MiZ: Hoofdstuk 5 – Merijns Geheime WapenDoor: Hestia ([email protected]) |
|
|
|
“Schat, ik wil je nogmaals de koffiereclame aanbieden.” Wout stond in een drukke winkelstraat en werd door een brede man in een steegje geduwd. Sharon sloot de enige uitgang af en keek hem stralend aan terwijl ze maar enkele decimeters van hem verwijderd was. “Ze hoeven je niet eens te zien, je hoeft alleen maar ja te zeggen.” Wout werd bijna verpletterd door Sharons lichaam en de kracht van haar woorden, en hij wurmde zich langs haar heen, tot hij iets meer ruimte om zich heen had. “Euhm...” begon hij toen, terwijl hij een beslissing probeerde te maken. “En ik heb gehoord dat je ook zingt. Heb jij er al eens over nagedacht om een singletje uit te brengen?” Wouts mond viel open van verbazing... Ja, hij zong onder de douche, maar dat was meer voor privé-doeleinden, dan om commercieel uitgebuit te kunnen worden. “Van wie heb je dat nou weer gehoord?” vroeg hij nadat hij zijn mond weer dicht had geklapt. “Ik liep gisteren langs de kleinkunstacademie en daar sprak ik ene Willem.” “Mijn Willem?” vroeg Wout, maar hij zag zijn verspreking in. “Ik bedoel, Willem Jongeneel?” Sharon knikte enthousiast. “Hij vertelde me dat je wel eens met zijn band meezingt, en dat het erg goed klinkt.” Wout voelde zich gevleid door het compliment, en hij stond grijnzend naar de met kauwgom bezaaide grond te staren. “Kom je morgen even langs m’n kantoor? Dan kunnen we de contracten ondertekenen.” Sharon stak haar hand uit, maar Wout schudde vastbesloten zijn hoofd. “Nee, sorry... Dat moet je eerst even met m’n agent overleggen,” Wout haatte die zin vanwege de arrogantie die het uitstraalde, maar hij kon niet anders. Alle commerciële contracten moesten via z’n agentschap geregeld worden. Sharons uitgestoken hand hing nog voor hem in de lucht, en Wout schudde ‘m kort voor hij met een knikje langs Sharon wegdook. Dit voelde goed, het heft in eigen hand nemen. Misschien moest hij het vaker doen. Hij liep de Kalverstraat uit en bleef even op de Dam staan. Ook al liepen hier wederom veel mensen, het voelde toch minder druk. Hij baalde wel dat zelfs Sharon hem midden in een drukke straat herkende. Hij kon misschien maar beter teruggaan naar het dorp van z’n moeder, waar alle jonge meiden hem nu inmiddels om een handtekening hadden gevraagd en hij iets rustiger over straat kon. Hij besloot maar meteen de trein te pakken. In Amsterdam was er toch niets leuks meer te doen. Terwijl hij richting het station slenterde en een sigaret opstak, voelde hij zijn telefoon overgaan. Nonchalant viste hij het ding uit zijn broekzak en nam op. “Hé Wout, Willem hier!” “Ik zing nooit meer met jullie mee,” zei Wout lachend, waarna hij Sharons voorstel aan Willem voorlegde. “Lul, dat moet je aannemen! Dan gaan wij mee als begeleidingsband en staan we over een maand op nummer één. Wat vind je van Wout and his Cherries?” “Kom op zeg, je weet best dat ik zat te geinen...” “Ja, maar het klonk wel goed! En je zag wat er met Efren gebeurde, die heb ik nog nooit zo wild gezien. We kunnen hier best wat mee doen Wout.” Wout luisterde zwijgend naar Willem. Hij had het inderdaad leuk gevonden om wat domme popliedjes met de band te zingen, maar het betekende niets. “Bel Merijn straks maar even, ze heeft een plannetje.” Wout bleef midden op de stoep stilstaan bij het horen van Merijns naam. “Nog meer plannen?” “Merijn heeft voor een gedeelte de organisatie van het eindexamenfeest overgenomen. Martje zit weer een beetje in een dipje...” “Oh?” “Ach, ze komt er wel weer uit, met behulp van Ollie en Merijn.” Wout knikte en liep weer langzaam verder. Hij moest hen maar niet al te veel in de weg lopen, daar zou Olivier waarschijnlijk weer gestresst van worden. “Maar je moet Merijn echt even bellen hoor. Dan kan je het allemaal regelen.” Willem had allang door dat Wout geen nee meer kon zeggen, dus Wouts enige zwakke verzet was een mompelend “Waarom regel jij het niet?” “Ik ga naar Sigrid. Het is vandaag twintig jaar geleden...” Willems stem brak een beetje en Wout slikte moeizaam. “Sterkte, Wim. Ik ben er als je me nodig hebt.” Het bleef stil aan de andere kant van de lijn, maar Wout kon zich voorstellen dat Willem nu verlegen grijnsde. “Dank je, Wout.” Ze kletsten nog even door over wat minder belangrijke dingen, totdat Willem geroepen werd door zijn ouders en Wout in de trein kon stappen. “Wim, ik ga snel een keer mee naar Sigrid...” zei Wout nog nadat Willem al afscheid had genomen. Willem zei niets meer, maar Wout dacht dat hij wat gesnuif hoorde voordat Willem ophing. ***** “Mak ik meer cookies?” Merijn keek op uit haar aantekeningenblok en zag Perth haar smekend aankijken. “Goed zo!” Merijn gooide haar spullen op het gras en pakte de koekjestrommel op om Perth te belonen. “Alsjeblieft,” zei ze terwijl ze hem een koekje aanbood. “Dankoewel,” antwoordde hij met volle mond. Hij kwam naast haar op het grasveldje voor het theehuis zitten en keek haar stralend aan. “Kan je al meer Nederlands?” “Wat zek jij?” Hij legde een felgekleurd werkboekje voor zich op het gras, en begon er in te bladeren. “Heb je al meer geleerd?” Merijn articuleerde goed en wees naar haar oude werkboek, waarmee Sammie haar twaalf jaar geleden Nederlands had geleerd. “Oeaar ies de wc? Mak ik een prood van oe? Oe heeft een mooi hond.” Merijn grijnsde en gaf Perth nog een koekje. “Je leert snel!” “Ik ben slim,” grijnsde Perth. Merijn wilde Perth net naar zijn opleidingsniveau vragen, toen haar telefoon ging. Ze herkende het nummer niet, maar nam toch maar op. Het kon namelijk van belang zijn voor het eindexamenfeest. “Met Merijn,” zei ze opgewekt. Tijd doorbrengen met Perth maakte haar vrolijker dan ze in tijden was geweest. “Hoi Merijn, met Terra!” “Hallo,” zei ze vriendelijk, ook al was ze niet bevriend met Terra. Ze wisselden de gebruikelijke beleefdheden uit, en terwijl Merijn antwoordde, hoorde ze hoe Perth haar napraatte. “Zeg, wat ik me afvroeg,” zei Terra tenslotte, “ga jij nu helemaal over de organisatie van het feest?” “Nou, nee... ik neem het deze week even over, maar Martje blijft eindverantwoordelijk.” “Aha, maar jij weet wel wat er zaterdag gaat gebeuren?” Merijn twijfelde even of ze daar antwoord op moest geven. Ze had wat problemen met het vertrouwen van mensen nu er geruchten gingen dat de eindexamenklassen van de Vrije School hun feest wilden verzieken. En daarnaast was Terra in de afgelopen jaren nooit aardig geweest tegen Martje, wat Merijn nog meer op haar hoede maakte. “Merijn, ben je er nog?” vroeg Terra ongeduldig. “Ja hoor,” zei ze snel, maar ze hoefde haar stilte niet eens te verklaren, want Terra herhaalde haar vraag zonder aarzeling. “En komt Wout Elias ook?” voegde ze daar razendsnel aan toe. “Oh, dat weet ik echt niet hoor... Ik weet niet hoe zijn agenda eruit ziet,” loog Merijn zonder blikken of blozen. “Maar hij is toch bevriend met Martjes broer?” “Ja...” “En met de zanger van dat bandje dat op gaat treden?” “Ja hoor.” “En in feite toch ook met Martje en jou?” “Terra, wat wil je precies weten?” vroeg Merijn geïrriteerd. “Oh, ik weet genoeg hoor! Dank je wel,” antwoordde Terra vrolijk. “Doei!” “Ja, doei...” zei Merijn, waarna ze ophing. “Wat was dat?” vroeg Perth, bijna accentloos. “Een raar telefoontje... En nu moet ik Olivier even bellen. Lees jij maar door in je boekje.” Ze legde het werkschriftje open bij een nieuw hoofdstuk over het menselijk lichaam, en sprak de woorden één voor één duidelijk uit. Daarna pakte ze haar eigen spullen op en ging binnen op de trap van het theehuis zitten. Het was lekker koel, maar de geuren en geluiden van de zomer kwamen wel binnen door de openstaande deur. Perth zat precies voor haar op het grasveldje in de zon, en Merijn staarde even naar het stukje van zijn rug dat onder zijn t-shirt uit piepte. Toen Perth zich plotseling omdraaide en haar stralend toelachte, herinnerde ze zich pas dat ze Olivier wilde bellen om hem te vragen naar Terra’s mogelijke bedoelingen. Ze toetste het nummer in en wachtte geduldig tot Olivier op nam. Met een ontspannen “Hé baby,” beantwoordde hij de telefoon. “Hai schat, hoe is het?” Olivier antwoordde dat hij met Martje op het strand lag en lekker ontspannen was. “En jij?” “Ja hoor, ik ben ook ontspannen,” lachte Merijn terwijl ze naar Perth keek. “Ik heb m’n geheime wapen om me gezelschap te houden.” “Ahahaha,” lachte Olivier, en Merijn begreep dat hij er niet meer over kon zeggen omdat Martje nu eenmaal naast hem zat. “Maar, waar ik over bel, ik kreeg net een raar telefoontje van Terra. Heeft zij contacten met de Vrije School?” “Oh, dat zou me niets verbazen... Maar wat wilde ze precies van je?” zei Olivier. “Ze wilde weten of Wout ook zou komen. Ik vermoed dat die lui hem als lokmiddel willen gebruiken, om zoveel mogelijk ongewilde gasten te laten komen.” “Uhu, uhu...” reageerde Olivier. “Wat een lef hebben ze dan, een onschuldig persoon inzetten als aas... Maar we hebben ze nu door hoor! We moeten er gewoon voor zorgen dat Wout niet gaat!” “Nee!” hoorde Merijn iemand op de achtergrond zeggen. “Dat is zielig...” “Sst, bemoei je er niet mee Mart.” “Ollie, doe niet zo lullig,” mengde Merijn zich in de discussie. “Martje heeft gelijk.” “Wat zegt Merijn?” vroeg Martje op de achtergrond. “Dat ik gelijk heb.” “Ollie, eikel” riep Merijn boos uit, en Perth keek om. “Ollie, eikel!” riep ook hij uit. Olivier viel stil. “Er zit een echo op de lijn, geloof ik.” “Ja, dat denk ik ook,” zei Merijn lachend. “Maar je moet niet liegen, man. Vooral niet tegen Martje.” “Sorry,” zei hij schoorvoetend. “Maar ik heb toch gelijk?” Merijn moest toegeven dat het makkelijk was om Wout weg te houden van het feest, maar het was oneerlijk tegenover Wout én tegenover Willem. “Wout heeft al zoveel voorbereidend werk gedaan, het zou lullig zijn om hem niet uit te nodigen op het feest dat hij heeft helpen op te zetten,” probeerde ze om Olivier te overtuigen. “Nou ja, zoveel heeft Wout ook niet gedaan hoor...” zei Olivier droog. Merijn zuchtte even, maar besloot de waarheid te verzwijgen. Ze wilde Wouts verrassingsoptreden met de band een échte verrassing laten zijn, zelfs voor Olivier en Martje. Zo zou Martje ook het gevoel krijgen dat Merijn écht iets geregeld had, al lag de waarheid een beetje anders. Daarnaast wisten er nu maar zeven mensen van de plannen van Wout om een riedeltje mee te zingen, waardoor de kans dat het uit zou lekken klein was. Op deze manier zou niemand dat gedeelte van de avond kunnen verpesten. “Ik vind het nog steeds lullig,” protesteerde ze. Olivier zuchtte dramatisch. “Jullie zijn de baas...” Merijn glimlachte, totdat ze zich het eigenlijke probleem herinnerde. “Maar wat doen we aan Terra?” “Wat zegt ze allemaal?” vroeg Martje weer op de achtergrond. “Hier, praat jij maar met haar,” hoorde ze Olivier zachtjes zeggen, waarna ze Martje aan de telefoon kreeg. “Wat is er aan de hand?” vroeg Martje bezorgd. “Ik vroeg me af of je al bruin bent,” improviseerde Merijn. Ze vond het niet slim dat Olivier de telefoon aan Martje over had gedragen, en zich daarmee van het probleem had verlost. Het ging tegen hun afspraak in om Martje te ontstressen. Martje kwebbelde intussen een eind weg en Merijn stond het toe dat haar aandacht wegglipte. Ze zocht naar een oplossing voor de trashing van het eindexamenfeest en kwam tot de conclusie dat ze in de tegenaanval moesten. Het was echter onmogelijk om het feest van de Vrije School in de war te schoppen, dat was immers al geweest. “Luister je wel?” vroeg Martje ineens. “Ja hoor.” “Heb je het wel gezellig dan?” Merijn keek weer even naar Perth, die op zijn rug op het gras lag en in het werkboekje las. “Ik vermaak me prima, hoor.” “Gelukkig maar. Enne, ben je al verder met je studiekeuze?” vroeg Martje aarzelend, alsof ze de vraag eigenlijk niet durfde te stellen. “De stapel met afgekeurde studies wordt steeds groter,” antwoordde Merijn oprecht. “Maar zit er in de andere stapel ook iets wat je echt aanspreekt?” Merijn schudde haar hoofd, eigenlijk had ze nog steeds niets gezien wat haar echt leuk leek. “Mwah... maar ik was van plan om straks weer eens verder te informeren.” “Ok... oh, Olivier heeft ijsjes gehaald, ik moet ophangen!” “Is goed, ik spreek je later!” Merijn drukte haar telefoon uit en stond op om bij Perth op het grasveldje te komen liggen. Maar voor ze de deur had bereikt bedacht ze dat een lekker kopje thee er wel in zou gaan. Ze liep naar het keukentje en zette de waterkoker aan. Ze ruimde wat rommeltjes op en vroeg zich af of er nog gasten zouden komen. De laatste week was het erg rustig geweest, en vandaag had ze nog helemaal geen mens gezien. Maar daardoor had zij wel alle tijd om Perth Nederlands te leren en hem voor te bereiden op zijn taak. “Hallo, heeft oe ook flossdraad?” Merijn keek over haar schouder en zag Perth achter haar staan. Hij grijnsde alweer, maar wees ook naar zijn mond. “Ik heb chocolaat in mijn tand.” Merijn grinnikte terwijl ze in een laatje zocht naar wat cocktailprikkertjes. “Hier, alsjeblieft. Een tandenstoker.” “Nee, dat is een cocktailstok!” zei Perth verontwaardigd, en hij weigerde het dingetje aan te pakken. Merijn stak het dingetje toen zelf maar tussen haar tanden en liet zien dat het ook als tandenstoker kon dienen. Perth begreep de bedoeling van het stokje en liep ermee naar de wc, om voor de spiegel zijn gebit schoon te maken. Merijn pakte intussen de stapel voorlichtingsfolders van de verschillende universiteiten uit haar tas en liep ermee naar buiten. Daarna haalde ze binnen de thee op, en Perth kwam niet lang daarna ook weer naar buiten. “Wat doet oe?” vroeg Perth terwijl hij naar de stapel folders wees. “Ik moet studeren, maar ik weet niet wat...” legde Merijn uit. “Oh ja, dat wilde ik nog vragen! Wat heb jij gestudeerd?” “Ik was op Hubertus College, I did a
science-program there, but it wasn’t for me.” “Hé, je moet Nederlands praten!” “Sorry...” “Vertel verder,” spoorde ze hem verder aan. Ze vond dat Perth uitstekend Nederlands sprak, zeker gezien het feit dat hij nog maar vijf dagen in Nederland was. En hoe meer ze hem het woord gaf, des te sneller leek hij de taal op te pikken. “Ik stopte ermee toen ik kon pro-surfen. Ik heb tas gepakt en ben weggegaan.” Perth was dus het levende bewijs dat je geen opleiding nodig had om je brood te kunnen verdienen, bedacht Merijn. Perth vertelde dat hij tegenwoordig leefde van het prijzengeld dat hij won, en als hij in geldnood zat nam hij elk willekeurige baantje aan dat hij kon krijgen. Daarnaast onderhield hij alle contacten die hij ooit had gelegd, want vaak leverde het hem wel een slaapplek op. “Weet je,” zei Perth nadat ze een tijdje stil naast elkaar hadden gezeten. “Je moet niet op school, toch? Kan je niet met mij mee?” Merijn keek hem verrast aan. Ze had er inderdaad over nagedacht om een tijdje rond te reizen, misschien wat vrijwilligerswerk in het buitenland te gaan doen. Om de een of andere reden had ze die optie toch altijd onder aan haar lijstje gezet, maar nu Perth haar dit aanbod deed, vielen alle andere mogelijke keuzes ineens heel erg tegen. “Mag ik daar even over nadenken?” vroeg ze hem toch voorzichtig, bang dat hij zijn aanbod meteen weer in zou trekken. “Absoluut! Ik ben blij dat je wilt denken erover,” grijnsde hij, waarna hij zijn arm over haar schouder sloeg en haar naar zich toe trok. ***** “Ah, Martje, kom eens hier?” Willem klopte op de bank naast zich en Martje kon zijn aanbod niet weerstaan. Ze zette haar theekopje op de salontafel en plofte naast hem op de bank. Willem liet er geen gras over groeien, hij pakte meteen haar benen op en legde die over zijn knie, waarna hij zijn hoofd op haar schouder legde. “Zo, gezellig!” zei hij toen, en hij begon zachtjes een liedje te neurieën. “Hé, willen jullie ergens anders gaan zitten kleffen?” Olivier kwam de kamer in en keek afkeurend naar zijn zusje en zijn beste vriend. Martje bloosde even, ze kon begrijpen waarom Olivier zijn deur dicht deed als hij een vriendinnetje meebracht. Maar ze snapte geen snars meer van Willem. Dit gebeurde nu al een tijdje, maar verder dan knus op de bank zitten ging het nooit. In het gunstige geval kwam Olivier binnen en in het meest ongunstige geval viel Willem in slaap, zonder dat Martje het door had. Terwijl Olivier een discussie met Willem aanging over de noodzaak van het Martje-knuffelen, had Martje een dialoog met zichzelf over de vraag of ze snel even Merijn moest bellen om te vragen wat ze moest doen. Dit geklef moest toch ergens heen leiden, had ze bedacht, maar tot nu toe leidde het alleen maar tot irritaties tussen Olivier en haarzelf. En zij kon de spanning zelf ook bijna niet meer aan... Elke keer als ze Willem tegenkwam – bij haar thuis, in de supermarkt, als ze de hond van de oude buurvrouw uitliet – had ze verschrikkelijke kriebels in haar buik, die haar zowel het lopen als het logisch nadenken belemmerden. Ze besloot toch maar eens een telefoontje te plegen, maar terwijl ze met de telefoon naar haar kamer rende hoorde ze stemmen in de keuken. Ze draaide zich meteen om, om te kijken wie er op bezoek kwam. Ze stak haar hoofd om het hoekje van de keukendeur en zag dat de keuken vol stond met mensen. Ze zag Javier op de rug, en kon nog twee mensen achter hem ontwaren. “Javier?” Javier draaide zich om en zwaaide enthousiast naar Martje. Achter hem kwamen Wout en Merijn te voorschijn. “Hé, Merijn! Jou moest ik net hebben, kom mee naar boven.” Ze gebaarde Merijn haar te volgen naar boven, maar ze legde eerst nog even de telefoon terug op het aanrecht, en pakte een zak spekjes en een pak vruchtensap. “Ja, Willem was er weer erg door ontdaan hè,” hoorde ze Javier zachtjes tegen Wout zeggen. De vlinders in Martjes buik kwamen weer tot leven bij het horen van Willems naam, en ze luisterde even naar het gesprek tussen de twee jongens. “Het lijkt me ook erg zwaar hoor, rouwen om iemand die je eigenlijk niet kent,” antwoordde Wout. “En ik geloof dat Willem niet echt kan huilen... hij lost alles op met een lach, terwijl ik denk dat het best goed is als hij eens goed erom huilt.” Martje hield zich zo stil mogelijk en slikte moeizaam. Waarom moest Willem huilen? En waarom stonden twee van zijn vrienden achter zijn rug om over hem te praten? Ze had genoeg van dit geroddel en schraapte luid haar keel. “Fijne avond nog, jongens,” zei ze snel voordat ze zich uit de voeten maakte. In de gang hield ze toch weer even stil, toen ze hoorde dat Javier en Wout ongestoord door praatten. “Volgens mij grijpt het hem pas aan sinds hij in het ziekenhuis werkt...” zei Javier. “Oh, doet hij dat gecliniclown nog steeds?” vroeg Wout geïnteresseerd. “Ja, dat lijkt me ook erg zwaar, constant geconfronteerd worden met zieke kinderen.” Daar had Martje eigenlijk nooit bij stil gestaan. Ze had het inderdaad erg nobel gevonden dat Willem cliniclown was in een kinderziekenhuis, maar over de gevolgen die dat voor Willem kon hebben, had ze nooit nagedacht. Zou hij daarom behoefte hebben aan dat geknuffel? “Aaaaah! Trut!” klonk het plotseling hysterisch van de bovenverdieping. Martje hoorde hoe er een deur dicht werd gegooid waarna Merijn hard begon te lachen. Martje rende de trap op en trof Merijn voorovergebogen van het lachen aan op de overloop. “Wat is er?” vroeg Martje buiten adem. Ook Olivier en zijn vrienden kwamen aangerend. “Ik zag Luc, naakt...” grinnikte Merijn, “en daar was hij niet zo blij mee...” Olivier zuchtte. “En nu is hij getraumatiseerd en kan ik zeker weer met hem gaan praten...” Martje werd ruw opzij geduwd terwijl Olivier naar de badkamer liep. “Lucky, alles goed?” vroeg hij voorzichtig nadat hij even op de deur had geklopt. “Staat dat wijf daar nog?” Merijn grijnsde en zwaaide even. “Ja hoor, present!” Olivier wierp Merijn een boze blik toe en Martje zuchtte even. Ze pakte Merijn bij haar arm en trok haar weg van de crime scene. Willem stond hoofdschuddend boven aan de trap. “Wat een seksistische wereld is het toch... als Luc Merijn naakt had gezien, had je hem niet horen klagen...” Merijn grinnikte terwijl Martje haar de slaapkamer in duwde en de deur dicht deed. Daarna draaide ze zich naar de badkamerdeur toe. “Luc, misschien moet je de volgende keer gewoon even de deur op slot doen...” Nu werd Martje getrakteerd op een boze blik van Olivier. “Gaan jullie maar gezellig aan de girlstalk, dan houden wij hier een mannenberaad,” zei hij. Martje rolde even met haar ogen en zuchtte vermoeid. De badkamerdeur was recht tegenover haar kamerdeur, dus wanneer de jongens daar zouden staan, zouden ze alles horen wat er in Martjes kamer werd gezegd. Teleurgesteld opende ze haar kamerdeur, maar vlak voor ze de deur weer dicht wilde doen zag ze dat Javier, Wout en Willem weer aanstalten maakten om naar beneden te gaan. Daar klaarde ze weer iets van op, en ze deed de deur goed dicht om al het geluid binnen te houden. Ze liet zich op een kussen vallen en trok de zak spekjes open. “Dus, waar ik je over wilde spreken...” begon ze terwijl ze spekje uit elkaar trok. “Nee, mag ik eerst even m’n goede nieuws over het examenfeest vertellen?” viel Merijn haar in de rede. “Ik denk, dat we moeten blijven doen alsof we niets weten van die trashing. We gaan dus ook niemand inlichten... geen leraren, geen leerlingen,” ze schudde verwoed met haar hoofd en keek Martje daarna peilend aan. “Maar...” probeerde Martje in te breken. Ze vond het examenfeest nu van minder belang dan haar pogingen om Willem te versieren. “Nee, niemand... behalve dan wat hulpjes, zoals jouw broer, zijn beste vriendjes die toch al op het feest aanwezig zijn, en wat van mijn kennissen. Samen hebben we genoeg ervaring om vreemde inbrekers een nat pak te bezorgen.” Martje knikte maar wat, terwijl ze eigenlijk niet veel snapte van Merijns plan. “Akkoord?” “Ja hoor, ik vertrouw jou als het erop aankomt.” “Nou, dank je wel,” glimlachte Merijn. “Mag ik nu iets vragen?” vroeg Martje ongeduldig. Ze wachtte niet tot Merijn antwoord gaf, maar stak meteen van wal. Terwijl ze haar verhaal deed over Willem en haar onbenulligheid wanneer ze bij hem zat, zag ze Merijns gezicht betrekken. “Wat is er?” vroeg Martje fronsend. Merijn beet even op haar lip en keek aarzelend om zich heen. “Het gaat geloof ik niet zo goed met Willem...” Het leek alsof er een baksteen in haar buik viel en Martje slikte ongemakkelijk. “Hoezo dan?” Merijn schudde haar hoofd. “Dat weet ik niet precies... dat moet je maar aan Willem zelf vragen.” ***** Terwijl Willem zijn gitaar uit zijn gitaartas haalde, keek hij de repetitieruimte door. Bijna al zijn muziekvrienden waren er, en hij voelde zich eens geen vreemde eend in de bijt. Zijn gitaar was zijn meest kostbare bezit en hij voelde zich in perfecte harmonie als hij hem bespeelde. Zijn klasgenoten hadden dat gevoel misschien als ze een goeie grap hadden gemaakt, ze zaten immers op de grapjesschool, maar het musiceren ging Willem – evenals zijn beste vriend en rechterhand Perry – beter af. “Waar blijft Efren?” vroeg Robert ongeduldig terwijl hij met zijn drumstokken speelde. “De man is druk, hij zal zo wel komen...” antwoordde Perry kortaf. Willem begon een beetje te tokkelen, en Perry speelde een zelfgeschreven akkoordenschema. Zijn donkere krulhaar viel nonchalant over zijn voorhoofd, en zijn zorgvuldig bijgehouden stoppelbaard gaf hem een ietwat onverschillig uiterlijk, maar Willem wist dat het een aangemeten imago was. Perry had zichzelf ook al een artiestennaam aangemeten omdat hij zijn eigen naam – Peter-Paul – verafschuwde. Vanaf de eerste introductiedag van de kleinkunstacademie trokken Perry en Willem al samen op, en sinds ze hun opdrachten in een duo maakten waren Willems kwaliteiten enorm verbeterd. Hij had even met een writers’ block gekampt, maar dankzij Perry’s muzikale kwaliteiten en Merijns bemiddeling was hij daar uitgekomen. Nu was hij de frontman van een bandje dat de wereld zou gaan veroveren. In een hoekje van de ruimte zat David, een ruige jongen met een zachtaardig karakter. Merijn had deze David opgesnord, en na Willems eerste twijfels over Davids terughoudendheid was hij toch blij dat ze hem als basgitarist hadden aangenomen. David ontdooide steeds meer en bleek een zeer goede aanwinst in de groep. Willem wilde net proberen wat piano te spelen toen Efren binnenkwam. Efren gooide zijn tas naast de piano, en Willem stond op om plaats voor hem te maken. Het was een goed teken dat Efren al meteen achter de piano wilde beginnen. Meestal duurde het anderhalf uur voor hij zover was. Ook hij was door Merijn geïntroduceerd aan Willem, en Willem moest toegeven dat hij verreweg de beste muzikant van het stel was, misschien nog wel beter dan Willem en Perry samen. Het enige waar het Efren nog wel eens aan ontbrak was zelfvertrouwen, maar hij leek de laatste tijd steeds meer te ontdooien. Het vijfde bandlid bezorgde Willem echter de meeste zorgen. Robert was de eeneiige tweelingbroer van een ex-vriend van Perry, en Perry had nog veel verdriet om zijn stukgelopen relatie. Robert kon hem qua uiterlijk en manier van handelen wel eens herinneren aan Tom, wat voor frictie binnen de band zorgde. Willem wilde niet aan de mogelijke gevolgen denken, hij vond het oneerlijk om Robert uit de band te gooien vanwege Perry’s liefdesleven. Robert was namelijk nodig als drummer wanneer Efren z’n liedjes zong. Willem moest er maar van uit gaan dat Perry z’n persoonlijke gevoelens uit de band kon houden. Daarnaast was het ook nog maar de vraag hoe de rest zou reageren op hun eerste grote optreden. Misschien vonden zij naderhand dat ze er nog niet aan toe waren om op te treden, of vonden ze het vooruitzicht van nog meer shows eng genoeg om de band vaarwel te zeggen. Want afgezien van Robert, die een parttime baan had, en Perry en Willem, die beiden meer dan genoeg ruimte hadden voor een band naast hun studie, was de toekomst van Efren en David nog vrij onduidelijk. Beiden hadden net examen gedaan en moesten nu kiezen wat en waar ze zouden gaan studeren. Willem hoopte dat Efren toelating had gedaan voor het conservatorium, wat hij hem toch enkele keren had voorgesteld. Dat zou betekenen dat hij een band er goed naast kon doen. Over David wist Willem echter niet zoveel. Zover hij wist, kon David zijn boeltje pakken en een jaar de wereld gaan verkennen en daarmee The Cherry on Top zonder bassist achter laten. Het was vandaag de hoogste tijd om over de toekomst van de band te praten. “Jongens, wat denken jullie ervan?” begon hij toen iedereen weer op z’n plek zat. “Waarvan?” vroeg David, terwijl hij geschrokken op keek. “Daarvan!” riep Perry triomfantelijk terwijl hij zijn armen de lucht in stak. Willem lachte hartelijk maar de anderen begrepen Perry niet helemaal, waardoor het even stil viel. “Ok... moving on...” zei Perry, lichtelijk geïrriteerd. “Zijn we allemaal klaar voor zaterdag?” “Absoluut,” zei Efren met vaste stem, en de anderen vielen hem bij. “Geen twijfels? Geen nachtelijke paniekaanvallen?” “Alleen als ik aan de mogelijke groupies denk...” zei Robert grijnzend. Willem wist niet precies hoe hij zijn twijfels over de toekomst van de band het beste kon uiten, maar nu hij zijn medebandleden bij elkaar zag en hij de adrenaline bijna kon horen stromen, besefte hij dat hij van het moment moest gaan genieten. “Let’s rock ‘n’ roll!” riep hij uit. Ze pakten allemaal hun instrumenten weer en besloten de setlist af te werken. Willem keek nog eenmaal het groepje rond, en bedacht dat het verschil met enkele weken geleden niet groter kon zijn. Toen zag Efren er tijdens elke repetitie afgepeigerd uit, en hing zijn blonde haar in ongewassen slierten langs zijn smalle gezicht. “Leef jij nu al het leven van een rockster?” had Willem hem eens gevraagd toen ze bijna drie kwartier op hem hadden gewacht. Perry keek ook op. “Bij welke drugs ben jij beland?” vroeg hij aan Efren. “Niks,” Efren ging op de kruk achter het drumstel zitten, pakte drumstokken uit zijn rugzak en trommelde een eindje weg. Willem keek Perry aan en haalde zijn schouders op. Later op de dag zouden ze nog maar eens een poging moeten doen om Efren aan de praat te krijgen. Efren was na anderhalf uur repeteren zo ver om het drumstel te verlaten en plaats te nemen achter de piano die in de repetitieruimte stond. Hij begon een beetje te pingelen en Willem liet hem ongestoord zijn gang gaan. Perry en Robert waren allebei even naar de wc, en Willem probeerde David uit te horen over zijn vakantie- en toekomstplannen. David kwam echter niet verder dan dat hij z’n diploma eerst maar eens moest halen. Efren speelde een ingewikkeld muziekstuk waar Willem ademloos naar luisterde toen zijn gesprek met David stilviel. Hij kon nauwelijks geloven dat Efren maar een paar jaar pianoles had gehad. Nu had hij zelf weinig verstand van pianospel, dus hij kon niet met de hand op zijn hart zeggen of Efren écht talent had, of dat zijn spel slordig was. Hij vermoedde echter dat Efren dezelfde angst had, en dat dat hem tegen kon houden om toelating te doen voor het conservatorium. De muziek stierf langzaam weg en Willem stond op om eens met Efren te gaan praten. “Als we ooit nog een klassieke tournee gaan doen reserveer ik het hele podium voor jou,” zei hij terwijl hij een klapstoel pakte en naast de pianokruk zette. Efren lachte bedeesd en wreef zijn handen af aan zijn broek. “Hoe is het ermee? Druk aan het leren voor je examens?” Efren haalde zijn schouders op en pakte zijn tas. Hij leek er onnodig in te rommelen, want hij zette hem na een paar minuten weer weg zonder er iets uit gepakt te hebben. Willem bleef al die tijd stil, hopend dat Efren ten minste íets zou zeggen. Hij had zijn mond ook nauwelijks open gedaan tijdens de repetitie, terwijl hij toch vaak wel commentaar had, of tussen de nummers door over schoolse zaken praatte met David. “Ben je ziek? Is er iemand overleden? Kom op Efren, geef me in ieder geval even een teken dat je je stem niet verloren bent. Dat zou erg slecht uitkomen namelijk...” “Niemand dood en ik ben niet ziek...” zei Efren kortaf terwijl hij toch weer in zijn tas begon te rommelen. Hij trok er een verfomfaaid papiertje uit en zette dat op het bladmuziekstandaardje van de piano. Willem keek erop en zag een handgeschreven tekst met wat akkoordenschema’s ernaast. Langzaam begon het Willem te dagen: Efren had een nummer geschreven dat hij aan hen wilde laten horen, maar hij was waarschijnlijk bang voor hun reacties. “Heb je weer wat geschreven?” vroeg Willem voorzichtig. “Mogen we het horen?” Hij zag Efren moeizaam slikken en daarna ja knikken. “Hé joh, doe niet zo schijterig!” riep Perry vanuit de deuropening. “Jouw werk is stukken beter dan dat van Willem. Je moet niet zo bescheiden zijn!” Willem voelde zich absoluut niet beledigd door Perry’s opmerking. Perry kon af en toe scherp uit de hoek komen, maar Willem kon er mee leven als Perry daarmee iemand anders aanmoedigde. Het was anders dan de sarcastische opmerkingen van Olivier waar hij vaak alleen maar schade mee aanrichtte. Willem had al meerdere malen geprobeerd om daarover te praten met Olivier, om hem duidelijk te maken dat grapjes geen succes hadden als mensen er zich slechter door gingen voelen. Willem werd uit zijn overpeinzingen geschud toen Perry hem overeind trok en hem naar de bank duwde. Die bank was speciaal gereserveerd voor het beluisteren van nieuwe nummers, en de laatste tijd hadden ze er vaak gezeten. Al was het toen meestal Willem geweest die nieuw materiaal wilde laten horen. Efren kuchte verlegen en wreef zijn handen weer langs zijn bovenbenen. Daarna zette hij zijn vingers op de toetsen, haalde diep adem maar aarzelde toen en liet zijn schouders zakken. “Het is nog maar een ruwe versie hoor...” zei hij verontschuldigend. En ik heb een tweede stem voor Willem in gedachten. En misschien moet het met drie gitaren in plaats van een piano...” “Sssst!” riep Perry geïrriteerd uit. “Speel nu maar, dan kunnen we daarna wel zeggen of er nog iets aan veranderd moet worden.” Efren draaide zich om en zette zijn vingers weer op de toetsen. Terwijl Efren begon te zingen voelde Willem dat de haren op zijn armen rechtovereind gingen staan. Hij zat doodstil op de bank terwijl hij luisterde naar Efrens stem. Ook de andere drie zaten met open mond te luisteren, en Efrens hese stem sneed door de stilte. Afgezien van de zangpartij was Efrens nieuwe liedje nog erg kaal en Willem probeerde al een gitaarpartij te verzinnen. Toen Efrens stem na een paar minuten wegstierf bleef het even stil. Hij draaide zich naar de bank toe en keek hen een voor een aan. “Jullie vinden het niets...” zei hij teleurgesteld. “Nee!” riep Perry meteen uit, en hij sprong op. “Efren, dit is bloody brilliant!” Hij trok Efren overeind en omhelsde hem. Efren stond wat onhandig in de stevige greep van Perry en keek Willem vragend aan. “Wat vind jij ervan?” Willem klapte zijn mond dicht en stond ook op. “Sprakeloos...” bracht hij toen moeizaam uit, het enige woord dat zijn gevoelens kon beschrijven. Ook al had hij inderdaad ook het gevoel dat de piano beter vervangen kon worden door akoestische gitaren, hij wist dat hij Efren nu vooral moest complimenteren om hem aan te sporen vaker liedjes te laten horen. Die veranderingen zouden later wel komen, als ze met z’n allen het liedje instudeerden. ***** Terwijl Willem een gordijn dichttrok om de felle zomerzon uit de repetitieruimte te weren, keek Efren zijn bandgenoten aan. “Zullen we liedje 42 weer eens spelen?” Hij veegde zijn handen af aan zijn broek en herhaalde de pianomelodie van Imagine een paar keer. “Misschien moeten we vandaag eens een naam verzinnen voor liedje 42,” zei David. Hij streek zijn zwarte haar achter zijn oor en Efren vroeg zich af wanneer David voor het laatst zijn haar had gewassen. “Aan jou de eer, vriend,” zei Perry, en hij keek Efren strak aan. Efren dacht na, terwijl hij probeerde de laatste toon van Imagine langer dan 30 seconden door te laten klinken, waardoor Willem zachtjes begon te grinniken. “Laat de dramatische geluidseffecten maar over aan Effie, hoor...” Efren glimlachte even, maar zuchtte daarna zwaar. “Ik weet het niet hoor... ik ben slecht in titels. Kunnen we het niet gewoon Song 42 noemen?” “Nee,” zei David beslist. “Dat vind ik slecht jatwerk...” Het was weer even stil terwijl Efren de tekst zachtjes herhaalde. Het was een simpele tekst, met opzet zo geschreven zodat hij zijn gedachten enigszins af kon laten dwalen tijdens het zingen, maar hij vond geen van de regels mooi genoeg om als titel te dienen. “Mag ik een suggestie doen?” zei Willem na een poosje, en hij keek Efren ernstig aan. Efren knikte kort ter goedkeuring, en hij zag Willem moeizaam slikken. “Song for Sigrid...” Efren had geen idee wie Sigrid was, maar het was een meisjesnaam die het doel perfect zou dienen. Hij knikte goedkeurend en zag Willem dankbaar glimlachen. “Wim, dat vind ik een mooi gebaar,” zei Perry zachtjes, waarna Robert en David ook instemden. “Daar spelen we op,” Efren pakte zijn gitaar en ging tussen Perry en Willem inzitten. “Daar spelen we voor,” zei Willem zachtjes. |