Soorten lawines
Allereerst kan er onderscheid worden gemaakt tussen sneeuwlawines, ijslawines en steenlawines. Ik beperk me hier echter tot de sneeuwlawines, omdat zij het meest reeele gevaar vormen voor wintersporters.

Algemeen:
Sneeuwlawines ontstaan wanneer een sneeuwdek onvoldoende samenhangt en niet goed met de ondergrond is verankerd om op de helling te blijven liggen. Ze komen in het algemeen voor op hellingen tussen de 30 en de 40 graden. Bij hele natte (en dus zware) sneeuw kunnen op hellingen vanaf 15 graden al lawines optreden. Op hellingen steiler dan 60 graden blijft uberhaupt al te weinig sneeuw liggen om lawines mogelijk te maken. Hier kunnen alleen lawines ontstaan in relatief warme en vochtige condities.

Lawinetypes:
Poedersneeuwlawines:
Deze lawinesoort ontstaat tijdens of vlak na sneeuwval, doordat een kleine sneeuwmassa het niet meer houdt en begint te schuiven. Dit beginnetje neemt dan de rest mee. Deze soort is gevaarlijk omdat de longen van het slachtoffer vol sneeuw komen te zitten, waarna hij of zij door de smeltende sneeuw stikt.

Schneebrettlawines:
Deze lawinesoort komt vooral in de Alpen voor. Ze worden veroorzaakt doordat er een fluffy (losse) of juist ijzige onder- of tussenlaag is, waarboven zich een zogenaamd schneebrett vormt. Dit is een stevige toplaag, die veroorzaakt kan worden door de wind, doordat op hellingen onder de wind, of op plaatsen die in een windluwte liggen tijdens sneeuwval. Als deze plek daar eerder geen last van had krijg je dus een stevige laag op een zwakkere. Deze gaat er makkelijk af (met een soort wumm-geluid) als je er overheen skiet, board of loopt. Ook kan zo'n tussenlaag veroorzaakt worden door temperaturen van minder dan 20 graden. Dan verdampt de sneeuwlaag vlakbij de bodem enigszins, maar die bevriest dan verder naar boven in de sneeuw weer. Zo ontstaan er dus wederom een harde en een zachte laag.

Natte sneeuwlawines:
Deze lawinesoort komt met name in het voorjaar vaak voor, doordat door de dooi de toplaag van de sneeuw smelt. Door dat water verzadigt de sneeuw, waardoor deze zwaarder wordt en sneller omlaag komt. Deze zijn extra gevaarlijk omdat door de wind de gevoelstemperatuur lager ligt, waardoor men niet merkt dat het dooit.

Ontwikkelingstypes:
Breuklawines: hierbij wordt een bewegende sneeuwmassa als een geheel uit het omringende sneeuwdek losgescheurd
Waaierlawines: deze beginnen smal en worden steeds breder. Deze soort komt het meeste voor.
Stoflawines:
hierbij gaat de sneeuw onderweg over een ijslaag en stuift daarbij op tot een stofwolk.
Oppervlaktelawines: deze vinden plaats in de bovenste lagen van het sneeuwdek.
Bodemlawines:
deze nemen het hele sneeuwdek vanaf de bodem mee.
Terug
Hosted by www.Geocities.ws

1