| Rouwklacht |
| Elisabeth: Rudolf waar ben je? Hoor je me roepen? Jij was als ik, jij hebt mij gemist. Voor mijn vrijheid liet ik jou in de steek. Oh als jij me maar vergeeft. Ik heb gefaald, draag alle schuld. Kon ik nog eenmaal, jou weer omarmen. En je beschermen voor al het kwaad, maar het is te laat, men trekt ons uiteen. Beide blijven wij alleen. geest van Sophie: Onze toekomst is gestorven. Rudolf ging door jou ten gronde. Door jou werd zijn ziel verdorven. Jij was altijd te week, te vrij Elisabeth: Laat mij ook toe. Laat me niet wachten. Ben ik niet genoeg gekweld? Heb medelij. Kom zachte Dood. Vervloekte Dood. Verlos ook mij. De Dood: Nee ik wil je niet! Niet zo! Ik hoef je niet! Ga! |