| Ik zweer dat ik mijn leven geef Kim: Jij die ik in mijn armen hield kijkt me met grote ogen aan. Kleine man, jij kunt er van op aan. Dat ik voor jou mijn leven geef. Jij kwam ter wereld ongevraagd, jij jij mag niet weten van de pijn en hoe gemeen de mensen zijn. Ik zweer dat ik mijn leven geef. De liefde ging de angst voorbij Dat het echt liefde was, bewijs toch jij! Toen die ene nacht, die ik nooit meer vergeet. Toen wist ik wat ik deed. Ik geef je echt alles wat ik zelf nooit had. Ik geef je een wereld die ik nooit bezat. Jij zult eens zijn, wie jij wilt zijn Jij wordt gezegend door het lot. Zolang jij kansen hebt, mijn god. Zweer ik dat ik mijn leven geef! Soms word ik wakker tastend naar hem. Ik voel zijn schaduw langs mij gaan, Maar in het zilver van de maan, was het een geest? Die ene nacht? Waardoor mijn lichaam huilt en lacht? Nee 't is zijn kind -ik kijk opzij- dat tastbaar is oh god breng Chris terug bij mij. Jij zult eens zijn, wie jij wilt zijn, jij Jij wordt gezegend door het lot. Dat zal mijn opdracht zijn mijn god. Ik zweer, dat ik mijn leven geef. 'k zal zorgen dat jij overleeft. Ik zweer dat ik mijn leven geef! Bootvluchtelingen: Eerste groep: Geen huis, geen thuis Geen kans, geen licht Geen hoop, geen zicht. Tweede groep: Geen berouw Geen terug Geen tot ziens Derde groep: Maar eens... Een keer... Een maal... |