|
Zondvloed model |
Fossielen |
Uniformitarisch model |
|||
|
Tijd in jaren |
Fasen in zondvloed |
Kenmerken fossielen |
Geologische tijdvakken |
Tijd in mln. |
|
|
1999 v. Chr. -heden |
Effecten van ijskapvorming en regen na de vloed met afnemend vulkanisme en tektonisme; ontstaan van een nieuwe wereld |
Toename van moderne planten en dieren én de mens |
Kenozoïcum |
Kwartair |
1.75-heden |
|
2000 v. Chr. Zondvloed |
Slotfasen van de zondvloed, beginfasen der reorganisatie van de aarde na de vloed |
Toename van zoogdieren en van de hoogste planten |
Tertiair |
23.5-1.75 |
|
|
Tussen fasen van de zondvloed, met mengsels van continentale en mariene afzettingen; hier en daar misschien al van na de zondvloed |
Hogere bloemplanten, insekten en foraminiferen talrijk. Toename van vogels, buideldieren en insecteneters. Verdwijning van dinosauriërs, ammonieten en belemnieten |
Mesozoïcum |
Krijt |
135-23.5 |
|
|
Eerste vogel, hogere insekten en lagere bloemplanten. Ammonieten, belemnieten en reptielen talrijk |
Jura |
203-135 |
|||
|
Eerste dinosauriërs, vliegende en mariene reptielen, lagere zoogdieren en belemnieten. Cycaden, coniferen en moderne koralen talrijk |
Trias |
250-203 |
|||
|
Diepzee- en schild-afzettingen gevormd in de eerste fasen van de zonvloed, meest in de oceaan. |
Toename der lagere reptielen. Eerste cycaden, coniferen en moderne koralen. Verdwijning van trilobieten. |
Paleozoïcum |
Perm |
295-250 |
|
|
Eerste (reuzen-) insekten en reptielen. Sporeplanten en zeelelies talrijk. Toename der amfibieën. |
Carboon |
355-295 |
|||
|
Eerste zaadplanten en beenvissen. Beenloze vissen soortenrijk. Eenvoudige ammonieten |
Devoon |
410-355 |
|||
|
Eerste landdieren. Lagere landplanten en vissen. Brachiopoden, trilobieten en koralen talrijk. |
Siluur |
435-410 |
|||
|
Eerste gewervelden en lagere landplanten. Graptolieten, koralen, brachiopoden, caphalopoden en trilobieten talrijk |
Ordovicium |
500-435 |
|||
|
Alle hoofdafdelingen der ongewervelde vertegenwoordigd. Brachiopoden en trilobieten talrijk. |
Cambrium |
540-500 |
|||
|
Eerst gevormde afzettingen in de beginfasen van de zondvloed |
Lagere waterplanten en -diren. |
Proterozoïcum |
Pre-cambrium |
|
|
|
4000 v. Chr. Scheppingsweek |
Oorsprong van de aardkorst daterend uit de scheppingsweek, hoewel verstoord en gemetamorfoseerd door de thermische en tektonische veranderingen tijdens de zondvloed |
Eerste leven? |
Archeozoïcum |
|
|