Dit hoofdstuk is nogal geïnspireerd door Psychologische Benaderingen, vooral Freud heeft zijn aandeel. Zoek alles wat met Freud te maken heeft en verdien eeuwige respect!
Merijn verborg de opluchting die ze voelde toen ze Efren voor zich zag staan. Ze liep langs hem heen naar het roofdierenverblijf en zei zachtjes zodat hij haar net kon horen: "Goh, ik wist niet eens dat je me zocht."
"Een beetje enthousiaster mag ook wel, hoor," was Efren's reactie. "Vergeet niet dat ik je tas nog steeds heb."
"Ík zou m'n tas nog steeds hebben als ik jou nooit tegen was gekomen," schreeuwde ze terwijl ze met grote passen van hem weg liep.
"Hee, Merijn, relax!" Efren rende naar haar toe en dwong haar op een bankje te gaan zitten. "Wie zegt dat ík de verkeerde tas meenam?" probeerde hij nonchalant.
Merijn snoof en deed alsof ze diep nadacht. "Nou, aangezien jij al weg was toen ik m'n tas moest pakken had ik geen keus welke ik meenam! Ik pakte gewoon de tas die ik dacht achtergelaten te hebben op m'n bed. Wist ik veel wat voor rare plannetjes jij met Martje had staan smeden."
"Martje heeft hier niks mee te maken!" riep Efren uit. "Dit is iets tussen jou en mij."
"Nou, dat verbaast me van haar. Stom, irritant, nieuwsgierig kind."
Efren reageerde niet en Merijn bekeek hem van opzij. Hij had z'n petje ver over z'n ogen getrokken en staarde voor zich uit over het giraffenveld.
"Ga je me nog uitleggen wat er gebeurd is in Duisburg?"
Efren haalde zijn schouders op. "Martje heeft er niets mee te maken."
"Ja, dat zei je net ook al, en nu klinkt het alleen nog maar onwaarschijnlijker dat ze er niks mee te maken heeft," zei Merijn nors.
"Ik wilde je gewoon nog een keer zien." Efren's stem klonk schor en hij speelde met een bos sleutels in zijn hand.
Merijn keek hem geschrokken aan en wist even niet wat ze moest zeggen. "Hah," sneerde ze toen, "en dat probeer je te bereiken door m'n tas te jatten?"
"Ik wist niet hoe ik je anders kon spreken, je leek het zo gezellig te hebben met die Engelsman." Efren ritste zijn jas dicht tot zijn kin en verstopte zich snel achter zijn kraag, waardoor alleen zijn neus nog te zien was tussen de rand van zijn petje en zijn kraag.
"Maar dat is toch nog geen reden om m'n tas méé te nemen? Je had net zo goed je telefoonnummer in m'n tas kunnen stoppen, of desnoods aan Martje kunnen geven. Dan had ik je waarschijnlijk wel een keer gebeld." Merijn dacht diep na terwijl ze het laatste overdacht en kwam tot de conclusie dat het waar was wat ze zei, maar misschien niet om de reden waarom Efren het zou willen.
"Echt?" vroeg hij blij en hij ging rechtop zitten.
"Nou, als je je nummer aan Martje had gegeven had ik hem denk ik nooit gezien, maar dat terzijde."
"Hoezo?" vroeg Efren achterdochtig.
"Weet ik veel," zei Merijn pissig. "Martje is gewoon vaag!"
Efren lachte en verschoof z'n petje iets. "Wat dacht je van jou zelf?"
"Hee, nou moet je geen praatjes krijgen hoor," zei Merijn. "Je hebt je kansen namelijk verspeeld toen je m'n tas pikte." Ze stond op en liep in hoog tempo naar het roofdierenverblijf. Toen ze doorkreeg dat Efren haar niet volgde draaide ze zich en om en schreeuwde hem toe. "Kom je nog?"
Efren kwam op een holletje naar haar toe. "Wat ga je doen?"
"Leeuwen kijken, voor een opdracht."
Ze volgden de bordjes naar het roofdierenverblijf en Efren hield de deur voor haar open. De geur van leeuwenmest sloeg op Merijns ogen en ze begon te tranen. Ze liep verder het verblijf in en bleef staan voor een hok waar een moederleeuw met twee welpen rond liep. Efren ging vlak voor het raam staan met zijn handen in z'n zakken. "Simba en Nala," zei hij terwijl hij over z'n schouder naar Merijn keek. "Aandoenlijk hè?"
Terwijl Merijn diep ademhaalde besefte ze dat ze dat niet had moeten doen. De mestgeur prikte in haar neus en de tranen stroomden over haar wangen.
"Hee, wat is er?" Efren draaide zich naar haar toe en keek haar vanonder zijn petje aan.
"Niks," hijgde Merijn. "Stinkbeesten, ik kan geen adem halen!"
Efren trok haar aan haar arm mee naar buiten en Merijn leunde tegen de muur om op adem te komen. Efren stond naast haar te dralen en durfde haar niet aan te kijken. "Ben... ben je al uitgehuild?"
Merijn snoot haar neus en nam een slok water. "Ja, het gaat weer." Ze knoopte haar sjaal ver over haar mond en neus en opende de deur weer. Ze liep naar binnen en ging voor de kooi van een mannetjesleeuw op een bankje zitten. Ze pakte een blocnote en een pen, en schreef af en toe wat op terwijl ze de leeuw bestudeerde.
"Wat is de opdracht eigenlijk, " vroeg Efren toen hij naast haar kwam zitten nadat hij had een rondje gemaakt langs alle kooien.
"Ik moet het gedrag van een dier in gevangenschap vergelijken met het gedrag van eenzelfde dier in het wild. Via een documentaire," legde ze uit.
"Ah, leuk." Efren stond alweer op en hij liep naar het hek toe dat de bezoekers van de hokken scheidde. Hij leunde er nonchalant overheen en Merijn verplaatste haar blik van de leeuw naar Efren. Ze kon een goedkeurende glimlach niet onderdrukken en richtte haar aandacht snel weer op haar aantekeningen om haar driften te beheersen.
Plotseling hoorde ze een enorm gebrul, gevolgd door een gillende keukenmeid-achtige krijs. Ze keek om zich heen om de verantwoordelijke van die gil te ontdekken, maar het was akelig leeg in het roofdierenverblijf. Ze keek naar het hek waar Efren had gestaan en zag dat hij op de grond voor het leeuwenhok zat.
Merijn gooide haar blocnote naast zich neer en rende naar hem toe. "Alles goed? Wat gebeurde er?" Ze stak hem een hand toe om hem overeind te helpen en hij nam die gretig aan.
"Ik keek hem alleen een beetje aan en toen brulde hij nogal onverwachts." Efren liep achterwaarts terug naar het bankje waar Merijn had gezeten en plofte neer. Hij zag behoorlijk wit en Merijn zag zijn knieeën letterlijk knikken. Ze bleef zelf nog even voor de kooi staan en zag dat de leeuw in een hoekje was gaan liggen. Ze zocht het bordje met informatie over de leeuw om te gebruiken in haar opdracht en ze begon te grinniken.
"Don't mess with Loekie, Efren!" zei ze terwijl ze terugliep naar het bankje.
"Wat?"
"Je grote vriend heet Loekie, waarschijnlijk omdat hij van die mooie oranje manen heeft." Merijn wees over haar schouder naar de leeuw en pakte haar spullen bij elkaar. "Maar bedankt voor je demonstratie, nu kan ik wel een essay vol schrijven." Merijn maakte aanstalten om weg te gaan maar Efren bleef zitten. "Kom je nog mee?"
"Ik euh..." Efren sloeg zijn ogen naar de grond en begon te stotteren.
"Wat, heb je in je broek gepiest?" vroeg Merijn lachend.
"Nou, nee, dat nog niet." Efren keek haar verlegen aan. "Maar m'n knieeën kunnen me denk ik nog niet houden."
Merijn stak haar arm uit en Efren haakte in. Ze voelde hoe zijn hand trilde en ze gaf er een geruststellend klopje op. "Loekie zit veilig achter tralies hoor. Je hoeft nu alleen nog maar bang te zijn voor mij." Ze kneep in Efrens hand en ze zag dat hij bloosde. Dacht hij soms dat ze het meende?
Ze opende de deur en schrok van de regen die met bakken uit de hemel viel. "Ah, daarom is het dus zo rustig," zei Merijn terwijl ze naar buiten stapte en tegelijkertijd haar capuchon op zette.
"Kom, we gaan koffie drinken," riep Efren uit boven het rommelende geluid van een donderwolk. Merijn rende achter hem aan naar het restaurant en eenmaal binnen zochten ze een tafeltje bij het raam dat uitkeek over een groot meer. Efren was weer helemaal hersteld van zijn aanvaring met Loekie en bood aan om koffie te halen. Hij legde zijn kletsnatte petje op de tafel en Merijn pakte hem op om wat in haar handen te hebben. Ze keek om zich heen en zag een groepje klasgenoten verderop. Ze draaide zich snel van hen weg en zette Efrens petje op om zich te verbergen voor vervelende blikken.
Het werd buiten langzaam donkerder en de regen stroomde naar beneden. In de reflectie van het glas zag Merijn een flikkerende tv en ze draaide zich er naar toe. Ze kon de weervrouw die haar praatje hield niet verstaan, maar uit de satellietbeelden en filmpjes van omgewaaide bomen en stortregens begreep ze dat de herfststorm nog volop in actie was.
Efren kwam terug en zette twee koppen koffie op de tafel. "Leuke pet," knipoogde hij terwijl hij tegenover haar ging zitten.
Merijn lachte en probeerde de aandachttrekkende geluiden van haar klasgenoten te negeren.
"Volgens mij proberen die mensen je iets duidelijk te maken," fluisterde Efren haar toe terwijl hij zich over de tafel boog.
Merijn haalde haar schouders op en dronk haar koffie op.
"Wie zijn dat?" vroeg Efren.
"Vervelende klasgenoten... Zullen we gaan? Volgens mij wordt de regen al minder." Merijn stond op, ritste haar jas dicht en trok de klep van Efrens petje diep over haar ogen.
Efren dronk snel z'n kopje leeg en ging ook staan. Hij maakte aanstalten om langs Merijns klasgenoten te lopen, maar ze hield hem tegen.
"Andere kant, alsjeblieft!"
Efren liep zwijgend met haar mee naar buiten en hield haar daar tegen. "Wat was dat nou weer?"
"Gewoon geen zin om me te mengen met die lui," mompelde ze terwijl ze om zich heen keek.
Efren keek haar onbegrijpend aan en bleef besluiteloos naast haar staan. "W- wil je nog meer zien?" stotterde hij.
Merijn keek op haar horloge. "Het is al bijna één uur, zullen we je tas maar ophalen en daarna naar jouw huis gaan?"
"Wat gaan jullie vanmiddag dan nog doen?"
Merijn haalde onverschillig haar schouders op. "Weet ik niet meer, vast weer een saaie stadswandeling."
"Oh," zei Efren, hij slenterde voort naast Merijn en keek af en toe naar de dieren die ze passeerden. Ook al zei Efren bijna niks, Merijn voelde zich toch op haar gemak bij hem. Stilzwijgend liepen ze door de entreehekken naar Efrens fiets. Hij haalde de sloten eraf en keek Merijn aan.
"Waar moeten we eigenlijk heen?"
"De internationale jeugdherberg aan euh..." Merijn was de straatnaam even vergeten maar Efren keerde zijn fiets al.
"Dat ken ik! Spring maar achterop."
Merijn genoot stiekem van het ritje door Berlijn, maar Efren trapte zich rot tegen de wind. Uiteindelijk kwamen ze bij Merijns jeugdherberg aan en ze sprong op het trottoir. "Wacht hier maar, ik kom zo terug," riep ze over haar schouder terwijl ze het gebouw in rende. Ze wilde zo snel mogelijk Efrens tas te pakken krijgen en hoopte dat ze niet gezien werd door haar klasgenoten, al wist ze onbewust wel dat die allemaal nog in de dierentuin zouden zijn.
Toen ze haar slaapzaaltje in stormde raapte ze al haar sokken op en propte ze in Efrens rugzak, gevolgd door het t-shirt van Perth wat ze 's nachts had gedragen. Onbewust checkte ze voor de zoveelste keer die ochtend of ze haar portemonnee met de creditcard nog om haar nek droeg en terwijl ze haar bed opmaakte voelde ze dat haar buik een rare salto maakte. Toch kon ze een glimlach niet onderdrukken, dit was de perfecte situatie, ze moest er gebruik van maken.
Volledig bepakt en bezakt liep ze de trap weer af naar buiten en Efren hield de deur voor haar open. Hij keek van zijn fiets naar Merijn en trok zijn wenkbrauwen op.
"Hoe gaan we dit meekrijgen?"
Merijn staarde langs hem heen naar de lucht. "Ik maak me persoonlijk meer zorgen over die regenwolken," zei ze terwijl ze naar boven wees. "Kunnen we niet met de bus ofzo?"
Efren schudde zijn hoofd. "M'n fiets kan dan niet mee..."
Plotseling kreeg Merijn een idee. Ze ging op het stoepje zitten en trok haar broekspijpen een stukje omhoog om haar schoenveters strak dicht te kunnen knopen. "Ik ga wel rennen, dat gaat ook snel."
"Geef mij die tas maar," Efren nam de rugtas van Merijn over en hees hem op zijn rug. Merijn ging weer staan, gaf haar schoudertas en sjaal ook aan Efren en schudde haar benen los. Ze had wel zin om een eind te gaan rennen.
Efren klom op zijn fiets en stuurde voorzichtig de straat op. Merijn rende naast hem op de stoep mee en ontweek de tegenliggers die haar verbaasd aankeken. Na een kwartiertje schreeuwde Efren haar toe.
"Rechtsaf! En dan meteen de eerste poort rechts."
Merijn zwaaide even dat ze hem had verstaan en sloeg de straat in die Efren bedoeld. Efren fietste voor haar de stoep op en bleef voor een ijzeren hek in de muur staan. Merijn hield in en veegde het zweet van haar voorhoofd. Eigenlijk had ze niet zonder warming up moeten gaan rennen, nu zweette ze meer en werd haar hoofd zo rood.
Terwijl Efren met het slot van het hek frommelde, voelde ze een paar druppels op haar hoofd vallen. Ze spoorde Efren aan om het hek te openen, maar binnen no-time viel de regen met bakken uit de hemel en waren ze kletsnat. Efren duwde snel het hek open en Merijn rende onder de poort door een binnenplaatsje op. Efren reed zijn fiets een garagebox in en wees naar een grote deur, waar Merijn naar toe holde. Ze wachtte tot Efren ook binnen stond en bewonderde intussen de brede hal met zwart-wit geblokte vloer en witte muren. Toen Efren naar binnen liep, liet hij diverse plasjes water achter op de vloer en uit een glazen hokje kwam een portier aangelopen.
"Wie sind Sie?"
"Ich bin Efren, euh... der Sohn von euh..." stotterde Efren, maar de portier knikte al en verdween weer in zijn hokje.
Efren wees naar de trap. "Er is geen lift in dit gebouw," zei hij terwijl hij Merijn haar tas terug gaf en de trap op liep. Merijns natte spijkerbroek plakte aan haar benen en ze liep moeizaam achter hem aan. Op de vijfde verdieping bleef Efren voor een donkere deur met panelen staan en hij hield de deur voor Merijn open.
"Wauw," fluisterde Merijn toen ze langs Efren naar binnen keek. Het appartement was enorm groot en de donkere houten vloer en witte muren en meubels maakten het enorm stijlvol. Efren liep voor haar uit de woonkamer in en gooide zijn tas op het witte vloerkleed, en Merijn hield haar adem in toen ze een enorm drumstel in het midden van de woonkamer. Ze bleef er sprakeloos naar staan kijken en Efren zag haar blik.
"Oh, ja... kadootje van m'n vader."
"Kan je er ook op spelen?"
"Ja hoor, maar ik wil eerst even droge kleren aan doen." Efren verdween in een gangetje tussen een grote boekenkast en twee kamertjes en Merijn keek het appartement rond. Het beviel haar hier wel, misschien kon ze haar bezoekje aan Efren wel wat verlengen...