MAN: Hoofdstuk 11 – Poeha om PoemaDoor: Hestia ([email protected]) |
|
|
|
Javier zette de videocamera aan en op hetzelfde ogenblik begon ook de walkietalkie weer te kraken. “Nee, Olivier... je kan een hersenschudding hebben! Ga jij maar naar dokter Phil,” klonk Willems stem. Er was geritsel van bladeren te horen en Olivier vloekte zacht. “Zie je nou wel? Je loopt gewoon in de weg nu...” ging Willem verder. Phillipa pakte de walkietalkie op en ging staan. “Olivier? Waar ben je en wat is er mis?” Merijn keek van de walkietalkie naar de videocamera en wist even niet waarop ze zich moest concentreren. Willem en Olivier zaten midden in hun jacht naar de inbreker, maar kennelijk had Javier videobeelden ervan. “Ja!”riep Willem toen. “Ik zie hem, hij zit voor het Kot,” vervolgde hij zachter. “Nou, wie is het?” gilde Janna. “Sssst!” siste iedereen tegelijk. Er klonk een hevig geritsel uit de walkietalkie en plotseling klonk Oliviers stem. “Aaah, hij is het Kot ingegaan, ga erachter aan, Wim!” “Maar ik heb geen sleutel,” hoorden ze Willem op de achtergrond. Merijn keek met open mond naar de gele walkietalkie die nu weer midden op de keukentafel stond. “Breek dan in!” gilde Janna weer. “Pak die crimineel en leer hem een lesje. “Hier, laat mij maar,” zei Olivier toen. Merijn hoorde een poosje niets en ze stootte Javier aan. “Wil je je video afspelen?” Javier knikte en drukte op wat knopjes. “Even terugspoelen nog...” “Wat doe jij nu?” vroeg Willem tegelijkertijd aan Olivier. “Dit heb ik op televisie gezien. We moeten hierop duwen, dan werkt het als een hefboom en kunnen we het hele raamkozijn eruit lichten.” “Oeps, verkeerde knopje,” zei Javier terwijl hij naar het testbeeld van zijn camera zat te kijken. Vanuit de walkietalkie klonk een kreet, gevolgd door het geluid van rinkelend glas en een harde pijnkreet. “Oh shit,” gilde Willem. “Shit, shit, shit. Ollie, alles goed?” “Auw,” Merijn schrok van Phillipa die haar hand om Merijns pols klemde. “Daar gaat iets niet goed,” zei ze. Merijn slikte moeizaam, en zag dat Jing-mei wat pips zag. “Oh shit! Daar zit ie!” riep Willem, waarmee hij Oliviers gekreun overstemde. “Pak hem,” zei Olivier zwak. Er klonk nog meer gerinkel, gevolgd door wat ondefinieerbare geluiden. “Ja, hebbes!” zei Javier. Hij schoof de videocamera naar het midden van de keukentafel, en draaide het volume van de walkietalkie zacht. Merijn richtte haar aandacht nu op het kleine schermpje van de videocamera. Javier had met nightvision gefilmd, dus de beelden hadden een rode gloed. Ze herkende het terras van Janna’s boerderij, al was het niet helemaal goed zichtbaar doordat de rij leilinden precies tussen Javiers observatiepost en het terras stond. “Dáár,” zag je het?” wees Javier. Hij raakte het scherm aan op de plek die hij bedoelde, maar omdat het schermpje zo klein was, zag Merijn nu helemaal niks meer. Javier haalde zijn hand weer weg, en ze zag Olivier en Willem op de fiets wegscheuren. “Kan je het nog eens terugspoelen?” vroeg Merijn. “Ik zag het niet...” Janna schudde haar hoofd. “Waar moeten we precies naar kijken?” De keukendeur vloog open, en Merijn draaide zich razendsnel om. Het waren echter niet Willem en Olivier die binnen kwamen met de inbreker. “Koffie?” Wout had een sigaret in zijn mondhoek hangen, die hij snel op het terras uittrapte voor hij binnen kwam met een thermoskan koffie. Merijn ging weer recht op haar stoel zitten, enigszins teleurgesteld, en keek toe hoe Javier weer op wat knopjes drukte. Wout kwam ook aan de keukentafel zitten en hij schonk voor iedereen koffie in. Merijn walgde van de geur en schoof haar kopje van zich af. Ze wilde nu alleen maar weten wie er ingebroken had en uitte een gefrustreerde kreet. “Javier, schiet eens op met die stomme camera.” “Rustig maar, we hebben de dader al!” Olivier strompelde de keuken in. Hij had een bebloede wenkbrauw en zijn kleren waren vies en zaten onder de bladeren. Merijn ging snel staan, en liet hem op haar stoel plaatsnemen. “Nou, waar is ie dan?” vroeg ze terwijl ze wild om zich heen keek. Phillipa was ook opgestaan en knielde neer bij Oliviers stoel. “Ze, het is een zij,” zei Olivier. Hij vertrok zijn gezicht toen Phillipa zijn wenkbrauw betastte. “Willem is bij haar. Maar hij heeft wat hulp nodig.” “Een vrouw?” Merijn rende meteen de keuken uit. Als het Ida was dan had zij het meeste recht om haar het eerst de huid vol te schelden. Ze rende het terras over, sprong over het greppeltje achter de lindebomen en gleed bijna uit op het natte gras. Ze zag het Kot al voor zich, en ze remde wat af. Wat moest ze precies tegen Ida zeggen? De deur van het Kot was dicht, maar het raam ernaast was gebroken. Het kozijn met het gebroken raam lag onder het venster, en Merijn stapte voorzichtig over het glas. Ze zag dat er bloedspetters op het glas en op de houten planken onder het raamvenster zaten. Was dat bloed van Olivier, of had de inbreker Willem overmeesterd? “Willem” riep ze voorzichtig, bang dat hij ergens in het Kot bewusteloos was en vastgehouden werd door de inbreker. “Ja, ik ben hier!” klonk Willems stem vrolijk. “Heb je een deken mee?” “Nee,” Merijn bekeek het raamvenster en zag dat al het glas op de grond lag. Ze kon er veilig doorheen klimmen. “Waarom heb je dan een deken nodig?” “Ze heeft jongen...” “Jongen?” Merijn stak haar hoofd door het raamvenster en tuurde in het donker. Ze zag veel rare vormen en schaduwen, maar ze kon Willem nog niet ontdekken. Ze keek op het gras naast haar en zocht naar de walkietalkie, maar kon hem niet ontdekken in het weinige licht. “Merijn!” Janna kwam aanrennen, haar armen vol met dekens en zaklantaarns. Ze overhandigde er wat aan Merijn, en klom daarna door de restanten van het raam. “Ah, wat een schatjes!” riep ze vertederd uit. “Merijn, hou een deken klaar!” Merijn bleef verward staan, tot het tot haar doordong dat Willem een dier met babydiertjes had ontdekt. Ze vouwde een deken open en plotseling stond Janna voor haar die twee jonge katjes in de deken legde. “Wacht nog even, er zijn er nog een paar meer.” Merijn keek de katten vertederd aan. Ze waren niet groter dan haar hand en ze mauwden onophoudelijk. Ze kon ze met moeite vasthouden omdat ze veel bewogen. Een van de katjes staarde haar onophoudelijk aan. Merijn kreeg de rillingen van de onnatuurlijk ijsblauwe ogen van de kitten. Janna verscheen weer aan de andere kant van het raamkozijn en legde nog drie katjes in de deken. “Volgens mij waren dat ze allemaal. Nu moet ik Willem redden uit de greep van de moeder. Ga jij maar vast.” Merijn liep voorzichtig terug naar de warme keuken. Daar aangekomen opende ze moeizaam de keukendeur die dichtgevallen was en stapte het felle licht in. “Het was een kat?” flapte ze er meteen uit. Toen pas zag ze dat de keuken leeg was, en dat er geklets vanuit de woonkamer klonk. Ze schopte haar laarzen uit en met de overactieve katten in haar armen ging ze de woonkamer in. “Baby’s?” vroeg Jing-mei vertederd. “Mag ik ze zien?” Merijn opende de deken een stukje en meteen klom een zwart katje met ijsblauwe ogen brutaal op haar arm. Jing-mei pakte hem behendig op en loodste Merijn naar de bank toe. Daar ging ze naast Olivier zitten, die onderuitgezakt zat en een ijszak op zijn oog had. “Het was dus een kat?” Olivier knikte en vertrok zijn gezicht. “Een zeer hongerige kat, denk ik...” “Je bent ook een enorme onvenul,” zuchtte Javier. “Onvenul?” Phillipa tilde voorzichtig de ijszak op Oliviers oog op, en depte de wond met een nat doekje. “Bedoel je niet onbenul?” Javier schudde zijn hoofd, terwijl hij Phillipa’s bewegingen volgde met zijn videocamera. “Een onbenul is iemand die echt niet beter weet. Olivier is een onvenul: iemand die dom doet omdat ie niet nadenkt. Phillipa hield op met het betten van Oliviers wond en keek Olivier even aan. “Ja, eigenlijk moet ik dubbel tarief rekenen voor onvenullen...” De katten op Merijns schoot kropen over de deken, en eentje likte er voorzichtig aan haar pols. “Ah, ze hebben dorst...” “Zal ik wat melk voor ze inschenken?” vroeg Wout terwijl hij ging staan. “Nee!” Janna kwam binnen met een grote zwarte kat in haar armen. “Babykatten mogen geen koeienmelk. We moeten ze gewoon bij hun moeder houden, dan gaan ze vanzelf wel drinken.” Ze gooide de kat op Oliviers schoot, die verschrikt overeind ging zitten. “Au!” Phillipa verontschuldigde zich, maar Olivier wees naar Janna. “Nee, die trut had even rekening moeten houden met mijn familietrots.” Hij wees naar de plek waar de kat terecht was gekomen en Willem, die na Janna binnen was gekomen, grijnsde breed. “Ik geloof dat wij al onvruchtbaar zijn sinds die kermisattractie met die stalen pijpen...” Olivier trok weer een van pijn verwrongen gezicht, maar deze keer landde er geen kat op zijn schoot en bemoeide Phillipa zich niet met de snee in zijn wenkbrauw. Het moest een nare herinnering zijn, besefte Merijn. Een van de katjes op Merijns schoot klom over haar arm en Oliviers hand naar de moederkat. Moederkat keurde de baby echter geen blik waardig en sprong van Oliviers schoot. Janna zat op de salontafel en keek bezorgd naar de kittens. “Shit, we hebben moeder toch niet boos gemaakt? Ze moet de katjes wel blijven voeden, anders gaan ze dood!” Iedereen richtte z’n aandacht op de moederkat, die door de kamer paradeerde met haar staart omhoog en aan elk meubelstuk een kopje gaf. Daarna rende de kat snel de keuken in, waar meteen een bons volgde. Merijn leunde over de armleuning en tuurde de keuken in. Ze zag echter niet genoeg om te zeggen wat er gebeurde. Janna stond op en volgde de kat de keuken in. “Ohnee!” riep ze. “Kom hier kat!” Het zwarte katje met de blauwe ogen staarde Merijn weer aan en mauwde. Ze begon het katje te aaien en hij rolde zich op onder haar aanraking. “Help!” gilde Janna vanuit de keuken. “Willem, waarom heb je de keukendeur niet achter je dicht gedaan!” Willem sprong op, meteen gevolgd door Wout en Jing-mei. Ze renden de keuken in, en Merijn zag door de glazen terrasdeuren dat Mei al meteen naar buiten rende, een grote zaklamp in haar handen. Olivier werd weer onder handen genomen door Phillipa, en hij jammerde zachtjes, net als de katjes op Merijns schoot. “Mogen ze wel water?” vroeg Javier terwijl hij weifelend naar de kittens keek. Merijn haalde haar schouders op. “Ik heb nooit huisdieren gehad...” Javier besloot de gok te wagen en haalde een paar bakjes met water die hij bij Merijn op schoot zette. Aarzelend aaide hij een roodharig katje, dat hem speels in zijn vinger beet. “Au!” Merijn keek lachend op naar Javier, die zijn vinger terugtrok en hem ophield naar Phillipa. “Ben ik nu ook gewond genoeg om wat aandacht van de dokter te krijgen?” Phillipa glimlachte. “Neem maar plaats in de wachtkamer.” Javier ging weer op de bank zitten en Merijn zag dat de katjes langzaam tot rust kwamen. Een grijs gestreepte was van de deken ontsnapt en klom nu langs Oliviers been omhoog. “Auwauwauw,” jammerde Olivier luider. Merijn tilde het katje voorzichtig op en zette het terug op de denken. “Grote enge Olivier is bang voor een klein katje...” zei ze terwijl ze het katje achter zijn oren begon te kriebelen. “Hij had hele scherpe nagels hoor!” Javier grijnsde. “Dierenvriend Olivier in de kreukels dankzij een paar katten... Dat staat niet goed op je CV hoor!” “Kan me niet schelen,” antwoordde Olivier. “Zelfs al breng ik de familienaam in schande...” Olivier hield zijn ogen gesloten en zette zijn nagels in de bank. Javier lachte hardop. “Laat me niet lachen zeg! Jij bent altijd zo trots geweest op je familienaam, die wil je toch niet ten onder doen gaan?” Merijn keek met opgetrokken naar Olivier. Was hij misschien familie van een beroemd persoon? Phillipa dacht hetzelfde, want terwijl ze betadine in de wond druppelde vroeg ze wat Oliviers achternaam was. Olivier glimlachte. “Ik ben verre familie van een Nederlandse schilder!” Merijn raapte de kittens, die zich steeds verder verspreiden over de bank, bij elkaar, en wikkelde de deken dicht. Ze begon ze een voor een te aaien, en langzaamaan vielen ze in slaap. Ze werd zelf ook slaperig terwijl ze naar de kittens keek en onderdrukte een gaap. “Willen jullie niet raden naar mijn achternaam?” “Olivier van Rijn?” opperde Phillipa. “Van Rijn? Is er een Nederlandse schilder die Van Rijn heet?” vroeg Olivier verbaasd. Javier ging onderuit op de bank liggen en snoof lachend. “Wat dacht je van Rembrandt?” “Rembrandt is toch een achternaam?” Olivier ging in de verdediging en Merijn gaapte vermoeid. Ze concentreerde zich op de katjes en verbaasde zich over de snelle ademhaling van die kleine beestjes. Ze waren allemaal lief en klein en wollig, en ze zou er eigenlijk wel graag eentje willen hebben. “Raad nog eens!” riep Olivier uit. “Mondriaan? Appel? Van Gogh?” zei Phillipa weinig enthousiast. Merijn zag dat ze een enorme pleister op Oliviers wenkbrauw had geplakt en dat ze nu met het leukoplastrolletje in haar handen speelde. “Plak z’n mond maar dicht,” zei Merijn sloom, terwijl ze een greep deed naar Oliviers hand die naast van haar op de bank lag. Javier pakte Oliviers andere hand, en Phillipa snoerde Olivier snel de mond met de leukoplast. ******** Toen Merijn de volgende ochtend wakker werd zat Janna op haar knieën naast haar. Ze had een geïmproviseerd zuigflesje in haar handen en gaf de katjes één voor één water. Merijn keek even toe, glimlachend. Ze had de afgelopen jaren veel meegemaakt, maar ze was nog nooit op een vrijdagochtend wakker geworden met een nest hongerige kittens op schoot. “Hé, waar is die moederkat nu?” vroeg ze zachtjes aan Janna, die verschrikt opkeek. “Oh, ben je al wakker?” Merijn knikte en wreef door haar gezicht. Haar rug en nek deden pijn van het zittend slapen, maar ze voelde er zich niet vervelend door. Janna wees naar de bank die voor de terrasdeuren stond. Olivier lag er languit op, licht snurkend en volgeplakt met leukoplast. Op zijn buik lag de zwarte kat, lekker opgerold met zijn kop op Oliviers borst. “Is die kat bang voor me? Dat ze haar kittens niet wil voeden?” vroeg Merijn zachtjes. Janna schudde haar hoofd. “Ik weet het niet... ze wil alleen bij Olivier liggen, zodra ik haar op wil pakken om haar bij de kittens te leggen, gaat ze blazen en krabben.” Janna ging verder met het verzorgen van de kittens, terwijl de kamer langzaam volstroomde met mensen. Wout, Willem en Javier hadden in hun eigen huisje geslapen, en kwamen rond elf uur met broodjes en andere ontbijtspullen naar de meiden toe. “Wij hebben nog zoveel eten,” legde Javier uit. “Dat krijgen we nooit op voor morgenochtend.” Hij legde alles op de grote eettafel in de woonkamer en verdween met Wout naar de keuken om voor borden en bestek te zorgen. Willem ging op de salontafel zitten en keek toe hoe Merijn en Janna zich met de kittens bezig hielden. “Grappig dat ze allemaal zo anders zijn,” merkte hij op. Janna haalde haar schouders op. “Tja, op de boer vind je vaak geen raskatten...” “Wat gaan we eigenlijk met ze doen?” mengde Merijn zich in het gesprek. “Karel Stadt?” Willem klapte zijn handen in elkaar en keek Janna vragend aan. Zij knikte enthousiast.“Ja, daar dacht ik ook aan.” Merijn keek even bedenkelijk naar Willem en Janna, bang dat zij de jonge katjes naar een kattenverzuiper zouden brengen. “Euhm, wie is Karel Stadt?” vroeg ze voorzichtig. Janna glimlachte. “De paardenfokker en dierenarts.” Toen Jing-mei even later beneden kwam om te eten, overhandigde Merijn de warme deken met de vijf katjes aan haar, om zich zelf even op te frissen. Op de overloop kwam ze Phillipa tegen, die rode ogen en een loopneus had. “Allergisch,” nieste ze. “Daarom word ik geen dierenarts.” Merijn haastte zich na gedoucht te hebben weer naar beneden, waar iedereen al aan tafel zat. Willem had een oude doos uit het Kot gehaald, en de katjes werden er voorzichtig in gelegd. Olivier lag nog steeds te slapen op de bank, elke poging om hem wakker te maken was mislukt doordat de kat begon te sissen en blazen wanneer iemand de bank naderde. Uit wanhoop waren ze maar zonder Olivier gaan eten, en ze begonnen luidruchtig te praten in de hoop dat Olivier dan vanzelf wakker zou worden. “Weet je, eigenlijk is dat best gevaarlijk,” zei Phillipa terwijl ze over haar schouder naar Olivier keek. “Hij heeft vannacht toch een behoorlijke opdonder gekregen?” Willem knikte en at snel zijn mond leeg. “Twee zelfs. Tegen de boom en van dat raam dat boven op hem viel.” “Eigenlijk zouden we hem elk uur wakker moeten maken, om te controleren of hij nog wel bij bewustzijn is...” zei Phillipa bedenkelijk. “Ja, maar hoe kunnen we hem in hemelsnaam wakker maken als dat monster hem zo bewaakt?” Jing-mei tikte haar eitje snel tegen Javiers voorhoofd om het te kunnen pellen. “Supersoakers?” stelde Wout voor. Als bij donderslag werd Olivier ineens wakker, alsof hij zich wilde behoeden voor het onheil dat hem te wachten stond. Hij kon de kat zonder moeite optillen, en legde haar in het zonnetje waar ze de kittens kon zien en horen. Vervolgens voegde hij zich bij de anderen aan de ontbijttafel, waar hij zich van de leukoplast ontdeed om zijn mond te kunnen gebruiken. “Ik vind haar leuk,” zei hij met een knikje naar de kat. “Ik wil haar houden.” Janna knikte ook. “We gaan straks naar de dierenarts. Die weet vast wel of ze van iemand is en of jij haar kan adopteren. Volgens mij ben jij namelijk de enige die haar aankan.” Na het ontbijt vertrok Olivier uit de woonkamer, en de kat volgde hem volgzaam de keuken door en het terras over naar het buurhuis. Janna belde voor de zekerheid de dierenarts, en ze kreeg te horen dat ze ook naar de Fokstallen konden komen. Dat bespaarde de dierenarts weer een ritje naar het dorp. Olivier en de kat kwamen na een tijdje weer terug. “Ik heb al een naam voor haar verzonnen,” zei hij meteen. “Ik noem haar Poema. Eigenlijk vind ik Panter ook leuk, omdat ze zo zwart is, maar Poema ligt beter in het gehoor dan Panter.” Merijn keek Olivier even verbaasd aan toen hij de kamer binnen stapte. Er was iets anders aan hem, maar ze kon de vinger niet precies op de zere plek leggen. “Hé, je baard is eraf!” riep Javier echter meteen uit. “Goed gedaan, jochie!” Olivier grijnsde en wees naar Merijn. “Ja, als zij haar ogen magisch kan veranderen van blauw in groen, dan kan ik ook in een kwartier van m’n baard af zijn.” Merijn bloosde toen iedereen zich voor haar verdrong om haar ogen te bekijken. “Kan je ze op commando van kleur laten veranderen, of heb je daar hulp bij nodig...” vroeg Olivier luchtig. Wout grijnsde. “Haha, vast de hulp van kleurlenzen.” Merijn was opgelucht toen Janna besefte dat ze naar de dokterafspraak moesten. Iedereen besloot mee te gaan omdat ze zich allemaal betrokken voelden bij het welzijn van de jonge katjes en Olivier moest mee om de moederkat in bedwang te houden. Deze keer gingen ze wel in de auto van Javier, en tien minuten nadat ze vertrokken waren reden ze het ruime parkeerterrein van Firefoot Fokstallen op. Een jonge vrouw met krullend donker haar stond op ze te wachten. Ze hield een schimmel aan zijn teugels vast, en klopte hem geruststellend op zijn nek. “Komen jullie voor Karel? Ik ben zijn vrouw, Natasja,” ze stak haar hand uit, en Janna schudde hem enthousiast. “Wat een mooi paard,” zei ze terwijl ze de schimmel voorzichtig aaide. “Ja,” zei de vrouw. “En ik ben erg gelukkig dat ik hem en zijn baas mag verzorgen.” Ze wees hen naar een laag bijgebouw, geheel opgetrokken uit witte stenen. Merijn volgde de hele groep het gebouw in en aangezien Janna nog druk in gesprek was met de vrouw van de dierenarts, meldde zij hen bij de balie. Daar stond een hoogblond meisje in een witte jas. Merijn las op haar naamplaatje dat ze Linda heette, en ze deed haar verhaal over de moederkat die haar kittens niet meer wilde voeden. Linda knikte aandachtig terwijl ze wat dingen op een notitieblokje noteerde. “De dokter komt zo bij jullie. Neem maar even plaats.” Ze wees naar een rij stoelen, waar de jongens al plaats hadden genomen. Merijn ging naast Willem zitten, die de doos met de kittens vast hield. “Wat zijn ze lief hè,” zei hij vertederd. Merijn staarde een tijdje in de doos en schrok op toen er een deur achter haar open ging. Een lange man met halflang donker haar en een korte ringbaard stapte de wachtkamer in, gevolgd door een oudere vrouw die een harige hond in haar armen hield. “Als u hier even plaats wilt nemen, dan zorgt Linda voor de verdere afhandeling.” Hij draaide zich even naar Merijn en haar vrienden toe en knikte hen vriendelijk toe. “Jullie zijn zo aan de beurt hoor, ik moet eerst even bij m’n paard kijken.” Hij trok zijn witte doktersjas razendsnel uit, gooide die over de balie en liep naar buiten waar zijn vrouw met zijn paard stond. Hij sprong er behendig op en draafde een rondje over het parkeerterrein. Javier ging staan en tuurde angstig uit het raam. “Past hij wel op voor m’n auto?” De vrouw pakte een lange stok met een scherpe punt van de grond en gaf die aan haar man toen hij langs draafde. Hij spoorde zijn paard daarna aan tot een galop, en hij gooide de stok behendig in de lucht, waarna hij hem met dezelfde hand weer opving. Het paard maakte nog meer vaart en de dierenarts gooide de stok met een precieze armbeweging in de richting van een stapel hooibalen. Hij raakte een opgeplakte schietschijf midden in de roos, en minderde weer vaart. Merijn had met open mond naar het tafereel zitten kijken, net als de rest van de mensen in de wachtkamer. De assistente had het opgemerkt, want terwijl ze de mouwen van de doktersjas weer rechttrok, richtte ze zich tot de wachtenden. “Hij oefent voor de herfstbraderie, dan hebben ze altijd van dat soort wedstrijdjes.” De dokter kwam terug en nam zijn jas aan van Linda. “Help jij mevrouw Zwartgal aan de medicijnen voor Woekie?” vroeg hij. Hij gebaarde vervolgens naar Olivier en Willem om hem te volgen, en Merijn, Wout, Phillipa en Jing-mei stonden ook op. “Sorry, ik heb geen plek voor zes mensen in de behandelkamer,” zei hij verontschuldigend. “Voor zes katten heb ik echter wel plaats.” Willem en Olivier liepen achter de dokter een gang in, en Merijn ging naast Phillipa en Jing-mei zitten. In de wachtkamer hing een beklemmende sfeer die Merijn ook herkende uit het ziekenhuis van haar vader. Hier hadden mensen gezeten die bang waren voor slecht nieuws, of die misschien wel kregen te horen dat hun Woekie of Frummel niet meer te redden was. De harige hond van de oudere vrouw begon te piepen, een naar geluid dat versterkt werd door de witte plavuizen op de vloer. Phillipa begon naar adem te happen, en nieste een paar keer. Plotseling stond ze op. “Ik moet even naar buiten,” zei ze buiten adem. Merijn zag haar door de glazen deur naar buiten verdwijnen, waar ze tegen de bakstenen muur aanleunde. Janna liep naar haar toe en gaf haar een zakdoek. De doktersassistente had inmiddels de medicijnen voor de piepende hond klaar en stuurde de vrouw naar huis. Daarna vertrok ze in de gang waar de dokter met Willem en Olivier door heen was gegaan. Het was in eens helemaal stil in de wachtkamer, nu de jankende hond weg was. Merijn hoorde zachte stemmen achter de deur aan het eind van de gang en ze dacht Willems gegiechel te herkennen. Olivier lachte ook mee, waarna ook een bulderende lach, waarschijnlijk van de dierenarts, klonk. Wout begon op een nagel te bijten terwijl hij nerveus met zijn been zwaaide. “Bah, ik kan niet tegen wachtkamers,” zei hij zachtjes. “Ik ga even een sigaret roken.” Hij vertrok zonder verder iets te zeggen naar buiten, en Merijn bleef achter met Javier en Jing-mei, die beiden verdiept waren in verjaarde edities van “Horse&Hound” een Engels tijdschrift over paarden en jachthonden. Na een tijdje kwamen Olivier en Willem weer terug. Willem keek opgelucht en ging met de doos kittens op schoot weer in de wachtkamer zitten. “Ik mag de kittens houden! Het wordt wel een onderneming om ze allemaal groot te brengen, maar ik word erg graag hun nieuwe moeder.” Olivier stond bij de balie met de assistente te praten, en hij kreeg een formulier voor zich dat hij in moest vullen. “Maar de moederkat dan?” Willem giechelde. “De moeder blijkt een mannetje te zijn! Echt stom dat niemand heeft gecontroleerd of Poema wel tepels had waarmee ze de kittens kon voeden.” Javier begon te schaterlachen, en ook Jing-mei en Merijn lachten mee. “Mag Ollie hem wel houden dan?” vroeg Javier. Willem knikte. “Hij wil hem nu laten castreren, zodat hij morgen mee kan naar Zeist.” De dierenarts kwam de wachtkamer in en keek verbaasd naar Willem. “Sorry, betekent dat, dat jullie niet uit Nijverdal komen?” Willem keek betrapt omhoog naar de dierenarts, en Merijn werd een beetje bang van de ernstige blik van de dierenarts. De man leek ineens erg breed en groot, en hij straalde een bijna koninklijke autoriteit uit. “Dat bemoeilijkt de zaak wel enigszins,” zei hij met een lage basstem. “Wát?” Olivier stond bij de balie en liep rood aan. “U heeft gezegd dat ik hem mee mocht nemen, hij had namelijk geen penning, geen chip en is niet getatoeëerd. Poema is gewoon een zwerfkat die geen lang leven meer voor zich heeft als hij weer de straat op moet.” De dierenarts schudde zijn hoofd en legde de situatie aan Olivier uit. Die kon zich daar echter niet bij neerleggen en wees naar de kittens. “En zij dan? Zij kunnen wel zomaar met iemand mee die niet in Nijverdal woont? Is dit soms discriminatie omdat Willem er nu eenmaal schattiger of moederlijker uitziet?” Javier was opgestaan en liep naar Olivier toe om hem te kalmeren. “Rustig Ollie, straks verpest je alles...” De dierenarts verontschuldigde zich en liep de wachtkamer uit. “Jemig, wat een eikel,” brieste Olivier terwijl hij zich op een stoeltje liet vallen. Hij bleef mokkend voor zich uit staren en Merijn richtte zich maar op Willem en zijn vijf kindertjes in de doos. “Heb je al namen voor ze bedacht?” Willem knikte, glimmend van
geluk. “John, George, Ringo,
Paul en Thomas.” Net toen Merijn wilde vragen of hij wel zeker wist dat al zijn kinderen jongetjes waren, klonk er een afschuwelijke kreet uit de behandelkamer. “Karel!” riep Linda achter de balie, en tegelijkertijd sprong Olivier overeind. ”Poema,” riep hij verschrikt uit. Zowel Olivier als de assistente rende de gang naar de behandelkamer in en Merijn en de anderen liepen er verdwaasd achteraan. De buitendeur ging open, en Wout, Phillipa en Janna staken hun hoofden naar binnen. “Wat gebeurde er?” vroeg Janna geïnteresseerd, vlak voor ze omver werden geduwd door de vrouw van de dierenarts die met rode wangen van de spanning de behandelkamer in racete. |