Antwoorden 4.1.1a Diodes
Vraag 1.
Teken het symbool van een diode.
Antwoord:
Zie pagina 8 (bovenaan) A ----|>|---- K
Vraag 2.
Wat is bij een diode de anode?
Antwoord:
De kant van het driehoekje.
Vraag 3:
Wat is bij een diode de kathode?
Antwoord:
De kant van het streepje.
Vraag 4:
Waarvoor wordt een diode over het algemeen voor gebruikt?
Antwoord:
Gelijkrichting.
Vraag 5:
Van wat voor halfgeleider materiaal worden vermogensdiodes
gemaakt?
Antwoord:
Silicium.
Vraag 6:
Van wat voor materiaal worden hoogfrequent dioden gemaakt?
Antwoord:
Germanium.
Vraag 7:
Teken de karakteristiek van een siliciumdiode.
Antwoord:
Zie pagina 18 (bovenaan)
Vraag 8:
Wat is de drempelspanning van een diode?
Antwoord:
De spanning in doorlaatrichting, waarbij de diode gaat
geleiden.
Vraag 9:
Hoe groot is de drempelspanning voor een silicium diode?
Antwoord:
0,65 Volt.
Vraag 10:
Hoe groot is de drempelspanning voor een germanium diode?
Antwoord:
Ongeveer 0,3 Volt.
Vraag 11:
Antwoord:
Is de stroom die bij een diode in de sperrichting door de diode vloeit.
Vraag 12:
Antwoord:
Lamp 1.
Vraag 13:
Antwoord:
Lamp 1.
Vraag 14:
Antwoord:
Geen enkele lamp.
Vraag 15:
Antwoord:
U= 9V-0,7V=8,3 V I=8,3/390=0,021
Vraag 16:
Antwoord:
100V= Ueffe? Utop=Ueff x v2 = 100 x v2 = 141,1 V De maximale spanning over de diode in sperrichting is 141,1+141,1=282,2V.
Vraag 17:
Antwoord:
Vijf diodes => maximale sperspanning is 282,2 V dus 5 x 60 = 300V, dat is dus voldoende.
Vraag 18:
Antwoord:
Bovenste helft is uitgangspanning. (zie figuur)
Vraag 19:
Antwoord:
Onderste helft is uitgangspanning (zie figuur)
Vraag 20:
Antwoord:
-grote vermogens, -weinig vermogensverlies,-geen slijtage.