Merijn genoot van de warme zon op haar gezicht en kreeg het warm in haar wollen winterjas. De groep stapte flink door en binnen een kwartier stonden ze in de stationshal te wachten op hun treinkaartjes. Merijn hield zich bewust afzijdig, ze keek naar de reizigers en de verschillende treinen die vertrokken vanaf dit station. Ze schrok op uit haar gedachten toen Martjes blije gezicht ineens voor haar verscheen.
"Waar denk je aan?"
Merijn haalde haar schouders op. "Gewoon, aan dingen."
"Toevallig ook aan euh... Efren?" zei Martje zo nonchalant mogelijk, terwijl ze Merijn ge�nteresseerd aankeek.
Merijn snoof. "Nee, hoezo?" Ze zag hoe Martje langzaam rood werd en haar hoofd afwendde. Merijn schudde langzaam haar hoofd. "Neem jij altijd genoegen met een afgelikte boterham?" Ze draaide zich snel om en liep achter de anderen aan het perron op maar voelde een steek in haar buik. Ze keek voorzichtig achterom, Martje stond niet meer bij het bankje waar ze net had gestaan en Merijn haalde haar schouders weer om. Misschien leerde Martje hiervan dat ze zich niet met haar moest bemoeien.
De trein die op het perron stond te wachten was wederom een ICE en Merijn hoopte dat het niet dezelfde was als de dag ervoor. Ze had genoeg oponthoud voor een heel mensenleven meegemaakt, ze wilde nu zo snel mogelijk naar Berlijn. Ze zocht een alleenstaande stoel naast het raam en duwde haar tas voor de tweede maal in het bagagerek. Terwijl ze dat deed viel het haar op dat er een label aan haar tas zat. Ze trok het eraf en keek er ge�ntrigeerd naar toen ze opeens haar naam hoorde. Ze liet zich in haar stoel vallen en probeerde zich te verstoppen in haar jas.
"Merijn? Merijn Goedhardt?" De stem klonk nu dichterbij en Merijn herkende haar leraar Duits. Ze stak haar arm omhoog en zwaaide wat heen en weer. Haar leraar ging de presentielijst verder af en Merijn bekeek het label dat ze in haar hand had. Het was een soort label dat bij een vliegveld om een koffer werd gedaan, maar Merijn herkende het niet. Ze was het afgelopen jaar niet van Amsterdam naar Berlijn gevlogen, ze was zelfs nog nooit eerder in Berlijn geweest!
Nadat ze een paar minuutjes naar het label had zitten staren bedacht ze dat haar moeder haar tas vast had geleend voor een werkreisje. Boos stopte Merijn het label in haar broekzak, niemand vroeg haar ooit of ze iets van haar mochten lenen: ze pakten het gewoon! Ze keek naar buiten en zag op de klok dat het iets over twaalf was. Ze zag twee conducteurs langslopen die een tijdje voor de deur bleven staan praten en precies om tien over twaalf reed de trein het station uit. Merijn was opgelucht dat de stoel tegenover haar leeg bleef. Ze legde haar voeten erop, zocht in haar schoudertas naar haar discman en haar boek en sloot zich af van de wereld om haar heen.
* * * * * * * *
Tegen haar zin was Merijn in slaap gedommeld en ze werd wakker doordat iemand haar ruw op haar schouder tikte. Een boze conducteur wees naar haar voeten en Merijn haalde ze snel van de stoel. Ze deed haar discman uit en wilde het samen met het boek terugstoppen in haar tas, maar ze kon het boek niet vinden. Ze vloekte en stond op, Treasure Planet was haar lievelingsboek!
"Hee, Merijn, wat is er?" Martje stond op van haar stoel achterin de coup� en liep naar haar toe.
"Niks," zei Merijn ge�rriteerd, terwijl ze de grond afspeurde. Ze zag het boek liggen onder haar stoel en bukte zich om het te pakken. Juist op dat moment reed de trein over een wissel en verloor ze haar evenwicht. Ze viel om, strekte haar arm uit naar het boek en schoof een stukje op haar knie�n door het gangpad, terwijl ze het boek stevig vasthield.
De passagiers in de trein keken haar verstoord aan, maar Merijn stond op alsof er niks was gebeurd.
"Coole move!" riep iemand achter haar. Ze keek achterom en zag dat de helft van haar klasgenoten op was gestaan en haar gestuntel had gezien. Ze klopte haar kniee�n af, veegde haar haar uit haar gezicht en plofte weer op haar stoel, in de hoop dat ze met rust gelaten werd, maar Martje kwam meteen naar haar toe en ging op de stoel tegenover haar zitten.
"Ik word helemaal g�k van Terra en Nicky. Ik zat bij hen, maar ik kon geen fatsoenlijk gesprek met ze voeren! Als ik iets wil zeggen beginnen zij harder met elkaar te praten," begon ze. "Het lijkt wel of..."
Merijn slikte, ze vermoedde al wat Martje ging zeggen.
"Het lijkt wel of ze me negeren ofzo," zei Martje iets zachter. Ze keek Merijn indringend aan, alsof ze van Merijn wilde horen dat dat niet zo was.
Merijn probeerde haar eerste reactie te verhullen. Hoe graag ze ook altijd de waarheid aan iedereen wilde vertellen, ze kon aan Martje zien dat zij niet zat te wachten op Merijns ongezouten mening.
"Ach, met hen is zowiezo geen fatsoenlijk gesprek te voeren," mompelde Merijn, in de hoop dat Martje haar niet zou horen.
"Hoezo?" Martje ging rechtopzitten en keek haar vragend aan.
Merijn zuchtte inwendig en werd boos op zichzelf dat ze een conversatie met Martje was begonnen. Nu kwam ze de rest van de reis niet meer van haar af. Ze zag op haar horloge dat het kwart voor twee was, ze moesten nog meer dan twee uur voor ze in Berlijn waren.
"Heb je wel eens gehoord waar ze het altijd over hebben?" zei Merijn met tegenzin. "Wie er nu weer iets doms heeft gedaan in het weekend en welke leraar ze deze week weer eens zullen pesten."
Martje haalde haar schouders op en zakte onderuit, maar ze bleef Merijn ge�ntrigeerd aankijken. Merijn kon zien dat Martje dolgraag iets aan haar wilde vragen, maar waarschijnlijk hield haar afwezige blik Martje tegen. Merijn keek uit het raam en sloot daarna haar ogen in een poging om het gesprek dood te laten bloeden.
"Merijn? Slaap je?"
Merijn schudde haar hoofd en opende haar ogen toch weer. Martje zat rechtop en keer Merijn alert aan.
"Heb jij eigenlijk vrienden?"
"Huh?"
"Nou gewoon..." begon Martje. "Het spijt me als ik een beetje direct ben, maar met jouw manier van communiceren maak je geen vrienden!"
Merijn snoof en stond op. "Ja, en met jouw alomtegenwoordigheid en..." ze probeerde kalm te blijven en toverde een triomfantelijke lach op haar gezicht. "En met jouw directheid maak jij ook geen vrienden." Ze pakte haar tas en liep met haar neus in de lucht langs Martje de trein door, op weg naar de Bord Bistro om een broodje te gaan eten.
Terwijl ze door de trein liep neuriede ze een liedje, waarvan ze de woorden niet meer wist en ze glimlachte beleefd naar alle mensen die ze tegenkwam. Ze kocht een belegd stokbroodje en at het in de lounge op, terwijl ze uitkeek over het voorbijrazende landschap. Plotseling herinnerde ze zich weer wat zich gister in de Louge tussen haar en Perth had afgespeeld en ze haalde zijn t-shirt uit haar schoudertas. De stank die eraf kwam was nog erger dan gisteren en ze stope hem snel terug. Ze plugde haar oordopjes in de audioaansluiting in de armleuning van haar stoel en zocht een leuke radiozender op. Met 50 Ways to Leave your Lover van Paul Simon op de achtergrond viel ze langzaam weer in slaap.
* * * * * * * *
"Merijn schrok wakker van een harde gong die in haar hoofd lang nadreunde. Een vriendelijk vrouwenstem vertelde haar dat de trein station Wolfsburg naderde. De vrouwenstem maakte plaats voor een zoetsappig liedje en Merijn keek op haar horloge. Het was net drie uur geweest, over een uurtje zouden ze in Berlijn zijn.
Ze ging rechtop zitten, wreef de slaap uit haar ogen en zocht een andere radiozender op terwijl ze de mensen in de coup� bestudeerde. Er ging een telefoon over en Merijn lachte de zakenlui zachtjes uit om hun drang om er interessant uit te zien door met hun modernste mobieltjes te showen. Niemand nam echter op, en toen het gerinkel aan bleef houden keken de mensen in de coup� elkaar vragend aan, tot hun ogen zich op Merijn vestigden. Op dat moment besefte Merijn dat het h��r telefoon was die afging en met gespeelde verbazing pakte ze de telefoon uit haar tas.
"Met Merijn!" zei ze vrolijk, maar zodra ze de stem van de andere persoon herkende verdween haar vrolijkheid en baalde ze ervan dat ze Martje ooit haar nummer had gegeven.
"Hee Merijn, met Martje! Ik moest vragen of je zo weer naar ons toe komt, we naderen Berlijn."
"Ik kom zo," zei Merijn verveeld, terwijl ze pluisjes uit de zitting naast haar trok. Ze drukte haar telefoon meteen uit, voor dat Martje haar kans greep om een nieuwe poging te wagen om vriendschap te sluiten.
Merijn stond op, klopte de stokbroodkruimels die aan haar vest plakten van zich af en liep naar de voorkant van de coup� om haar benen te strekken. Ze ging met haar neus tegen het koele glas staan en keek over de schouder van de machinist naar de rails. De snelheid van de trein beviel haar wel. Ze raasden langs snelwegen, industriegebieden en kleine stadjes, waar vaak niet meer dan wat groene of grijze strepen van te zien waren.
Ze schrok op uit haar gepeins, liep terug naar haar stoel om haar tas te pakken en zette haar discman aan. Met een gangsta-rap nummer op liep ze door een paar coup�s en ze probeerde het rapperloopje na te doen. Ze trok met haar been, zette haar capuchon op en stak haar handen diep in haar zakken. Het viel haar op dat de passagiers haar ineens wantrouwend aankeken en toen ze een boze blik op een klein jongetje wierp en 'motherfucker' naar hem fluisterde begon hij luid te huilen. Om niet uit haar rol te vallen moest Merijn razendsnel de coup� uit vluchten, waarna ze breed lachte. Ze kon niet geloven dat ze zoiets teweeg kon brengen.
Merijn zette haar discman op shuffle en wachtte af wat het volgende liedje zou zijn. De eerste tonen van een vrolijk Britney Spears liedje klonken haar wel geschikt in de oren. Merijn had zich vaak afgevraagd waarom ze dit liedje op een verzamelcd had gebrand, maar het kwam haar nu wel goed uit. Ze moest hard nadenken om zich wat danspasjes te herinneren, maar al snel stond ze maf te dansen op Britney. Het maakte haar niet uit dat ze voor een wcdeur stond en dat er elk ogenblik mensen over het balkon naar een andere coup� konden lopen.
Na drie minuten was het liedje afgelopen en Merijn voelde zich lekker, net als wanneer ze door het park had hardgelopen. Britney werd vervangen door een Amerikaanse gitaarband en Merijn bedacht zich wat ze nu kon doen. Haar hand verdween bijna automatisch in haar tas en ze had het t-shirt van Perth al over haar hoofd getrokken voor de zanger begonnen was met zingen. Ze propte haar vest in haar overvolle schoudertas, zocht naar haar zonnebril en liep met haar neus in de lucht en een grote glimlach om haar lippen de coup� in. Tot haar grote vermaak stond Martje op om naar haar te zwaaien, maar toen Merijn dichterbij kwam stapte Martje snel naar achteren, waarschijnlijk door de stank die van het t-shirt af kwam. Hierdoor verbeterde Merijns humeur nog meer en ze plofte tevreden op haar stoel. Misschien moest ze het t-shirt de rest van de week maar aanhouden.
Merijn ging verzitten omdat er iets in haar been prikte. Ze stak haar hand in haar zak en pakte de boosdoener eruit. Het label dat ze van haar rugtas had getrokken lag verfrommeld in haar hand; onbewust had ze ermee gespeeld toen ze met haar handen in haar zakken door de trein had gelopen.
Ze bekeek het label nauwkeurig en zag dat er een datum op stond, 8 december 2002. Ze wist niet meer of haar moeder toen van huis was, Merijn wist niet eens waar ze zelf toen was. Plotseling besefte ze zich iets: ze had deze tas pas voor de laatste verhuizing gekregen, afgelopen zomer. Haar moeder kon deze tas dus helemaal niet meegenomen hebben naar Berlijn!
Merijn schrok van haar eigen ontdekking, de tas die in het bagagerek lag was niet van haar. Ze keek even naar boven en voelde een vlaag van nieuwsgierigheid opkomen. In gedachte zag ze zichzelf al een tas met geld ontdekken of een bom ontschadelijk maken.
Ze stond op en sjorde aan de tas. Nu ze met haar armen omhoog stond viel de geur uit het t-shirt haar enorm op en ze moest haar adem inhouden om niet misselijk te worden. Misschien kon ze het toch beter uitdoen... Ze wurmde zich uit het t-shirt, propte het in een zijvakje van de rugtas en trok haar vest weer aan.
"Ah, Merijn, ben je er weer?"
"Hoezo?" Merijn keek verbaasd achterom en zag haar lerares achter zich staan.
Mevrouw Janssen wierp een ge�rriteerde blik op Merijn en zuchtte diep. "Martje heeft je al bijna een uur geleden gebeld om te vragen of je weer terug kwam." Ze zette haar handen in haar zij en haar uitdrukking veranderde in medeleven. "Je moet je niet constant aan de groep ontrekken, Merijn. Het wordt nu echt tijd dat je een plaats verovert in de klas en je niet als een buitenstaander blijft gedragen, ook al ben je hier nog maar zes weken."
Merijn wist niet hoe ze op deze stortvloed moest reageren en ze stond haar lerares een beetje dom aan te gapen.
"Ik ben niet boos hoor," ging mevrouw Janssen verder.
Vast alleen een beetje teleurgesteld, mokte Merijn terwijl ze zachtjes snoof.
"Maar je moet weten dat we allemaal razendbenieuwd naar je zijn!" Mevrouw Janssen stapte naar haar toe en legde haar handen op Merijns schouders. Merijn schudde zich meteen weer los, ze had geen behoefte aan een betrokken lerares met een luisterend oor. Ze draaide zich weer om naar de onbekende tas in het bagagerek toen ze schrok van een enthousiaste kreet van mevrouw Janssen.
"Goed zo Merijn. Fijn dat je nu initiatief toont en je tas vast pakt!"
Merijn kon een grom van frustratie niet onderdrukken, maar wilde een tweede preek vermijden en glimlachte lief naar haar lerares, greep vervolgens de tas uit het rek en stelde zich op in de lange rij met mensen die uit wilden stappen.
Op het perron trok ze haar jas aan en wachtte ze netjes tot iedereen uit de trein was gestapte en de leraren hun presentielijstje voor de zoveelste keer hadden afgewerkt. Daarna liepen ze in colonne de stad door, waar Merijn met moeite haar verbazing verborgen hield. Ze had niet verwacht dat Berlijn zo lelijk was en de hoge, grijze betonblokken maakten het moeilijk om de weg naar het station te onthouden.
Na een kwartiertje kwam de groep bij de jeugdherberg aan, eveneens een lelijk grijs gebouw van vijf verdiepingen hoog. Merijn hield zich op de achtergrond bij het verdelen van de kamers, ze wilde er eerst zeker van zijn dat niemand van de klas haar tas had voor ze tot verdere actie over zou gaan. Eigenlijk wist ze al dat ze haar klasgenoten niet hoefde te controleren op hun tassen, ze had al een vermoeden wie haar tas had en ze wist niet of ze daar blij of boos om moest zijn.