MiZ: Hoofdstuk 8 – ... Met hier en daar een valse nootDoor: Hestia ([email protected]) |
|
|
|
Martje stapte haar kamer uit, eindelijk blij met het eindresultaat. Ze daalde de trap af, en liep in de keuken tegen een verrassing aan. “Wout!” “Hé Mar-,” zijn mond viel open van verbazing. “Wauw, wat ben je mooi!” Hij pakte haar hand vast en Martje liet zich ronddraaien waardoor haar jurkje opbolde. Ze wilde wel een bedankje uitspreken, maar ze had moeite om haar grijns te beheersen. “Is Ollie nog niet klaar?” vroeg Wout toen Martje weer stil stond. “Staat vast nog voor de spiegel z’n haar goed te leggen...” antwoordde ze nadat ze een groot glas water had gedronken. Ze wierp een blik op de klok en schrok. “Maar ik moet nu eigenlijk wel naar school!” “Dan gaan we toch gewoon?” Martje twijfelde even en keek naar de dozen met jaarboeken die op de keukentafel stonden. “Als ik met Olivier meerijd krijg ik die makkelijker mee.” Wout zette de twee dozen op elkaar en tilde ze op. “Gelukkig wonen jullie niet zo ver van school. Kom, we gaan.” Martje glimlachte terwijl Wout door de keuken strompelde. “Bedankt Wout.” “Ja, schiet nou maar op,” mompelde hij. Martje haastte zich naar de schuifpui en opende de deur voor hem. “Ik bedoel niet alleen voor dit sjouwwerk, Wout. Ook voor gisteren.” Wout liet de dozen iets zakken zodat hij erover heen kon kijken. Hij glimlachte bescheiden en knikte toen naar de schuttingdeur. “Oh ja,” Martje opende die deur ook voor hem en liep naast hem de oprit af. “Maar ik meen het, Wout. Ik snap het nu wel veel beter... Al wil ik Willem er nog wel even over spreken.” “Olivier was gisteren wel erg onredelijk, toch?” “Hoe bedoel je?” Martje keek Wout fronsend aan. “Dat heb je natuurlijk niet gezien...” zei Wout bedachtzaam. “Nou, nadat jij naar boven was gestormd, wilde Olivier je gaan troosten, maar Willem zei dat je gewoon wat ruimte nodig had.” “Rust...” verbeterde ze Wout. “Ja, en Olivier reageerde zich af op Willem... Ik hoop dat die twee elkaar vandaag wel gewoon aan kunnen kijken.” “Dat ligt vast niet aan Willem, hij is gewoon een schatje.” Martje slikte even. “Ik was eigenlijk ook onredelijk, gisteren, door te reageren zoals ik deed.” Wout hield even stil en strekte zijn rug. “Ach ja, Willem snapt het vast wel.” Ze liepen eventjes stil naast elkaar en Martje keek kort naar Wout vanuit haar ooghoek. Al sinds hij gisteravond voorzichtig haar kamer binnen was gekomen en naast haar was gaan zitten, had er maar één ding door haar hoofd gespookt. “Waarom koos je mijn kant, en niet die van Willem of Ollie?” Wout keek haar even aan en haalde toen zijn schouders op. “Ik kies geen kanten. Ik heb je gisteren toch ook niet geadviseerd om Willem verrot te schelden?” Martje schudde haar hoofd. “Je hebt helemaal niets gezegd.” “Inderdaad...” Wout slikte even. “Ik probeerde het wel, maar soms is er gewoon geen script waar je tekst in voorgedrukt staat.” “Je wist niks te zeggen?” Wout schudde zijn hoofd. “Sorry...” Martje bleef staan en pakte Wout bij zijn arm vast. Wout schrok en leek zijn grip op de dozen te verliezen, maar Martje pakte snel een van de dozen vast terwijl ze hem aan bleef kijken. “Dank je wel. Al drie jaar lopen mensen tegen me in te praten. Jouw aanpak is verfrissend.” Wout sloeg zijn blauwe ogen neer en glimlachte bedeesd. “En bedankt voor je geduld,” voegde Martje er verlegen aan toe, terwijl ze een stapje dichterbij zette. Hij keek haar onderzoekend aan, en Martje voelde zijn ogen als blauwe lasers haar gezicht aftasten. “Hé, daar heb je vrienden voor,” zei hij toen, en hij liep de parkeerplaats bij de gymzaal op, Martje ietwat beduusd achterlatend. ***** Olivier bekeek het groepje mensen dat zich voor de deuren van de sporthal had verzameld eens goed. Hij genoot van de spanning op hun gezicht, en grinnikte even toen hij zich realiseerde dat hij grotendeels de veroorzaker van die spanning was. “Wat is er?” siste Wout, die naast hem stond. Olivier wierp een verbaasde blik op Wout. “Niets hoor,” zei hij toen nonchalant, maar hij merkte op dat Wout hem nog steeds onderzoekend aankeek. “Hèhè, daar heb je Merijns geheime wapen,” zei Javier voor Olivier nog iets kon zeggen. Hij draaide zich om en zag een lange gebruinde jongen en drie meiden de straat oversteken. Dus dat was Perth... Javier rende naar binnen om Merijn op te halen, die eenmaal buiten aan haar uitleg wilde beginnen. Perth stapte echter naar voren en stelde zich aan iedereen voor. Toen hij bij Olivier aan was gekomen grijnsde Olivier breed. “Dus jij bent Perth?” zei hij opgelaten. Hij wachtte het antwoord niet eens af en greep hem in een stevige omhelzing. “Succes vanavond, en bedankt hoor,” fluisterde hij hem in het oor, waarna hij Perth op zijn rug klopte, hem weer losliet en Perths jasje aan de revers rechttrok. “Oh,” bedacht hij zich toen. “Olivier, broer van...” zei hij knipogend. Perth keek hem glimlachend aan, en Olivier smolt een beetje toen hij in zijn bruine ogen keek. Dit zou wel goed komen vanavond. Hij hoorde Wout iets mompelen en schrok op toen Merijn hard begon te praten en hem een waarschuwende blik toewierp. Hij luisterde met een half oor naar haar praatje en begon aan een lijstje met dingen die hij vanavond moest doen. Misschien moest hij Martje een beetje dronken voeren om het Perth gemakkelijker te maken. Oh, en dan kon hij Wout ook net zo goed bier blijven geven. Dan zou hij wel te horen krijgen wat er precies tussen Willem en Martje was gebeurd. Hij wierp een korte blik op Willem, die met gevouwen armen tussen zijn bandgenoten stond, en zuchtte diep. Hoe kon hij nu boos zijn geweest op Willem? Hij was blij dat het inmiddels uit was gepraat, al hadden ze niet gesproken over wat er precies was gebeurd. Maar daar zou hij wel achterkomen. Merijn was intussen nog druk bezig met haar strategische plan en Olivier schrok even. Ze had het grondig voorbereid, en dat allemaal voor niets. Er kwam geen trash. Olivier had een leugentje verspreid om wat onrust te zaaien, maar hij wist niet dat Merijn het zo serieus zou nemen. Hij zuchtte even en beet bedachtzaam op zijn lip. “Hé mate, geen zorgen,” fluisterde Perth die naast hem stond. “Dit komt m’n Martje-business niet in de weg te staan hoor.” Olivier probeerde dankbaar te lachen, en zag vanuit zijn ooghoek dat Willem en zijn muziekvrienden inmiddels naar binnen gingen. Hij maakte aanstalten om met Perth naar binnen te lopen om hem wat details over Martje te geven, maar Merijn hield Perth achter. Hij liep dus maar in zijn eentje naar binnen, en botste in de gang tegen Efren aan. “Is Merijn buiten?” “Jup, met Perth,” zei hij zonder hem veel aandacht te schenken. Terwijl hij nog nadacht over wat hij nu aanmoest met al die tegenmaatregelen van Merijn, liep hij de sporthal in. Hij ging naast Martje aan het buffet staan, en begon weer wat te proeven. “Hé, het is niet allemaal voor jou,” zei ze bestraffend, maar ze stribbelde niet tegen toen Olivier een toastje met zalm in haar mond stak. Olivier lachte, terwijl hij haar even bezorgd bekeek. Hij had haar niet meer gezien sinds ze de avond ervoor woedend naar haar kamer was gestormd. “Hoe is het nou?” vroeg hij voorzichtig. “Wat bedoel je?” Martje had haar mond nog vol met zalm en praatte moeizaam. “Gisteravond... Wat was er gebeurd?” Martje keek hem giftig aan. “Dat gaat je niets aan!” “Jawel,” probeerde hij zo beheerst mogelijk te zeggen. “Wat heeft Willem gedaan?” Hij vond het moeilijk om zijn vriend als verdachte te zien, maar kon zijn nieuwsgierigheid toch ook niet bedwingen. Hij keek haar indringend aan, zelfs toen zij haar blik op het plafond richtte. “Kom op, alles wat er tussen mijn vrienden en mijn zusje gebeurt, daar sta ik middenin. Ik heb ook recht om te weten wat er gebeurd is.” Martje schudde haar hoofd en keek langs hem heen, waarna haar gezicht betrok. “Wie is dat?” Olivier volgde haar blik en grijnsde toen hij Perth de zaal binnen zag lopen. “Oh, een kleine verrassing.” “Voor Merijn?” ze fronste eventjes en mompelde iets onhoorbaars. “Misschien. Ik kan je meer vertellen als jij mij vertelt wat er gisteravond is gebeurd.” Hij pakte haar arm vast en wilde haar wegleiden van de tafel, maar Martje verzette zich en schudde haar hoofd. “Jij wil zelf toch ook altijd het naadje van de kous weten? Irritant hè, als er dan dingen langs je heen gaan. Kom op, jij vertelt wat en ik vertel wat.” Martje ontweek zijn blik langdurig, maar keek hem plotseling strak aan en schudde zich los uit zijn greep. “Luister,” zei ze luid. “Je kan ophouden met die rare spelletjes van je. Ik heb schoon genoeg van je bemoeienis.” Het was helemaal stil om hen heen en Olivier vulde de stilte met een gemaakt lachje en een toeschietelijke blik in Martje’s richting. Zij draaide zich echter resoluut om en liep naar de andere kant van de tafel, waar Perth stond. Olivier volgde haar met zijn blik en kon een verrast kreetje niet onderdrukken. Nu had hij haar precies waar hij haar hebben wilde. Olivier vond het moeilijk om zijn aandacht op iets anders dan Martje en Perth te richten, ook al wist hij dat Martje en Perth privacy verdienden. Hij keek wat rond en zag dat de band in de richting van een kleedkamer liep, waardoor hij achterbleef met Phillipa, Janna en Jing-mei. Merijn kwam juist de gymzaal inlopen en het toastje met zalm dat Olivier net had gegeten, leek in een baksteen te veranderen. Hoe lang moest hij blijven faken dat er een trash kwam? Merijn liep naar Perth en Martje toe en voegde zich in hun gesprek. Olivier probeerde met een serie kuchjes en hoofdbewegingen Merijns aandacht te trekken, maar ze reageerde niet. Teleurgesteld draaide hij zich om en ging aan een van de ronde tafels rond de dansvloer zitten om na te denken over de avond die voor hem lag. Er spookten allerlei dingen door zijn hoofd en hij probeerde prioriteiten te stellen, maar alles was toch ondergeschikt aan zijn mogelijke afgang. Er zat maar een ding op, hij moest zijn trucje van drie jaar geleden herhalen. Op dat moment hoorde hij geluid op het podium en zag hij dat Perry het volume van zijn gitaar testte door een gitaarsolo te spelen. Perth sprong meteen de dansvloer op en Olivier grijnsde even. Hij kon nu nog wel even feesten, daarna zou hij aan het werk gaan. Helaas was de pret van korte duur: Perry hield op met spelen, en toen Olivier besluiteloos tegenover Perth bleef staan, sleepte Merijn hen van de dansvloer, ondertussen wat taken opdreunend. Samen met Perth liep hij de zaal uit naar buiten, waarbij ze Martje passeerden. “Hé, waar gaan jullie heen?” riep ze hen na. Olivier wuifde haar nonchalant toe en trok Perth snel de gang op. Hij zette zijn handen op Perths schouders en droeg hem op om Martje te vergezellen. “Ik hou buiten wel een oogje in het zeil,” fluisterde hij snel. Perth keek hem verward aan en knikte even, maar bleef staan waar hij stond. Olivier draaide hem om en duwde hem het gangetje in waar Martje stond. “Doei!” Olivier liep snel de lange gang uit en zoog de frisse avondlucht in toen hij buiten stond. Hij greep meteen naar zijn telefoon en begon in het telefoonboek te zoeken. Onbewust liep hij naar de brandtrap en klom hij naar boven om op het dak van de gymzaal te komen. Van daaruit had hij optimaal uitzicht over de hele omgeving en kon hij zijn plannetjes het best tot uitvoering laten komen. “Hé Ollie, ruimte voor nog wat mensen daar?” Olivier keek naar beneden en zag Phillipa naar hem zwaaien. Javier stond naast haar en zei iets waar Phillipa om moest lachen. “Nee, ik heb het hier wel onder controle,” riep hij, en hij zwaaide hen snel weg. Met zijn ogen op zijn telefoon gericht draaide hij zich om, om uit het zicht van de mensen op de grond te stappen. “Hoi.” Olivier deed snel een stap achteruit en liet zijn telefoon uit zijn handen vallen. “Slecht geweten?” Wout blies een rookwolkje uit en lachte naar Olivier. Olivier probeerde oprecht mee te lachen maar schaamde zich een beetje. “Wie ga je bellen?” Wout pakte de telefoon op en overhandigde hem aan Olivier, die naast hem ging zitten. “Oh, was berichtjes aan het wissen...” Olivier stopte de telefoon terug in zijn broekzak en hoopte dat Wout snel weg zou gaan. Maar Wout bleef ontspannen zitten. “Die trash,” begon Wout na een paar minuten stilte, “volgens mij gaat dat helemaal mislopen...” “Oh?” Olivier keek Wout vragend aan, iets in Wouts houding deed hem vermoeden dat Wout niet serieus was. “Ik heb zo’n vermoeden...” Wout nam weer een trek van zijn sigaret en pakte daarna een plastic bekertje op waar hij een slok uit nam. Olivier fronste even en zocht haastig naar een uitweg. “Sinds wanneer doe jij in je vrije tijd ook aan politiewerk?” Wout grijnsde even en dronk zijn bekertje leeg. “Heb je je oude liefde weer teruggevonden,” vroeg Olivier terwijl hij toekeek hoe Wout het bekertje voorzichtig ronddraaide op zijn vingertop. “Ik ben over machinekoffie heen. Dit was chocolademelk. Warme.” Olivier barste uit in een schaterlach en Wout lachte gemoedelijk terwijl hij achterover leunde en op z’n ellebogen steunde. “Mooie avond...” zuchtte Wout terwijl hij naar de lucht keek. Olivier verbaasde zich over de rust die Wout uitstraalde maar richtte zijn blik toch ook even op de lucht. Er vloog een vlucht zwaluwen over en in de verte klonk kindergelach, maar Olivier besteedde er nauwelijks aandacht aan. Toen hoorde hij dat er beneden in de gymzaal iemand in de microfoon begon te praten. “De band gaat beginnen, moet je niet gaan kijken?” Wout schudde z’n hoofd. “Jij?” “We moeten de omgeving in de gaten houden, toch?” reageerde Olivier ietwat teleurgesteld. “Absoluut.” Wout ging op z’n rug liggen en staarde de lucht in. Toen Olivier na een paar minuten Wouts ogen dicht zag zakken, pakte hij snel zijn telefoon en speurde zijn telefoonboek af. Uiteindelijk vond hij de persoon die hij zocht, en snel typte hij een noodkreet in een sms die hij daarna verzond. “Net als vroeger,” zuchtte Wout ineens, waarvan Olivier zo schrok dat hij zijn telefoon weer uit zijn handen liet vallen. “Ja... ja,” stamelde Olivier terwijl hij snel zijn telefoon opborg en op zijn buik ging liggen. “Ik hou de parkeerplaats wel in de gaten.” ***** Even daarvoor had Efren bevend van spanning naast Willem gezeten. Willem was weer iets bedaard na zijn hoestbui, al zat hij nog wel wat na te hijgen en had hij de hik gekregen. Robert schaamde zich rot voor zijn kotsbui en was in een hoekje gaan zitten, waar Perry hem nu uit probeerde te praten. “Maar straks moet ik op het podium weer kotsen!” Efren was een stuk kalmer geworden nu Robert zijn avondeten er al uit had gegooid. “We zetten wel een emmer achter het drumstel neer. Niemand die het ziet...” Hij stond op en opende de deur van de kleedkamer een stukje. Het was grotendeels donker in de zaal, Javier stond bij Ruud, die wat cd’s opborg. “Volgens mij zijn ze het publiek aan het voorbereiden op onze komst.” Martje klom op dat moment op het podium en begon te speechen. Toen viel het Efren op dat Merijn naast het podium stond, hij probeerde haar aandacht te trekken en moest uiteindelijk naar haar toe rennen om haar aan haar arm naar de kleedkamer te trekken. “Wat doe je,” lachte ze verrast. “Heb je een emmer?” vroeg Efren terwijl hij over zijn schouder naar Robert wees. “Hij is bang dat ie moet kotsen op het podium...” voegde hij er zachtjes aan toe. Merijn keek wat angstig langs Efren en gebaarde hem haar te volgen. Ze liepen de donkere zaal in, waar Martje op dat moment applaus kreeg. “Had je dat niet wat eerder kunnen vragen?” siste ze terwijl ze een deur openmaakte en een donkere bezemkast instapte. Efren zocht langs de muur naar een lichtknopje, maar hij trof alleen Merijns hand aan, die kennelijk hetzelfde deed. “Sorry,” Efren trok snel zijn hand van de muur en stak beide handen in zijn broekzakken. “Licht werkt niet,” zei Merijn mopperend. “Dan maar op de tast. Hou jij de deur even open?” Efren stapte een stukje naar achteren om zoveel mogelijk licht de bezemkast in te laten en hoorde Merijn door de ruimte stommelen. “Laat mij maar,” zei hij terwijl hij naar binnen liep en de deur losliet. “Nee!” riep Merijn nog, maar het was al te laat. De deur was dichtgevallen en ze stonden nu in volstrekte duisternis. Efren probeerde zich te oriënteren door zijn handen recht vooruit te steken, waardoor hij ontdekte dat Merijn op precies een armlengte afstand stond. “Oh, sorry...” zei Efren snel terwijl hij zijn handen weer in zijn broekzakken stopte. Hij hoorde Merijn zachtjes lachen en hij grinnikte zelf ook even. “Ik zou bijna denken dat je die deur expres dicht hebt laten vallen...” zei Merijn zachtjes. Efrens hart miste een slag, en hij nam wat aarzelende stapjes naar achter. “Nee,” begon hij, toen hij plotseling getroffen werd door een dosis lef. “Nou... ik moet zeggen dat-... Oh, ho, auw!” Efren had weer naar voren willen lopen, toen hij over een bezem struikelde, zijn evenwicht verloor en achterover in een emmer viel. “Ah, volgens mij heb ik de emmer gevonden...” zei hij zwakjes. Merijn stapte langs hem heen – Efren voelde de stof van haar rokje langs zijn hoofd zwieren – en opende de deur weer. Efren sloot zijn ogen tegen het zwakke licht, en kwam overeind. “Volgens mij wordt het publiek ongeduldig,” zei Merijn terwijl ze hem overeind hielp. Efren wrikte de emmer van zijn billen en stapte de bezemkast uit. Met de emmer onder zijn arm rende hij de verduisterde zaal in, en klom via de zijkant op het podium. Snel rolde hij de emmer naar een wit uitziende Robert, die hem toeknikte. Toen nam hij plaats achter de piano en ademde diep in. ***** “Goed feest hoor!” gilden wat meisjes, en Merijn keek op om hen dankbaar aan te kijken. Ze was even op de brandtrap gaan zitten om de drukte te ontvluchten, maar kennelijk was iedereen op dat idee gekomen nu de band even pauzeerde. Ze keek angstig om zich heen, bang dat Efren ook een luchtje kwam scheppen, maar herkende hem niet in de mensenmassa. Ze was verrast toen hij haar ineens weggriste, vlak voor hun eerste set. En haar hart was zeker sneller gaan kloppen toen ze in het donker in de schoonmaakkast stonden. Maar waarom nu? Merijn zuchtte en richtte haar blik weer op de ijzeren treden van de trap en wreef even door haar ogen. “Waarom ben jij hier?” Merijn keek geschrokken op en zag Perth voor haar staan. “Je moet wel feesten!” “Ja ja,” mompelde ze. “Vind je het niet leuk? Moet ik het leuk maken?” Hij sprong de treden op en kwam dicht naast haar zitten. Merijn schoof snel van hem weg. “Hoe is het met Martje?” Perth keek haar fronsend aan. “Goed.” “Waar is ze nu dan?” “Aan het feesten.” Merijn keek hem schuin aan. “Niet met jou?” Perth grijnsde zijn tanden bloot en legde zijn handen in zijn nek terwijl hij achteroverleunde. “Relax! Ik bewaar het beste tot het laatst.” Merijn kon het niet helpen om te lachen, en voelde zich iets ontspannen. Perth had wel gelijk, ze moest ook van het feest gaan genieten. Toch speurde ze onbewust de groep mensen af die zich buiten bevond, op zoek naar de rotte appel die het feest zou kunnen bederven. Dat Wout haar eerder op de avond duidelijk had willen maken dat er geen trash kwam, vond ze hoogst bedenkelijk. “Je bent stil...” zei Perth na een tijdje, terwijl hij haar langdurig aankeek. “Ga dan naar Martje, die is nooit stil,” antwoordde ze zachtjes, zonder zijn blik te beantwoorden. “Sorry Perth, maar vanavond zal ik al m’n aandacht op het feest moeten houden. Daarom dacht ik ook dat jij je maar beter op Martje kon gaan richten.” Perth keek beteuterd naar de grond en pruilde, maar Merijn zag dat hij moeite moest doen om zijn lachen in te houden. Ze wendde haar blik af en zuchtte weer. “Vanaf morgen ben ik all yours,” zei ze zo opgewekt mogelijk, terwijl ze hem op zijn arm klopte. “Maar tot die tijd ben jij er voor Martje, ok?” “Ik kan wel wachten als ik tussen door iets te doen heb,” reageerde hij enthousiast, terwijl hij opstond. “Dan laat ik je nu weer alleen, maar niet meer zo boos kijken hoor!” zei hij streng. “Dan is Perth niet blij.” Hij liep de trap af en mengde zich in de mensenmassa. Merijn volgde hem even, en merkte toen op dat Wout in het midden van de groep mensen stond. Hij lachte breed en zette wat handtekeningen, maar ondertussen wierp hij speurende blikken om zich heen. Merijn bedacht ineens iets, liep de trap af en wurmde zich door de rijen mensen heen. “Wout,” begon ze, maar ze kreeg enkel wat boze blikken van haar klasgenoten als reactie. “Wout, kan ik je even spreken?” riep ze iets harder, en nadat ze wat elleboogstoten en “Hé, achteraan sluiten, kreng!” had verdragen, had ze zijn aandacht te pakken. Wout knikte snel en keek zijn fans verontschuldigend aan. “De baas roept, sorry.” Hij wrong zich naar Merijn toe en volgde haar naar binnen. Ze werden gevolgd door de hele stoet mensen, en Merijn bedacht koortsachtig waar ze Wout even alleen kon spreken. Plotseling hoorde ze dat de band alweer begonnen was met spelen, en besefte dat ze dat als een afleidingsmanoeuvre kon gebruiken. Ze duwde Wout snel de zaal in, en bleef even achter het gordijn staan om de massa te laten passeren. Op dat moment hield de band net op met spelen en begon Willem te spreken. “Zoals jullie misschien al gehoord hebben, schrijven we ook onze eigen muziek. Het volgende nummer is van Efren.” Merijns adem stokte in haar keel en ze voelde een kriebel in haar buik. Ze spiekte voorzichtig langs het gordijn en zag Efren nerveus op zijn pianokruk zitten. Perry begon aan het gitaarintro, en Merijn besloot snel weer naar Wout toe te rennen om hem weg te voeren van de menigte die langzaam in beweging kwam. Maar op het moment dat ze haar voet op de dansvloer wilde zette, begon Efren te zingen, en haar blik werd van Wout naar Efren geleid. Merijns voet bleef boven de vloer zweven en ze voelde hoe haar hele lijf zich bedekte met kippenvel. Efrens stem sneed dwars door haar heen, en hielp haar realiseren dat ze stond te stuntelen op haar ene been. Ze zette haar andere been weer neer en richtte haar aandacht nu volledig op Efren, die plotseling zijn blik van zijn microfoon afhaalde en Merijn recht aankeek. Merijn schrok, maar herstelde zich snel en knikte hem bemoedigend toe. Efren zag het alleen niet meer, want hij had zijn aandacht op de dansende mensen voor het podium gevestigd. Merijn zag hem zichtbaar ontspannen, waarna hij in plaats van nerveus, enthousiast op de pianokruk begon te bewegen. Het drong niet eens tot Merijn door waar Efren over zong, en het kon haar ook niet schelen. Nu hij daar op het podium zat te rocken, leek hij in niets op hoe hij was geweest toen ze nog verkering hadden, en Merijn voelde tot haar eigen verbazing dat het haar speet. “Wat sta jij hier te dromen!” iemand greep haar bij haar arm en trok haar de dansvloer op. “Kom op, dansen!” ****** “Hallo, wil jij nu met mij dansen?” Martje keek over haar schouder en zag Perth achter haar staan. Hij grijnsde en hield zijn hand uitnodigend uitgestoken. “Ja, natuurlijk,” zei Martje terwijl ze haar hand in die van Perth legde, maar haar blik weer op het podium richtte. Ze kon niet geloven wat ze net had gezien, het leek wel een droom, want Wout was inmiddels weer verdwenen en The Cherry speelde alsof het vrolijke intermezzo niet had plaatsgevonden. Martje liet zich door Perth leiden in een soort walsje, en ze was verbaasd over zijn danskunsten. “Vind je het een leuk feest?” vroeg Perth. Ze knikte en vestigde haar blik op Perth. Ze moest Wout maar proberen te vergeten. Hij had het duidelijk genoeg gemaakt: ze waren gewoon vrienden, net zoals ze gewoon vrienden was met Willem. “Vind je dit een verdrietig liedje?” “Hoezo?” “Je kijkt een beetje sip,” Perth liet zijn kin zakken en keek haar droevig aan. “Een beetje zo, alleen dan anders.” Martje lachte en zuchtte even. Ze wist niet in hoeverre Perth een spion van Merijn was, maar misschien kon ze hem wel gewoon vertellen wat haar dwars zat. Uiteindelijk zou ze het Merijn toch wel vertellen, ook al was het nu nog te pijnlijk. “Jongens zijn stom...” zei ze toen. “Ik ook?” “Dat weet ik niet, dat zou ik aan Merijn moeten vragen.” “Waarom zijn jongens stom dan?” vroeg Perth terwijl hij haar heen en weer wiegde. Martje haalde even haar schouders op. “Ik begrijp hen niet, en zij begrijpen mij niet. Ik weet nooit wanneer ik wat precies moet doen en zeggen enzo.” “Aha...” Perth keek haar fronsend aan en Martje zag in zijn ogen dat hij haar wilde helpen. “Hoe doe jij dat?” “Ik?” lachte Perth. “Zo!” Hij wikkelde zijn handen om haar heen, trok haar naar zich toe en begon heel snel rondjes te draaien. Martje protesteerde eventjes, maar gaf zich toen over aan het grappige gevoel in haar buik en lachte hard. “Zie je? Werkt altijd,” fluisterde Perth terwijl hij haar weer op de grond zette. “Maar ik ben niet zo sterk als jij!” “Daar gaat het niet om. Het heeft met momenten te maken.” “Momenten?” Martje trok een vragend gezicht en Perth keek even bedachtzaam rond. “Was dit een moment?” “Weet je, als je een moment hebt, dan herken je hem wel,” zei Perth geruststellend. ****** Terwijl Efren zijn vingers even strekte keek hij tevreden door de zaal. Hij kon zich niet meer voorstellen dat hij bang was geweest voor mensen die zo ontzettend dronken zouden worden dat ze het zich nooit zouden herinneren als hij een noot vals zong. Efren pakte zijn gitaar weer op en ademde diep in terwijl hij naar Willem en Perry toeliep. Nu kwam voor hem het moment van de waarheid. Ook al was hij niet meer nerveus, hij vond het wel spannend. Dit liedje betekende meer voor hem dan alle andere songs die hij had geschreven. Hij ging op de kruk zitten en zag dat Willem zijn gitaarsnoeren aandraaide. Hij vulde de tijd door het publiek te bedanken voor hun enthousiasme, waarop een van de meiden vlak voor het podium hem een erg brutaal voorstel deed. Hij lachte verlegen en sloeg een snaar aan om zijn sprakeloosheid te verhullen. Willem hield beschaafd zijn lachen in, maar wierp Efren een veelbetekende knipoog toe. Willem gaf vervolgens aan dat hij klaar was met stemmen, en Efren keek de anderen ook even aan. Toen hij merkte dat ze allemaal klaar zaten, sloeg hij zijn gitaar aan en begon hij te zingen. Zijn ogen dwaalden door de zaal, op zoek naar Merijn. Hij hoopte dat ze nu eindelijk zou begrijpen wat zijn gevoelens voor haar waren. Hij had de opbouw van de tekst met opzet simpel gehouden, en hij speelde ook de eenvoudigste gitaarpartij. Hij had tegen niemand toegegeven dat hij dit liedje speciaal voor vanavond had gecomponeerd. Speciaal voor Merijn. Efren kneep zijn ogen iets samen om de donkere zaal te kunnen zien, maar kon Merijn nog steeds niet ontdekken. Ook zijn vader kon hij niet vinden in het publiek. Licht teleurgesteld focuste hij zich toen maar op het liedje, in de hoop dat Merijn hem in ieder geval wel kon horen. Hij zag hoe zijn vingers automatisch de juiste snaren aansloegen en hoorde dat hij er de juiste tekst bij zong. Maar het was niet zoals hij het zich voor had gesteld. Hij keek weer op en juist op dat moment werd er een spotlight over het publiek gedraaid. Merijn werd even verlicht en Efren ving haar blik op. Zijn keel werd een beetje droog, maar hij zong stug door, ondersteund door Willem en Perry die de tweede stem voor hun rekening namen. Ook dat had Efren precies uitgekiend voor het geval hij de tekst zou vergeten als Merijn hem aan zou kijken. Maar hij vergat zijn tekst niet, en zette juist extra aan door wat woorden te beklemtonen. Merijn vertoonde geen uiterlijke reacties op zijn optreden, zoals de zwijmelende meisjes voor aan het podium wel deden, maar het feit dat ze naar hem keek en naar hem luisterde betekende al veel voor hem. Nadat de laatste tonen weggestorven waren, nam Efren schuchter het applaus in ontvangst. “Dat was Song for Sigrid,” kondigde hij af, maar voor hij meer over het liedje kon vertellen werd zijn aandacht getrokken door Olivier. Willem boog zich naar Efren toe. “Ik los dit wel op, ga maar vast naar de piano.” Efren knikte, zette zijn gitaar terug in de standaard en pakte een fles water op om zijn keel te smeren. Hij keek even in Willems richting, en zag dat hij in een hevige discussie met Olivier was verwikkeld. Willem schudde heftig met zijn hoofd, maar Olivier trok zich daar niets van aan en duwde Willem aan de kant terwijl hij naar de microfoon stapte. Efren keek Willem vragend aan, waarna Willem en Perry bij hem kwamen staan. “Sorry...” zei Willem verontschuldigend. ***** Enkele minuten later liep Olivier verdwaasd de zaal uit. Hij voelde dat hij nagestaard werd door honderden blikken die in hem sneden als messen. Naar huis gestuurd, op een feest waar hij nog niets leuks had gedaan. Toegegeven, hij was misschien iets doorgedraafd in zijn speech, maar dat was zijn recht als grote broer. Hij smeet de deur achter zich dicht en bleef even stil staan in de avondschemer. Hij stak zijn hand in zijn broekzak en speelde even met zijn autosleutels. Er waaide een briesje langs, en met een rilling van de kou drong het tot hem door dat hij het voor elkaar had gekregen om zichzelf voor schut te zetten. Hij voelde hoe zijn wangen warm werden van schaamte en hij schuifelde wat onrustig heen en weer. Iedereen zou zich deze avond herinneren als de avond waarop hij zijn zusje had willen verdedigen, maar zonder veel succes. Er moest iets anders gebeuren, iets groots, iets chaotisch. Die trash moest plaatsvinden. Hij haalde zijn telefoon uit zijn zak en toetste blind een nummer in. Onverwacht snel werd er opgenomen. “Wat moet je?” “Ook goeienavond,” zei Olivier ruw. Die kakkers van de vrije school hadden geen manieren, en Olivier kopieerde hen moeiteloos. “Heb je zin in een feest? Gratis bier, goeie band, ik kan je naar binnen smokkelen.” “Jij bent toch die gast die ons er twee jaar geleden bijlapte?” “Nee, dat was één van mijn vrienden. En het spijt hem zeer,” jokte Olivier moeiteloos. “Maar dit feest is beter. Meer blond, meer bloot, kortom, echt iets voor jullie.” “We zullen zien...” zei de jongen. “Stop nu alsjeblieft met bellen.” Voor Olivier kon reageren had de ander al opgehangen. Hij deed een kort schietgebedje en borg zijn telefoon hoopvol op. Plotseling hoorde hij een stem achter zich. Hij rende snel naar de brandtrap, klom omhoog en ging in de schaduw van het gebouw zitten om uit het zicht te blijven. Hij wilde liever niet dat iemand hem nu zag. Zelf kon hij wel zien dat Terra, een van Martje’s voormalige aartsvijanden, naar buiten kwam stormen. Ze keek zoekend om zich heen, en Olivier stond al op om haar tegen te houden als ze op zoek ging naar Martje. Maar ze riep iemand anders. “Wout? Wout, ben je hier?” Het bleef stil, maar Olivier hoorde dichtbij wat geschuifel van voeten. Hij tuurde omhoog, in de richting van het dak, bang dat Wout daar misschien stond en hem bestraffend toe zou spreken. “Wat is er Terra?” Olivier keek langs de treden naar beneden en zag dat Wout uit de schaduw van de trap stapte. Olivier zuchtte afkeurend, de knul kon ook niets zonder drama doen. “Hè hè, eindelijk ben je eens alleen,” Terra wilde naar hem toe lopen, maar Wout was sneller en nam haar bij haar arm mee naar de parkeerplaats. Olivier sloop stil de brandtrap af en volgde het tweetal tussen de auto’s door. “Ik probeerde je de hele avond al te spreken. Ik wilde zeggen dat je erg goed bent. In je acteerwerk enzo. Oh, en je kan ook erg mooi zingen.” “Dank je wel,” zei Wout bescheiden. “Kan ik je ergens mee plezieren, een handtekening, of een foto misschien.” Olivier spiekte langs de motorkap van een auto en zag dat Terra Wout vastpinde tegen een andere auto. Het schaamtegevoel dat hij juist nog had gevoeld werd verdrongen door een steek van jaloezie. “Nou, om eerlijk te zijn...” zei Terra verleidelijk. “Ik weet wel iets.” Zonder na te denken sprong Olivier overeind en rende hij langs de auto. “Wout, er wordt binnen om een toegift gevraagd. Willem heeft je nodig.” Wout keek hem bedenkelijk aan, alsof hij Olivier niet wilde vertrouwen. “Kom op, geen tijd voor vragen. Ren!” Hij trok Wout los van de auto en duwde hem in de richting van de ingang. Toen Terra Wout wilde volgen, sloot hij zijn hand om haar pols. “Ik wilde jou nog even persoonlijk spreken,” zei hij fluisterend met een lage stem. “Laat me los, lul,” zei ze fel, terwijl ze haar nagels in zijn huid zette. Olivier liet haar snel los, waarna hij over zijn pols wreef. “Sorry hoor. Ik wilde je alleen maar waarschuwen.” “Waarschuwen, waarvoor?” vroeg Terra gepikeerd. “Wout... is niet wat je hoopt,” reageerde hij stamelend, zoekend naar een verklaring. “Ik, daarentegen...” Terra reageerde niet en keek hem alleen maar woest aan. “Wout kan niet zingen.” “Wel, ik heb het zelf gehoord. En ik geloof niet dat jij toen aanwezig was.” Olivier haalde diep adem en hoopte dat zijn woorden geloofwaardig over kwamen. “Ik was er niet, omdat ik achter het podium stond te zingen. Ik zong, hij playbackte.” Terra’s beledigde gezichtsuitdrukking veranderde en Olivier zag een mysterieus lachje op haar lippen verschijnen. “Oh, echt?” “Wout werkt in de televisie, daar is alles schijn. Alles. Vind je bijvoorbeeld niet dat hij wel erg klein is?” Ze knikte bevestigend. “Ik zou er nekpijn van krijgen...” zei ze zachtjes. Olivier liet zijn ogen langs haar lichaam glijden en merkte de stilettohakken onder haar schoenen op. “Of je zou altijd je schoenen uit moeten doen. Alleen maar onhandig.” Hij vestigde zijn blik weer op haar gezicht, en keek haar recht aan. “Ik ben meer van jouw kaliber,” zei hij nonchalant, waarna hij brutaal lachte. Zij reageerde met een even brutale blik, en zette een stapje naar voren. Olivier ademde opgelucht uit door zijn neus. Hij had haar al voor hij echte leugens moest gaan verspreiden. “Jij bent wel een geval apart,” fluisterde ze in zijn oor. “Dat zit vast in de familie,” voegde ze er aan toe. Dat stak Olivier, maar hij probeerde het te negeren. “Zullen we even naar binnen gaan,” stelde hij voor. “Gebruik maken van je school zolang het nog kan?” Terra keek hem fronsend aan. “Waarom blijven we niet buiten? Vind ik net zo romantisch... Sterrenhemel en de geur van barbecue.” Olivier dacht aan de massa kakkers die elk moment de parkeerplaats op kon komen, en dat hij dan liever uit de buurt wilde zijn. Ze zouden hem waarschijnlijk herkennen, en hij wilde nog niet dood. “Binnen weet ik een nog romantischere plek...” zei hij brutaal, en hij pakte haar bij haar hand. “Kom op.” Terwijl hij om zich heen spiedde of niemand hem zag – hij was immers een ongewilde gast nu Merijn hem naar huis had gestuurd – nam hij Terra mee naar een van de jongenskleedkamers. “Vind je dit romantisch?” vroeg ze met dichtgeknepen neus. “Je gaat me een beetje tegenstaan, Olivier.” “Tl-licht staat je niet goed, Terra, ik zoek naar specialere verlichting,” zei hij impulsief. Hij opende de deur naar de zaal en was opgelucht dat de mensen inmiddels wel weer dansten. Ze bevonden zich al achter het podium, en konden onopgemerkt langs de muur lopen tot Olivier bij een smalle nis aankwam. “We zijn er bijna,” fluisterde hij, terwijl hij een deur opende. De geur van schoonmaakmiddelen kwam hem tegemoet, en hij trok Terra naar binnen. De deur viel achter hen dicht, en ze stonden in het pikdonker. Olivier vermoedde dat Terra er nog wel wat op aan te merken had, maar op deze manier zag hij in ieder geval niet dat hij met Terra stond te bekken. “Kom hier, lekker dier,” zei hij zachtjes, en hij pakte Terra bij haar middel vast en trok haar tegen zich aan. “Oh, ben jij er zo eentje die ’t alleen in het donker kan?” Olivier deed zijn uiterste best om de cynische klank in haar stem te negeren, en likte langs zijn lippen. “Nou, kan je het niet vinden of durf je niet?” zeurde Terra. Olivier riep in zijn hoofd een romantisch muziekje op en sloeg toen toe, voor Terra hem weer terug in de realiteit riep. Terra liet er geen gras over groeien, zodra zijn lippen die van haar raakten, zette ze haar nagels tegen zijn borst en rukte ze zijn bloes open. Olivier sprong geschrokken achteruit om te protesteren, maar knalde met zijn rug tegen een rij uitstulpingen in de muur, die iets meegaven door zijn gewicht. “Auw,” kermde hij waarna hij zich omdraaide en de muur aftaste. “Wat is dat?” “Sukkel...” siste Terra, en haar stem klonk niet meer zo dichtbij als eerst. Er klonk het gepiep van een deur, gevolgd door geschreeuw en gekrijs. Olivier keek over zijn schouder en zag Terra wegbenen voor de deur weer dichtviel. Hij bleef wat verbaasd achter en wreef even over zijn rug om de pijn weg te masseren. Toen drong het lawaai aan de andere kant van de deur tot hem door. Chaos. Hij grijnsde tevreden en besefte dat dit het moment was waarop hij orde kon gaan scheppen. Hij barste door de deur en rende de gymzaal in, op zoek naar Merijn. Hij hield zijn ogen open voor ongenode gasten, als hij er al meteen eentje aan Merijn kon presenteren was zijn positie weer hersteld. Het was erg donker in de zaal, en iedereen rende rond als een kip zonder kop. Olivier botste tegen enkele mensen aan, en in het zwakke licht wat door de smalle raampjes langs de dakrand naar binnen viel, kon hij Merijn niet ontdekken. “Oh, sorry...” zei hij toen hij tegen twee figuren die dicht tegen elkaar aanstonden knalde. Olivier kneep zijn ogen samen en herkende de lange figuur als de surfer. Kon die andere figuur misschien Martje zijn? Olivier slikte en boog naar de tweede figuur toe. “Mart?” schreeuwde hij om zich boven het lawaai verstaanbaar te maken. De persoon rook echter niet zoals Martje, hij rook naar eau-de-cologne. “Olivier?” riep Wout. “Wat is er aan de hand? Waar is Martje?” “Weet ik niet, waar is Merijn?” antwoordde hij snel terwijl hij om zich heen keek. Wout pakte hem echter bij zijn schouders vast. “Hé, Willem had mij helemaal niet nodig, wat dacht jij in hemelsnaam te bereiken?” “Niet nu Wout...” reageerde hij afwezig. “Volgens mij worden we getrasht.” “Merry, Merry!” riep Perth opeens. Hij nam een paar grote stappen en verdween uit Oliviers gezichtsveld, en kwam na enkele seconden weer terug met Merijn in zijn kielzog. “Wie zijn hier allemaal?” vroeg Merijn snel. Perth en Wout noemden hun naam, en Merijn reageerde even afkeurend toen Olivier ook zijn naam riep. “Ok, volg mij.” Olivier werd bij zijn hand gepakt door Wout, en in een slinger liepen ze naar het podium, waar ze allemaal opklommen. De bandleden stonden beschermend om het drumstel heen, alsof ze bang waren dat dat als eerste de vernieling in geholpen zou worden. Jing-mei, Janna, Phillipa en Javier klommen ook snel het podium op, en gingen allemaal om Merijn heen staan. “We moeten eerst wat aan deze chaos doen, er gebeuren zo nog ongelukken.” Wout knikte en keek vragend rond. “Heeft iemand een megafoon?” “Tuurlijk,” spotte Olivier. “Standaarduitrusting...” Willem wierp hem een boze blik toe en verdween in de richting van de piano, en kwam terug met een grote oranje pion. “Dit goed?” Wout knikte enthousiast en nam hem over. “Javier, help je me? Denk gewoon aan die brandweerreconstructie die we ooit voor m’n pa hebben gefilmd,” zei Wout. Javier knikte begrijpend en volgde Wout naar de rand van het podium. “Hé, zullen wij gewoon unplugged verder gaan?” stelde Willem voor. “Als jullie dat nou buiten doen, dan hebben de mensen buiten in ieder geval iets leuks om naar te kijken,” zei Merijn. Willem en Perry kwamen meteen in actie en pakten hun gitaren op. “Maar m’n drumstel dan?” vroeg Efren onzeker terwijl hij naar de massa keek. “Is veilig, ga nu maar,” zei Merijn snel terwijl ze hem een duwtje in de rug gaf. Ze draaide zich om, liep naar het drumstel en ging op de kruk zitten. “En wij?” Phillipa stroopte haar mouwen op. Merijn grijnsde. “Grijp ze.” ***** Efren keek gelukzalig toe hoe de zaal leegstroomde. Het feest zou ongetwijfeld doorgaan in een discotheek, maar Efren was blij dat hij daar niet heen hoefde. Hij was doodop. Omdat Perry het hem gevraagd had was hij wel achter de piano gaan zitten om wat muzikale begeleiding te verzorgen tijdens het uitgeleide. De avond had natuurlijk z’n hoogte en dieptepunten gekend, en Efren vroeg zich af of het nog wel goed zou komen tussen Martje en Olivier. Maar Efren was meer teleurgesteld over zijn eigen doelen van de avond. Het optreden was natuurlijk goed gegaan, maar z’n vader had het niet gezien. En wat Merijn nou van hem vond, was ook nog niet bekend. Hij had haar, tussen de bedrijven door, wel gezien met Perth, maar hij wist niet wat hij ervan moest denken. Hij speelde verschillende pianothema’s achter elkaar door, en begon zich na een tijdje meer te richten op zijn techniek dan op de vermoeiende gedachten die door zijn hoofd tuimelden. Eigenlijk wilde hij het liefst de klep van de vleugel sluiten, zijn tas pakken en naar huis gaan. Misschien zou hij dan morgen het lef hebben om Merijn op te bellen om haar wat dingetjes te vragen. Maar hij mocht nog niet naar huis. Het drumstel moest nog ingepakt worden, evenals alle apparatuur die van de school was. En dus speelde hij stug door tot iedereen naar huis was. Efren wierp een blik op de zaal om te zien hoe het ervoor stond, en was blij verrast dat de zaal leeg was. Alleen Merijn was nog aanwezig, maar ze bezigde zich te veel met een geldkistje om naar hem te luisteren, dus hij stopte abrupt met spelen en deed wat vingeroefeningen. Merijn keek ineens geschokt op en keek zoekend om zich heen. “Oh, sorry, luisterde je nog?” vroeg Efren. Uit gewoonte had hij op normale volume in de microfoon gesproken, maar die stond niet aan dus Merijn haalde vragend haar schouders op. Efren maakte met een handbeweging duidelijk dat het niet belangrijk was en stond op. Hij kon maar beter al beginnen met het inpakken van het drumstel, dat scheelde later weer tijd. “Sorry,” zei Merijn iets buiten adem. Efren keek op en zag dat ze het podium op klom. Hij reikte haar een hand toe en trok haar omhoog. “Ik dacht dat er niemand meer luisterde, daarom hield ik zo ineens op.” Merijn keek hem even fronsend aan, waarna ze een blik op de piano wierp. “Oh, zo... Nee, ik had het over je vader. Sorry dat hij niet is geweest.” Efren stak zijn handen in zijn broekzakken en haalde zijn schouders op. “Tja... niet alles zit mee.” “Ja, dat is vanavond wel bewezen.” Merijn ging op de pianokruk zitten en stapte uit haar schoenen. “Wat een eikel is Olivier toch. Ik schaam me zelfs voor hem.” Ze leunde achterover en zocht steun met haar ellebogen op de toetsen van de vleugel. Efren schoot naar voren en pakte haar voorzichtig bij haar bovenarmen vast. “Pas op.” Merijn draaide iets bij en Efren verloor bijna zijn evenwicht, waardoor hij weer op de pianokruk plofte. “Wat ben ik moe...” zuchtte Merijn. “Als hier een bed had gestaan, was ik er meteen in gedoken.” “Dan zou ik er meteen bij in springen,” zei hij bevestigend, maar toen hij de dubbele lading van zijn woorden inzag, voegde hij er hakkelend “om drie dagen te gaan slapen,” aan toe. Merijn keek hem echter niet geïrriteerd aan, ze lachte eerder berustend. “Je was goed, vanavond.” Efren keek haar blij aan, maar ze ontweek zijn blik. “Ik vond het ook erg leuk om op te treden,” zei hij toen maar. “Ga je ermee door?” “Natuurlijk,” reageerde hij fel, maar hij kreeg geen kans om er over door te praten. Merijn draaide zich naar hem toe en keek hem onderzoekend aan. Efren liet zijn kin iets zakken en verstopte zijn ogen achter de klep van zijn petje. Merijn hoefde niet te zien wat hij echt dacht. “Vraag jij je wel eens af hoe het zou zijn als alles anders was gegaan?” vroeg ze toen. Efren keek op en zag dat haar groene ogen vochtig waren. Zijn arm ging al omhoog om haar te troosten, maar hij hield zichzelf tegen en legde zijn handen op de toetsen van de piano. Omdat hij niet wist hoe hij zijn gedachten moest verwoorden, liet hij zijn vingers het werk maar doen. Voor hij het besefte speelde hij een partij van Song for Sigrid. De muziek kalmeerde hem. “Als ik jou niet had ontmoet, had ik hier niet gezeten. Geen Cherries, geen examenfeest, waarschijnlijk geen ruzie tussen Martje en Olivier.” “Nou, als je het zo stelt dan ben ik voor erg veel dingen verantwoordelijk... Dan kan ik maar betere meteen uit iedereens leven verdwijnen.” “Nee!” Efren keek haar strak aan en dacht koortsachtig na over hoe hij zijn felle kreet kon verzwakken. “Je hebt ook veel goeds gebracht,” zei hij toen terwijl hij weer naar zijn vingers keek. “Oh ja?” Merijn draaide bij en zat nu recht naast hem. Ze bestudeerde zijn handen ook, en legde een van haar vingers op de pleister die om zijn wijsvinger zat. “Ik heb die wond vast ook veroorzaakt.” In feite had Merijn die snijwond inderdaad veroorzaakt door Karin voor de catering te vragen, waarna Karin Efren had gevraagd haar te helpen, maar Efren verzweeg dat maar. Hij schudde langzaam zijn hoofd. “Dit liedje, bijvoorbeeld.” Merijn bleef lang stil terwijl ze Efren licht fronsend aankeek. “Maar dit ging toch over Sigrid?” “Zo heeft Willem het genoemd, ter ere van zijn zusje. Ik heb het geschreven naar aanleiding van onze breakup.” Hij slikte even en probeerde rustig in en uit te ademen. Als hij fatsoenlijk met haar wilde praten, moest hij nu gewoon accepteren dat hij niet goed genoeg was. Merijn schudde haar hoofd. “Willem heeft geen zusje... Wie is Sigrid? Je mag me best vertellen dat je verliefd bent op iemand anders.” Merijns achterdocht begon hem te irriteren en Efren zei ietwat fel: “Ik ben niet verliefd op iemand anders.” “Oh...” Merijn schoof iets van hem weg. “Ik vond je wel erg goed vanavond.” “Dank je wel,” zei hij bot. Efren snapte niets meer van Merijns bedoelingen en focuste zich maar weer op zijn pianospel. Dat was tenminste eenvoudig. “Ik bedoel,” begon Merijn na enkele momenten stilte, “dat ik nu bij wijze van spreke ook in Berlijn had kunnen zitten. Misschien was ik dan wel dakloos geweest, maar Berlijn is wel wat anders dan Zeist,” zei ze glimlachend. “Er is nog tijd zat om iets van de wereld te zien,” reageerde Efren. “Al heeft m’n va-...” “Hoe bedoel je?” Merijn keek hem vragend aan. “Nou, m’n vader zou het liefste zien dat ik een enorme wereldreis ga maken, om daarna de wereld te kunnen verbeteren terwijl ik rechten of diplomatie ga studeren.” “Aha, en wat wil jij gaan doen?” Efren zwaaide even met zijn bepleisterde wijsvinger en speelde met negen vingers door. “Ik ga m’n pianocarrière op het spel zetten op de koksschool.” Merijn keek hem met open mond aan en Efren probeerde haar reactie te doorgronden. Ze zocht duidelijk naar woorden en schudde na enkele pogingen haar hoofd. “Dat had ik niet verwacht.” “En jij?” Merijn sloeg haar ogen neer en Efren fronste verbaasd vanwege haar reactie, al bevestigde het wel zijn vermoedens dat ze iets te verbergen had. “Twijfel je soms?” Efren keek haar nieuwsgierig aan, hopend dat ze zijn blik niet zou verwarren voor een van adoratie, iets wat hij de hele avond al probeerde te verhullen. “Ik ga een tijdje weg,” zei ze toen en aan de toon van haar stem dacht Efren te merken dat ze er misschien niet zo’n zin in had. “Op reis?” vroeg Efren, waarna Merijn bevestigend knikte. “Dat ik geen zin heb om een wereldreis te gaan maken, betekent nog niet dat jij geen enthousiasme mag tonen.” Merijn keek hem verrast aan. “Waarom denk je dat ik niet enthousiast ben?” Efren slikte geschrokken. “Oh, gewoon... een gevoel,” stamelde hij zachtjes. “Ga je alleen of met wat vriendinnen?” vroeg hij er snel overheen. “Met Perth,” zei ze zachtjes terwijl ze hem aankeek, wellicht wat verontschuldigend. Efrens vingers functioneerden eventjes niet meer, omdat zijn brein tijdelijk was gestopt met functioneren. Maar hij kon zichzelf snel weer samenrapen, Merijns onthulling klonk op de een of andere manier toch logisch. “Hoelang ga je weg?” vroeg hij toen. “Sorry Efren, ik besefte nu pas hoe stom ik ben geweest...” “Hoe bedoel je?” “Ik wilde alleen nog maar...” ze aarzelde even en keek de zaal door. “Wat is er, Merijn? Wees nou gewoon eens eerlijk.” “Nadat ik het uit had gemaakt, wilde ik alleen nog maar je slechte kanten zien, ik wilde niet meer denken aan al die leuke dingen die je hebt gedaan. Maar jij bent niet alleen maar verlegen en onzeker en...” Merijns woorden deden hem pijn. Efren had gevochten tegen zijn onzekerheid, en in feite vond hij, dat hij hier vanavond had gespeeld genoeg bewijs voor zijn winst. En nu somde Merijn moeiteloos alle dingen op waarom ze het uit had gemaakt. “Tja, je krijgt niet altijd wat je wil,” mompelde Efren onwillekeurig, en hij concentreerde zich weer op de piano. “Ik weet ook niet wat ik wil,” zei Merijn nukkig. “Ik weet wel dat ik er spijt van heb dat ik je geen kans heb gegeven.” “Misschien is dat maar beter ook.” “Efren, kom op. Zo bedoelde ik het niet.” Efren stond op van de piano en liep naar het drumstel, waar hij wat schroefjes los begon te draaien. “Denk jij ooit wel eens aan de gevoelens van anderen? Besef je wel wat de gevolgen van jouw woorden zijn?” zei hij terwijl hij zijn rug naar Merijn gekeerd hield. “Ik heb de laatste tijd veel aan jou gedacht...” “Nee!” Efren draaide zich snel om en wees naar haar terwijl hij even nadacht. “Weet je, jij wil altijd alles op jouw manier doen. En als het niet op jouw manier gaat, dan laat je het gewoon vallen en zoek je iets anders op. Nee, ik wil dit niet.” “Efren, alsjeblieft...” Merijn keek hem smekend aan en er welden tranen op in haar ogen. “Ga jij maar gewoon met Perth weg, dan zien we daarna wel hoe het er voor staat.” Efren draaide zich weer naar het drumstel toe en tilde de bekkens van de standaard af. Achter hem haalde Merijn diep adem en hij keek voorzichtig over zijn schouder. Op de pianokruk zat een hulpeloos klein meisje, voorovergebogen met haar lange donkere haar als een gordijn voor haar gezicht. Efren herinnerde zich Merijn zoals ze in Berlijn was, kapot van alle mensen die aan haar trokken, besluiteloos en toch vastberaden om haar eigen koers te varen. Alle herinneringen en gevoelens uit die tijd borrelden weer op en Efren stapte aarzelend naar de piano toe. “Hé, je hoeft niet te huilen,” zei hij terwijl hij zijn arm om haar schouder sloeg en weer naast haar ging zitten. “Ik moet alleen even... we moeten gewoon even niet bij elkaar in de buurt zijn, denk ik. Ga jij maar gewoon lekker vakantie vieren, dan ga ik leren koken.” Merijns schouders schudden licht, en ze knikte schokkerig. “Wil je nog één liedje voor me spelen?” Ze keek hem vragend aan en Efren las in haar gezicht niets anders dan vermoeidheid. Hij knikte en lachte haar geruststellend toe. “En als je weer terug bent, kook ik lasagne voor je.” Merijn snifte even en lachte weer. Volledig ontspannen legde Efren zijn vingers weer op de toetsen van de vleugel en begon te spelen. Zachtjes neuriede hij er een melodie op en toen Merijn tegen hem aan leunde zuchtte hij even terwijl alles om hen heen leek te vervagen. Hij kon op dit moment alleen maar van het hier en nu genieten en weigerde terug te denken aan alle dingen die hij eerder had gezegd. Het zou allemaal goed komen. Hij had in ieder geval gezegd wat hem dwars zat. Na een tijdje kreeg Efren door dat er mensen naar hem keken. Hij keek over de vleugel en zag zijn bandgenoten goedkeurend naar hem kijken. Op de dansvloer stond de rest van het organisatiecomité. Iedereen was stil, tot Olivier met een verwarde uitroep Efrens pianospel onderbrak. “Waar is Wout eigenlijk?” |