EXAMENTRAINING Hoofdstuk 1 en 2. Energiebronnen, Weerstanden

 

Vraag 1.

Met welke letter geven we spanning aan?

Antwoord:

 

 

Vraag 2.

Waarin drukken we spanning uit?

Antwoord:

 

 

Vraag 3

Op welke manieren kunnen we spanning opwekken

Antwoord:

 

 

Vraag 4

Wat is gelijkspanning?

Antwoord:

 

 

Vraag 5

Hoe ontstaat wisselspanning

Antwoord:

 

 

Vraag 6

Wat is een elektrolyt?

Antwoord:

 

 

Vraag 7.

Hoe noemen we een positieve elektrode?

Antwoord:

 

 

Vraag 8.

Hoe noemen we een negatieve elektrode?

Antwoord:

 

 

Vraag 9.

Wat is een primaire cel?

Antwoord:

 

 

Vraag 10.

Wat is een secundaire cel?

Antwoord:

                                                        -2-

Vraag 11.

Waaruit bestaat het element van Leclanche?

Antwoord:

 

 

Vraag 12.

Waaruit bestaat een kwikcel?

Antwoord:

 

 

Vraag 13.

Waaruit bestaat een loodcel?

Antwoord:

 

 

Vraag 14.

Waaruit bestaat een nikkel – cadmiumcel?

Antwoord:

 

 

Vraag 15.

Hoe kan men bij een loodaccu de spanning van een cel bepalen zonder een voltmeter?

Antwoord:

 

 

Vraag 16.

Gegeven van een loodcel de s.m. Deze is 1,24. Bepaal de spanning van deze cel

 

 

Vraag 17.

Wat verstaan we ronde zelfontlading bij een accu?

Antwoord:

 

 

Vraag 18.

Wat ontstaat er op de elektrodes van een loodaccu waardoor we ze niet meer kunnen

opladen?

Antwoord:

 

 

Vraag 19.

Wat is een fotocel?

Antwoord:

 

 

Vraag 20

Hoe is een thermokoppel opgebouwd.

Antwoord:

 

 

Vraag 21

Waarvan is de grootte van de spanning van een thermokoppel afhankelijk?

Antwoord:

 

Vraag 22.

Wat is een piëzo – element?

Antwoord:

 

Vraag 23

Teken het symbool van een ideale gelijkspanningsbron

Antwoord:

 

Vraag 24.

Teken het symbool van een ideale wisselspanningsbron.

Antwoord:

 

 

 

Vraag 25.

Waaruit is een molecuul uit opgebouwd?

Antwoord:

 

Vraag 26.

Waaruit is een materiaal opgebouwd?

Antwoord:

 

Vraag 27.

Waaruit is de kern van een atoom uit opgebouwd?

Antwoord:

 

Vraag 28.

Wat is een proton?

Antwoord:

 

Vraag 29.

Wat is een neutron?

Antwoord:

 

Vraag 30.

Wat is een elektron?

Antwoord:

 

Vraag 31.

Wanneer spreuken we van een positief ion?

Antwoord:

 

Vraag 32.

Wanneer spreken we van een negatief ion?

Antwoord:

 

Vraag 33.

Hoe noemen we de elektronen in de buitenste schil?

Antwoord:

 

Vraag 34.

Hoe noemen we een materiaal waarbij de kern heel sterk aan de elektronen trekt?

Antwoord:

 

Vraag 35.

Hoe noemen we een materiaal waarbij valentie – elektronen gemakkelijk kunnen worden weggetrokken?

Antwoord:

 

Vraag 36.

Noem drie soorten isolatoren.

Antwoord:

 

 

Vraag 37.

Noem drie soorten geleiders.

Antwoord:

 

Vraag 38

Met welke letter geven we elektrische lading aan?

Antwoord:

 

Vraag 39.

In welke eenheid wordt lading uitgedrukt?

Antwoord:

 

Vraag 40.

Hoe loopt de elektrische stroom bij een element?

Antwoord:

 

Vraag 41.

Hoe loopt de elektronenstroom bij een element?

Antwoord:

 

Vraag 42.

Met welke letter geven we de stroom aan?

Antwoord:

 

Vraag 43.

In welke eenheid wordt de stroom uitgedrukt?

Antwoord:

 

Vraag 44.

Geef de formule van lading, stroom en tijd.

Antwoord:

 

Vraag 45.

Waarin kunnen we lading ook uitdrukken?

Antwoord:

 

Vraag 46.

Hoeveel lading verplaatst een stroom van 1 A in 5 minuten?

Antwoord:

 

Vraag 47.

Hoeveel lading verplaatst een stroom van 5 A in 30 minuten?

Antwoord

 

Vraag 48.

De temperatuur heeft wel of geen invloed op de capaciteit van een accu?

Antwoord:

 

 

 

Vraag 49.

Teken drie spanningsbronnen in serie.

Antwoord:

 

Vraag 50

Teken twee spanningsbronnen parallel

Antwoord:

 

Vraag 51.

Gegeven twee 12 Volt accu’s. Een accu heeft een capaciteit van 120 Ah en de ander een capaciteit van 88 Ah. De accu’s worden parallel geschakeld.

Bereken de totale capaciteit.

Antwoord:

Vraag 52

Gegeven drie accu’s. van respectievelijk 6 V,  16 V en 18 V. deze accu’ zet  men in serie.

Bereken de afgegeven spanning.

 

Vraag 53.

Waarom kan men accu’van ongelijke spanningen niet parallel zetten?

Antwoord:

 

Vraag 54.

Hoeveel accu’s van 12 volt heeft men nodig om 240 V te verkrijgen?

Antwoord:

 

Vraag 55.

Indien men 230 V wil verkrijgen, hoeveel lood cellen moet men in serie zetten?

Antwoord:

 

 

Vraag 56.

Wat is vermogen?

Antwoord:

 

Vraag 57.

Met welke letter duiden we vermogen aan?

Antwoord:

 

Vraag 58.

In welke eenheid wordt vermogen uitgedrukt?

Antwoord:

 

Vraag 59.

Welke formule is juist:

 

a.  P = U * I         b.   P = U/I       c.    P = I/U

 

 

 

 

Vraag 60.

Wat is de stroom als we een 60 W lamp aansluiten op een spanning van 240 V

Antwoord:

 

Vraag 61.

Gegeven een bouwlamp van 1000 W.

Deze wordt op een spanning van 250 V aangesloten.

Bereken de stroom.

Antwoord:

 

Vraag 62.

Gegeven een  motortje van een walkman. Het vermogen van het motortje is 0.1 W

en staat aangesloten op een spanning van 3 V.

Bereken de stroom door het motortje

 

Vraag 63.

Gegven een atoom met 8 protonen.

Om de kern draaien 9 elektronen.

Hoe noemt men dit atoom?

Antwoord:

 

Vraag 64.

Wat is arbeid.

Antwoord:

 

 

Vraag 65.

Van welke twee factoren  hangt een hoeveelheid arbeid af?

Antwoord:

 

Vraag 66.

Welke formule is juist?

 

a.  W = P / t         b. W =  t / P      c.  W = p * t

 

Vraag 67.

Met welke letter geven we arbeid aan ?

Antwoord:

 

Vraag 68.

In welke eenheid wordt arbeid uitgedrukt?

Antwoord:

 

Vraag 69.

Een lamp van 60 W brand gedurende 3 uur.

Hoeveel joule en kWh wordt er aan de lamp geleverd?

Antwoord:

 

 

 

Vraag 70.

Een motor heeft een vermogen van 1 kW.

Deze motor draait 10 uur.

Bereken de aan de motor geleverde energie in joule.

Antwoord:

 

Vraag 71.

Een lamp heeft een vermogen van 40 watt.

De lamp brand 6 uur.

Bereken de aan de lamp geleverde energie in joule?

Antwoord:

 

Vraag 72

Een buitenlamp heeft een vermogen van 5 W.

De lamp brand 10 uur.

Bereken het aan de lamp geleverde vermogen in kWh.

Antwoord:

 

Vraag 73

Een schakelklok neemt een vermogen op van 1 W.

Bereken het aantal kWh wat deze schakelklok verbruikt in een jaar.

 Antwoord:

 

 

 

 

Vraag 74.

Wat verstaan we onder rendement?

Antwoord:

 

Vraag 75.

Welke formule is juist?

 

A.      η = Waf * Wtoe     

 

B.      η = Waf  /  Wtoe  

 

C.       η =  Wtoe  /  Waf

 

Vraag 76.

Een motor neemt een vermogen op van 1000 W.

Het vermogen wat de motor aan de as geeft is 750 W.

Bereken het rende ment.

Antwoord:

 

Vraag 77.

Een gloeilamp heeft een rendement van 6%.

Het opgenomen vermogen van de gloeilamp is 100 W.

Hoeveel watt aan licht geeft de lamp af.

Antwoord:

 

Vraag 78

Een TL - buis heeft een rendement van 22%.

Het opgenomen vermogen van de buis is 40 W.

Hoeveel watt aan licht geeft de buis af.

Antwoord:

 

 

Vraag 79.

De soortelijke warmte van water is 4200 J/kg * oC

Hoeveel energie in Joule hebben we nodig om 1 liter water

10 graden in temperatuur te verhogen?

Antwoord:

 

Vraag 80.

 De soortelijke warmte van water is 4200 J/kg * oC

Hoeveel energie in Joule hebben we nodig om 10 liter water

70 graden in temperatuur te verhogen?

Antwoord

 

Vraag 81.

Met wat voor meter meten we spanning?

Antwoord:

 

Vraag 82.

Met wat voor meter meten we stroom?

Antwoord:

 

Vraag 83.

Met wat voor meter meten we vermogen?

Antwoord:

 

Vraag 84.

Wat is een universeel meter?

Antwoord:

 

Vraag 85.

Wat betekent AC?

Antwoord:

 

Vraag 86.

Wat betekent DC?

Antwoord:

 

Vraag 87.

Wat betekent COM bij een universeelmeter

Antwoord:

 

Vraag 88.

Wat is een 7 – segments - display

 

Vraag 89.

Wat betekent 3 digit?

Antwoord:

 

Vraag 90.

Wat betekent 4 digit?

Antwoord:

Vraag 91.

Wat betekent 3 ½  digit?

Antwoord:

 

Vraag 92.

Wat betekent 3 ¾  digit?

Antwoord:

 

Vraag 93.

Wat betekent 4 digit?

Antwoord:

 

Vraag 93.

Wat verstaan we bij een digitale meter onde “auto range”?

Antwoord:

 

WEERSTANDEN

 

Vraag 94

Wat verstaan we onder weerstand bij een elektrische stroom?

Antwoord:

 

Vraag 95.

Met welke letter geven we de weerstand aan?

Antwoord:

 

Vraag 96

In welke eenheid wordt de weerstand uitgedrukt?

Antwoord:

 

Vraag 97.

De weerstand R wordt gegeven door de formule:

 

a.  R = ρ * l / A     b.  R =  = ρ * A / l    c. = ρ * l * A

 

Vraag 98.

Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.

Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draad 2 keer zo lang maakt?

Antwoord:

 

Vraag 99

Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.

Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draaddoorsnede 2 keer zo groot maakt?

Antwoord:

 

Vraag 100

Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.

Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draad 3 keer zo lang maakt?

Antwoord:

 

 

Vraag 101

Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.

Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draaddoorsnede 3 keer zo groot maakt?

Antwoord

 

Vraag 102.

Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.

Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draad 5 keer zo lang maakt?

Antwoord

 

Vraag 102

Gegeven een kabelader met een zekere weerstand.

Hoe groot wordt nu de weerstand als men de draaddiameter 3 keer zo groot maakt?

Antwoord

 

Vraag 103.

Hoe wordt de soortelijke weerstand gedefinieerd?

Antwoord:

 

Vraag 104.

Wat is geleiding?

Antwoord:

 

Vraag 105.

Met welke  letter  wordt geleiding aangegeven?

Antwoord:

 

Vraag 106.

In welke eenheid wordt geleiding uitgedrukt?

Antwoord:

 

Vraag 107.

Wat is soortelijke geleiding?

Antwoord:

 

Vraag 108.

Wat verstaat men onder de temperatuurscoëfficiënt van een weerstandsmateriaal?

Antwoord:

 

Vraag 109.

Waarvan hangt de weerstandsverandering bij een temperatuursverandering vanaf?

Antwoord:

 

Vraag 110.

Wat is nu de juiste formule voor de weerstandsverandering bij temperatuursverandering?

 

a.   ΔR = Rkoud . α . ΔT

 

b.  ΔR = Rkoud . α / ΔT

 

c.  ΔR = Rkoud ./ α . Δ T

 

Vraag 111.

Wat is een positieve temperatuurscoëfficiënt?

Antwoord:

 

Vraag 112.

Wat is een negatieve temperatuurscoëfficiënt?

Antwoord:

 

Vraag 113.

Wat voor temperatuurscoëfficiënt hebben metalen?

Antwoord:

 

Vraag 114.

Wat voor temperatuurscoëfficiënt hebben metalen?

Antwoord:

 

Vraag 115.

Wat verstaat men onder een lineaire weerstand?

Antwoord:

 

Vraag 116.

Wat verstaat men onder een niet lineaire weerstand?

Antwoord:

 

Vraag 117.

Wat is een NTC?

Antwoord:

 

Vraag 118.

Wat is een PTC?

Antwoord:

 

Vraag 119.

Van wat voor materiaal zijn zijn NTC en PTC weerstanden gemaakt?

Antwoord:

 

Vraag 120.

Waarvoor worden NTC weerstanden gebruikt?

Antwoord:

 

 

Vraag 121.

Waarvoor worden PTC - weerstanden gebruikt?

Antwoord:

 

Vraag 122.

Wat is een Pt 100?

Antwoord:

 

Vraag 123.

Waarvoor wordt een Pt 100 gebruikt?

Antwoord:

 

Vraag 124.

Wat is een LDR ?

Antwoord:

 

Vraag 125.

Wat betekent LDR?

Antwoord:

 

Vraag 126.

Wat verstaat men bij een LDR onder de term “dark resistance”?

Antwoord:

 

Vraag 127.

Wat verstaat men bij een LDR onder de term “light resistance”?

Antwoord:

 

Vraag 128.

Wat is een VDR?

Antwoord:

 

Vraag 129.

Wat betekent VDR?

Antwoord:

 

Vraag 130.

Waarvoor worden VDR’s gebruikt?

Antwoord:

 

Vraag 131.

Wat is een MDR?

Antwoord:

 

Vraag 132

Wat betekent MDR?

Antwoord:

 

Vraag 133.

Waarvoor worden MDR’s gebruikt?

Antwoord:

 

Vraag 134.

Wat is een paneelmeter of schakelbordmeter?

Antwoord:

 

Vraag 135.

Wat is het verschil tussen een analoge universeelmeter en een elektronische analoge

universeelmeter?

Antwoord:

 

Vraag 136.

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



Wat betekent dit symbool?

Antwoord:

 

 

Vraag 137

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat




Wat betekent dit symbool?

Antwoord:

 

 

Vraag 138.

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.

 



Wat betekent dit symbool?

Antwoord

 

 

Vraag 139.

Waarvan hangt de nauwkeurigheid van een analoge meter af?

Antwoord:

 

Vraag 140.

Wat is de gevoeligheid van een analoge meter?

Antwoord:

 

 

Vraag 141

Waarom mag je nooit de ohmse weerstand meten in een netwerk meten wat onder spanning staat?

Antwoord:

 

Vraag 142.

Wat moet je altijd doen met een analoge meter als je weerstand wilt meten?

Antwoord:

 

Vraag 143.

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



Wat betekent dit symbool?

Antwoord

 

 

Vraag 144.

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



 

Wat betekent dit symbool?

Antwoord



Wat betekent dit symbool?

Antwoord

 

 

Vraag 145.

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



Wat betekent dit symbool?

Antwoord.

 

 

Vraag 146.

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



Wat betekent dit symbool?

Antwoord

 

 

Vraag 147.

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



Wat betekent dit symbool?

Antwoord

 

 

Vraag 148.

Op de draaispoelmeter staat  1,5

Wat betekend dit?

Antwoord:

 

 

Vraag 149

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



Wat betekent dit symbool?

Antwoord

 

Vraag 150

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



Wat betekent dit symbool?

Antwoord

 

 

Vraag 151

Gegeven het volgende symbool wat op een analoge meter staat.



Wat betekent dit symbool?

Antwoord

 

Vraag 152

Wat is het verschil tussen procentuele fout en absolute fout?

Antwoord

 

 

Vraag 153.

Wat doet een digitale universeel meter indien we  op het ohm bereik meten en de meter

op de stand “autorange” hebben staan?

Antwoord:

 

Vraag 154.

Vraag Als we naar de stroomgeleiding kijken kunnen we de materialen onderverdelen in:

Antwoord:

 

 

 

Vraag  155

Noem vier metalen  die zeer goed geleiden.

Antwoord:

 

Vraag: 156

Waarvoor gebruikt men koper?

Antwoord:

 

Vraag : 157

Waarvoor gebruikt men in de elektrotechniek aluminium?

Antwoord:

 

Vraag: 158

Waarvoor gebruikt men in de elektrotechniek zilver?

Antwoord:

 

Vraag : 159

Waarvoor gebruikt men in de elektrotechniek goud?

Antwoord:

 

Vraag: 160

Waarvoor gebruiken we halfgeleidermaterialen?

Antwoord:

 

Vraag: 161

Wat verstaat men onder intrinsiek silicium?

Antwoord:

 

Vraag: 162

Wat is een driewaardig materiaal?

 Antwoord:

 

Vraag: 163

Wat is een vierwaardig materiaal?

Antwoord:

 

Vraag: 164

Wat is een vijfwaardig materiaal?

 

Vraag : 165

Wat verstaan we onder een N-materiaal?

 

Vraag : 166

Wat verstaan we onder een P- materiaal?

 

 

Vraag: 167

Noem drie soorten isolatiemateriaal?

Antwoord:

 

Vraag: 168

Wat is een synthetisch materiaal?

Antwoord:

 

Vraag: 169

Wat verstaan we onder de doorslagvastheid van een materiaal?

Antwoord:

 

Vraag: 170

Wat verstaan we onder de oppervlakte weerstand van een materiaal?

Antwoord:

 

Vraag: 171

Waarom worden weerstanden vaak van metaallegeringen gemaakt?

Antwoord:

 

Vraag: 172

Wat is een koolfilm-weerstand?

Antwoord:

 

Vraag: 173

Wat is een metaalfilmweerstand?

Antwoord:

 

Vraag: 174

Waarin wordt de temperatuurscoëfficiënt van een weerstand in uitgedrukt?

Antwoord:

 

Vraag: 175

Wat verstaat men onder SMD-componenten?

Antwoord:

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1