3.6 DC Circuits.

Vraag 1.
Wat verstaan we onder een netwerk in de elektrotechniek?
Antwoord:

Vraag 2.
Hoe geven we de stroom aan in een geleider?
Antwoord:

Vraag 3.
Wat betekend het als in het antwoord de stroom negatief blijkt te zijn?
Antwoord:

Vraag 4.
Va = 12V en Vb = 2V.
Wat is de spanning Uab?
Antwoord:

Vraag 5.
Hoe gaat de stroom door een weerstand, van - naar + of van + naar -?
Antwoord:

Vraag 6.
Hoe gaat de stroom door een spanningsbron, van - naar + of van + naar -.
Antwoord:

Vraag 7.
Wat is de IEC?
Antwoord:

Vraag 8.
Wat is de ATA?
Antwoord:

Vraag 9.
Teken het symbool van een weerstand volgens de IEC.
Antwoord:

Vraag 10.
Teken het symbool volgens de ATA.
antwoord:

Vraag 11.
Wat verstaan we onder de onbelaste spanning van een spanningsbron?
Antwoord:

Vraag 12.
Wat verstaan we onder de belaste spanning van een spanningsbron?
Antwoord:

Vraag 13.
Wat verstaan we onder deelspanningen bij netwerken
Antwoord:

Vraag 14.
Wat verstaan we onder deelstromen bij netwerken?
Antwoord:

Vraag 15.
Wat is een ideale spanningsbron en teken het symbool.
Antwoord:

Vraag 16.
Geef het schema van een niet ideale spanningsbron.
Antwoord:

Vraag 17.
Teken het symbool van een ideale stroombron.
Antwoord:

Vraag 18.
Teken het symbool van een niet ideale stroombron.
Antwoord:

Vraag 19.
Geef de wet van Ohm.
Antwoord:

Vraag 20.
Gegeven een weerstand van 50 Ohm. De stroom door de weerstand is 2 Amp�re.
Bereken de spanning over de weerstand.
Antwoord:

Vraag 21.
Gegeven een weerstand van 100 Ohm. De spanning over de weerstand is 150 V.
Bereken de stroom door de weerstand.
Antwoord:

Vraag 22.
Gegeven een apparaat wat aangesloten is op een spanning van 115 V.
De stroom door het apparaat is 2 Amp�re.
Bereken de weerstand van het apparaat.
Antwoord:

Vraag 23.
Geef de eerste wet van Kirchhoff.
Antwoord:

Vraag 24.
Gegeven het onderstaande plaatje en gegevens.



I1 = 1A
I2 = 2A
I3 = 3A
I4 = 4A

Bereken I5.
Antwoord:

Vraag 25.
Gegeven het onderstaande plaatje en gegevens.



I1 = 5A
I2 = 2A
I3 = 7A
I4 = 4A

Bereken I5.
Antwoord:

Vraag 26.
Gegeven het onderstaande plaatje en gegevens.


I1 = 1A
I2 = 2A
I3 = 3A
I5 = 14A


Bereken I4.
Antwoord:

Vraag 27.
Gegeven het onderstaande plaatje en gegevens.


I1 = 1A
I3 = 3A
I4 = 4A
I5 = 9A

Bereken I2.
Antwoord:

Vraag 27.
Geef de tweede wet van Kirchhoff.
Antwoord:

Vraag 28.
Gegeven onderstaand plaatje met gegevens:


Ua = 10 V
Ub = 2 V
R1 = 5 Ohm
R2 = 3 Ohm
Stel de vergelijking op en bereken de stroom I.
Antwoord:

Vraag 29.
Gegeven een spanningsbron van 10V en een inwendige weerstand Ri van 1 Ohm en een belastingsweerstand van 10 Ohm.
Teken in een grafiek de belastinglijn en de weerstandslijn.
Bepaal de uitgangsspanning.
Antwoord:

Vraag 30.
Gegeven een spanningsbron van 28V en een inwendige weerstand Ri van 1Ohm en een belastingsweerstand van 5 Ohm.
Teken in een grafiek de belastinglijn, de weerstandslijn en bepaal de uitgangsspanning.
Antwoord:

Vraag 31.
Gegeven een spanningsbron met een inwendige weerstand.
Geef een meetschema hoe men de in inwendige weerstand kan bepalen.
Antwoord:

Vraag 32.
Beschrijf hoe je van een accu de inwendige weerstand kan bepalen.
Beschrijving:

====================
Hosted by www.Geocities.ws

1