3.13 AC Theory.
Vraag 1.
Geef de definitie van een wisselspanning.
Antwoord:
Vraag 2.
Gegeven de onderstaande sinus.
Hoe noemt men in bovenstaande figuur de afstand B -> A?
Antwoord:
Vraag 3.
Gegeven de onderstaande sinus.
Hoe noemt men in bovenstaande figuur de afstand 0 -> F?.
Antwoord:
Vraag 4.
Gegeven de onderstaande sinus.
Wat verstaat men in bovenstaande figuur onder de Utop - topwaarde?.
Antwoord:
Vraag 5.
Hoe kunnen we een wisselspanning opwekken?
Antwoord:
Vraag 6.
Wat is het verschil tussen een wisselspanning en een wisselende gelijkspanning?
Antwoord:
Vraag 7.
Teken een blokspanning als wisselspanning.
Antwoord:
Vraag 8.
Teken een blokspanning als wisselelende gelijkspanning.
Antwoord:
Vraag 9.
Teken een driehoekspanning als wisselspanning.
Antwoord:
Vraag 10.
Teken een driehoekspanning als een wisselende gelijkspanning.
Antwoord:
Vraag 11.
Teken een zaagtandspanning als wisselspanning.
Antwoord:
Vraag 12.
Teken een zaagtandspanning als wisselende gelijkspanning.
Antwoord:
Vraag 13.
Geef de formule van de periodetijd en de frequentie.
Antwoord:
Vraag 14.
Gegeven een wisselspanning met een frequentie van 50 Hz.
Bereken de periodetijd.
Antwoord:
Vraag 15.
Gegeven een wisselspanning met een frequentie van 400 Hz.
Bereken de periodetijd.
Antwoord:
Vraag 16.
Wat verstaan we bij een wisselspanning onder de momentele waarde?
Antwoord:
Vraag 17.
Wat verstaan we bij een wisselspanning onder de maximale waarde of topwaarde?
Antwoord:
Vraag 18.
Wat verstaan we bij een wisselspanning onder de top-top waarde?
Antwoord:
Vraag 19.
Wat verstaan we bij een wisselspanning onder de gemiddelde waarde?
Antwoord:
Vraag 20.
Wat verstaan we bij een wisselspanning onder de effectieve waarde?
Antwoord:
Vraag 21.
De amplitude van een wisselspanning is 311V.
Bereken de gemiddelde waarde van deze spanning.
Antwoord:
Vraag 22.
De effectieve waarde van een wisselspanning is 115 V.
Bereken de amplitudewaarde van deze wisselspanning.
Antwoord:
Vraag 23.
De amplitude van een wisselspanning is 311V.
Bereken de effectieve waarde van deze spanning.
Antwoord:
Vraag 24.
Geef de formule van de cirkelfrequentie.
Antwoord:
Vraag 25.
Hoe wordt de cirkelfrequentie ook wel genoemd?
Antwoord:
Vraag 26.
Wat verstaan we onder de fasehoek bij een wisselspanning?
Antwoord:
Vraag 27.
Twee wisselspanningsbronnen met een topwaarde van 10V staan met elkaar in serie.
De faseverschuiving is 0 graden.
Bereken de topwaarde van de resulterende spanning.
Antwoord:
Vraag 28.
Twee wisselspanningsbronnen met een topwaarde van 10V staan met elkaar in serie.
De faseverschuiving is 90 graden.
Bereken de topwaarde van de resulterende spanning.
Antwoord:
Vraag 29.
Twee wisselspanningsbronnen met een topwaarde van 10V staan met elkaar in serie.
De faseverschuiving is 180 graden.
Bereken de topwaarde van de resulterende spanning.
Antwoord:
Vraag 30.
Gegeven U1max = 25 V
Gegevev U2max = 30 V
De fasehoek ? = 0 graden.
Bepaal de resulterende spanning.
Antwoord:
Vraag 31.
Gegeven U1max = 50 V
Gegevev U2max = 50 V
De fasehoek ? = 90 graden.
Teken het vector diagram
Antwoord:
Vraag 32.
Gegeven het onderstaande plaatje.
De verticale as staat op 5V/div.
Wat is de topwaarde van deze spanning?
Antwoord:
Vraag 33.
Gegeven het onderstaande plaatje.
De horizontale as staat op 5�s/div
Wat is de periodetijd van deze spanning?
Antwoord:
Vraag 34.
Gegeven het onderstaande plaatje.
De horizontale as staat op 25�s/div
Wat is de frequentie van deze spanning?
Antwoord:
Vraag 35.
Gegeven het onderstaande plaatje.
De horizontale as staat op 10�s/div
Wat is de frequentie van deze spanning?
Antwoord:
Vraag 36.
Gegeven het plaatje van een scoopbeeld.
In dien het beeld is ingesteld op 50�s/div, wat is dan de periodetijd?
Antwoord:
Vraag 37.
Gegeven het plaatje van een scoopbeeld.
In dien het beeld is ingesteld op 20�sdiv, wat is dan de frequentie?
Antwoord:
Vraag 38.
Wat is het voordeel van een driefase-wisselspanningsgenerator t.o.v. een ��nfase wisselspannings-generator?
Antwoord:
Vraag 39.
Wat verstaat men onder de fasespanning bij een generator?
Antwoord:
Vraag 40.
Wat verstaat men onder de lijnspanning van een driefase generator?
Antwoord:
Vraag 41.
Hoeveel graden zijn de spoelen in de stator ten opzichte van elkaar verschoven?
Antwoord:
Vraag 42.
Hoeveel graden zijn de door de driefase generator afgegeven spanningen tenopzichte van elkaar verschoven?
Antwoord:
Vraag 43.
Geef de aanduiding van de uiteinden van de drie spoelen die bij een driefase generator is gegeven.
Antwoord:
Vraag 44.
Men kan op twee manieren de generatorspoelen schakelen. Welke manieren zijn dit?
Antwoord:
Vraag 45.
Gegeven een generator met een fasespanning van 115 V. De generator is in ster geschakeld.
Bereken de lijnspanning.
Antwoord:
Vraag 46.
Gegeven een generator met een lijnspanning van 400 V. Bereken de fasespanning van de generator als deze in ster is geschakeld.
Antwoord:
Vraag 47.
Teken het bussysteem, aangesloten op een driefasegenerator.
Antwoord:
-----------------------