3.9 Capacitance/Capacitator.
Vraag 1.
Hoe is de richting van een elektrisch veld.
Antwoord:
Vraag 2.
Geef de formule van de veldsterkte uitgedrukt in spanning en afstand.
Antwoord:
Vraag 3.
Tussen twee platen staat een spanning van 1 volt.
De platen zijn 1 meter van elkaar verwijderd.
Wat is nu de veldsterkte tussen de platen?
Antwoord:
Vraag 4.
Tussen twee platen staat een spanning van 1 volt.
De platen zijn 1 mm.
van elkaar verwijderd.
Wat is nu de veldsterkte tussen de platen?
Antwoord:
Vraag 5.
Tussen twee platen heerst een veldsterkte van 1000 V/M.
De platen zijn 10 mm.
van elkaar verwijderd.
Wat is nu de veldsterkte tussen de platen?
Antwoord:
Vraag 6.
Tussen twee platen heerst een veldsterkte van 100 V/M.
De platen zijn 1 mm. van elkaar verwijderd.
Wat is nu de veldsterkte tussen de platen?
Antwoord:
Vraag 7.
Wat is een condensator in de elektrotechniek?
Antwoord:
Vraag 8.
Geef de opbouw van een condensator.
Antwoord:
Vraag 9.
Hoe noemen we de geleiders van een condensator?
Antwoord:
Vraag 10.
Wat verstaat men onder een homogeen veld?
Antwoord:
Vraag 11.
Wat is het di�lectricum van een condensator?
Antwoord:
Vraag 12.
Indien het di�lectricum van een condensator een tussenstof is, waarom wordt de capaciteit
dan groter dan wanneer het di�lectricum vacu�m is?
Antwoord:
Vraag 13.
In welke eenheid drukt men de capaciteit van een condensator uit.
Antwoord:
Vraag 14.
Geef de formule van de capaciteit uitgedrukt in de lading van de condensator en de spanning over de condensator.
Antwoord:
Vraag 15.
Gegeven een condensator van 1000 μF.
De lasding van de condensator is 0,5 C.
Bereken de spanning over de condensator.
Antwoord:
Vraag 16.
Gegeven een condensator van 1500 μF.
De lasding van de condensator is 1 C.
Bereken de spanning over de condensator.
Antwoord:
Vraag 17.
Hoe noemen we de verhouding tussen ladingsdichtheid en veldsterkte?
Antwoord:
Vraag 18.
Wat is de relatieve di�lectrische constante?
Antwoord:
Vraag 19.
Gegeven een condensator met een plaatoppervlak van 1m2.
De platen zijn 1mm van elkaar verwijderd.
Het di�lektricum is lucht. Bereken de capaciteit van deze condensator.
Antwoord:
Vraag 20.
Bij de opbouw van condensatoren kunnen we onderscheid maken tussen drie soorten.
Geef deze soorten condensatoren.
Antwoord:
Vraag 21.
Geef de opbouw van een folie-filmcondensator.
Antwoord:
Vraag 22.
Geef de opbouw van een keramische condensator.
Antwoord:
Vraag 23.
Hoe is een multilayer-condensator opgebouwd?
Antwoord:
Vraag 24.
Hoe is een elektrolytische aluminium condensator opgebouwd?
Antwoord:
Vraag 25.
Hoe is een solid aluminium condensator opgebouwd?
Antwoord:
Vraag 26.
Hoe is een tantaal condensator opgebouwd?
Antwoord:
Vraag 27.
Gegeven de onderstaande figuur.
Een condensator wordt volgens de gegeven karakteristiek opgeladen.
Wordt deze condensator met behulp van een spanningsbron en weerstand opgeladen of met een stroombron?
Antwoord:
Vraag 28.
Gegeven het onderstaande schema.
Teken in ��n graiek de spanning en de stroom als functie van de tijd.
Antwoord:
Vraag 29.
Gegeven het onderstaande schema met grafiek.
De schakelaar wordt op tijdstip 0 in stand 1 gezet.
De condensator was niet geladen.
Wat is de spanning over de condensator na 1 τ?
Anrtwoord:
Vraag 30.
Zie figuur vraag 29.
Wat is de stroom door de weerstand na 1 τ?
Antwoord:
Vraag 31.
Zie figuur vraag 29.
Antwoord:
Vraag 32.
Gegeven het onderstaande schema met grafiek.
De condensator is geheel geladen. De schakelaar wordt op tijdstip 0 in stand 2 gezet.
Wat is de spanning over de condensator na 1 τ?
Anrtwoord:
Vraag 33.
Zie figuur vraag 32.
Wat is de stroom door de weerstand na 1 τ?
Antwoord:
Vraag 34.
Zie figuur vraag 32. Na hoeveel τ is de condensator praktisch geheel ontladen?
Antwoord:
Vraag 35.
Gegeven het onderstaande schema met grafiek.
De schakelaar wordt op tijdstip 0 in stand 1 gezet.
De condensator was niet geladen. Wat is de spanning over de condensator na 2 τ?
Anrtwoord:
Vraag 36.
Zie figuur vraag 35.
Wat is de stroom door de weerstand na 2 τ?
Antwoord:
Vraag 37.
Wat verstaat men onder een parasitaire capaciteit?
Antwoord:
Vraag 38.
Geef de formule van de veldenergie van een condensator.
Antwoord:
Vraag 39.
Geef de formule van de serieschakeling van condensatoren.
Antwoord:
Vraag 40.
Twee condensatoren met elk een capaciteit van 10 microfarad worden en serie gezet.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 41.
Drie condensatoren met elk een capaciteit van 30 microfarad worden en serie gezet.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 42.
Zeven condensatoren met elk een capaciteit van 70 microfarad worden en serie gezet.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 43.
Twee condensatoren van 10 microfarad staan parallel.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 44.
Zeven condensatoren van 10 microfarad staan parallel.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 45.
Wesluiten een condensator aan op een wisselspanning van 25 Veff.
Welke spanningswaarde moet op de condensator staan aangegeven?
Antwoord:
Vraag 46.
Waarom zijn elektrolytische condensatoren alleen geschikt voor gelijkspanning?
Antwoord:
Vraag 47.
Waarvoor gebruiken we een regelbare condensator?
Antwoord:
Vraag 48.
Hoe wordt een instelbare condensator meestal genoemd?
Antwoord:
Vraag 49.
Welke gegevens worden op een condensator geneoteerd?
Antwoord:
Vraag 50.
Een platte film condensator heeft vier rode ringen.
Wat is de waarde van deze condensator?
Antwoord:
Vraag 51.
Wat voor ringen heeft een condensator van 2200 pF en een spanning van 400 V?
Antwoord:
Vraag 52.
Waarom moet de werkspanning altijd lager liggen dan de maximale spanning van de condensator?
Antwoord:
Vraag 53.
Als op een keramische condensator 121K staat gestempeld.
Wat is dan de capaciteit van de condensator?
Antwoord:
Vraag 54.
Als op een keramische condensator 4R7D staat gestempeld.
Wat is dan de capaciteit van de condensator?
Antwoord:
Vraag 55.
Waarom mag je een gepolariseerde elektrolytische niet verkeerd om aansluiten?
Antwoord:
Vraag 56.
Teken het ISO-symbool voor:
A: Keramische en filmcondensator.(capacitator)
B: Gepolariseerde elektrolytische condensator.(Electrolytic capacitator)
C: Regelbare condensator.(Variable capacitator)
D: Instelbare codensator.(Preset capacitator)
E: Doorvoercondensator.(Feed-through capacitator)
Antwoord:
Vraag 57.
Teken het ATA 100-symbool voor:
A: Keramische en filmcondensator.(capacitator)
B: Gepolariseerde elektrolytische condensator.(Electrolytic capacitator)
C: Regelbare condensator.(Variable capacitator)
D: Instelbare codensator.(Preset capacitator)
E: Doorvoercondensator.(Feed-through capacitator)
Antwoord:
Vraag 58.
Noem enige toepassingen van condensatoren.
Antwoord:
Vraag 59.
Teken het principe van een capacitieve niveaumeting van vloeistoffen.
Antwoord:
Vraag 60.
Wat verstaat men onder de lekweerstand van een condensator?
Antwoord:
==============================