| geschiedenis |
| Het paard heeft heel veel te betekenen gehad in de geschiedenis van de mens. 4000 jaar geleden werd het paard alleen maar als voedselbron gebruikt. Helaas voor de mens was het paard veel sneller dan hun en konden ze hem alleen opeten door hem in een valt te lokken. Voor vorsten betekende een paard een hoge status en voor schillenboeren een slecht bestaan. Het wilde paard trok in groepen rond vooral in het continemt die Europa en Azie vormt. De nakomelingen hiervan(de Tarpan en het przewaslki paard)zijn tot ongeveer 100 jaar geleden nog in het zelfde gebied waargenomen. Maar dit zijn de laatste nakomelingen van een uitstervend ras. Er kwam op een gegeven moment voor elk doel een paard.In Arabie ontstond de slanke, snelvoetige volbloed, genoemd naar zijn warmbloedige temprament. In het noorden en het westen van het continent, waar voor landbouw en krijgsbedrijf meer kracht dan snelheid werd geeist, verschenen de zwaardere vormen van de koudbloed. Daar moest de ploeg door de vette klei worden getrokken en de ridder met zijn loodzware harnas (zo rond de 225 kilo) in galop worden rondgedragen. Tussenvormen kregen kracht en snelheid beide, om met de postkoets verbindingen mogelijk te maken over lange afstanden. Voor vervoer in het koude bergland van Noord-Europa kwam er de pony met zijn enorme uithoudingsvermogen. Met het verbeteren van de wegen, werden ook de rijtuigen beter gebouwd. De vering werd uitgevonden, wat het reizen niet alleen voor de passagiers vergemakkelijkte, maar ook voor de paarden werd de last gemakkelijker te trekken. 'Mail coaches' - postkoetsen - onderscheidden zich van de 'stage coaches' in die zin dat de mail coaches zich zoveel mogelijk aan het tijdschema hielden en er dus bijzonder zware eisen aan de paarden werden gesteld. Deze postkoetspaarden werden ondanks de zware last gedurende de hele rit tot zo groot mogelijke snelheid aangezet en ondanks dat op vaste punten in de route de paarden werden vervangen door verse paarden, gingen deze postkoetspaarden zelden of nooit langer dan vier jaar mee. Ook de cab-paarden (stalhouderspaarden) die dagelijks op dikwijls natte en gladde kinderhoofdjes in de steden dienst moesten doen, hadden een zwaar bestaan. Rechts zie je een Hansom Cab-- deze was sneller dan de gewone cab en erg geliefd bij verliefde stelletjes , omdat de koetsier achter de kap zat en men dus wat meer 'privacy' had.Daarentegen hadden de particuliere tuigpaarden een goed leven. Ze werden zelden overjaagd, werden goed gevoed en verzorgt. De adel hield er haar eigen gerij op na en onderhield voor verschillende doeleinden rijtuigen van uiteenlopend model. Zo werd bijvoorbeeld de dogcart gebruikt voor de jacht. De naam ontleent dit rijtuig aan het feit dat er achter in het rijtuig een ruimte was waarin de honden vervoerd konden worden. Gigs van allerlei soort werden vooral door jonge mannen gebruikt om een buitenrit te maken. Dames gebruikten landauers om in de zomer ergens op bezoek te gaan of in een park te gaan 'wandelrijden'. De brougham (coup�) was een gesloten rijtuig, speciaal geschikt voor slecht weer. De wagonette werd gebruikt om met meerdere personen ergens naar toe te reizen. |