3.15 Transformers

Vraag 1.
Geef de opbouw van een transformator.
Antwoord:

Vraag 2.
Geef de formule van de inductiewet.
Antwoord:

Vraag 3.
Wat verstaan we bij een transformator onder de primaire spoel?
Antwoord:

Vraag 4.
Wat verstaan we bij een transformator onder de secundaire spoel?
Antwoord:

Vraag 5.
Wat verstaan we bij een transformator onder de nullaststroom?
Antwoord:

Vraag 6.
Wat verstaan we bij een transformator onder Up of U1?
Antwoord:

Vraag 7.
Wat verstaan we bij een transformator onder Ip of I1?
Antwoord:

Vraag 8.
Wat verstaan we bij een transformator onder U0?
Antwoord:

Vraag 9.
Wat verstaan we bij een transformator onder Np of N1?
Antwoord:

Vraag 10.
Wat verstaan we bij een transformator onder Us of U2?
Antwoord:

Vraag 11.
Wat verstaan we bij een transformator onder Is of Ip?
Antwoord:

Vraag 12.
Wat verstaan we bij een transformator onder Ns of N2?
Antwoord:

Vraag 13.
Met welke symboolletters worden transformatoren aangegeven?
Antwoord:

Vraag 14.
Geef het symbool van een transformator met een luchtkern.
Antwoord:

Vraag 15.
Geef het symbool van een transformator met een ferrietkern.
Antwoord:

Vraag 16.
Geef het symbool van een transformator met een ijzerkern.
Antwoord:

Vraag 17.
Geef het symbool van een transformator met een regelbare kern.
Antwoord:

Vraag 18.
Wat verstaat men bij een transformator onder wervelstromen?
Antwoord:

Vraag 19.
Hoe kan men wervelstromen tegengaan?
Antwoord:

Vraag 20.
Gegeven het onderstaande plaatje:


Up=10V.
De primaire wikkeling is 10 windingen.
De secundair wikkeling is 20 windingen.
Bereken de secundaire spanning.
Antwoord:

Vraag 21.
Gegeven het onderstaande plaatje:



Up=10V.
De primaire wikkeling is 10 windingen.
De secundair wikkeling is 20 windingen.
De weerstand R is 40 Ohm.
Bereken de primaire stroom.
Antwoord:

Vraag 22.
Gegeven het onderstaande plaatje:



Up=10V.
De primaire wikkeling is 10 windingen.
De secundair wikkeling is 20 windingen.
De weerstand R is 40 Ohm.
Hoe groot is de belastingsweerstand die de wisselspanningsbron ziet?
Antwoord:


Vraag 23.
Gegeven het onderstaande plaatje:



De primaire wikkeling is 100 windingen.
De secundair wikkeling is 10 windingen.
De weerstand R is 10 Ohm.
Hoe groot is de belastingsweerstand die de wisselspanningsbron ziet?
Antwoord:


Vraag 24.
Wat verstaat men onder een lekveld bij een transformator?
Antwoord:

Vraag 25.
Waarom moeten de lamellen van een transformator stevig met elkaar worden verbonden?
Antwoord:

Vraag 26.
Wat verstaat men onder een lekveld bij een transformator?
Antwoord:

Vraag 27.
Wat verstaat men onder de nullaststroom bij een transformator?
Anwoord:

Vraag 28.
Wat verstaat men onder de koperverliezen bij een transformator?
Antwoord:

Vraag 29. Wat verstaat men onder de hysteresisverliezen bij een transformator?
Antwoord:

Vraag 30.
Uit welke verliezen bestaan de ijzerverliezen van een transformator?
Antwoord:

Vraag 31.
Wat verstaat men bij een transformator onder de polatiteitsmarkering en hoe geeft men deze aan?
Antwoord:

Vraag 32.
Noem drie voorbeelden waarin men bij vliegtuigboordnetten transformatoren gebruikt.
Antwoord:

Vraag 33.
Wat is een step-up transformator?
Antwoord:

Vraag 34.
Wat is een step-down transformator?
Antwoord:

Vraag 35.
Hoe is een veiligheidstransformator opgebouwd?
Antwoord:

Vraag 36.
Hoe is een spaartransformator of autotransformator opgebouwd?
Antwoord:

Vraag 37.
Waar worden in vliegtuiginstallaties autotransformatoren toegegepast?
Antwoord:

Vraag 38.
Waarvoor gebruikt men een stroomtransformator?
Antwoord:

Vraag 39.
Hoe is een stroomtransformator opgebouwd?
Antwoord:

Vraag 40.
Gegeven een transformator voor halogeenverlichting.
Op de trafo staat vermeld: Ingangsspanning 230VAC, Uitgangsspanning 11,5VAC, 75W, maximaal 6,0A. Bereken de maximale ingngsstroom.
Antwoord:

Vraag 41.
Wat verstaat men onder een aanpassingtransformator?
Antwoord:

Vraag 42.
Noem enige voorbeelden waarbij aanpassingstransformatoren worden gebruikt? Antwoord:

Vraag 43.
Gegeven het onderstaande figuur.


Bereken de aanpassingstransformator indien men uitgaat van een Np = 100 windingen.
Antwoord:

Vraag 44.
Gegeven het onderstaande figuur.


Bereken de aanpassingstransformator indien men uitgaat van een Ns = 20 windingen.
Antwoord:

Vraag 45.
Geef vier mogelijkheden voor het schakelen van een draaistroomtransformator.
Antwoord:

Vraag 46.
Gegeven een transformer rectifier unit. Deze wordt aan gesloten op een spanning van 3 x 115 V.
Secundair geeft de unit een spanning af van 28 V en een maximale stroom van 200 A.
Bereken de primaire fase-stromen.
Antwoord:

Vraag 47.
Gegeven een transformer rectifier unit. Deze wordt aan gesloten op een spanning van 3 x 115 V.
Secundair geeft de unit een spanning af van 28 V en een maximale stroom van 175 A.
Bereken de primaire fase-stromen.
Antwoord:

===================================
Hosted by www.Geocities.ws

1