3hv5_1

Hoofdstuk 5 Bewegen

Paragraaf 1 Bewegingen vastleggen

Opgaven:

nr.som

uitwerking

extra commentaar

1

 

Uitlegopgave: controleer of je logische stappen en kort en duidelijk te zijn

2

Je weet de tijd tussen de afbeeldingen en je kunt de afstanden met een liniaal opmeten. Die afstanden zijn natuurlijk op schaal omdat het een foto is. Die moet je dus omrekenen

 

3

Dat snelheid groter wordt, zie je aan de groter wordende afstand, terwijl het tijdsinterval steeds hetzelfde blijft.

Tijd tussen 2 punten of �tijdsinterval�kun je wiskundig opschrijven als ∆t.

Spreek uit [delta-t]

4

a.       De onderste foto is normaal belicht. Dat zie je aan de wazige afbeelding. Het is een �bewogen� foto

b.      De bovenste foto wordt stroboscopisch verlicht. Je ziet alleen de positie van de tennisser op het moment dat �ie door de stroboscoop wordt verlicht.

 

5

a.       Het balletje beweegt het snelst als de afstand tussen de afbe3eldingen het grootst is.

b.      Het balletje beweegt het langzaamst als de afstand tussen de balletjes hete kleinst is.

c.       ∆t = 0.05 (s)
16 balletjes ertussen
t-totaal = 16 * ∆t = 16 * 0,05 = 0.8 (s)

 

6a

t (s)

s (m)

0

0

0,5

2

1

10

1,5

23

2

41

2,5

65

3

92

3,5

126

 

Begin altijd op tijdstip 0

De afstand is te meten met je geo, maar op schaal. Dus *100 doen. En meteen in meters.

6b

 

7a

t (s)

s (m)

0

0

0.2 0.62
0.4 1.64

let op de schaal

b

ongeveer 1 (m)

je zou denken precies midden tussen 0.62 en 1.64 dus 1,1 (m)

maar het is een versnelde beweging dus hij zit er waarschijnlijk iets voor.

Je leest de grafiek af tussen de punten die je weet. Dit heet interpoleren

c

ongeveer 2.5 (m)

je leest de grafiek af buiten de serie punten die je weet. Je volgt de vloeiing van de grafiek. Dit heet extrapoleren.

Hosted by www.Geocities.ws

1