"Hoe weet jij nou wie ik ben! Je kent me niet eens." Haar stem verloor kracht doordat Efren haar nog steeds strak aankeek en Merijn slikte even. "Ik weet het zelf niet eens..." Merijn trok haar arm uit Efrens greep en keek hem fel aan. "Ik dacht dat ik het wist, maar..." Ze draaide zich om en liep naar het raam.
"Maar wat?" Efren liep achter haar aan en kwam naast haar staan.
"Maar toen kwam jij... Heb je nu je zin?" Merijn durfde hem niet aan te kijken en voelde de brok in haar keel groeien. Het klonk allemaal zo clich� en dat wilde ze nu juist niet zijn.
Efren grinnikte even maar hield snel zijn mond toen hij zag dat Merijn begon te huilen. Hij bleef wat onwennig naast haar staan terwijl Merijn zich met de minuut hulpelozer voelde. Nu wist ze het helemaal niet meer.
"Merijntje toch..." Efren sloeg zijn arm om haar heen en Merijn kon zich niet meer inhouden. Ze drukte zich tegen hem aan en liet alle frustraties van de afgelopen jaren gaan.
"Stil maar." Efren klopte Merijn onwennig op haar rug en Merijn kalmeerde weer een beetje. Ze draaide zich weer om naar het raam, ze wilde niet dat Efren haar behuilde gezicht zag. Efren liep naar de keuken en kwam terug met een doos tissues die hij haar toereikte. Hij glimlachte haar hoopvol toe. "Wil je erover praten?"
Merijn haalde haar schouders op. Ze hield haar ogen op de hemel gericht en door de wolkenflarden zag ze een paar sterren.
"Orion," wees ze Efren, terwijl ze haar neus snoot en haar ogen droog veegde. Ze glimlachte en haalde haar neus op. "Sorry."
"Maakt niet uit..." Efren ging weer op de vensterbank zitten en Merijn ging naast hem zitten. "Je hoeft niets te zeggen hoor." Hij speelde met een koffielepetje dat hij op de vensterbank had gevonden en liet het per ongeluk vallen. "Oeps."
"Volgens mij is het beter als ik het wel vertel. Aan een half woord heb je ook niks, dan gaan mensen alleen maar rare dingen over je denken."
Efren raapte het lepeltje op en legde het weer terug op de vensterbank. "Alsof ik dat nog niet deed..."
Merijn keek hem boos aan en gaf hem een mep op z'n arm. "Eikel!"
Efren wreef over z'n arm en keek haar verongelijkt aan. "Jemig, jij kan hard meppen. Maar 't was maar een grapje!"
"Sorry..." Ze keek hem verontschuldigend aan. "Ik was mezelf niet."
"Was alles een leugen?"
Merijns hart bonsde in haar keel. Efren wist meer dan ze dacht. "Nee. 'T is mijn manier van handelen die niet meer klopte. Ik viel uit m'n rol."
Efren trok zijn wenkbrauwen op. "Is je leven een reality-soap ofzo?"
"Zoiets... ieder jaar een nieuw decor, ieder jaar een nieuw karakter. Zo hou ik m'n leven spannend."
Efren knikte en staarde in de ruimte. "Dus dit is de arrogante en onaantastbare Merijn?"
Haar hart maakte een klein sprongetje en ze snoot haar neus nog eens. "Dat was m'n bedoeling." Ze dacht even na hoe ze verder moest en Efren keek haar aanmoedigend aan. "Maar wat ik nu ben kan ik niet zeggen. Dit is nogal ongepland."
Efren zuchtte diep. "Interessante hobby, maar werd je het nooit zat?"
"Nee hoor, ik wist dat ik het maar een jaartje vol hoefde te houden, en dan eigenlijk ook alleen maar op school. Thuis let er toch niemand op me."
"Hoezo, een jaar? Je woont toch gewoon bij je ouders?"
"Ons adres is hetzelfde ja, maar als je ouders drukbezette banen hebben en hun enige dochter overlaten aan een luie huishoudster dan woon je praktisch alleen. Daarnaast vinden ze het een sport om iedere zomer een nieuw huis te kopen in plaats van op vakantie te gaan. En tja, aangezien ze mij niet kennen kan ik elk jaar gerust proberen iemand anders te zijn. Tot nu toe ging het erg goed, vorig jaar was het zelfs perfect!
"Maar als je het zo goed gepland had, wanneer ging het dan mis?"
Merijn glimlachte. "Toen ik jou ontmoette."
"Nee, dat is niet de enige reden!" Efren keek haar fel aan. "Dat kan niet"
"Waarom niet?"
"Kom op zeg, ik heb echt niet zo'n grote invloed op iemand's leven!"
Merijn haalde haar schouders op. "Ik weet het niet... Waarschijnlijk verloor ik m'n concentratie en zag ik Martje over het hoofd. Zij was de outcast van de klas, ik kon die rol niet zomaar overnemen."
Merijn zuchte diep en haalde haar neus op. Haar keel voelde droog aan en ze kuchte even. "Mag ik nog wat drinken?"
Samen liepen ze naar de keuken en Merijn ging op het aanrecht zitten terwijl Efren een glas water voor haar inschonk.
"Thuis ging het ineens ook heel anders; Ida zit te veel op m'n lip en m'n ouders leken ineens vaker weg. Ik hoor daar niet meer, ik ben volwassen genoeg om op m'n eigen benen te staan."
Merijn was weer helemaal de oude, ze keek Efren brutaal aan en schrok toen ze de diepe frons in zijn voorhoofd zag.
"Ga je weglopen?" Efren klonk koel en zakelijk en hij keek niet op. "Denk je dat dat een oplossing is?"
Ze kon haar oren niet geloven. Wat dacht die jongen hiermee te bereiken? Merijn zocht naar woorden, maar het enige wat ze uit kon brengen was: "Wat dacht je nou zelf!" Ik had gedacht dat jij, off all people, wel iets zou begrijpen van het idee 'je eigen leven leiden'!" Ze sprong van het aanrecht, greep het glas water en liep met grote passen naar de woonkamer, waar ze het glas in ��n teug leegdronk. Daarna begon ze door de kamer te ijsberen
"Wat bedoel je daarmee?" Efren bleef stokstil in de keuken achter en zijn stem klonk scherper dan Merijn hem ooit had gehoord.
"Als er iemand is die nog nooit z'n eigen leven heeft geleid ben jij het wel... Je bent of afhankelijk van je broer, of van je vader, of van mij," ratelde ze terwijl ze Efrens blik ontweek. "Nou, ik heb ook nog niet uit kunnen vinden wat ik leuk vind, omdat ik er de kans nooit voor kreeg!" Merijn haalde adem en brieste verder.
"Steeds maar weer dat verhuis, elke keer opnieuw kennis maken met massa's mensen. En dat allemaal alleen! Ja hoor, mijn ouders vermaken zich wel op hun werk. En Merijn?..." ze slikte een brok weg uit haar keel. "Merijn redt zich wel. Alleen."
Ze begon weer te snikken en stampte de kamer door. De houten vloer kraakte onder haar voeten en ze schopte tegen haar tas die door de kamer rolde. Ze wilde niet huilen, ze wilde weg. Gewoon weg!
"Jij moet niet weglopen, jij moet een vriend," zei Efren zacht. Hij stond tegen de bank aangeleund en wreef met zijn hand door zijn haar. "Weet je dat je het helemaal bij het goeie eind hebt? Ik snap niet hoe je dat doet..."
"Ja, maar daar bereik ik nooit iets mee. Ik neem gewoon het heft in eigen hand: ik ga wel weglopen, en jij houdt me niet tegen, vriend," zei ze sarcastisch. Ze ging tegenover Efren staan, met alleen de bank tussen hen in.
Efren liet zijn arm met een zwaai naar beneden vallen. "Oh."
Merijn hield haar ogen strak op hem gericht, ze zag dat hij uit het veld geslagen was door haar opmerking en ze was trots op haar vastberadenheid. Efren haalde diep adem en beet op zijn lip.
"Mag... mag ik mee?"
Merijn was met stomheid geslagen. Het eerste wat er door haar heen schoot was een volmondig ja, maar plotseling besefte ze weer wat ze wilde bereiken. Efren keek haar hoopvol aan en hij leunde over de rugleuning van de bank naar haar toe.
"Volgens mij weet je heel goed waarom ik mee wil," zei hij zachtjes.
Merijns hart maakte een sprongetje van blijdschap, maar haar hoofd temperde de feestvreugde.
"Ik moet gewoon weg," Efren zwaaide z'n benen over de bank en ging op de rugleuning zitten. "Ik zit gevangen in m'n eigen leven. Als ik blijf zitten in deze sleur bereik ik nooit iets!"
"Lieve, lieve Efren..." Merijn ging op haar knie�n op de bank zitten maar kon de moed niet vinden om hem in z'n ogen te kijken. "Sorry."
"Wat, sorry?"
"Ik kom nooit meer terug, hoor!" Ze wierp een blik op zijn gezicht en dacht dat ze zijn lip zag trillen. "Jij hebt behoefte aan een avontuurtje, ik wil een nieuw leven."
"Hoe weet jij nou wat �k wil!" Efren keek haar fel aan. "Het kan me niet schelen wat je nu allemaal denkt, maar ben je niet een beetje naief om alleen, als meisje, te gaan reizen? Nooit gedacht aan berovingen, verkrachtingen? Het zou wel eens heel handig kunnen zijn als ik mee zou gaan!"
Efren had een punt, Merijn durfde het niet toe te geven aan zichzelf, maar ze had niet gedacht aan de gevaren van het alleen op reis gaan. Maar ze moest blijven volhouden aan haar eerste idee om alleen op pad te gaan.
"Nee," zei ze zachtjes. "Sorry Efren." Ze schuifelde tegen de rugleuning van de bank aan en leunde met haar ellebogen op zijn knie�n. Ze keek hem in zijn ogen en beet op haar wang. "Sorry." Ze trok Efren aan zijn handen van de rugleuning en zoende hem op zijn mond.
Na een paar minuutjes liet Merijn Efren los. "Ik denk dat dit jouw avontuurtje was. Mijn leven staat pas op het punt te beginnen."
Efren keek haar niet begrijpend aan terwijl hij met de rug van zijn hand over z'n mond streek. "Merijn, je snapt het niet. Ik moet gewoon mee. Voor mezelf, maar... maar ook voor jou!" Bij die laatste woorden keek hij verlegen naar de grond en hij ging op zijn handen zitten.
Merijn stond juist te bedenken wat ze hierop moest antwoorden toen ze een telefoon over hoorde gaan. Ze keek om zich heen door het appartement. "Doet de stroom het weer?"
Efren stond op en liep naar de telefoon. Hij drukte op het lichtknopje en de lamp op het bureau floepte aan. "Het is niet deze telefoon."
Merijn herkende de ringtone nu als die van haar telefoon, ze stond op en zocht naar haar het stopcontact waar ze haar telefoon ingeplugd had. Kennelijk werkt de stroom alweer een tijdje aangesloten, want haar batterij was weer helemaal vol.
"Merijn? Met Emma! Hoe is het? Waar ben je?"
"Oh, hallo."
"Wie is het?" Efren liep het appartement door en deed overal de lichten aan. "Wil je echte koffie?"
Merijn wapperde met haar hand dat hij z'n mond moest houden. "Ja, alles is goed. Ik zit bij Efren, die jongen uit de trein die mijn tas mee had genomen."
"Aha, maar ik bel even om te vragen of je je moeder al hebt gesproken."
"M'n moeder?" Merijn liep de gang op en sloot de deur achter zich.
"Ja, ze had geprobeerd je te bellen, maar kon je niet bereiken. Ze wilde weten of alles goed met je was. Na al die wolkbreuken en stormen enzo."
"Oh, ja... Alles goed ja... Ik bel haar straks wel even."
"Doe dat! En wanneer kan je naar ons toekomen?"
Merijn voelde hoe haar hart begon te bonzen in haar keel. Dit was het moment.
"Ik zit hier nog wel even vast," fluisterde ze zodat Efren haar niet kon horen. "De liften werken nog niet, en er zijn geen trappen in dit gebouw. Maar ik red me wel."
"Ok, maar we houden contact, begrepen?"
"Ja, mevrouw. We bellen!" Merijn drukte snel haar telefoon uit en liep de woonkamer weer in. Efren stond haar met twee koppen koffie op te wachten maar Merijn liep rechtstreeks naar haar tassen.
"Ik moet gaan, naar de jeugdherberg."
"Dacht je nou echt dat ik dat geloofde? Ik ben niet gek!"
Merijn pakte haar jas van de grond en deed hem aan. "Dat was m'n lerares, ze willen terug naar Nederland. En m'n moeder had haar gebeld..." Merijn zorgde ervoor dat haar stem brak. "Ze was bezorgd, voor het eerst."
"Dus je gaat terug?"
Merijn knikte en hield Efrens blik vast. Ze probeerde eruit op te maken wat hij dacht, als hij haar nu maar geloofde!
Efren stond nog steeds met de koffie in zijn handen toen Merijn haar rugzak op haar rug hees en haar schoudertas omdeed. Hij leek nogal teneergeslagen en hulpeloos en Merijn voelde zich bijna schuldig om hem zo alleen te laten. Ze liep naar het bureau, krabbelde haar telefoonnummer op een briefje en liep naar hem toe.
"Als je nog eens zin hebt in een avontuurtje..." Ze ging tegenover hem staan, stopte het briefje in zijn broekzak en kuste hem op zijn wangen.
"Tot ziens!" stamelde Efren en hij keek haar na terwijl ze de voordeur opende en de hal in stapte.