| ziekte/virusen2 |
| Dampigheid Men is er langzamerhand over eens dat dampigheid (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) als oorzaak een allergisch probleem heeft. De volgorde is meestal; virusinfectie, beschadiging longepitheel, irritatie aan het afweersysteem, overgevoeligheid, reageren op stoffen waar een normale long niet op hoort te reageren, ontstekingsreacties en bronchusvernauwing - dampigheid. De optredende bronchusvernauwing is dan astma in engere zin, maar dat is lang niet het enige wat er aan de hand is. Bij ver voortgeschreden gevallen ontstaat uiteindelijk longemfyseem, het knappen van de longblaasjes, wat leidt tot onherstelbare schade. Uit de omschrijving van wat er aan de hand is, volgt de behandeling van de kwaal ook al; in de acute fase het behandelen van een eventueel achterliggende infectie, opheffen van de bronchusspasme met spasmolyca, het taaie slijm dunner maken om het ophoesten te vergemakkelijken met medicijnen of - heel heftig - door het geven van infusen in grotere hoeveelheden, het afremmen van de ongewenste ontstekingsreactie met medicijnen. De behandeling met infusen geeft vaak wel een snel resultaat maar is niet zonder gevaar. Aangezien paarden meestal een allergie ontwikkelen voor de mijten en de schimmels die voorkomen in het stof van hooi en stro (uitzonderingen komen af en toe voor) betekent dit voor een chronisch hoestend paard: Huisvesten in een frisse buitenbox, opgestrooid met een stofvrij materiaal zoals houtvezels of krantenpapier of desnoods turfmolm. Geen hooi meer voeren (eventueel alleen uitstekend geweekt). Dit kan vervangen worden door Horse-hage, Hay-mix, grasbrok of luzernebrok. De wei in is ook een uitstekende oplossing. Als de eigenaar van een dampig paard de omgeving optimaal weet te krijgen, is het paard in bijna alle gevallen uitstekend bruikbaar te houden zonder dat medicijnen nodig zijn. Koliek Koliek oftewel buikpijn kan bij een paard zeer ernstige gevolgen hebben. Waarschuw bij koliek direct uw dierenarts. Hoe eerder er behandeld kan worden, hoe beter. Er zijn een aantal maatregelen die koliek bij uw paard kunnen voorkomen. U dient consequent wormen en horzellarven te bestrijden. Geef uw paard altijd hooi van goede kwaliteit en vernietig schimmelig hooi en geef geen ijskoud water of bevroren voedsel. Geef wortelen en bieten alleen zandvrij. Voer paarden bij, als ze op een kale wei lopen, zodat ze niet behoeven te zoeken naar voedsel en daarbij veel zand binnen krijgen. Laat uw paard niet te lang stil staan op stal. Geef in elk geval (zo mogelijk) dagelijks stapbeweging; ook om beenaandoeningen te voorkomen. En tot slot, voorkom dat uw paard te snel afkoelt als het heeft gewerkt. Ontwormen bij paarden Enters en oudere paarden dienen om de zes weken te worden ontwormt. Voor drachtige merries geldt dat zij zo kort mogelijk voor het veulenen worden ontwormt. Veulens zijn vaak reeds op een leeftijd van negen dagen via de melk met veulenwormen besmet. Een dergelijke besmetting gaat gepaard met een groengele, stinkende diarree. Deze diarree treedt meestal op in de periode dat de merrie in de hengstigheid verkeert. Ook spoelwormen komen bij het veulen op zeer jonge leeftijd voor. Deze wormen ontwikkelen zich zeer snel, waardoor het veulen zichzelf ook besmet. U dient uw veulen op de volgende wijze te behandelen: Op een leeftijd van een � twee weken de eerste wormbehandeling tegen veulenwormen. Op een leeftijd van vier � zes weken de tweede worm behandeling. Om de zes weken ontwormen. Na de leeftijd van vier weken gaan ook andere wormen dan de veulenwormen een rol spelen. De wormen, speciaal de wormen bij het veulen, zijn niet voor alle wormpreparaten gevoelig. Overleg daarom met uw dierenarts over het te gebruiken preparaat en het te volgen schema. Paardenhorzel Hoofdzakelijk in de maanden juli en augustus zet de horzelvlieg eitjes af aan de haren van hoofd en benen. De larven die zich hieruit ontwikkelen, veroorzaken jeuk, waardoor het paard op deze plaatsen likt en bijt. Hierdoor komen de larven in de mondholte en verplaatsen zich onder het slijmvlies van de slokdarm naar de maag en/of darmen afhankelijk van de horzelsoort. Hier hechten ze zich aan het slijmvlies vast en verblijven er ongeveer tien maanden. Vooral jongere paarden ondervinden veel last, het geen zich onder meer uit in chronisch vermageren. U kunt dit voorkomen door de eieren op de haren te verwijderen door een frequente en goede huidverzorging en alle paarden in november/december te behandelen met een speciaal preparaat (dit drijft de larve vrijwel totaal uit). Bij mogelijk ernstige besmettingen wordt geadviseerd reeds een tussentijdse behandeling (oktober) in te stellen. Voor zover de paarden in december nog niet zijn behandeld tegen paarden horzellarven, wordt geadviseerd dit alsnog te doen. De huidige wormmiddelen die zowel tegen maagdarmwormen als ook tegen horzellarven werkzaam zijn, maken de bestrijding van horzellarven gemakkelijker. Beenschurft Beenschurft wordt veroorzaakt door schurftmijt, wat opzich heel onschuldig is. Het erge aan deze aandoening, is dat het veel jeuk met zich meebrengt. Paarden zullen eraan bijten, stampen uit frustratie en schuren langs allerlei voorwerpen. Dit kan het paard tijdens het rijden ook afleiden. Je kunt de plekken herkennen aan de droge korstjes. Een zalfje van de veearts kan de beenschurft doen verdwijnen. Luis Nee, luis komt dus niet alleen voor bij mensen. Luizen komen bij paarden vooral in de winter voor, wanneer het paard op stal staat en een deken om heeft. Luizen vestigen zich in de vacht van het paard, door de warmte van het deken. Controleer dus regelmatig het kruis, liezen, staartwortel en de manen van je paard. Let hierbij op witgele eitjes (neten) die aan de vacht zijn vastgeplakt. De dierenarts heeft hier bestrijdingsmiddelen voor die je meerdere malen toe zult moeten passen. |