Deze informatie komt voor een deel uit je tekstboek.
|
2de
klas boek (NOVA 2mHV) |
3de
klas boek (NOVA 3HV) |
||
|
Waar? |
|
Waar? |
|
|
Blz. 137 punt 11 |
Maken van een verslag |
Blz. 225 punt 15 |
Maken van een verslag |
|
Blz. 138 punt 12 |
Grafieken |
Blz. 226 punt 16 |
Grafieken |
Bedenk van te voren even goed wat je precies moest doen en waarom. Wat was het doel van de proef?
Maak goeie afspraken wie van jullie welk deel van het verslag doet en wanneer. Let op de inleverdatum.
Zorg dat je niet wordt overvallen door pech als ziekte of een lege inktpatroon.
a. Titel van de proef (niet alleen het nummer)
b. Namen + achternamen
c. Klas
d. Vak
e. Docent
f. Datum waarop je de proef hebt gedaan (niet de
inleverdatum)
g. Schooljaar
a. Onderzoeksvraag. Kort maar precies formuleren in de
vorm van een vraag.
b. Beschrijf welke grootheden je met elkaar in verband
brengt.
c. Hypothese. Dat is het voorlopige antwoord op de
onderzoeksvraag.
a. Lijst van materialen (vooral de meetinstrumenten
noemen.
b. Tekening van de opstelling (schematisch).
c.
Beschrijving (kort)
hoe je te werk bent gegaan.
d. Leg uit hoe je meetinstrumenten hebt ingesteld
e.
Beschrijf welke
grootheden je met welk meetinstrument meet en met welke eenheid.
a. Waarnemingen. Wat zag je gebeuren in de proef.
b. Verwerk de meetresultaten in tabellen EN grafieken.
(zie verderop)
c.
Maak volledige
berekeningen (zie verderop)
a. Beantwoord de onderzoeksvraag op basis van de
resultaten.
b. Klopt je hypothese? Geef een verklaring waarom wel
of waarom niet.
c.
Beschrijf hoe je de
proef zou kunnen verbeteren of nauwkeuriger kan maken.
Hier zijn speciale regels voor. Kijk steeds naar het
voorbeeld:
a.
Boeken:
Smits, Th., Tromp, R. e.a. (1999), NOVA, Natuur-
en scheikunde voor de basisvorming 2mHV, Malmberg, Den Bosch, 236 pp.
b. Websites:
Bonaventuracollege Leiden, te raadplegen via: www.bonaventuracollege.nl
Afdeling Rechten Universiteit Leiden, Richtlijnen
voor het schrijven van een werkstuk, te raadplegen via: http://www.law.leidenuniv.nl/org/fisceco/economie/onderwijs/
doorklikken op Werkstukonderwijs.
Als er in het werkboek opgaven zijn, beantwoord die
dan en verwerk ze in het verslag op de juiste plek. Meestal zijn die vragen
bedoeld om je te helpen een goede Conclusie te trekken. Verwerk zo’n vraag dan
onder het kopje Conclusie. Kijk zelf waar de vraag het beste thuishoort.
·
Gegevens in kolommen.
(niet in rijen).
·
Grootheid en eenheid
alleen in bovenste rij. Dus alleen getallen zonder eenheid in de rest van de
tabel.
·
Gebruik
millimeterpapier. Met Excel type "Spreidingsdiagram"
·
Titel van de grafiek.
·
Assen met grootheden
en eenheden en pijlen in de richting waarin de waarden langs de as oplopen.
·
Goede schaalverdeling
op de assen. Rek de assen zo op dat je het papier goed vult.
·
Meetpunten met +
plusjes intekenen
·
Rechte lijn (met
liniaal) of vloeiende kromme die zo goed mogelijk door alle punten gaat. (Dus
niet van punt naar punt).
1. Gegevens opschrijven (grootheid, getal, eenheid)
2. Formules opschrijven
3. Invullen en uitrekenen
4. Antwoord opschrijven (grootheid, getal, eenheid)
5. Antwoord formuleren in een zin.
·
Gebruik het liefst een
computer voor een verslag.
·
Gebruik A4-papier.
Geen plastic hoesjes of L-mappen of snelhechters.
·
Gebruik lettergrootte
12 pt. en een normaal leesbaar lettertype.
·
Gebruik duidelijke
kopjes voor ieder onderdeel.
·
Neem de ruimte. Dat
maakt het overzichtelijk en aantrekkelijk om te lezen.
·
Tekenen met potlood en
liniaal
·
Maak niet te moeilijke
zinnen.
·
Controleer je
(werkwoords-)spelling!
Voor de vakken natuurkunde, biologie en scheikunde moet je verslagen schrijven. Zij stellen ongeveer dezelfde eisen. Vergelijk die met elkaar en gebruik die.