| Ieder gunt hij het zijne |
| Lucheni: We schrijven het jaar 1853. In Wenen regeert de jonge Keizer: Franz-Joseph. Zijn gezag is gebouwd op een staant leger van soldaten, een zittend leger van ambtenaren, een knielend leger van priesters en een kruipend leger van verklikkers! En op de raadgevingen van zijn moeder, van wie men zegt dat ze de enige man aan het hof is. Sophie: Wees streng, wees sterk, wees kil, wees hard Hofkliek: Ieder gunt hij het zijne. Alles brengt hij in 't reine. God behoede, god bescherme, onze jonge Keizer. ....: De kardinaal! Rauscher: Majesteit, de kerk stuit op het volk dat rebelleert. Sophie: Wat stuitend Rauscher: Gun de kerk, dat zij met dwang, de scholen controleert. Franz Joseph: Toegestaan Hofkliek: Ieder gunt hij het zijne, alles brengt hij in 't reine. God behoede, god bescherme, onze jonge Keizer Lucheni: De vrouw van de veroordeelde!!! Vrouw van de veroordeelde: Majesteit, mijn man riep vrijheid en kwam in 't cachot. Wees genadig, geef hem niet de doodstraf... Oh mijn god!!!! Sophie: Wees streng Franz-Joseph: Als ik door god niet was gezonden Sophie: Wees sterk Franz-Joseph: En niet aan plichten was gebonden Sophie: Wees kil Franz-Joseph: Dan was ik liever tolerant en mild Sophie: Wees hard, Wees sterk Franz-Joseph: Afgewezen! Vrouw van de veroordeelde: Neeeeeeeeee Sophie: Wat verder nog? Gruhne: Majesteit, bespreken wij de politieke toestand Schwarzenberg: Majesteit, het krimconflict, dreigt zich nu uit te breiden. Dat we Rusland, dit keer bijstaan is niet te vermijden. Rusland, heeft ons anarchie en bloed vergieten bespaart. Half Turkije als beloning, lijkt de moeite waard. Franz-Jospeph: Hoe bekijkt u de situatie? Graaf Gruhne? Graaf Gruhne: Helpen wij Moskou, dreigt ons Londen. Steunen wij Londen, foetert Moskou. Met alletwee is een verbond fataal. Schwarzenberg: Maar we moeten nu besluiten Sophie: De Keizer van Oostenrijk moet helemaal niks Gruhne: Mag ik uwe majesteit er nederig aan helpen herrinneren dat de koets naar Bad-Ischl wacht Sophie: Laat anderen oorlog voeren. Het gelukkige Oostenrijk treed in het huwelijk. Hofkliek: Bravo. Ieder gunt hij het zijne, alles brengt hij in 't reine. God behoede, god bescherme, onze jonge Keizer. |