| En weer Kim: Vannacht zag ik je slapen heel dicht tegen me aan. Lag in zijn slaap te praten. En fluisterde heel zacht mijn naam. In ' t schijnsel van de bleke maan diende zich een ver verleden aan. Daar was jij.... weer. En weer en weer voel ik: Jij komt terug. Er komt een keer Geen twijfel in mijn hart. Niet meer. En weer en weer voel ik: Zolang als ik geloven kan in liefde steeds weer, voel ik. Jij komt weerom Ik weet waarom. Jij komt weerom! Al weet ik niet, wanneer. Ellen: Die nacht zag ik je slapen. De bange droom bleef aan. Jij stamelde in tranen. Iets wat voormij klonk als een naam. En het kwetste dieper dan ik dacht. Dat ik dit geheim van jou die nacht. Niet mocht delen... En weer en weer voel ik: Er komt een tijd dat niets ons leven meer scheidt. Mijn hart zal rustig zijn die keer. Ik ben hier wees niet bang. Zeg toch wat al zo lang 's nachts steeds spookt door jou. Maak me daarvan een deel, Chris, je weet toch hoeveel ik van je hou. Kim: En weer Ellen: Voel mijn arm om je heen Je bent nooit meer alleen. Kim: En weer voel ik Ellen: Zoek toch steun bij mij Kim: zolang als ik Ellen: Als je nu met me deelt, wat je niet met me deelt. Kim: nog in liefde Ellen: Is jouw hel voorbij Kim: geloof, voel ik Ellen: Droog je tranen Kim: Jij komt weerom Ellen: en ga slapen, ik blijf bij je, Kim: Ik blijf je trouw Ellen: Jouw vrouw Kim: Jouw vrouw Kim en Ellen: Tot in de dood. |