3.7 Resistance/resistors.

Vraag 1.
Wat verstaan we onder weerstand bij een elektrische stroom? Antwoord:

Vraag 2.
Van welke factoren is de weerstand van een geleider afhankelijk?
Antwoord:

Vraag 3.
Is de grootte van weerstand van een geleider rechtevenredig of omgekeerd evenredig met de lengte van de geleisder?
Antwoord;

Vraag 4.
Is de grootte van weerstand van een geleider rechtevenredig of omgekeerd evenredig met de doorsnede van de geleisder?
Antwoord:

Vraag 5.
Met welke letter geven we de weerstand aan?
Antwoord:

Vraag 6.
In welke eenheid wordt de weerstand uitgedrukt?
Antwoord:

Vraag 7.
De weerstand R wordt gegeven door de formule:

a. R = ρ * l / A
b. R = ρ * A / l
c. R = ρ * l * A

Vraag 8.
Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.
Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draad 2 keer zo lang maakt?
Antwoord:

Vraag 9.
Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.
Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draaddoorsnede 2 keer zo groot maakt?
Antwoord:

Vraag 10.
Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.
Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draad 3 keer zo lang maakt?
Antwoord:

Vraag 11.
Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.
Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draaddoorsnede 3 keer zo groot maakt?
Antwoord:

Vraag 12.
Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.
Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draad 5 keer zo lang maakt?
Antwoord:

Vraag 13.
Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.
Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draaddiameter 3 keer zo groot maakt?
Antwoord:

Vraag 14.
Hoe wordt de soortelijke weerstand gedefinieerd?
Antwoord:

Vraag 15.
Noem zes zaken die van belang zijn voor weerstanden.
Antwoord:

Vraag 16.
Hoe is een koolfilmweerstand opgebouwd?
Antwoord:

Vraag 17.
Hoe is een metaalfilmweerstand opgebouwd?
Antwoord:

Vraag 18
Wat zijn SMD weerstanden?
Antwoord:

Vraag 19.
Wat verstaat men bij kleur gecodeerde weerstanden onder de tolerantiering?
Antwoord:

Vraag 20.
Wat verstaat men onder de E 12 reeks?
Antwoord:

Vraag 21.
Wat verstaat men onder de E 24 reeks?
Antwoord:

Vraag 22.
Gegeven een weerstand met vier ringen.
Wat geven de eesten twee ringen van deze weerstand aan?
Antwoord:

Vraag 23.
Gegeven een weerstand met vier ringen.
Wat geeft de derde ring van deze weerstand aan?
Antwoord:

Vraag 24.
Gegeven een weerstand met vier ringen.
Wat geven de vierde ring van deze weerstand aan?
Antwoord:

Vraag 25.
Welke waarde heeft de volgende weerstand:
Bruin, zwart, rood, goud.
Antwoord:

Vraag 26.
Welke waarde heeft de volgende weerstand:
Rood, rood, oranje, goud.
Antwoord:

Vraag 27.
Welke waarde heeft de volgende weerstand:
Rood, violet, oranje, goud.
Antwoord:

Vraag 28.
Welke waarde heeft de volgende weerstand:
Bruin, zwart , geel, goud.
Antwoord:

Vraag 29.
Welke waarde heeft de volgende weerstand:
Oranje, oranje, oranje, goud.
Antwoord:

Vraag 30.
Welke drie delen behoren volgens de MIL-specs op weerstanden voor te komen?
Antwoord:

Vraag 31.
Gegeven de volgende weerstanden volgens de MIL-specs.

2201C
2402F
3304B
1050B
Antwoord:

Vraag 32.
Wat is de dissipatie van een weerstand?
Antwoord:

Vraag 33.
Gegeven een weerstand van 100 Ω.
Deze weerstand is aangesloten op een spanning van 100 V.
Bereken de dissipatie van deze weerstand.
Antwoord:

Vraag 34.
Voor de dissipatie van een weerstand geldt de volgende formule:

a. P = I2 x R

b. P = I2 /R

c. P = R / I2

Vraag 35.
Gegeven een weerstand van 100 Ω
De maximale dissipatie is 1 W.
Bereken de maximale spanning die op de weerstand mag worden gezet.
Antwoord:

Vraag 36.
Gegeven een weerstand van 50 Ω. De stroom door de weerstand is 2 Amp�re.
Bereken het opgenomen vermogen van de weerstand.
Antwoord:

Vraag 37:
Gegeven twee weerstanden van 100 Ω.
Deze weerstanden worden parallel gezet.
Bereken de vervangingsweerstand.
Antwoord:

Vraag 38:
Gegeven een weerstand van 50 Ω. en een weerstand van 100 Ω.
Deze weerstanden worden in serie gezet. Bereken de vervangingsweerstand.
Antwoord:

Vraag 39:
Gegeven een weerstand van 22 Ω. en een weerstand van 150 Ω.
Deze weerstanden worden in serie gezet. Bereken de vervangingsweerstand.
Antwoord:

Vraag 40:
Gegeven een weerstand van 50 Ω. en een weerstand van 100 Ω.
Deze weerstanden worden in serie gezet. de spanning over de schakeling is 150 V.
Bereken de spanning over de afzonderlijke weerstanden.
Antwoord:

Vraag 41:
Gegeven een weerstand van 50 Ω. en een weerstand van 220 Ω.
Deze weerstanden worden in serie gezet. de spanning over de weerstand van 50Ω is 100 V.
Bereken de spanning over de weerstand van 220&Omega en de totale spanning.
Antwoord:

Vraag 42.
Drie weerstanden van 33 Ω. worden in serie gezet.
Bereken de vervangingsweerstand.
Antwoord:

Vraag 43.
Vijf weerstanden van 33 Ω. worden in serie gezet.
Bereken de vervangingsweerstand.
Antwoord:

Vraag 44.
Gegeven de onderstaande figuur:


Bereken de deelspanningen U1, U2 en U3.
Antwoord:

Vraag 45.
Drie weerstanden van 10 Ω, 20 Ω en 30 Ω staan in serie aangesloten op een spanningsbron van 60V.
Bereken de spanning over de weerstand van 10 Ω.,20 Ω en 30 Ω.
Antwoord:

Vraag 46:
Drie weerstanden van 33 Ω. worden parallel gezet.
Bereken de vervangingsweerstand.
Antwoord:

Vraag 47:
Twee weestanden van 22 Ω. worden parallel gezet en in serie geschakeld met twee weestanden van 33 Ω.
Bereken de vervangingsweerstand.
Antwoord:

Vraag 48:
Zeven weerstanden van 70 Ω worden parallel gezet.
Bereken de vervangingsweerstand?
Antwoord:

Vraag 49:
Gegeven drie weerstanden van 60 Ω worden parallel gezet.
Bereken de vervangingsweerstand?
Antwoord:

Vraag 50.
Gegeven vijf weerstanden van 150 Ω.
Deze weerstanden worden parallel gezet.
Bereken de vervangweerstand.
Antwoord:

Vraag 51.
Gegeven de onderstaande figuur:



R1 = 10 kΩ
R2 = 20 kΩ
R3 = 30 kΩ

Bereken de vervangweerstand.
Antwoord:

Vraag 52.
Gegeven de onderstaande figuur:



Bereken de vervangweerstand van deze schakeling.
Antwoord:

Vraag 53.
Gegeven de onderstaande figuur:



Bereken de vervangweerstand van deze schakeling.
Antwoord:

Vraag 54.
Hoe wordt een instelweerstand ook wel genoemd?
Antwoord:

Vraag 55.
Wat is het verschil tussen een koolstofinstelweerstand en een ceramiek- metaalfilmweerstand?
Antwoord:

Vraag 56.
Geef een toepassing vaar schuifpotentiometer.
Antwoord:

Vraag 57.
Waarvoor worden potentiometers met een logaritmisch weerstandsverloop gebruikt?
Antwoord:

Vraag 58.
Wat verstaat men onder de temperatuursco�ffici�nt van een weerstandsmateriaal?
Antwoord:

Vraag: 59
Waarin wordt de temperatuursco�ffici�nt van een weerstand in uitgedrukt?
Antwoord:

Vraag 60.
Waarvan hangt de weerstandsverandering bij een temperatuursverandering vanaf?
Antwoord:

Vraag 61.
Wat is nu de juiste formule voor de weerstandsverandering bij temperatuursverandering?

a. αR = Rkoud . α .ΔT

b. αR = Rkoud . α / ΔT

c. αR = Rkoud ./ α . ΔT

Antwoord:

Vraag 62.
Wat is een positieve temperatuursco�ffici�nt?
Antwoord:

Vraag 63.
Wat is een negatieve temperatuursco�ffici�nt?
Antwoord:

Vraag 64.
Wat voor temperatuursco�ffici�nt hebben metalen?
Antwoord:

Vraag 65.
Wat voor temperatuursco�ffici�nt hebben metalen?
Antwoord:

Vraag 66.
Wat verstaat men onder een lineaire weerstand?
Antwoord:

Vraag 67.
Wat verstaat men onder een niet lineaire weerstand?
Antwoord:

Vraag 68.
Wat is een NTC?
Antwoord:

Vraag 69.
Wat is een PTC?
Antwoord:

Vraag 70.
Van wat voor materiaal zijn zijn NTC en PTC weerstanden gemaakt?
Antwoord:

Vraag 71.
Waarvoor worden NTC weerstanden gebruikt?
Antwoord:

Vraag 72.
Waarvoor worden PTC - weerstanden gebruikt?
Antwoord:

Vraag 73.
Wat is een thermistor?
Antwoord:

Vraag 74.
Wat is een Pt 100?
Antwoord:

Vraag 75.
Waarvoor wordt een Pt 100 gebruikt?
Antwoord:

Vraag 76.
Wat is een VDR?
Antwoord:

Vraag 77.
Wat betekent VDR?
Antwoord:

Vraag 78.
Waarvoor worden VDR�s gebruikt?
Antwoord:

Vraag 79.
Teken het schema van de brug van Wheatstone.
Antwoord:

Vraag 80.
Leid de formule af van de brug van Wheatstone.
Antwoord:

Hosted by www.Geocities.ws

1