| Zwarte Prins |
| Elisabeth: Nee niet weggaan, zwarte prins, naar wie ik zo verlang. In jouw armen voelde ik me heerlijk vrij. Oh wat fijn om weg te vliegen, door de lucht, alleen met jou. Als een zwarte vogel, hoog in het blauw. Ja ik weet jij bent de Dood, dat maakt de mensen bang. Maar die domme mensenangst telt niet voor mij. Dromen en gedichten schrijven, galloperen in de wind. Niemand begrijpt me, zoals jij Ludovica: Stil maar Sissi, ga maar eerst even liggen. Snel Leonard, laat snel de dokter komen. |