| Mama waar ben je |
| Kleine Rudolf: Mama?... Mama! Mama waar ben je? Kan je me horen? Ik wil zo graag dat je mij omarmt. Ik weet best ik mag jou niet storen. Jij hebt het druk zegt iedereen. Mama mijn kamer is 's nachts zo donker. Ik heb het koud, ik ben zo bang. Wie droogt nu mijn traantjes? Waar moet ik heen? Waarom laat je mij alleen? De Dood: Ze hoort je niet, roep niet om haar. Kleine Rudolf: Wie bent u? De Dood: Ik ben een vriend Zoek jij naar steun dan sta ik klaar. Kleine Rudolf: Ga weg! De Dood: Ik ben dichtbij Kleine Rudolf: Als ik mijn best doe word ik een kerel Gisteren sloeg ik nog een muisje dood. Ik moet hard zijn net als de wereld, maar ik ben liever zacht dan zo gemeen. Oh mama, kon ik maar altijd bij jou zijn. Ik word gedrild en ze zijn zo streng. Om mij te troosten, is er niet een. Waarom laat je mij alleen? |