-- Wiskunde woordenboek --
Alleen in Internet Explorer.

Accent Je zet accenten boven de letters wanneer je een punt spiegelt en aan wilt duiden dat hij een spiegelbeeld is van een bepaalde letter. bv. A wordt gespiegeld, ik noem het beeld A'
Afronden Een getal schrijven met het aantal decimalen wat gevraagd wordt.
Afstandstabel Een tabel waarin de afstanden staan tussen twee verschillende punten
Afvalsysteem Een systeem waarin teams tegen elkaar spelen. Alleen de winnaar gaat door. 
Amplitude Verschil tussen de top- en evenwichtsstand   (bij periodieke grafieken).
Assenstelsel Bestaat uit twee of meer assen met getallen langs deze assen. Dit zijn de x, y, en eventueel een z-as
Balk Een ruimtelijk figuur dat bestaat uit 6 grensvlakken, 8 hoekpunten. De grensvlakken hebben de vorm van vierkanten of rechthoeken.
Beelddiagram Een grafiek dat bestaat uit beeldjes (plaatjes).
Benen van een hoek Twee lijnen van een hoek.
Benen van een driehoek Twee lijnen die even groot zijn en beide snijden in de top.
Bissectrice Een lijn die een hoek middendoor deelt (=deellijn).
Boomdiagram Een schema waarin aangegeven wordt hoeveel mogelijkheden er bij iets zijn.
Bovenaanzicht Een aanzicht van bovenaf; je kijkt van boven af. 
Bovenvlak Het grondvlak en bovenvlak zijn gelijk. twee vlakken die gelijk zijn bij een ruimtelijk figuur.
Box-plot
Grafische weergave van een verzameling gegevens. In deze weergave staan de kwartielen de mediaan en de laagste en hoogste waarneming.
Breuk
Een getal dat als deling geschreven kan worden. 
Cilinder Een ruimtelijk figuur die door twee cirkels, onderling evenwijdig wordt bepaald. 
Cirkel Een vlak figuur die gevormd wordt door een gesloten kromme lijn, die bestaat uit punten die allemaal even ver van het middelpunt afliggen.
Coördinaten Getallen tussen haakjes die een plaats aanduiden binnen een assenstelsel.
Constante Grafiek Een grafiek dat horizontaal loopt.
Cirkeldiagram Een grafiek waarin je een aantal gegevens kan aflezen. Het heeft de vorm van een cirkel.
Centrummaten Gemiddelde, modus en mediaan.
Diagonaal Een lijnstuk dat twee tegenover elkaar liggende hoekpunten verbindt.
Diameter Een lijnstuk dat vanaf een punt van de cirkel door het midden naar de ander kant van de cirkel loopt.
Decimaal getal
Een getal dat één of meer getallen achter de komma heeft. bv. 3,13
Dalende grafiek Een grafiek dat naar beneden loopt.
Draaisymmetrisch Een figuur dat je kan draaien (zonder helemaal rond te gaan) en dat er precies weer uit komt te zien zoals het origineel. 
Draaihoek De hoek waaronder je een figuur kan draaien zodat hij hetzelfde weer uit ziet.
Draadmodel Een ruimtelijk figuur dat alleen is opgebouwd uit de ribben.
Deellijn Een lijn die een hoek middendoor deelt.
Driehoek Een wiskundig vlakke figuur dat drie hoeken heeft.
Evenwijdige Evenwijdige lijnen hebben dezelfde richting, ze snijden elkaar niet.
Eenheid
Een waarde van een bepaalde grootheid. bv. Celsius is de eenheid van temperatuur.
Exponent Het getal wat bij een macht boven aan hangt: dus 6²: hierbij is 2 het exponent.
Factoren De getallen die je met elkaar wilt vermenigvuldigen of delen.
Formule
Een algemene uitdrukking die toegepast kan worden toegepast op een grootheid of op meerdere grootheden.
Frequentie Hoe vaak een gebeurtenis plaats vindt. 
Frequentietabel Een tabel waarin staat hoe vaak alle gebeurtenissen voorkomen. 
GWA Geïntegreerde wiskundige activiteiten.
Grensvlakken Vlakken waaruit een ruimtelijk figuur is opgebouwd. Tussen de grensvlakken zit de ruimte van het ruimtelijk figuur.
Geheel getal
= verzameling van de negatieve en positieve gehele getallen: {...,-3,-2,-1,0,1,2,3,...}
Getallenlijn Een lijn waarop een rij getallen staan. Deze getallen staan in de juiste verhouding uit elkaar.
Globale grafieken Bij globale grafieken gaat het om het verloop van de grafiek. 
Gestrekte hoek
Een hoek van 180°
Graden
Een meet eenheid waar je een hoek mee meet.
Grafiek
Een tekening die het verband laat zien tussen twee getallen of grootheden.
Gelijksoortige termen
Termen die gelijk zijn. Er komen precies dezelfde letters met of zonder machten in voor.
Gelijkbenige driehoek
Een driehoek waarbij twee benen gelijk zijn. De basishoeken zijn ook gelijk.
Gelijkzijdige driehoek
Een driehoek waarbij alle hoeken gelijk en 60° zijn. Alle zijden zijn ook gelijk. 
Gelijkbenige rechthoekige driehoek
een driehoek waarbij twee benen gelijk zijn. Twee hoeken zijn gelijk:
namelijk 45° en de derde hoek is een rechte hoek (90°)
Graaf
Een kaartje dat bestaat uit punten die onderling verboden wordt door lijnen.
Gelijke grafen
Gelijke grafen hebben dezelfde punten en dezelfde verbindingen.
Grondvlak
Het grondvlak en bovenvlak zijn gelijk. twee vlakken die gelijk zijn bij een ruimtelijk figuur.
Grondtal
Het getal bij een macht wat op de grond staat. 6². hierbij is 6 het grondtal.
Gemiddelde
Optelling van een rij getallen en gedeeld door het aantal getallen.
Herleiden Eenvoudiger schrijven.
Horizon Een lijn die horizontaal loopt. 
Hyperbolisch verband Een verband waarbij een onbekende verkregen wordt uit een getal gedeeld door de invoer.
Hyperbool Een grafiek bij een hyperbolisch verband.
Kwartielen twee verschillende kwartielen nl.:
  • eerste -, middelste getal van de eerste helft van een serie waarnemingen.
  • derde -, middelste getal van de tweede helft van een serie waarnemingen.
Mediaan Middelste getal van een serie waarnemingen die van klein naar groot gerangschikt zijn.
Modus Meest voorkomende waarneming van een serie waarnemingen. Zo kan er maar één zijn !
2003 / 2004 ©

 

Hosted by www.Geocities.ws

1