3.16 FILTERS

OEFENOPGAVEN FILTERS Vraag 1.
Wat is de functie van een filter in de elektrotechniek?
Antwoord:

Vraag 2.
Wat verstaat men onder een laagdoorlaatfilter?
Antwoord:

Vraag 3.
Gegeven de onderstaande figuur.


Wat is dit voor filter?

Vraag 4.
Gegeven de onderstaande figuur.


Wat is dit voor filter?

Vraag 5.
Hoe schrijft men de wisselstroom weerstand van een spoel.
Antwoord:

Vraag 6.
Hoe noemt men de wisselstroomweerstand van een spoel?
Antwoord:

Vraag 7.
Gegeven een spoel met een zelfinductie van 100mH.
Bereken de impedantie van de spoel bij een frequentie van 100 Hz.
Antwoord:

Vraag 8.
Gegeven een spoel met een zelfinductie van 100mH.
Bereken de impedantie van de spoel bij een frequentie van 1000 Hz.
Antwoord:

Vraag 9 Gegeven de onderstaande figuur.


Wanneer is de spanning over de weerstand gelijk aan de spanning over de spoel?
Antwoord:

Vraag 10.
Gegeven de onderstaande grafiek.


Wat verstaat men onder het kantelpunt in de grafiek.
Antwoord:

Vraag 11.
Hoe wordt L / R ook wel genoemd?
Antwoord:

Vraag 12.
Gegeven de onderstaande figuur.
Fig 3.7 blz 5 De aangelegde spanning is 10 V.
R = 2k2.
L = 100mH.
Bereken de kantelfrequentie, de spanning over de spoel, de spanning over de weerstand.
Teken het vectordiagram en bereken de totale impedantie.
Antwoord:

Vraag 13.
Gegeven het onderstaande filter.
Fig 3.9 blz 9 Is dit een hoog of een laagdoorlaatfilter.
Antwoord:

Vraag 14.
Gegeven een condensator van 33 nF.
Bereken de impedantie van deze condensator bij een frequentie van 1000 Hz.
Antwoord:

Vraag 15.
Gegeven een condensator van 33 nF.
Bereken de impedantie van deze condensator bij een frequentie van 10000 Hz.
Antwoord:

Vraag 16.
Gegeven het onderstaande filter. Fig 3.9 blz 9.
De aangelegde spanning is 10 V. R = 1500 Ohm, C = 33 nF.
Bereken de spanning over de condensator en de weerstand bij een frequentie 4000 Hz.
Teken het vectodiagram.
Antwoord:

Vraag 17.
Gegeven het onderstaande filter.
Fig 3.9 blz 9.
De aangelegde spanning is 10 V. R = 1500 Ohm, C = 33 nF. Bereken de kantelfrequentie.
Antwoord:

Vraag 18.
Geef de formule van de kantelfrequentie.
Antwoord:

Vraag 19.
R = 1500 Ohm, C = 100 nF.
Bereken de kantelfrequentie.
Antwoord:

Vraag 20.
Geef het symbool van een laagdoorlaatfilter.
Antwoord:

Vraag 21.
Geef het symbool van een hoogdoorlaatfilter.
Antwoord:

Vraag 22.
Gegeven de onderstaande figuur.
Fig 3.16 blz 16.
Wanneer spreken we bij bovenstaande figuur van versterking en wanneer van demping?
Antwoord:

Vraag 23.
Gegeven een vermogensversterking van 100 x.
Hoeveel dB versterking is dit?
Antwoord:

Vraag 24.
Gegeven een vermogensversterking van 1000 x.
Hoeveel dB versterking is dit?
Antwoord:

Vraag 25.
Gegeven een vermogensversterking van 2 x.
Hoeveel dB versterking is dit?
Antwoord:

Vraag 26.
Gegeven een spanningsversterking van 100 x.
Hoeveel dB versterking is dit?
Antwoord:

Vraag 27.
Gegeven een laagdoorlaatfilter met een weerstand en een condensator.
Indien we de overdrachtskarakteristiek logaritmisch uitzetten, wat is dan de verzwakking in dB per octaaf en wat per decade?
Antwoord:

Vraag 28.
Waarvoor wordt een laagdoorlaatfilter gebruikt?
Antwoord:

Vraag 29.
Teken het schema van een banddoorlaatfilter.
Antwoord:

Vraag 30.
Teken de karakteristiek van een banddoorlaatfilter en geef hierin de bandbreedte aan.
Antwoord:

Vraag 31.
Waarvoor wordt een banddoorlaatfilter gebruikt?
Antwoord:

Hosted by www.Geocities.ws

1