|
1
|
- De Australopithecus Africanus
|
|
2
|
|
|
3
|
- Verscheidene hominidevarianten!
- Tussen de varianten:
- Allopatrische variabiliteit
- Allochronische variabiliteit
- Toch ook aantal gemeenschapelijke karakteristieken
- Binnen varianten:
- Ongeacht seksueel dimorfisme, ook variabiliteit
|
|
4
|
- Algemeen:
- Tussen de 4.4 en 1 miljoen jaar
- Maar ook oudere fossielen bekend die dateren tot 6 à 7 miljoen jaar
- => De hominoïde-hominide overgang vond plaats op het einde van het
Mioceen, in het begin van het plioceen
|
|
5
|
- Oost-Afrika:
- Aramis, Hadar, Laetoli, Omo, Turkana, Olduvai
- Centraal-Afrika:
- Bahr el Ghazal, Djurab woestijn
- Zuid-Afrika:
- Taung, Makapansgat, Sterkfontein, Kromdraai, Swartkrans
|
|
6
|
- Bipedaal (positie van het Foramen Magnum)
- Menselijke gebitskenmerken
- Inhoud van de hersenschedel bij de vroegste vormen overstijgt nauwelijks
deze van mensapen van vergelijkbare lichaamsgrootte (bv. Chimps)
|
|
7
|
- Fijne
- 4 tot 2 miljoen
- Kleinere tanden (met nadruk op achterste tanden)
- Afwezigheid van benige uitkepingen
- => Opportunistisch generalisme
- Robuuste
- 4.1 tot 1 miljoen
- Robuuste gebit, zware kaaktanden
- Zware kaakspieren (zygomatische boog)
- => Specialisatie
|
|
8
|
- Verschil tussen fijne vs. Robuuste vormen wordt gezien als als een
verschil in adaptief profiel. Het verschil in craniale en faciale
morfologie wijzen op een ander dieet en dus op onderscheiden ecologische
niches.
- => co-evolutie van beide groepen voor 2 miljoen jaar
|
|
9
|
- De Australopithecus Africanus
|
|
10
|
- Ouderdom: 2.5 miljoen
- Vindplaats: Taung, Z-Afrika
- Fossiel bestaat uit:
- Een gezicht met onderkaak en tanden
- Verschillende stukken van het schedelbeen
- Een natuurlijke afdruk van inhoud van de schedel (mineralen in
fossilisatie)
|
|
11
|
- Weinig prognatisch aangezicht
- Ronder hoofd dan apen
- Geen wenkbrouwbruggen
- Geen diastema
- Hersencapaciteit: 405cc, als volwassen 455cc (= iets groter dan moderne
aap)
|
|
12
|
- De Taungschedel vormde het tegendeel van wat tot dan toe verwacht: een
kleine hersenschedel (cf. mensaap), met een onder de schedel gelegen
foramen magnum, en een relatief klein gezichtsgedeelte met menselijke
tanden.
- => De mens was eerst menselijke kenmerken gaan ontwikkelen in zijn
beweginsorganen en zijn gebitstructuur en pas later zijn de hersenen tot
stand gekomen.
|
|
13
|
- Veel kritiek omdat het hier een kind betreft: Vele van de geobserveerde
kenmerken komen immers ook voor in apen die de volwassenheid nog niet
bereikt hebben
- Gaat het hier niet om een onvolwassen chimpansee??
- Toch: positie van het foramen magnum!!
|
|
14
|
- Ouderdom: 2.6 miljoen
- Ontdekt door Broom in Transvaalregio van Z-Afrika
- Een volwassen (!!) exemplaar
- Oorspronkelijk benoemd als Plesianthropus Transvaalensis (<Mrs.
Ples), en beschouwd als vrouw
|
|
15
|
- Duidelijk prognatisme (><Taung)
- Hersencapaciteit 485 cc (>>moderne aap)
- Positie van het formanen magnum
|
|
16
|
- STS 5 is ontegensprekenlijk een
fossiel van een volwassen specimen:
- hierdoor kon het niet langer worden beweerd dat het kind van Taung zou
opgroeien in een aap
- Deze ontdekking zorgde dan ook voor het serieus nemen van de vondsten in
de Transvaal regio van Zuid Afrika
|
|
17
|
- Ouderdom: 2.5 mijloen jaar
- Vindplaats: Sterkfontein, Zuid-Afrika
- Dit fossiel bevat nog de os coxa en vele van de wervels
|
|
18
|
- Analoog aan mens:
- De heupkam is kort en breed
- Goed ontwikkelde sciatische knoop
- Sterke anteriore inferiore iliac spine
- Verschil met mens:
- Anteriore superiore iliac spine die naar voor projecteert
- Klein articulair oppervlakte v/h sacrum
- Uitwendige richting van de heupkam
|
|
19
|
- Deze vondst toont ontegensprekelijk aan dat deze hominiden BIPEDAAL
waren, en dat ze niet simpelweg gelijkgesteld konden worden met apen.
|
|
20
|
- Ouderdom: 2.5 miljoen
- Vindplaats: Sterkfontein, Z-Afrika
- Fossiel bestaat uit:
- Bijna volledig aangezicht
- Rechter zijde van de schedel
- Kenmerken:
- Ronder en minder prognatisch dan STS 5
|
|
21
|
- Man?
- Grote postcanine tanden
- Robuuste faciale kenmerken
- Vrouw?
- Ronder hoofd
- Minder prognatisch dan bv. STS 5
|
|
22
|
- Wallace (’72) linkte STS 71 met STS 36 (=onderkaak gevonden inzelfde
geologische laag).
- Hij kon een precieze matching van de slijtpatronen van de tanden op
beide specimen aantonen
- STS 36 werd reeds beschouwd als man gebaseerd op de grootte van de
tanden
- => STS 71 is man
|
|
23
|
- Ouderdom: 3.3-3.0 miljoen jaar
- Vindplaats: Makapansgat, Zuid-Afrika
|
|
24
|
- Dit is het occipitale gedeelte van een schedel met een deel van het
foramen magnum
- Zware temporale lijnen, triangulair patroon => kauwspieren
|
|
25
|
- Onderkaak:
- De twee premolaren en de eerste twee molaren zijn zowel aan linkse als
aan rechtse kant aanwezig
|
|
26
|
- Een rechts lateraal gezichtspunt van een deel van de bovenkaak. Het
been is bewaard tot op het laagste deel van de oogkas.
|
|
27
|
- Samengestelde schedel op basis van MLD 1,2 en 6. Het resterende
gedeelte van de schedel is samengesteld op basis van STS 5
|
|
28
|
- A. africanus
- Rondere schedel
- Hogere ratio hersenen / lichaamsgrootte
- Minder primitieve tanden
- Langere armen en kortere benen (=> boom-bodem leven)
- A. afarensis
- Uitgestrektere schedel
- Minder hoge ratio hersenen / lichaamsgrootte
- Primitievere tanden
|
|
29
|
- Postcaninen zijn groter, ronder gecuspeerd en relatief breder, iets
dikkere email
- Anteriore lage premolaren steeds bicuspide
- Anteriore lage premolaren hebben grotere email dikheid
- Anteriore pillaren meer ontwikkeld
- Intrasexueel bij africanus geen reductie bij centrale snijtanden, maar
wel bij andere anteriore tanden (bij vrouwen kleiner)
|
|
30
|
- Retractie van het gehemelte van een positie voor het aangezicht naar
onder (minder prognatisch)
- Expansie van het anteriore deel van de temporale spier (wegens minder
prognastisch)
- Anteriore pillaren die uitstrekken tot boven de hoektanden en die leiden
tot een bredere laterale marge naast de neus
- Structurele verandering in de kaak wegens uitbreiding van molaren en
premolaren, en reductie van snijtanden en caninen (minder druk op
anteriore gedeelte van gebit)
|
|
31
|
|
|
32
|
- Interpretatie en Discussie
|
|
33
|
- Binnen A. africanus:
- Twee of meerdere soorten?
- Sexueel dimorfische soort?
- Aparte soort?
- => Morfologische verschillen en allopatrische separatie: A. africanus
is aparte soort
|
|
34
|
- Recent onderzoek: Berger et al (2002)
- Africanus dient gedateerd te worden op 2.5-1.5 miljoen jaar.
- => Africanus overlapt niet met vroeg-hominiden zoals afarensis maar
eerder met afstammelingen daarvan (bv. garhi)
|
|
35
|
- Regionale variant of subspecies van A. afarensis?
- Twee verschillende soorten?
- Africanus als afstammeling van afarensis?
|
|
36
|
- Anteriore pillaren
- Zygomatische boog
|
|
37
|
- A. africanus komt later voor dan afarensis en vroeger dan eerste homo
=> vult tijdspanne
- Toch: verkeerde plaats. Evolueerde in O-Afrika, verhuisde naar Z-Afrika,
verhuisde terug naar O-Afrika om op tijd te evolueren naar Homo. OF nog
niet gevonden in O-Afrika
- Ook: verschillen met afarensis dentaal en faciaal. Bijvoorbeeld de
anteriore pillaren. Afarensis niet, africanus wel, homo niet (eerst
ontwikkeld om dan terug te verliezen?)
|
|
38
|
|
|
39
|
|
|
40
|
- Als A. africanus overlapt met A. garhi, is er dan sprake van het gebruik
van stenen als hulpmiddel?
- A. garhi: indirect bewijs voor doelgericht gebruik van stenen. Krassen
op onderkaak van rund (tong verwijderd?), opengebroken scheenbeen
(beenmerg verkrijgen?)
|