paar rijken die er zijn, want die trappen alleen maar alles en iedereen naar beneden. Daarnaast is een lage algemeen levensstandaard een risico, want er hoeft maar iets te gebeuren en echte armoede treedt in, tijdelijk of permanent; iets wat dus dagelijks vele mensen in Kameroen overkomt....... Maar mij zal dat niet gebeuren, want ik stap zo op mijn hypermoderne full-suspension mountainbike (�300) naar mijn landgoed om na wat kletspraat met de voor hier goedbetaalde bewaker (�75 per maand) een heerlijk koud biertje te nemen (�1) uit mijn enorme koelkast (�300) en rustig een Cd-tje te keizen uit mijn Cd-verzameling (�4000) om daarna in mijn luie IKEA-stoel (�100) naar de zachte klanken uit mijn stereo (�500) te luisteren...en oh ja, mocht er toch wat geks gebeuren....ik ben verzekerd. Proost! |