MAN: Hoofdstuk 12 – ThuisDoor: Hestia ([email protected]) |
|
|
|
De deur van de behandelkamer stond wijd open toen Merijn samen met de anderen uit de wachtkamer kwam. Midden in de behandelkamer stond de dierenarts, Poema zat op zijn schouder vervaarlijk te blazen, en zowel Olivier, de doktersassistente als de vrouw van de dierenarts probeerden hem uit Poema’s klauwen te redden. Janna duwde Merijn aan de kant en ging Olivier helpen, maar daar wilden de dierenarts en de twee vrouwen niets van weten. “Die kat dient afgemaakt te worden!” gilde de dierenarts. Hij had krassen op zijn wangen en zijn haar zat in de war. “Dat dacht ik niet!” gilde Willem er tegen in. Hij en Jing-mei waren achter Merijn en Janna aangelopen en hij stond nu met de doos kittens onder zijn arm in de deuropening. “Deze katten hebben ook een vader nodig.” Merijn keek verward naar de chaos en wist niet wat ze kon doen. Ze leunde tegen de muur en keek naar de vrouw van de dierenarts, die met haar lange nagels naar de kat uithaalde. “Hé laat dat!” riep Olivier toen hij zag wat de vrouw deed. Merijn werd aan haar elleboog getrokken en zag dat Wout naast haar kwam staan. Hij keek de behandelkamer in en in een flits veranderde zijn gezichtsuitdrukking van licht geamuseerd naar angstig. “Uw paard ontsnapt, meneer!” gilde hij de behandelkamer in. Hij kneep in Merijns arm en in een reflex keek zij zoekend om haar heen, alsof het paard ineens achter haar in de gang zou staan. Ze zag echter alleen dat Javier op zijn lip beet om een lach te onderdrukken en dat hij naar haar knipoogde. Toen begreep ze dat het een stunt was om de dierenarts af te leiden, en dat zij het spelletje snel mee moest spelen. “Wát, waar?” riep ze hard. “Een ontsnapt paard?” Ze had meteen de aandacht van alle mensen in de behandelkamer, die verbaasd naar haar keken. Wout liet Merijn snel los en hij draaide zich om naar de wachtkamer, waar hij naar toe rende. “Ik zag hem, hij ging die kant op!” riep hij nog, terwijl hij al bijna buiten stond en Merijn hem niet meer kon zien. De vrouw van de dierenarts en de assistente lieten de dierenarts los en snelden de behandelkamer uit, waarbij ze Merijn en Javier hardhandig aan de kant duwden. Javier haalde zijn hand uit zijn zak, liet de autosleutels in zijn hand even aan Merijn zien en rende daarna achter de vrouwen aan, alsof hij ze zou helpen om het paard te vangen. Merijn draaide zich razendsnel om, duwde Willem en Jing-mei de behandelkamer uit terwijl ze “ga naar de auto, snel!” fluisterde en ze richtte zich daarna op Olivier en Janna. “Jan, hou die man vast! Ollie, pak het beest!” Janna volgde meteen haar bevel op en greep naar de armen van de dierenarts die ze strak langs zijn lijf trok. Merijn haalde de deur van de deurstopper af en hield hem tegen tot Olivier en Janna naar buiten waren verdwenen. Ze wierp een blik over haar schouder en zag dat Olivier Poema met gemak van het hoofd van de dierenarts had gelokt. Poema lag nu luid te spinnen in Oliviers armen en Olivier kriebelde hem op zijn kop. “Ollie, schiet op!” siste ze en hij kwam meteen naar haar toe. Janna stond nog midden in de behandelkamer met een woedende dierenarts. Hij probeerde zich los te maken uit Janna’s greep, maar Janna voorzag zijn bewegingen en duwde hem van zich af. Hij verloor zijn evenwicht en viel op zijn knieën. Janna rende naar de gang en Merijn liet de deur achter Janna dichtvallen. Ze renden de gang door, langs de wachtkamer en door de buitendeur die door Phillipa opengehouden werd. Javiers auto stond vlak voor de deur, en Merijn liet zich na Olivier en Janna naar binnen vallen. Phillipa klom ook in de auto en trok het portier achter zich dicht. Javier trok snel op en het grind van de oprit knarste onder de autobanden. Hij reed het parkeerterrein over terwijl het voorportier aan de passagierskant nog open stond. “Wout, stap in!” riep Javier toen ze langs het bord van de manege reden. Wout had zich er achter verscholen en hij trok een sprintje waarbij hij bijna over zijn voeten struikelde. Hij greep het portier vast, maakte een sprong en kwam veilig op de stoel terecht. “Hehehehe,” lachte hij. “Die vrouwlui geloofden me echt toen ik zei dat het paard op z’n gemakje het bos in liep. Weten zij veel dat ik hem gewoon in de stal heb vastgebonden...” “Deur dicht en gordels om!” riep Javier echter snel. Hij trapte op het gaspedaal en Merijn werd in de stoelzitting gedrukt. Ze zocht naar een gordel, maar besefte dat ze met z’n vieren op de achterbank zaten, en dat er maar drie gordels waren. Javier scheurde over de weg en Merijn hield zich vast aan Janna en Phillipa, terwijl ze hoopte dat Javier zich snel weer aan de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur zou houden. Willem en Jing-mei zaten op de achterste achterbank te giechelen en ze staken Wout aan, die zat te schuddebuiken van het lachen. Janna kon echter niet lachen. “Oh mijn god... wat hebben we gedaan? Hier krijg ik thuis problemen mee...” Olivier had Poema op schoot, die opgekruld lag te slapen. “Wat bedoel je? Ik ben hier degene die een illegale kat heeft...” Janna schudde kort haar hoofd en slikte. “Nee, ik bedoel, die man kent mijn tante, hij gaat haar vast nu bellen om te vertellen dat we problemen hebben veroorzaakt. En we hebben ook niet voor het consult betaald! Ik mag hier vast nooit meer komen...” Willem leunde naar voren en legde zijn arm om Janna’s schouder. “Wees blij, zoveel is hier nou ook weer niet te beleven. Ik ben blij dat jullie deze week ook toevallig hier waren, anders hadden wij ons vast dood verveeld.” Merijn glimlachte en moest bekennen dat zij er hetzelfde over dacht. Ze kreeg echter geen tijd om Willem gelijk te geven, want Janna schudde haar hoofd en er rolde een traan over haar wang. “Maar ik vind het hier echt leuk. Het is gewoon m’n tweede thuis.” Merijn keek naar Janna en wist niet hoe ze op haar huilende vriendin moest reageren. Ze voelde zich verschrikkelijk in de weg zitten toen Phillipa langs haar heen leunde om Janna’s hand te pakken. “Ach, ik stel me ook maar aan...” snikte Janna. “Ik vind het ook jammer dat we morgen al weer weg moeten.” Weer wist Merijn niet hoe ze op Janna moest reageren. Ze had het de afgelopen dagen erg leuk gehad, maar ze wilde toch ook wel weer graag naar huis, naar haar vader en moeder. Ze herinnerde zich nu weer dat haar moeder inmiddels al over een week weg zou gaan. Terwijl zij hier in een volgepakte auto zat, wilde ze niets liever dan naar huis toe om nog een weekje bij haar moeder te kunnen zijn, voor ze drie maanden zo ongeveer een wees was. Ze rilde even, want als haar moeder weg was zou Ida het huishouden fulltime regeren, en daarmee ook Merijns welzijn beheersen. Plotseling wist ze wat Janna bedoelde. Misschien zou Merijn toch ook liever een uitvalsbasis hebben om naar toe te vluchten als het thuis te erg zou zijn. “Nu heb ik de sfeer wel helemaal verziekt, of niet?” lachte Janna door haar tranen. Het viel Merijn nu inderdaad op hoe stil het was in de auto. Javier reed weer rustig, maar keek strak voor zich uit. “Zullen we iets leuks gaan doen, naar een café gaan? ” stelde Willem voor. “Ik moet sowieso melk kopen voor deze ukkies, dus dan kan ik dat meteen doen.” Iedereen stemde in en in Javier zette koers naar het dichtstbijzijnde dorp. Merijn hield zich stil en genoot zoveel mogelijk van het gezelschap dat haar nooit vroeg waar ze aan dacht, of ze haar vitaminepil wel had genomen, hoe laat ze thuis dacht te zijn of wanneer ze weer eens iemand thuis uitnodigde. Poema was geheel bijgedraaid na zijn aanvaring met de dierenarts, en liet zich nu ook al aaien door Janna. Olivier zette hem bij Janna op schoot toen hij met Willem een dierenwinkel in ging, terwijl Jing-mei op de kittens mocht passen. Merijn probeerde of ze Poema ook kon aaien, en nadat hij haar even wantrouwend aan had gekeken legde hij zijn kop weer neer en kon Merijn hem over zijn zachte pels aaien. “Wat zou Willem met die katjes doen als ze groot zijn?” hoorde ze zichzelf ineens vragen. Janna keek haar lachend aan. “Hoezo, wil jij misschien een klein Poemaatje?” Olivier en Willem kwamen al snel terug met hun inkopen. Javier startte de auto weer en reed langzaam door het centrum, op zoek naar een café. Wout drukte intussen de radio aan en neuriede mee met het liedje dat uit de radio schalde. Ondertussen las Willem voor uit een boekje dat hij in zijn hand hield. “Wilde mannetjeskatten eten wel eens jonkies!” riep hij uit. Hij opende zijn nieuwe draagbak en deed een greep in de doos. “Kom maar hier kleintje, ik zal je goed beschermen tegen Poema...” zei hij beschermend tegen het katje dat hij in zijn hand had. De grijs gestreepte kitten mauwde zacht en haalde uit mijn zijn poot, wat Willem een fikse kras op zijn neus opleverde. Phillipa lachte luid. “Ik denk dat hij wel een goeie kat voor Merijn is...” Ze boog zich iets naar Merijn toe en fluisterde vervolgens. “Die houdt de jongens ten minste op een gepaste afstand.” Merijn glimlachte beschaamd, Phillipa had enerzijds wel gelijk, maar Merijn had eigenlijk niet eens een kat nodig om afstand te bewaren, ze leek het uit zichzelf te doen. Ze liet nooit alles van zichzelf zien, omdat ze geen controle had over wat anderen van haar vonden. Zolang ze zichzelf voordeed als iemand die ze niet écht was, kon het haar niet schelen wat anderen van haar dachten. Daarom was ze ook met die kleurlenzen begonnen toen ze naar Nijmegen was verhuisd; door middel van die dingen kon ze de Merijn met de groene ogen verborgen houden en een Merijn bedenken die goed in de nieuwe situatie paste. Maar als gevolg daarvan vroeg ze zich nu wel af waarom ze de blauwe lenzen alweer aan de kant had geschoven. Merijn begon te twijfelen aan wie ze nu echt was. Ze zuchtte even en keek over haar schouder naar de krioelende katjes. Ze wou dat ze een kat was... Merijn zuchtte nog eens en besloot de gedachten uit haar hoofd te zetten. Ze had het leuk gehad deze week, en op dit moment waardeerde iedereen in de auto haar om wie ze was geweest. Ze keek even naar Olivier, die een rode pluizige muis voor Poema’s neus liet bengelen. Al had Olivier misschien wel gewild dat ze iets gewilliger was geweest. Ze kon het nu niet meer veranderen, dus ze moest zich er maar bij neerleggen. Wout zette de radio nog harder
toen er een dancenummer voorbij kwam, en ook al werd het door een vrouw
gezongen, hij deed zijn best om toon te houden. “What is for you, will not pass you by...” Merijn ving Janna’s goedkeurende blik op, en ze lachte onbewust. Het maakte niet uit wat Wout deed, Janna leek alles geweldig te vinden. Merijn ving slechts deze ene regel op uit het liedje, en ze besefte dat het wel van toepassing was op haar situatie. Hoe vaak ze ook verhuisde of van vrienden veranderde, ze zou uiteindelijk altijd de mensen tegenkomen die belangrijk voor haar konden zijn. “Wat zit jij te grijnzen?” vroeg Janna verbaasd. Merijn voelde dat ze inderdaad zat te grijnzen en zocht snel naar een verklaring. “Nou, ja, ik vind het wel grappig hoe deze week is verlopen,” begon ze, maar ze werd onderbroken door Javier. “Hé, hier kan ik parkeren, zullen we daar koffie gaan drinken?” Hij wees naar een grand café aan het marktplein en iedereen stemde in. Olivier lokte Poema snel in zijn draagbak en zette de draagbak op de vloer. “We moeten niet te lang wegblijven hoor, dat is zielig!” Hij kon moeilijk afscheid nemen van zijn nieuwe vriend en kwam als laatste het grand café in, toen Merijn al lang chocolademelk met slagroom voor zich had staan. “Gaan Poema en Baby eigenlijk wel samen?” vroeg Willem terwijl hij een slokje van zijn groene thee nam. “Baby?” Merijn verslikte zich bijna in haar chocolademelk. Had Olivier een kind? Olivier grijnsde breed. “Ze moeten maar aan elkaar wennen.” Willem grinnikte en klopte Merijn op haar rug terwijl ze hoestte. “Wees maar gerust hoor. Baby is weer een van de rare namen die Olivier voor zijn familie verzint. Ik geloof dat Poema nog de meest normale naam is die hij ooit heeft verzonnen.” “Wie is Baby dan?” vroeg Jing-mei. Zij dronk net als Willem groene thee, en had er een stuk appeltaart bij. “Ik ken al je broers en zussen al van naam, maar Baby zat daar niet tussen.” Olivier roerde inmiddels suiker door zijn cappuccino en lachte nog steeds. “Baby is het huisdier waar ik meisjes mee afschrik. Baby is m’n sabelsprinkhaan. Zelf gevangen in Frankrijk, zelf het land binnen gesmokkeld, en zelf tam gemaakt.” Merijn rilde, net als Phillipa en Jing-mei, maar Janna jubelde enthousiast door het grand café. “Oooh, ik heb wel eens een sprinkhaan aan een kameleon mogen voeren!” Oliviers gezichtsuitdrukking veranderde van geamuseerd in geschokt en hij ging rechtop zitten. “Dat is cru! Ik ga jou toch ook niet zeggen dat...” hij keek even zoekend om zich heen, alsof hij een belediging in de lucht zou kunnen vinden, maar Javier duwde hem terug in zijn stoel. Merijn dronk haar chocolademelk op en bestelde nog een kopje toen de serveerster Phillipa’s warme wafels met kersen kwam brengen. “Wauw, dat ziet er lekker uit,” murmelde Willem. Hij likte langs zijn lippen en keek Phillipa smekend aan. Phillipa prikte een kers aan het vorkje en legde het op Willems uitgestoken tong. “Zo, een kersje er op,” zei ze lachend, en Willem sloeg hard met zijn hand op tafel, waarbij hij meerdere theelepeltjes lanceerde. “Een kersje er op, The Cherry On Top! Dat is het, ik moet Perry even bellen,” zei hij razendsnel, waarna hij opstond en het grand café verliet. Hij liet de meiden verbaasd achter, en toen Merijn naar Javier keek voor uitleg zag ze dat hij al even verbluft om zich heen keek. “Perry? Wie was dat ook alweer?” Olivier haalde ongeïnteresseerd zijn schouders op. “Ik ga even bij Poema kijken, mag ik je autosleutels?” Hij hield zijn hand op en kreeg de sleutelbos in zijn handen. Janna en Jing-mei verdwenen intussen naar de toiletten, en het werd rustig aan tafel. Wout bestelde nog een kopje koffie en stak zijn derde sigaret op. Javier rommelde tussen de kranten tot hij er een had gevonden die hem beviel, en Phillipa las over zijn schouder mee. Merijn keek een beetje verveeld om zich heen, teleurgesteld dat iedereen nu alweer z’n eigen gang ging. Ze staarde uit het raam, en zag Olivier in Javiers auto zitten. Hij tilde Poema uit zijn draagbak en knuffelde hem uitvoerig. Javiers auto stond voor een klein boekhandeltje geparkeerd en Merijn zag een rek met kaarten voor de etalage staan. Ze kon het niet laten, het was een oude gewoonte om overal waar ze geweest was een ansichtkaart te kopen. Ze stond op, trok haar jas aan en verliet het café. “Wat ga je doen?” riep Wout haar na, maar ze deed net alsof ze het niet hoorde. Ze stak de weg over en bleef voor het ansichtkaartenrekje staan. Nu moest ze alleen nog een keuze maken. ******** Op zaterdagochtend zaten de meiden tussen hun tassen in de woonkamer. Janna had hen verboden om nog naar boven te gaan, omdat alles daar nu schoon en fris was. Op de salontafel waren alle etenswaren uitgestald die nog over waren, en ze aten er zich rustig doorheen. Merijn begon aan haar derde appel toen ze een klopje op het raam hoorden. Merijn draaide zich om en zag Javier naar hun zwaaien. Phillipa gebaarde meteen dat hij naar binnen moest komen, maar hij haalde even z’n schouders op liep achterwaarts van het raam weg. “Gaan ze nu weg zonder afscheid te nemen?” Janna ging staan en liep naar het raam toe. Op dat moment klonk de voordeurbel. “Ik ga wel!” riep Merijn snel uit, en ze sprong over de tassen naar de gang, waar ze de voordeur opentrok. “Goeiemiddag,” zei Olivier, en hij boog even ter begroeting. “Ik logeerde met m’n vrienden in het huisje hiernaast, en we hebben wat suiker over. Kunnen jullie dat gebruiken?” Hij hield een zak suiker omhoog, dat nog zeker voor de helft gevuld was. Merijn schudde haar hoofd. “Nee, sorry... aan de deur wordt niet gekocht.” Ze maakte aanstalten om de deur dicht te doen, maar Olivier zette snel zijn voet op de drempel. “Euhm,” hij keek naar zijn voet en stamelde een beetje. “Ik vroeg me af of ik je telefoonnummer mag. Gewoon, voor euhm, je weet wel.” Merijn opende de deur weer en grijnsde breed. Ze was blij dat Olivier het uiteindelijk had gevraagd, ze vond zichzelf altijd erg opdringerig als ze naar iemands telefoonnummer vroeg. Ze was ook verbaasd dat Olivier ineens een kant van zich liet zien die ze nog niet kende. Hij leek verlegen, wat in tegenstelling was met zijn brutale gedrag dat hij de hele week had vertoond. “Tuurlijk,” zei ze lachend. “Als ik die van jou dan ook mag.” Olivier lachte tevreden, stapte naar binnen en liep met haar mee naar de woonkamer. Daar plofte hij op de bank alsof hij thuis was en begon van de koekjes te eten die op de salontafel stonden. Javier, Willem en Wout kwamen via de keuken binnen, grinnikend om Oliviers gedrag. Merijn haalde haar telefoon uit haar tas en gaf hem aan Olivier, die zijn telefoon aan Merijn overhandigde. Janna zag dat en ging naast Olivier zitten. “Mag ik die telefoon ook eens vasthouden,” vroeg ze toen Olivier hem terug wilde geven aan Merijn. “Ik wil wel eens zien hoeveel telefoonnummers Merijn inmiddels heeft verzameld.” Olivier keek Merijn even aan en gaf haar snel haar telefoon terug toen zij bijna onopvallend nee schudde. “Hé, wat is dit?” Willem tilde een bak met chips op en hield een ansichtkaart omhoog. “Groeten uit Nijverdal”, las hij voor en hij draaide het kaartje om. “Van wie is dit? En waarom zend je niemand de groeten uit Nijverdal?” vroeg hij terwijl hij de meiden een voor een aankeek. “Oh, die is van mij,” zei Merijn terwijl ze haar telefoon in haar broekzak stak. “Die hou ik zelf, dus er hoeft niks op te staan.” Willem legde het kaartje op de salontafel en haalde een pen uit zijn broekzak. “Mag ik je dan de groeten uit Nijverdal doen?” Hij begon te schrijven en hield pas op toen Javier uitgebreid begon te kuchen. Merijn had al die tijd geïnteresseerd naar Willem zitten kijken, benieuwd naar wat hij allemaal op het kaartje schreef. “We moeten gaan Wim,” zei Javier. “M’n ouders hebben vanavond de auto nodig...” Willem zette een punt en schoof het kaartje over de tafel. “Mag ik ook nog iets schrijven?” Olivier gaf iets terug aan Jing-mei en pakte toen de pen uit Willems hand om snel iets op het kaartje te krabbelen. Daarna gaf hij de pen aan Javier, die ook wat opschreef en de pen tot slot aan Wout gaf. Die stond even naar Merijn te kijken, en bukte zich vervolgens over de salontafel om ook iets op te schrijven. Daarna draaide hij het kaartje om en gaf de pen terug aan Willem. “Ok, dan moeten we nu maar gaan... Weten jullie zeker dat jullie niet met ons mee willen rijden?” Janna schudde resoluut haar hoofd. “Nee, m’n moeder komt ons ophalen, maar bedankt voor het aanbod.” Met z’n allen liepen ze naar buiten, en Merijn werd aan haar elleboog getrokken door Willem. “Hé, als je nog muzikanten kent moet je me echt bellen hoor.” Hij duwde het kaartje in Merijns hand en hij wees even naar zijn berichtje. Gezocht: drummer, bassist en toetsenist voor nieuw te vormen band. Merijn keek Willem vragend aan. “Waarom vraag je dat aan mij?” Willem haalde zijn schouders op. “Jij leek me de meest wereldwijze figuur met contacten...” Merijn glimlachte even. Ook al had ze dan al veel van de wereld gezien, ze was niet echt goed in het contact houden met alle mensen die ze had leren kennen. “Ik zal eens rondkijken...” Ze waren bij de auto aangekomen en iedereen bleef wat ongemakkelijk staan. “We, euhm, houden dus contact?” zei Olivier onzeker. “Ja,” knikte Merijn, en ze hoorde dat de anderen ook positief antwoordden. Javier stak zijn hand uit om de meiden de hand te schudden, maar Wout schudde grinnikend z’n hoofd. “Huddle!” riep hij terwijl hij de twee mensen naast hem bij de arm greep en in een omhelzing dook. Merijn lachte terwijl ze ruw in de omhelzing werd getrokken, en in tegenstelling tot de knuffel aan het begin van de week gaf ze zich totaal over aan de anderen. Zij was niet de eerste die zich uit de greep van de sterke armen losmaakte, dat was Phillipa, die luid niesde. “Ai, die katten ook!” Op dat moment reed er een auto langs over de weg, die de oprit van Janna’s boerderij indraaide. “M’n moeder,” zei Janna teleurgesteld. “We moeten maar eens inpakken.” De jongens stapten een voor een in de auto, en Javier reed de weg op. Olivier hing uit het raampje en zwaaide dramatisch. “Doei!” Merijn zwaaide ze met tegenstrijdige gevoelens uit en werd uit haar gepeins over Olivier gehaald door Janna. “Kom, wij gaan ook.” Merijn knikte. “Ja, we gaan verder.” ******** Later die middag werd Merijn thuis afgezet na een verschrikkelijke terugrit. Janna had verdrietig voor zich uit zitten kijken, teleurgesteld dat ze de kans niet had gegrepen om Wout zijn telefoonnummer te vragen. Phillipa was weer in universiteitsfolders gedoken, terwijl Jing-mei een Engels boek uit haar tas had gegrepen, dat ze voor woensdag gelezen moest hebben. Merijn dacht aan het telefoonnummer van Olivier. Zou ze het aandurven om hem een keer te bellen om wat af te spreken? Ze haalde de ansichtkaart uit haar tas en las de berichtjes nog eens door. Ook al had het geleken alsof Willem de halve kaart vol had geschreven, hij had enkel zijn oproep voor bandleden gedaan. In de auto had Merijn zich pas herinnerd dat ze een basgitarist in de klas had, en ze had iedereen op doen schrikken toen ze keihard “David!” door de auto had geroepen. Janna had toen even gelachen, waarschijnlijk beseffend dat ze via David en Willem wel aan Wouts telefoonnummer zou kunnen komen. Javier had Merijn bedankt voor de gezellig week en haar hulp bij zijn problemen met zijn vriendin. Merijn was het al bijna vergeten door de dingen die ze zelf had meegemaakt. Zoals het oefenen van teksten met Wout, die haar een gastrol aanbood in zijn nieuwe serie als hij de hoofdrol zou krijgen. Ook had hij er de bizarre mededeling bijgezet dat wat betreft Olivier, hij wel zou willen dat zíj zijn zusje was. Hij had zijn berichtje ondertekend met een sierlijke handtekening, die Merijn nog maar niet aan Janna had getoond. Ze zou vast sterven van jaloezie. Olivier had tenslotte het kortste berichtje neergekrabbeld. Poema vond jou het leukst, stond er in kleine hoofdletters. Merijn wist niet of Olivier dat serieus meende, of dat het een metafoor was voor Oliviers gevoelens. Toen Merijn thuis werd afgezet bedankte ze Janna’s moeder voor de lift, gaf Phillipa en Janna een knuffel en stapte samen met Jing-mei uit. Ze bleven even tussen hun tassen op de stoep staan en zwaaiden de auto na. “Raar hè,” zei Jing-mei zachtjes. Merijn knikte en keek over haar schouder naar haar huis. De voordeur werd opengetrokken en Sammie rende naar buiten. “Hé, lief!” zei ze terwijl ze Merijn omhelsde. “Oh, ik heb je gemist.” Merijn hield zich stevig vast aan haar moeder. “Ik jou ook, af en toe.” Sammie liet haar los en keek haar aan. “Gelukkig maar... Hé, heb je die kleurlenzen nu niet meer in?” Merijn bloosde en schudde haar hoofd. “Het waren rotdingen...” Sammie lachte. “Dat had ik je toch al gezegd?” Jing-mei pakte haar tassen op. “Nou, dan ga ik maar... de jungle in...” Ze knikte naar haar twee zusjes die wild stonden te zwaaien voor het raam en van blijdschap op de banken sprongen. Merijn keek even naar Sammie, die meteen knikte. “Anders kom je vanavond toch bij mij logeren? Kunnen we even afkicken...” Jing-mei nam de uitnodiging grijnzend aan. “Dan zie ik je straks wel weer,” zei ze terwijl ze het tuinpad op liep. Merijn werd door Sammie mee naar binnen genomen en de keuken in gesleurd. “Hoe vind je het?” De keuken zoals Merijn die zich herinnerde, was er niet meer. Het was veel kleuriger en gezelliger, en er lag zelfs versgebakken brood op het aanrecht. Plotseling besefte Merijn dat vers brood een trucje was dat door makelaars werd gebruikt om sneller huizen te verkopen. “Mam... staat het huis te koop?” vroeg Merijn angstig terwijl ze door de kamer naar de voortuin keek, om te zien of ze net een Te Koop-bord over het hoofd had gezien. Ze vond het een beetje té veel van het goede als ze nu toevallig naar Zeist zouden verhuizen, waar Olivier nota bene woonde. Sammie schudde haar hoofd ontkennend. “Nee hoor. Dit is jouw ontvangstmaal. Pap wilde steak and kidney-pie eten, maar daar had ik niet zo’n zin in. Het wordt lasagne.” “Want dat is het enige wat jij kan koken,” lachte Merijn. Merijns ouders vertrokken die avond naar een benefietbijeenkomst van Sammie’s werk, en Jing-mei en Merijn hadden het huis voor zich alleen. Merijn had eerst uitgebreid in bad gelegen en daarna een warme pyjama aangetrokken. Daarna had ze een videorecorder naar haar zolderkamer versleept en de kelderkast geplunderd. Toen Jing-mei in haar pyjama en met haar favoriete kussen naar Merijns zolderkamer kwam, lag Merijn naar haar telefoon te staren. “Wat doe je?” vroeg Jing-mei achterdochtig terwijl ze op Merijns slaapbank ging zitten. Merijn grijnsde. “Ik denk erover om iemand te sms’en...” Jing-mei lachte mee. “Ben je al helemaal over David heen dan?” “Ik ben niet eens aan hem begonnen...” Jing-mei rommelde in de tas met video’s die ze mee had genomen en duwde er een in de videorecorder. Merijn probeerde zich op de televisie te concentreren, maar haar ogen vielen af en toe dicht van de slaap. Plotseling schoot ze overeind. “De deur moet op slot!” Jing-mei schudde haar hoofd. “Rustig maar, we zijn weer veilig thuis... We krijgen geen last van loslopende Poema’s hier.” Maar Merijn stormde richting de zoldertrap, en liet zich pas tegenhouden toen Jing-mei zes keer tegen haar had gezegd dat zij de achterdeur al op slot had gedraaid. Merijn liep gapend terug naar haar bed en liet zich er op vallen. Ze wilde net onder de dekens kruipen toen haar telefoon trilde en oplichtte. “Hé, je hebt een sms!” riep Jing-mei enthousiast uit. Merijn schudde haar kussen op en gaapte nog eens. “Laat maar... lees ik morgen wel.” Ze was te moe om te hopen dat het misschien een sms’je van Olivier was, dat zou ze morgen dan wel zien. Ze was echter nog niet eens uitgesproken of Jing-mei’s telefoon, die naast die van Merijn op het bureau lag, liet ook getingel horen. “Nou, ik ga het wel nu lezen hoor,” zei Jing-mei, die zich losmaakte uit haar slaapzak en naar het bureau strompelde. Ze pakte ook Merijns telefoon op en gooide dat naar Merijn toe. Het landde op Merijns kussen en Merijn pakte het ding met tegenzin op en drukte op wat knopjes. Ze keek op toen Jing-mei op de slaapbank plofte en een verbaasd gilletje slaakte. “Het is van Olivier!” Merijn lachte even, maar voelde een steek in haar buik die op jaloezie zou kunnen duiden. Toen keek ze naar het schermpje van haar telefoon. Afz. Olivier: Ik vond je erg leuk. Zullen we nog eens afspreken? Merijn las het sms’je voor en keek op naar Jing-mei, die haar met open mond aan zat te staren. “Wat een eikel! Hij heeft mij precies hetzelfde gesms’t!” Merijn zette haar telefoon uit en schoof het over het bureau van haar weg, terwijl ze met haar hoofd schudde. “Van twee walletjes eten, heet dat toch?” Jing-mei knikte en legde haar telefoon ook weg. “Ik vond Willem toch veel leuker.” ******** Olivier lag in zijn kleine zolderkamer op zijn rug op bed. Het was wel weer lekker om in zijn eigen, ietwat smalle, bed en tussen zijn rommeltjes te liggen. Baby was ook weer blij dat Olivier thuis was, Olivier hoorde hem met zijn vleugels langs elkaar wrijven, wat hij interpreteerde als een tevreden geluid. Poema lag op zijn buik te snurken en Olivier blies plagend tegen Poema’s snorharen aan. Hij wachtte eigenlijk op een antwoord op zijn verzonden sms’jes, maar zijn telefoon bleef opmerkelijk stil. Misschien was het maar beter zo, Merijn paste veel beter bij Wout... Dat zou Wouts gedachten van Oliviers zusje afhouden. Maar dat Jing-mei hem ook niets terugstuurde deed hem wel pijn. Hij kon toch moeilijk tweede keus zijn? Poema tilde even zijn kop op en draaide zich op zijn rug terwijl hij zich uitrekte, waardoor hij van Oliviers buik afgleed. Poema was meteen geaccepteerd toen Olivier hem afgelopen middag aan de familie had voorgesteld. Hij had parmantig over de grote keukentafel gelopen en liet zich door iedereen knuffelen. Luc leek Poema op te eisen als verjaardagscadeautje, terwijl Olivier hem toch al echt een computerspelletje had gegeven. Sophie was eerst een beetje boos geweest. Zij had al jaren om een hond gebedeld, en nu was Olivier zonder het te vragen met een kat thuis gekomen. Maar Olivier had haar snel duidelijk gemaakt dat ze moest stoppen met zeuren, omdat ze anders weer huisdierloos zouden worden. Tristan had geamuseerd naar de kat zitten staren, maar had zich verder uit de discussie gehouden. Hij was het huis al uit, en zou dus nauwelijks last hebben van Poema. Plotseling werd er zacht op zijn deur geklopt. Olivier pakte Poema op en hield hem tegen zodat hij niet kon ontsnappen. “Ja?” “Slaap je niet?” vroeg zijn zusje. Ze stak haar hoofd voorzichtig om de deur en tuurde het donker in. “Waarom slaap jij niet?” vroeg Olivier bezorgd. Hij wist dat maandag haar toetsweek zou beginnen, en ze had haar rust nodig. Martje haalde haar schouders op en ging aan Oliviers voeteneind zitten. “Ik wilde even kletsen.” Poema ging rechtop zitten en snuffelde voorzichtig aan haar hand. Daarna duwde hij zijn kop onder haar hand en Martje begon hem te aaien. “Ik had vorig weekend iemand te logeren,” begon ze en Olivier onderbrak haar snel. “Wauw, goed zeg! Was het gezellig?” Martje had al een tijdje problemen op school, en dit was de eerste keer dat ze een vriendin thuis uitgenodigd had. Hij wist dat hij haar aan moest blijven moedigen om vrienden te maken, want zonder vrienden zou ze nooit uit haar rotsituatie komen. Martje schudde echter haar hoofd. “Ze heeft m’n telefoon gejat om Wouts telefoonnummer te zoeken.” Olivier ging snel rechtop zitten, waardoor hij bijna zijn hoofd stootte aan een van de boekenplanken boven zijn bed. “Wat heeft Wout hier nou weer mee te maken?” Martje haalde weer haar schouders op en legde haar benen naast Olivier. “Gewoon, omdat hij beroemd is willen ze met hem uit.” Olivier schudde vertwijfeld zijn hoofd. Dit werd echt te gek; nu werd Martje zelfs al gebruikt om Wout te benaderen. “Wie was die trut?” vroeg hij boos. “Terra...” fluisterde Martje. Haar lip trilde en ze veegde een blonde pluk uit haar gezicht. “Hé, kom op nou,” zei Olivier terwijl hij op zijn knieën ging zitten en zijn arm om haar heen sloeg. “Je hoeft toch niet te huilen?” Martje knikte aarzelend, maar haar blik veranderde toen Olivier haar strak aankeek in haar bruine ogen. “Vrienden heb je niet voor het uitkiezen,” zei hij toen maar. “Goeie vrienden kom je gewoon tegen, en die van jouw loopt vast nu aan de andere kant van Nederland naar een vriendin als jou te zoeken.” |