OEFENVRAGEN HOOFDSTUK 1 en 2 van Boek 2
HOOFDSTUK 1 INDUCTIE DOOR EEN BEWEGENDE MAGNEET.
Vraag 1.
Zie onderstaande figuur.
Hoe is de polariteit van de opgewekte spanning?
Antwoord:
Vraag 2.
Wat verstaat men onder de Lorenzkracht?
Antwoord:
Vraag 3.
Gegeven een spoel met 100 windingen.
De flux in de spoel neemt in ��n seconde toe van 0 naar 1 Weber.
Bereken de in de spoel opgewekte spanning.
Antwoord:
Vraag 4.
Gegeven een spoel met 75 windingen.
De flux in de spoel neemt in ��n seconde toe van 0 naar 4 Weber.
Bereken de in de spoel opgewekte spanning.
Antwoord:
Vraag 5.
Beschrijf de rechterhandregel.
Antwoord:
Vraag 6. Gegeven de onderstaande figuur.
In welke figuur, A of B wordt in de winding de meeste spanning opgewekt?
Antwoord:
Vraag 7.
Wat verstaat men onder zelfinductie?
Antwoord:
Vraag 8.
Gegeven een spoel met een zelfinduktie van 10H.
Er loopt een stroom door de spoel van 1 A die in 1 seconde afneemt naar 0 A.
Bereken de opgewekte spanning in de spoel.
Antwoord:
Vraag 9.
Gegeven een spoel met een zelfinduktie van 10H.
Er loopt een stroom door de spoel van 1 A die in 1 seconde afneemt naar 0 A.
Bereken de opgewekte spanning in de spoel.
Antwoord:
Vraag 10.
Gegeven een spoel met een zelfinduktie van 1H.
Er loopt een stroom door de spoel van 1 A die in 0,001 seconde afneemt naar 0 A.
Bereken de opgewekte spanning in de spoel.
Antwoord:
Vraag 11.
Waarvoor gebruikt men het principe van de zelfinductie van spoelen bij vliegtuig-zuigermotoren?
Antwoord:
Vraag 12.
Wat verstaat men bij twee gekoppelde onder de wederzijdse inductie?
Antwoord:
Vraag 13.
Wat verstaat men bij gekoppelde spoelen onder de koppelfactor?
Antwoord:
Vraag 14.
Wat verstaat men onder wervelstromen?
Antwoord:
Vraag 15.
Hoe kan men wervelstromen tegengaan?
Antwoord:
Vraag 16.
Gegeven het onderstaande plaatje:
Up=10V.
De primaire wikkeling is 10 windingen.
De secundair wikkeling is 20 windingen.
Bereken de secundaire spanning.
Antwoord:
Vraag 17.
Gegeven het onderstaande plaatje:
Up=10V.
De primaire wikkeling is 10 windingen.
De secundair wikkeling is 20 windingen.
De weerstand R is 40 Ohm.
Bereken de primaire stroom.
Antwoord:
Vraag 18.
Gegeven het onderstaande plaatje:
Up=10V.
De primaire wikkeling is 10 windingen.
De secundair wikkeling is 20 windingen.
De weerstand R is 40 Ohm.
Hoe groot is de belastingsweerstand die de wisselspanningsbron ziet?
Antwoord:
Vraag 18.
Gegeven het onderstaande plaatje:
De primaire wikkeling is 100 windingen.
De secundair wikkeling is 10 windingen.
De weerstand R is 10 Ohm.
Hoe groot is de belastingsweerstand die de wisselspanningsbron ziet?
Antwoord:
Vraag 19.
Wat verstaat men onder een lekveld bij een transformator?
Antwoord:
Vraag 20.
Wat verstaat men onder de nullaststroom bij een transformator?
Anwoord:
Vraag 21.
Wat verstaat men onder de koperverliezen bij een transformator?
Antwoord:
Vraag 22.
Wat verstaat men onder de hysteresisverliezen bij een transformator?
Antwoord:
Vraag 23.
Uit welke verliezen bestaan de ijzerverliezen van een transformator?
Antwoord:
Vraag 24.
Wat verstaan we onder diamagnetische stoffen?
Antwoord:
Vraag 25.
Wat verstaat men bij een magnetisch materiaal onder een isotroop materiaal?
Antwoord:
Vraag 26.
Wat verstaat men bij een magnetisch materiaal onder een anisotroop materiaal?
Antwoord:
Vraag 27.
Geef drie materialen die sterk anisotroop zijn.
Antwoord:
Vraag 29.
Welke twee meestgebruikte kernvormen worden bij een transformator gebruikt?
Antwoord:
Vraag 30.
Waarom kunnen tranformatoren in de luchtvaart veel kleiner zijn?
Antwoord:
Vraag 31.
Hoeveel keer kleiner dan een nettransformator kan theoretisch een luchtvaarttransformator zijn?
Antwoord:
Vraag 32.
Waarom moeten de lamellen van een transformator stevig met elkaar worden verbonden?
Antwoord:
Vraag 33.
Waarvoor gebruikt men spoelen met schroefkernen?
Antwoord:
Vraag 34.
Teken het principe van afscherming tegen magnetische velden.
Antwoord:
Vraag 35.
Teken het principe van een diffentiaal transformator.
Antwoord:
Vraag 36.
Waarvoor gebruikt men een stroomtransformator?
Antwoord:
Vraag 37.
Gegeven een transformator voor halogeenverlichting.
Op de trafo staat vermeld: Ingangsspanning 230VAC, Uitgangsspanning 11,5VAC, 75W, maximaal 6,0A.
Bereken de maximale ingngsstroom.
Antwoord:
Vraag 38.
Wat betekend de afkorting EMC?
Antwoord:
Vraag 39.
Wat houden de EMC-normen in?
Antwoord:
Vraag 40.
Teken het principeschema voor impedantiemetingen van spoelen.
Antwoord:
VRAGEN HOOFDSTUK 2 BOEK 2.
Vraag 1.
Wat is een puntlading?
Antwoord:
Vraag 2.
Hoe lopen de veldlijnen bij een positieve puntlading?
Antwoord:
Vraag 3.
Hoe lopen de veldlijnen bij een negatieve puntlading?
Antwoord:
Vraag 4.
Hoe is de richting van een elektrisch veld.
Antwoord:
Vraag 5.
Geef de formule van de veldsterkte uitgedrukt in spanning en afstand.
Antwoord:
Vraag 6.
Tussen twee platen staat een spanning van 1 volt.
De platen zijn 1 meter van elkaar verwijderd.
Wat is nu de veldsterkte tussen de platen?
Antwoord:
Vraag 7.
Tussen twee platen staat een spanning van 1 volt.
De platen zijn 1 mm.
van elkaar verwijderd.
Wat is nu de veldsterkte tussen de platen?
Antwoord:
Vraag 8.
Tussen twee platen heerst een veldsterkte van 1000 V/M.
De platen zijn 10 mm.
van elkaar verwijderd.
Wat is nu de veldsterkte tussen de platen?
Antwoord:
Vraag 9.
Tussen twee platen heerst een veldsterkte van 100 V/M.
De platen zijn 1 mm. van elkaar verwijderd.
Wat is nu de veldsterkte tussen de platen?
Antwoord:
Vraag 10.
Wat is een condensator in de elektrotechniek?
Antwoord:
Vraag 11.
Geef de opbouw van een condensator.
Antwoord:
Vraag 12.
Hoe noemen we de geleiders van een condensator?
Antwoord:
Vraag 13.
Wat verstaat men onder een homogeen veld?
Antwoord:
Vraag 14.
Hoe is de richting van het elektrische veld?
Antwoord:
Vraag 15.
Wat is de elektrische flux?
Antwoord:
Vraag 16.
Met welke letter wordt de flux aangegeven?
Antwoord:
Vraag 17.
Wat is de fluxdichtheid?
Antwoord:
Vraag 18.
Wat is het di�lektricum van een condensator?
Antwoord:
Vraag 19.
Hoe noemen we de verhouding tussen ladingsdichtheid en veldsterkte?
Antwoord:
Vraag 20.
In welke eenheid drukt men de capaciteit van een condensator uit.
Antwoord:
Vraag 21.
Wat is de relatieve di�lectrische constante?
Antwoord:
Vraag 22.
Gegeven een condensator met een plaatoppervlak van 1m2.
De platen zijn 1mm van elkaar verwijderd.
Het di�lektricum is lucht. Bereken de capaciteit van deze condensator.
Antwoord:
Vraag 23.
Wat is de wisselstroomweerstand van een condensator?
Antwoord:
Vraag 24.
Hoe wordt de wisselstroomweerstand van een condensator aangegeven?
Antwoord:
Vraag 25.
Bij de opbouw van condensatoren kunnen we onderscheid maken tussen drie soorten.
Geef deze soorten condensatoren.
Antwoord:
Vraag 26.
Geef de opbouw van een folie-filmcondensator.
Antwoord:
Vraag 27.
Geef de opbouw van een keramische condensator.
Antwoord:
Vraag 28.
Hoe is een multilayer-condensator opgebouwd?
Antwoord:
Vraag 30.
Hoe is een elektrolytische aluminium condensator opgebouwd?
Antwoord:
Vraag 31.
Hoe is een solid aluminium condensator opgebouwd?
Antwoord:
Vraag 32.
Hoe is een tantaal condensator opgebouwd?
Antwoord:
Vraag 33.
Wat verstaat men onder een parasitaire capaciteit?
Antwoord:
Vraag 34.
Geef de formule van de veldenergie van een condensator.
Antwoord:
Vraag 35.
Geef de formule van de serieschakeling van condensatoren.
Antwoord:
Vraag 36.
Twee condensatoren met elk een capaciteit van 10 microfarad worden en serie gezet.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 37.
Drie condensatoren met elk een capaciteit van 30 microfarad worden en serie gezet.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 38.
Zeven condensatoren met elk een capaciteit van 70 microfarad worden en serie gezet.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 39.
Twee condensatoren van 10 microfarad staan parallel.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 40.
Zeven condensatoren van 10 microfarad staan parallel.
Bereken de vervangcapaciteit.
Antwoord:
Vraag 41.
Wesluiten een condensator aan op een wisselspanning van 25 Veff.
Welke spanningswaarde moet op de condensator staan aangegeven?
Antwoord:
Vraag 42.
Waarom zijn elektrolytische condensatoren alleen geschikt voor gelijkspanning?
Antwoord:
Vraag 43.
Waarvoor gebruiken we een regelbare condensator?
Antwoord:
Vraag 44.
Hoe wordt een instelbare condensator meestal genoemd?
Antwoord:
Vraag 45.
Teken het principe van een capacitieve niveaumeting van vloeistoffen.
Antwoord:
Vraag 46.
Teken de brug van Wheatstone, benoem de weerstanden en geef de formule.
Antwoord:
-----------------------------