Macbeth, act I, scene I

1 Witch . When shall we three meet again.

In thunder, lightning , or in rain?

2 Witch. When the hurleyburly's done

when the battle's lost and won!

3 Witch. That will be ere the set of sun...

 

Reisverslag van een vakantie naar Schotland, in 1998, samen met H.

Admiral of Scandinavia (de veerboot naar Engeland), dinsdag 23-6, log 230 gegist bestek.

Het is gelukt, we zijn onderweg. De bootreis begon op knobbelig water, ondertussen schijnen we op ongeveer eenderde te zijn, en alles is smooth... Maar laat ik vooraan beginnen.

Rond half twaalf vanmorgen verscheen H. Ik had mijn stoomfiets al bepakt klaarstaan, dus de dag kon beginnen met rustig koffie drinken. Een klein uurtje later was het zover: gentlemen, start your engines... We vertrokken met mooi weer, maar langzaam trok de lucht dicht. En uiteindelijk, na dik anderhalf uur rijden, vielen de eerste druppels ergens in de buurt van Utrecht. Mooi moment voor een stop; regenbroek aantrekken, koffie drinken, rokertje, en verder maar weer. H moest ergens een keer tanken en zou wel een zwaai of een knipper geven als hij op reserve ging. H had trouwens ook zijn motor nog even een beurtje gegeven voor vertrek. Een erg effectief beurtje. Ik hield mijn spiegel scherp in de gaten, wachtend op zijn zwaai. En ik hield mijn spiegel in de gaten... Geen zwaai, geen knipper. Na zijn laatste beurtje bleek de motor spectaculair zuiniger te zijn geworden: tegen de tijd dat er getankt moest worden stonden we al in Velsen, hadden we een frietje achter de kiezen en was het nog 2 km tot de boot. We werden vlotjes de rij ingezwaaid, iets van 35 motoren (volgens de man waar we nu mee zitten te kletsen). Nogal wat meer of minder belegen Nortons, op weg naar een treffen, een stuk of wat BMW's. Geen 250jes. Het werd ongeveer een uurtje wachten, en daarna liep alles weer soepel: motoren keurig tegen een rail op het vrachtwagendek, spullen in de hut dumpen, broodjes en limonade onder de arm, en toen het dek op voor de afvaart. Een blikken zeevaartmedley uit het omroepsysteem -'anchors away...' begeleidde het vertrek, alsof we naar Amerika gingen emigreren. Een paar sleepbootjes rukten ons achteruit de haven uit, en toen waren we op weg. Zoals al gezegd; de reis begon op knobbelig water. Het loodsbootje danste wel een kwartier langszij voordat er overgestapt kon worden. Met spa, cola en een paar dropjes werd de maag weer in het gareel gebracht, en we zijn het schip gaan afschuimen op jacht naar een plek om de avond een beetje aangenaam door te brengen. In de Admiral Bar werd de muziek langzaam harder, totdat de man met wie we nu aan tafel zitten opstond en ging vragen of het ook wat minder kon; een soort van oud-koloniaal die wel even alles regelt. Het werkt overigens wel, en dus hebben we ondertussen hier ons basiskamp opgeslagen. Pijpje, pintje, praatje, en zo drijven we naar Engeland toe...

(de volgende ochtend, nog op de boot) Goed geslapen. H voelde de stabilisatoren van het schip werken als ik me omdraaide, en in het donker klonken alle resonerende hutdelen als regen op de tent. We werden in slaap geschud.

 

Bonchester Bridge, woensdag 24-6, log 225/455 km

Vandaag hebben we alles al gehad; zon en regen, schapen op de weg, heidevelden en mooie bochten. Uiteindelijk is het een goede dag geworden.

Na een beter dan verwachtte nachtrust en twee bakken 'erg smerige' koffie -vrij naar Twin Peaks en Pratchett- reden we rond half tien engelse tijd van de boot. Newcastle Upon Tyne uitkomen was geen onverdeeld succes. We wilden naar het westen, maar uiteindelijk zaten we op de A-1 naar het noorden. Geen echt probleem, bij Stannington konden we de kleine wegen op, en van daaruit ging het min of meer de goede kant op. Het links rijden viel even tegen, vooral op de kleine wegen als er ook weinig ander verkeer is; met bochten wil je nog wel eens op de verkeerde weghelft eindigen. De weg vinden was ook al niet eenvoudig, het routebriefje lijkt niet echt te werken en alles is toch wel erg anders. Maar het went wel.

Toen we van de boot afreden was het grijs. Tegen de tijd dat we Hadrians Wall hadden gevonden, net achter Chollerford, regende het echt. Stoppen, regenbroek aantrekken, en daarna hebben we op de muur zitten eten. Tot daar toe was het leuk rijden geweest over leuke kronkelende wegen, maar vanaf daar werd het pas echt mooi. We reden door een ruw, groen met grijs landschap. Overal muurtjes tussen de velden, huizen die in kleur en vorm eerder de indruk maken gegroeid dan gebouwd te zijn, grijze flardenlucht erboven, en de weg die min of meer eindeloos voor je uit kronkelt. Toch nog onverwacht schoten we via die kleine wegen Schotland in. Een onderbreking in de regen werd gebruikt om ook maar even een pauze naast de motor te nemen; koffie van gisteren opwarmen op de spiritusbrander, en H's onafscheidelijke wafels als snelle hap. Na de pauze werd het een lange, smalle weg volgen tot Langholm. Daar werd benzine ingeslagen, en net buiten de plaats hebben we een chauffeurscafé opgezocht om de lokale koffie eens te bekijken. Betaalbaar, volwassen mokken, maar wel oploskoffie. En dit leek ook wel het soort van gelegenheid voor eventueel een hapje te eten (maar nu niet, de tassen en koffers puilen voorlopig nog uit van de noodrantsoenen en ander voer). Buiten werd het trouwens droog, voort dus maar weer. Na Langholm volgde het mooiste stuk van de dag, via een kleine weg richting Newcastleton. Veeroosters, hoge heuvels of lage bergen -van nu af bekend als 'bervels'-, schapen en koeien op de weg, heide en ruig, werkelijk schitterend. Geen picknickbanken zoals in Noorwegen, maar hier staan wel op verschillende plaatsen gewoon ijzeren of houten banken in het landschap. Na Newcastleton werd de weg een maatje groter, met middenstreep, en er kon weer wat meer doorgereden worden. Het bleef droog, sterker nog, de lucht begon zelfs te breken. Blauwe plekken, zon, en daar was het einddoel voor de eerste dag.

(hier moest ik het schrijven even onderbreken vanwege midgets -kleine steekvliegjes- die aan de winnende hand waren. Na veel wassen en uitbundig autan-gebruik kon ik wel weer even verder schrijven).

Eerst tentjes bouwen en toen een slok Ballentines om onze aankomst in Schotland te vieren. Daarna hebben we eens een rondje door het dorp gewandeld en uitgebreid gekookt. H ging in de zon zitten lezen, ik ging in de schaduw zitten schrijven, en dat hebben we dus volgehouden totdat de midgets wonnen. Krengen van beesten, meneer! Geen bulten, maar de hele tijd gekriebel en geprik, om echt gek van te worden. We hebben ons goed gewassen -zweetlucht wegwerken- en Autan gebruikt, maar ik heb toch de indruk dat die hier niet zo goed werkt als tegen de muggen in Noorwegen. Hier zijn andere maatregelen nodig: regen, wind of wandelen. En dat gaan we nu dan nog maar eens doen.

 

Lindesfarne, vrijdag 26-6, log 103/558 km

Ziezo, een dag overgeslagen, en niet voor niets: Het grote avontuur van deze vakantie is alvast binnen. Donderdag begon prima; rond een uur of zeven werden H en ik door de zon de tentjes uit gebakken. Geen probleem, wij hebben op onze beurt een stel eieren gebakken, leuterden koffie en besloten na lang op de kaart kijken om de dag onder Edinburg op kleine wegen door te brengen. H zag op de kaart een weg die met vloed onder water liep, naar Holy Island, en dat leek hem wel wat.

Dat met die kleine wegen wilde best wel lukken, geweldig zelfs. Hoewel er wat wolkenvelden overdreven bleef het droog met af en toe zelfs een straaltje zon, en we dwaalden heerlijk door een leeg landschap. Ergens op een driesprong midden in nergens hebben we koffie staan drinken en foto's staan maken. Het meest opvallen waren de vreemd tegen de heuvels aan gerangschikte lapjes bos, telkens aan dezelfde kant. Vrolijk met de wegen mee slingerend ging de reis verder, cake bij de kerk van Kirk Yetholm, een boutje en moertje in Lowik (nadat we als hollanders waren geïdentificeerd gratis, voor H die een boutje aan zijn kofferdragers kwijt was). Zo kwamen we bij Holy Island (Lindesfarne). En inderdaad, een asfaltlint strekte zich uit door een schitterend waddengebied. Een mooie rit van een paar kilometer, en toen stonden we op het eiland. Alles deed nogal Valkenburgs aan, maar een mooi plekje naast een ruïne bood een goede plek voor rustig eten, met ook nog een weids uitzicht op zee.

Na het eten wilden we terug. Het eerste stuk ging goed, maar toen bleek dat de vloed een beetje begon op te komen; en stonden een paar centimeter water op het wegdek. We hebben even getwijfeld, maar als we zouden wachten dan zaten we een groot deel van de dag vast op het eiland, voort dus. Ik voorop. Helaas, de weg ging omlaag en het water kwam rap hoger. Al snel had ik een boeggolf die in een grote boog tegen me aan spoot en via de kraag van mijn jas weer omlaag liep. De motor hing scheef tegen de stroming in. Toen mijn voetsteunen onder water verdwenen had ik het wel gezien; weg hier. Ik kon mijn motor met moeite draaien, maar H was kansloos. Met veel gas en een heftig stotterende motor kwam hij langs me, op weg naar eens droog stuk dat in de verte zichtbaar was. Ik stotterde ondertussen ook, en met veel gas en koppeling wist ik nog net het droge te halen, terug op het eiland. En dat was dan dat; H ingesloten op een kleine brug met uitkijktoren, ik op het eiland. Het nu ineens uitgestorven eiland...

Ik heb eerst het water uit mijn laarzen gegoten, mijn kleren uitgewrongen -ik was tot op de draad doorweekt- en toen ben ik op jacht naar hulp gegaan. Ik had mijn hoop gezet op een tractor met kar. Maar het eiland was werkelijk uitgestorven, er was geen mens meer! Het duurde een dik half uur voordat ik mijn eerste inboorling vond. "O no, He'll be fine, there's a book and a towel, and a telephone, he'll be fine"... En het verschil tussen eb en vloed was hier zo'n 4 voet. Juist ja. Er zat niets anders op dan terug te gaan naar waar de weg in zee verdween, en te wachten. Kleren over de motor in de ondertussen doorgebroken zon, en wachten. Het water kwam op. Het water bereikte zijn hoogste punt. Het water begon te zakken... Ik heb een paar uur met onderbrekingen staan kletsen met een Ier die nu al weer jaren in Engeland woonde, en langzaam volgden we het zakkende water. Uiteindelijk, ongeveer 4 uur nadat ik weer op het eiland was aangekomen, kon ik H met de verrekijker weer zien. Het stuk waar hij stond was al weer droog gevallen en hij leek aan de motor te knutselen. Het duurde nog meer dan een uur voordat ik weer bij hem was. Tegen die tijd was hij bezig met de motor het laatste stuk naar de vaste wal te duwen. De motor had tot aan het zadel in het water gestaan en was totaal verzopen met zeewater... H had niet alleen de bagage in het torentje in veiligheid gebracht maar zelfs de accu op het laatste moment uitgebouwd, terwijl de golven al over de motor heen sloegen. Even na acht uur stonden we weer op droog land, en toen begon het grote sleutelen. In eerste instantie zag het er somber uit; overal zat zeewater. Uit de cardanas puilde een soort van boter omhoog, de oliepeilstok leverde mayonaise en werkelijk elk onderdeel dat van de motor werd afgeschroefd konden we letterlijk leeg gieten. Stap voor stap kwam de motor weer op gang. Eerst gaf de dynamo weer stroom, toen vonkte de eerste bougie weer, een half uurtje later vonkte de tweede bougie ook weer. De grootste klus was om het water uit de cilinders te krijgen zonder deze te demonteren; met een schroevendraaier en een doekje opsoppen via een bougiegat. Ik kon niet veel meer doen dan koffie zetten, en op een bepaald moment ben ik eens even rond gaan rijden om een plek voor de nacht te zoeken. Op drie kilometer afstand was een groot kruispunt met de A1, met een tankstation en een inn, volgens een man met hond konden we daar wel in de tuin kamperen. Ik terug. Ondertussen had H alles zover dat er weer startpogingen gedaan konden worden. Helaas, de accu had toch een klap gehad, en na het bad was de motor natuurlijk ook niet meteen helemaal paraat. Meer dan een hoopgevende plof was er niet uit te halen, zelfs niet met wat voorzichtige scheutjes methanol. Aanduwen is bij die bak geen doen, dus H ging met mijn motor naar het tankstation om te kijken of daar hulp was te halen. En inderdaad, de vriendelijke dame was toch net aan het afsluiten en wilde wel even langskomen met startkabels. Het was ondertussen een uur of tien en donker. Kuch, plof, dokkedokkedokkedokke... YES! Met genoeg stroom voorhanden liep het beest eigenlijk weer meteen! De laatste onderdelen werden op de lopende motor geschroefd, en we zijn naar de inn gereden. Tot mijn niet geringe verbazing was kamperen geen enkel probleem; hier is de 'beergarden', daar is water, heeft u nog iets nodig?

Nu is het vrijdagochtend. H is met de motor naar een garage om alle olie te wisselen. De motor startte vanmorgen wel, maar met heel veel moeite en een hoop ploffen. Hij werd afgehaald oor een man van de garage, die voor hem uit zou rijden. We krijgen werkelijk van alle kanten hulp; er wordt voor ons gebeld en al. Mijn eigen motor lijkt alles redelijk doorstaan te hebben, al moet ik hem zo meteen wel eens grondig wassen om alle zout weg te spoelen.

 

Dalkieth, nog steeds vrijdag 26-6, log 171/729 km

Vanmorgen toen ik zat te wachten was het schitterend weer. Nu zit ik voor de tent te schrijven, en af en toe is er een zonnetje. Tussen half twee en kwart voor zes hebben we gereden. In de stromende regen, jawel. Maar we rijden weer. H wil nog een nieuw luchtfilter hebben, dat kunnen we morgen in Edinburg halen (het adres hebben we al).

Toen we begonnen in te pakken begon het ook te regenen, de tenten gingen nat de zak in. We hebben nog koffie gedronken in het hotel, maar de overnachting was gratis. Met schone motoren -H had de zijne ook gewassen- begonnen we aan de rest van de reis, om te beginnen langs de kust naar het noorden. Bij St. Abbs ging de regenkraan vol open, en echt droog is het daarna niet meer geworden. In North Berwick kon H ponden tappen, maar de plaats was te druk en te Valkenburgs om lekker pauze te pakken. Uiteindelijk zijn we van de kust af gedraaid en landinwaarts gegaan, op zoek naar een overdekte bushalte, een wegrestaurant... Niets! De rit werd moeizaam voortploeteren door de regen, eigenlijk echt niet leuk meer. In Haddington zijn we door het centrum gereden, weer geen plek voor pauze; wat doen we verkeerd? Uiteindelijk vonden we een pub in Pencaitland; niets te eten maar wel koffie en droog, en de tip voor deze camping. Het laatste stukje rijden was eindelijk weer even droog, en hier konden we ons nog even in alle haast -"we gaan sluiten"- klem eten aan friet met witte bonen in tomatensaus en worstjes. Ondertussen staan de tenten, en om ons heen ligt van alles te drogen.

Wat me vanmiddag met rondrijden vooral opviel waren de 'rijtjeshuizen' in een verder leeg landschap. Telkens een blok van 6 tot 10 huizen, zonder iets erbij. Dit soort huizen hoort in een stad, met volle straten en met een fabriek waar ze allemaal werken, niet midden in de velden. Landarbeiders-huisjes? Soms was er een grote schuur in de buurt. De huizen zelf hadden allemaal kleine hokjes voor de voordeur; plek om vuile laarzen achter te laten?

 

 

Blairgowrie, zaterdag 27-6, log 204/933 km

En de tweede ramp is ook weer achter de rug. Gisteravond kwam ik bij controle van de motor een schroef in mijn achterband tegen. En helemaal door; even proberen was meteen sis. Ik baalde onredelijk; keurig een nieuwe band voor de vakantie, niets doms gedaan, en dan toch problemen. Ik kan daar slecht tegen. Vanmorgen hebben we de AA gebeld, ik wilde wel eens zien hoe dit ging werken (een alternatief was wiel uitbouwen en met het wiel bij H achterop op zoek naar een bandenzaak). Maar de AA werkte schitterend. Nog voor negen uur stond het busje hier. Motor achterop, 'good man, misterr kuusterrs, en weg waren we. Ik werd met motor en al bij een motorzaak in Edinburg gedropt, en dat was dat. De eerste berichten waren niet vrolijk; misschien aan het eind van de dag, anders maandag. Ik heb naar de camping gebeld om H door te laten geven dat dit wel even ging duren. En daarna begon het grote rondhangen. Kletsen met andere motorrijders, wat kijken naar de rijlessen op een parkeerplaats naast de motorzaak, en ineens kwam iemand vragen wie die 'dutch biker' was: "You're dutch ey, cheap too ey? That's a new tyre, it's a shame to waste it, shall we try to plug it?" YES!!! Nog voor de middag was ik weer op weg, H's nieuwe luchtfilter als een DDD-cup onder mijn jas, en met een verse kurk in de achterband.

Op de camping liep daarna alles snel, en nog voor een uur waren we weer echt op weg. Om langs Edinburg te komen hadden we besloten even de grote weg op te gaan. Rondom Edinburg, over de Forth-bridge en toen richting Perth. Op een paar druppels na reden we droog, maar langs de meest afgrijselijke buien compleet met bliksem. Imposant maar griezelig dichtbij. Voorbij Peth verlieten we de grote wegen weer. Het lege deel van Schotland ligt nu echt voor ons. In Luncarty werd eten ingeslagen voor twee dagen -morgen zondag- en daarna waren we eens even goed de weg kwijt op jacht naar een camping. En die was vol. Er werd ons een andere camping aangeraden, snel te bereiken via grote wegen. Halverwege Pitlochry zag ik eindelijk een echte picknickplaats, en dat was een mooi moment voor broodjes en eens goed op de kaart kijken. Toch maar een andere camping dan aanbevolen? De weg erheen leek in elk geval heel wat leuker, kleine draaiende wegen en zo. En dat was een gouden greep; het werd een schitterende avondrit. Een kleine weg met nog net een middenstreep en heel veel bochten. Paarse bloemen tot hoog in de lucht, meren die tussen de bomen door schitterden. Net buiten Blairgowrie zag ik caravans staan, en nu staan we op de eerste 'zo' gevonden camping. Het was ondertussen weer helemaal droog geworden, zodat we ons zelf ook droog hadden gereden, en nu is het werkelijk goed om hier te zijn. Scottish broch -een soort van erwtensoep- voor H en bouillon voor mij. We hebben een paar halve-liter blikken bier ingeslagen, en tegen de tijd dat daar het einde van in zicht komt is het donker. Of wat daarvoor doorgaat; we komen toch weer wat noordelijker.

 

Blairgowrie, zondag 28-6, log 0/933 km

De eerste rustdag, en welverdiend. Niet zozeer in kilometers, maar toch zeker in avontuur, stress en problemen.

Vanmorgen heb ik eens grondig uitgeslapen. H zat zelfs al koffie te bakken toen ik mijn hoofd uit de tent stak. En zo begon een rustige ochtend; pijpje roken, wat was doen, waslijntje spannen, leren broek op de tent te drogen leggen, alles weer naar binnen halen vanwege een paar druppels regen, alles weer uitstallen omdat de regen toch niet doorzet... Er werd ook hier en daar eens een hapje gegeten, en H ging nog even zijn ontsteking afstellen.

Dat bleek nog even goed te zijn voor schrikken; er was een draad van zijn ontsteking afgebroken; vertraagde zeewater-schade. Ging dit nu het nieuwe probleem worden? Maar we zaten op de goede camping; de meeste mensen wonen hier permanent -oei- en dat betekend dat iedereen iedereen kende, dus ook die bewoner met een soldeerpistool in zijn bezit. Van alle kanten kwamen verlengsnoeren, de halve camping als publiek erom heen, en het probleem was snel opgelost. Met name een forse man met wie we gisteravond al even gepraat hadden was vriendelijk en behulpzaam. Opvallend; zelfs mijn 'James-Bond-schurken-engels' is blijkbaar goed genoeg om voor echt engels door te gaan. Na een hele tijd vroeg iemand wat wij eigenlijk voor vreemde nummerplaten hadden; we waren voor inlanders versleten.

Op dit moment is het weer echt rustdag; H doet een tukje en ik schrijf bij. Voor mezelf sprekend; ik merk dat ik niet gewend ben om met iemand die zelf aan zijn motor werkt. H kan niet naar zijn motor kijken zonder te fronsen, zich voorover te buigen en iets te zien wat niet in orde is. Maar dat is dan tegelijk nooit een echt probleem, hij lost ook alles weer op. Bij mij is dat anders; als de motor rijdt is alles goed, veel meer dan banden, ketting en olie kan ik helemaal niet beoordelen. Ik zie zelf geen probleem, en als mijn motor niet meer rijdt dan moet iemand anders dat probleem oplossen. Het enige nadeel is dat mijn manier veel meer geld kost, en dat is dus ook de voornaamste les tot nu toe; volgende keer toch maar een reisverzekering afsluiten, dan ben ik aan alle kanten helemaal ingedekt.

Het weer: Vandaag hebben we heel wat omhoog gekeken. Tot nu toe zijn er niet meer dan een paar spatjes regen gevallen, maar om ons heen ziet het er aan alle kanten steeds zeer dreigend uit. Als de zon even doorkomt is het meteen echt warm. De kunst lijkt een beetje te zijn om je vooral niet druk te maken over wat je ziet. Het regent pas als het regent, niet als het er uitziet alsof het zo meteen gaat regenen. En we moeten eens wat handiger worden en wat meer inspelen op het weer. Effe wachten met inpakken of tentje bouwen, en bij hoosbuien gewoon pauze maken, desnoods met een boek erbij.

 

Cullodden moor (onder Inverness), maandag 29-6, log 195/1128 km

Gisteravond zijn we nog eens even de 'stad' ingelopen, ons eerste pub-bezoek. Niet slecht. Vanmorgen was ik rond half acht op. Het was droog, met nauwelijks zon maar wel wat open plekken. Aan lij; de wind blies de lucht dicht... En tegen de tijd dat we de tassen ingepakt hadden en ik mijn slaapzak-rol kapot had getrokken regende het dan ook. Die slaapzakrol hebben we met tape opgelost, dat houdt wel weer even. En voor de regen had H de oplossing; ontbijt! Dus hebben we rustig wat eten naar binnen gewerkt, en toen het wat minder leek te worden met de regen zijn we opgestapt. Natte tenten, maar niet met regen weg. In Blairgowrie hebben we nog een stop gemaakt; H was op zoek naar een muziekje voor een collega (Schotland be good, voor het schotse voetbalelftal). En ik kon ook wel een vuilniszak gebruiken, voor mijn kapotte slaapzak-rol. Helaas, geen van beide is gelukt. Voort maar weer, en langzaam werd het echt schitterend. Mooi leeg landschap, droog, leuke weg, hier en daar koffie en een pauze, dit was heerlijk. Langzaam werd het landschap ook rauwer, wat als een soort van grootschalig Limburg was begonnen werd langzaam echt High-lands. En toen was het echt prijs; bij 'the Devils Elbow' stonden ineens palen langs de weg, en de weg ging de hoogte in. De eerste pas, echt mooi! We genoten intens, fantastisch landschap, en het was nog even droog ook. Achter Braemar was het weer even tijd voor een pauze, en daarna ging het al snel echt weg van de 'grote' weg, rechtstreeks richting noorden over de kleine wegen. Voorbij Corgaff werden de laatste wafels uit Nederland soldaat gemaakt, en in de verte werden de bergen ineens grijs. Regen die onze kant op kwam! Er volgde een ruige rit naar Grandtown on Spey, met stevige regengordijnen, kou en een imposant landschap. Eenmaal in Grandtown aangekomen was het eerst tijd om te tanken, daarna scoorde ik een plastic zak en H een midget-net, thankyouverymuch. En toen wilden we wel ergens binnen wat warms drinken. De enige plek die we zagen was een tearoom die zo op het oog meer op dure gasten uit klassieke engelse auto's was ingesteld dan op natte en bemodderde motorrijders. H bevroor letterlijk inde open deur, toen hij het luxe interieur zag, maar we werden kordaat naar binnen gehaald. En terwijl er om ons heen met mini-poetsdoekjes stoelen werden gepoetst deden wij ons best met koffie en soep. Na de high-cofee werden er levensmiddelen gescoord, en toen begon de rit naar de kust. Mooi landschap, slecht weer. En ik begon een kriebelhoestje te ontwikkelen.

In Nairn werd -eindelijk- een fish and chips bezocht. Geen vis voor ons, maar H wilde zich wel aan een worst wagen. Het laatst stuk van de dag was snel gegaan, en we staan nu eindelijk op een camping die niet gillend duur is. Bij aankomst in de gestage regen hebben we leuk staan kletsen met de beheerder. Die werkt een half jaar op de camping, en gaat de ander helft zelf door europa zwerven, Turkije en zo. Hij dacht erover om 'born-again-biker' te worden.

Nu hebben we gegeten. H's midgetmuts dient als haarnetje, het regent te hard om last van vliegend ongedierte te hebben. H's worsten smaken goed, en de laatste slokken Ballentines doen me herleven. Maar ik voel een verkoudheid opkomen.

 

Cullodden moor, dinsdag 30-6, log 78/1206 km

Vandaag begon eens echt met grootscheeps balen. Ik voelde me beroerd, buiten viel een gestage regen en uit H's tent klonk ook al achteruitbidden. Ik ben echt verkouden aan het worden, al voelde ik vandaag vooral mijn maag. We zijn de dag dan ook langzaam begonnen, met veel koffie en rustig eten. Tijdens al die rust viel de beslissing om maar eens een dagje niet verder te trekken, en daar werd het spontaan droog van. In plaats van doorstoten richting Wick werd vandaag een bezoek aan Inverness. H's motor heeft nog steeds problemen, nu wil de accu niet laden. Het probleem zit in de koolborstels, waar een of andere vage zwarte troep vanaf komt die de koperen sleepbanen vervuild. In Inverness hebben we een BMW dealer gevonden -auto's en motoren-, maar die kon ons weinig meer bieden dan wat vochtverdrijvende spray. Op dat moment leek het te werken, toen we later uit Inverness vertrokken toch weer niet. Eenmaal terug op de camping hebben we nog eens goed zitten poetsen, geholpen door een nylonborsteltje, en tijdens de avondrit leek alles helemaal in orde.

Inverness was leuk, droog maar niet spectaculair. Te toeristisch misschien? Een gewone 'hollandse' winkelstraat met wat teveel souvenirwinkels. Een vreemde supermarkt die alleen blikvoer en diepvriesvoer had. Een tabakszaak waar ik nogal vreemde shag heb gekocht -H is van mening dat ik me gewone pijptabak heb laten aansmeren-, en waar eigenlijk geen spectaculaire pijpen lagen. Ik zou toch graag met een pijp thuiskomen van deze reis, al schakel ik ondertussen wel over op peuken roken.

Toen we Inverness uit reden zag ik een fietskampeerder met Boi's aanhanger, waar een grote aluminium koffer op stond. Eenmaal terug op de camping bleek er een Fish and Chips kraam te staan, en na het eten hebben we eerst nog even aan H's motor gesleuteld en daarna een mooi avondrit gemaakt. Toen we daarvan terug kwamen was de fietskampeerder op de camping aangekomen; een solide duitser met een schitterend bijgewerkte fiets (Schmidt-vooras met ingebouwde dynamo). We hebben even staan kletsen. Hij was hier voor 5 weken en reisde met fiets en trein rond. H en ik hebben de avond afgesloten met wat wandelen en wat drinken.

 

Wick, woensdag 1-7, log 224/1430 km

And a good day it was. Ik heb zelfs de zon gezien, een grote gele bal in de lucht! De dag begon met even schrikken, omdat H's motor nogal moeizaam startte. Blijkbaar heeft de accu nu toch echt een probleem, of er is een lekstroompje. Voor het overige wilde de ochtend best lukken. Koffie, inpakken en wegwezen. In Inverness werd getankt, daarna even de grote brug over, en toen vonden we de eerste plek van deze reis voor een echt Hobbit-ontbijt. Het was droog, er waren flarden blauw in de lucht, en het eten smaakte prima voor zover mijn verkoudheid dat toestond. Achter Evanton lieten we de grote kustweg achter ons en begonnen we aan een binnendoor-tocht over steeds kleinere wegen. Golvende wegen, brem langs de kant, af en toe een schitterend uitzicht -vooral langs de Dornoch Firth- en oude bruggetjes. Na Lairg werd het landschap ruiger en de wegen kleiner. In een plaatsje dat als Pittentrail op de kaart staat maar Rogart lijkt te heten hebben we eten ingeslagen, en ik heb een verzameling schotse zakdoeken gescoord. Ik zit ondertussen serieus aan de snotter, en ik vrees de eerste grote nies met gesloten vizier...

Daarna begon echt een rit door de woeste binnenlanden. Vooral het stuk langs Loch Brora was geweldig. We zagen zelf een plek die trok voor wild kamperen, maar ik voelde me te beroerd om zover van de beschaving kamp te maken. Uiteindelijk kwamen we bij Brora weer uit op de grote kustweg. Van daaruit zijn er weinig alternatieven meer; met de Noordzee over stuurboord begonnen we aan de rit langs de kust omhoog. De lucht werd weliswaar steeds dreigender, maar het bleef droog. In het begin was het nog een 'elegante kustweg, leuke plaatsjes en zo, maar gaandeweg werd het landschap wel degelijk rauwer en kaler. Het noorden nadert. Bij Berriedale zijn we een wegrestaurant ingedoken voor koffie. Binnen lagen aardige bierviltjes van Guinnes ("You just pick a chort, go TWANG, and you've got music", Sid Vicious). Buiten stond een meters lange trike, die bij nadere beschouwing op een dieselmotor uit een auto was gebaseerd. Achterop een biervat, en terwijl we stonden te kijken dook een vent op die er blijkbaar bij hoorde. Terwijl we stonden te kletsen schoot hij in de lach en zwaaide naar een voorbij rijdende tractor; die was blijkbaar die ochtend in alle vroegte uit een plaats in het noorden vertrokken en had de hele dag op de weg gezeten om naar huis te rijden.

Het laatste stuk naar Wick ging door een leeg en verlaten land. Grauwe huisjes, veel verlaten huizen zonder dak, en alles in dezelfde kleur (zelfs als de huisjes wit geschilderd waren zagen ze er nog uit als iets dat meer gegroeid dan gebouwd was). We wilden ook nog iets aan cultuur doen, en hadden in Nederland al de 'Hill'o many stanes' uitgezocht om te bezoeken. Een neolithisch monument van 4000 jaar oud, met ik weet niet hoeveel stenen. Ergens stond het bordje dat van de kustweg af naar de landweg en de heuvel wees. En ergens stond daar een bordje dat de heuvel op wees. Ik kwam. Ik zag. En ik kleumde en zag niets. Uiteindelijk wees H me op een groot aantal keien die in een veld lagen; dat was het dan. Geen variant op Stonehenge, maar gewoon een verzameling keien, zo groot als een voetbal of kleiner, in wat er uitzag als een gewoon weiland. Misschien zat mijn verkoudheid me dwars of zo, ik was in elk geval niet onder de indruk.

Gelukkig was Wick tegen die tijd ook dichtbij. Tanken en zonder problemen naar de camping. De camping behoorde tot dezelfde organisatie als die bij Inverness; netjes, niet te duur en vriendelijke mensen. Nadat we de tentjes hadden staan zijn we rond 7 uur nog eens de stad in gereden; friet en een wandeling door Wick. Een kleine havenplaats, verbazend veel leegstaande huizen, weinig volk op straat. Al met al maakte het plaatsje een aangename indruk op me, minder Valkenburg en toerisme-gericht dan de meeste plaatsen die we gezien hebben.

 

Lairg, donderdag 2-7, log 231/1661 km

Vandaag is -tot nu toe- de beste dag van de reis geworden. En niet alleen omdat we op ons keerpunt zijn geweest.

De dag begon rustig; regen of natte wind, koffie drinken, wat eten, koffie zetten voor onderweg. Inpakken en wegwezen terwijl het erg grijs was, maar in elk geval droog. Het eerste stuk was weer door het verlaten landschap dat we gisteren waren ingereden. Ineens zag ik H niet meer, en ik stopte langs de kant van de weg. Die gewoonte hadden we al een paar dagen; als iemand een foto wilde maken dan stopte die gewoon, en de ander zou hem vanzelf wel missen en dan ook stoppen. Na een paar minuten zag ik nog geen H, en ik besloot om maar even om te draaien. H had iets gezien dat hij van dichterbij wou zien; een landweggetje naar een ruine/woontoren. Toen hij mij zag naderen reed hij het landweggetje in, en ik volgde. Bij een bocht in het landweggetje stond een eenzaam huisje, en toen we vlak daarvoor stopten kwam er een vrouw naar buiten. Ja, dit was een 'private road', maar we mochten wel even kijken, als we haar man maar niet zouden storen want die zat ergens in het kasteel schrijver te wezen. Maar nog voordat we bij het kasteel waren kwam de man ons al tegemoet. Nee, we hadden hem niet gestoord, en ja, we mochten best even rondkijken. Dit was Freswick castle, met de oudste delen uit 1200 en de woontoren uit de 17e en 18e eeuw. Het rare gebouwtje aan de oprijlaan was een duiventoren, duiven om te eten. En hij had bijna in Amsterdam kunstgeschiedenis gestudeerd. Een aardige ontmoeting.

Vanaf Freswick Bay was het niet ver meer naar John o' Groats. Via een smalle slingerende weg gingen we eerst naar Duncansby Head, een uitkijkpunt. Imposant, een leeg en rauw landschap, grijze wolkenbanen in de lucht en vage rotsblokken en eilanden in zee. Daarna gingen we naar John o' Groats zelf, het 'laatste' huis van Schotland. Tijd voor souvenirs -vlag, sticker, embleem, pin voor H- en voor kaarten aan het thuisfront.

Via smalle wegen ging het daarna naar Dunnet Head, het meest noordelijke puntje van Schotland. Eigenlijk was hier minder te zien dan bij Duncansby Head, en we waren dan ook weer snel op weg. De volgende uren waren mooi; langs de kust in westelijke richting, af en toe een blik op de zee, dan weer leeg landschap en een heel enkele plaats. Veel visserbootjes op het droge. En een kerncentrale. Op een bepaald moment verlieten we de 'grote' kustweg en via een klein weggetje ging het landinwaarts. Na een pauze, weggekropen achter een bruggetjes voor de snijdende wind, kwamen we bij Betty Hill waar dure benzine werd gekocht. Daarna ging het via nog kleinere wegen landinwaarts, op naar het zuiden. Dit was landschap naar mijn hart, en de rit werd geweldig. Ultieme verlatenheid, het riviertje Naver links, heuvels rechts, schapen overal. Toen we Loch Naver bereikten brak de lucht en was ons geluk volmaakt. Het weer werd steeds mooier, in de verte schitterde ijs op een bergtop en we reden over een eindeloze vlakte, omzoomd door bergen.

Uiteindelijk reden we, nog steeds via kleine wegen, Lairg binnen. Bij het binnenrijden zagen we al een wegwijzer naar een camping, en toen we stopten stonden we voor een Fish and Chips. Perfect; eten op een picknickbank met zicht op Loch Shin, even genieten van een zonnetje, en toen weer terug, richting camping. Die bleek ergens boven op een berg te liggen, beheerd door een bejaarde dame. Met drie pond de goedkoopste camping tot nu toe, en de halve storm die hier staat maakt dat we van midgets geen last zullen hebben. We zoeken dekking achter een schutting, bouwen tentjes met veel scheerlijnen en kijken hoe drie jongens tegenover ons ook hun tentjes bouwen. Drie... nee vier flessen jajem, dat zijn geroutineerde kampeerders.

 

Gairlochy, vrijdag 3-7, log 204/1865 km

H had regen gehoord vannacht. En mijn geronk. Met ingang van vandaag staan we dan ook weer ouderwets 20 meter uit elkaar. Ik heb niets gehoord en vanmorgen was het droog. Om ons heen dreigende luchten maar ook wat open plekken, en stevige wind. We begonnen de dag met koffie -bis, bis- en met inpakken. Dat laatste was net even te vroeg; de wind was te hard om gezellig buiten te gaan zitten eten, dus hebben we gebruik gemaakt van de vaste keuken op de camping.

Na vertrek was het eerste stuk eigenlijk bekende weg; twee dagen geleden waren we hier de andere kant op gereden. Maar toen was het grijs, nu was er af en toe zelfs zon. Heerlijk rijden en schitterend landschap van Lairg naar Inverness. Tussen bloeiende brem door over Bein Tharsuinn, weids uitzicht over de Dornoch Firth, echt geweldig rijden. In Inverness hebben we benzine ingeslagen, en daarna begon de rit naar het zuiden, richting Loch Ness. We hebben de oostelijke oever genomen, de kleine weg. Teveel bomen om echt ongestoord van het meer te genieten, maar H heeft als alles goed is een mooie foto vanaf de noordpunt over Loch Ness, ik heb in het midden een mooie foto gemaakt en vanaf de zuidoever, vlak voor Ford Augustus, hebben we nog eens een foto kunnen maken van het 'hele' meer. Halverwege hadden we trouwens ook een aardige plaats voor een pauze, via een 'would be' trapje omlaag naar de oever. We hebben er koffie gedronken en wat monsters gefotografeerd.

In Ford Augustus konden we boodschappen doen in originele Valkenburg-stijl, samen met honderden andere toeristen. We hebben ook nog maar eens koffie gedronken. H probeerde me wijs te maken dat de chocoladespons niet smaakte (ik proef niet zo best vanwege de verkoudheid). Toen dat niet het gewenste succes had probeerde hij me op de wc te laten letten omdat daar een mooie dame uit moest komen. Ik heb toch maar een oogje op de cake gehouden.

De laatste ruk leverde een heerlijk stuk rijden op over het leukste weggetje dat we tot nu toe in Schotland gevonden hebben; geen meter recht, hooguit anderhalve meter breed en soms smaller, en helemaal nergens naartoe. We hadden wat moeite met de camping vinden. Op de terug weg vonden we de camping, weggewerkt in de ruines van een oud spoorwegstation. Mooi, ingeklemd tussen bergen met grijze mutsen, met wat huisjes voor de verhuur en een frietkot op het terrein. Het begon weer vochtig te worden. We hebben een tijdje staan praten met de man die in het frietkot stond. Iemand werkzaam in de bosbouw, maar hier pak je ook nog wat nevenbaantjes aan. Midgets hebben maar een zeer beperkt temperatuurbereik, zitten op de grond en vliegen op vanwege de trillingen van lopende dingen. En er is weinig aan te doen. Bosbouw in Schotland schijnt nogal te leiden onder mismanagement en debiele investeerders met gigantische monoculturen van uiteindelijk waardeloos hout.

 

Cullodden moor, zaterdag 4-7, log 213/2078 km

Vandaag begon met wakker worden omdat de slaap op was, niet om te niezen of hoesten. Mijn kou trekt langzaam weg. En toen begon de schapentrek. Béééééh baaaaaah beueueueue blééééhbe baaaaah etc. En dat dan een stief kwartierke lang. Twee mannen en drie honden dreven een kudde moesten over een richel langs de camping, en de campingbaas sprong maar even geroutineerd bij om te voorkomen dat de schapen de camping op kwamen. Iedereen lijkt hier met schapen overweg te kunnen. De honden waren trouwens wel indrukwekkend; veel zelfstandiger dan ik verwacht had hielpen ze mee de kudde bij elkaar te houden.

H bleek niet alleen wakker te zijn, hij had er zelfs al een tweede ronde slaap op zitten. Hij was al vroeg wakker geweest, had een peuk gerookt en ondertussen de huisjes op de camping eens goed bekeken. Samen kwamen we tot de conclusie dat dit eigenlijk ideale huizen waren. Klein, iets van 6 bij 7 meter, met een grote woonkamer en half open keuken, een overdekte veranda en boven nog twee kamertjes. Niet te groot, mooi opgetrokken uit hout, echt iets waar je best in wonen wil. Zal in Nederland wel niet mogen, te goedkoop of zo.

Koffie, eitjes, en rond een uur of 11 waren we op pad. Het was droog maar de luchten waren dreigend. Het eerste stuk ging door een mooi landschap maar over een vervelende, te drukke weg. Wel was er nog een imposante dam met een stuwmeer, energie voor een aluminiumfabriek ergens achter de bergen. Ben Nevis, -hier vlak bij- hebben we niet gezien. Bij Kingussie verlieten we de grote weg, en hoewel het ondertussen weer fijntjes regende werd het nu toch leuk rijden. Kleine wegen, kris kras door het schotse land richting Inverdrie. Er was ergens een wielerwedstrijd aan de gang waar we af en toe losse deelnemers van tegen kwamen. H raakte nog even in gesprek met een dame uit Nieuw Zeeland, van nederlandse ouders, nu wonend in Schotland. Ze leverde water aan wielrenners.

Achter Inverdrie gingen we 'de berg op'. Cairn Gorm, 1245 meter. Het was koud, grijs, nat en winderig. Het landschap werd kaal en groots. De kabelbaan tussen het restaurant en de top was buiten bedrijf, dus dat werd me in elk geval bespaard en we konden ons bezoek beperken tot de grootste bak koffie van deze reis. Voordat we omlaag reden hebben we nog even de ultieme vakantiefoto gemaakt. Vol in het pak vanwege de kou, het landschap onzichtbaar achter regengordijnen en schuin staand vanwege de wind. Maar wel met zonnebril op. Op de weg naar beneden waaiden we echt zowat van de weg af.

Langzaam werd het weer beter, of tenminste droger. Ter hoogte van Lochindorb was het wederom fantastisch rijden over een gigantische hoogvlakte. Ergens voor Inverness zag H nog een schitterende vallei, die moeten we op de terugweg aandoen voor een foto.

Terug op wat ondertussen toch een beetje onze vaste camping begint te worden hebben we snel tentjes opgezet -op snurkproof distance- en daarna ben ik nog even Inverness in gereden om wat boodschappen te doen. Bier en brood, hoe klassiek. Morgen hebben we een rustdag, dan gaan we eens wat echt toeristische dingen doen. Wat rondrijden, misschien een kasteeltje pikken of een slagveld bekijken, of zoiets.

En ik ben onder de douche geweest.

 

Cullodden moor, zondag 5-7, log 24/2102 km

Een echte rustdag. Die trouwens met weinig rust begon. Gisteravond hebben we het laat gemaakt met ene Anna und Peter uit Duitsland. Vanwege de regen zaten we gevieren in H's voortent, en het was bere gezellig; verhalen over winterkamperen van ons, over kamperen bovenop een toren ergens langs de Rijn van hen. Buiten stak de wind echt op, en tegen de tijd dat we plat gingen stond mijn tentje dan ook met alle stormlijnen uit. Door het kabaal kwam ik moeilijk in slaap, pas toen het begon te schemeren -maar dat is hier vroeg- viel ik echt in slaap.

Vandaag begon met H naast mijn tent, en met koffie. Hij was uit bed gekabaald door terugkerende buren. Dat is een 'lokaal' stel dat duidelijk voor het eerst is gaan kamperen. We hebben de indruk dat het niet zo bevalt. Gisteren moest H helpen met het opzetten van hun enkeldaks tentje, vers uit de kartonnen dozen en plastic zakken van de winkel. Een minimaal koepeltje voor een meer dan weldoorvoed stel... Toen de bbq geen succes werd -ook vers uit de doos in elkaar geschroefd- verdwenen ze met de auto, en we vermoeden dat ze de nacht thuis hebben doorgebracht. Op dit moment is het een uur of 7 in de avond, en het tentje staat weer verlaten, de auto is weer weg.

Wij hebben er dus echt een rustdag van gemaakt. H is overdag nog wat uurtjes plat gegaan, ik heb wat zitten lezen, en in de middag zijn we naar Steward -na hun verblijf in Frankrijk Stuard- Castle geweest. Echt toeristenwerk; 8 pond voor een 30-minuten rondleiding door wat nu in feite een Hotel is ("After five, the guest come crawling out of the woodwork"). Toch leuk; geheime deuren -"please don't lean against the wall"- en trapjes, en zelfs de onvermijdelijke boekenkast doe opengaat (boeken van een blokje tempex, met een imposante lederen band). De bouw van het kasteel is echt een verhaal om je gek te lachen. In het kort: Meneer A1 besluit een kasteel te bouwen. Familie B vermoordt meneer A1 zodra de schop goed en wel de grond in gaat. Meneer A2 gaat verder met de bouw en wordt middels 13 messteken door familie B tot stilstand gebracht. Meneer A3 trouwt eerst met iemand van familie B, en slaagt erin het kasteel af te bouwen. Tegen de tijd dat de laatste behanger vertrekt staat familie C op de stoep en informeert dreigend wat dat hier eigenlijk moet op hun grond...

Toen we op de camping terug kwamen was er een Fish and Chips-kar geland, het avondeten was een eenvoudige aangename aangelegenheid. De harde wind is gezakt tot een stijve bries, en voor het eerst in dagen zien we meer blauwe dan grijze lucht. Zonsondergang! Spoorbrug met bogen, blinkend in goudkleurig licht! Wandelen, en later nog een tour de camping met een mokje stevige hartversterking! HET IS EEN WONDER!

 

Tarland, maandag 6-7, log 196/2298 km

Vandaag begon rustig en droog. Koffie, ontbijt, en toen begon de regen. Balend en wel hebben we opgebroken en zijn we vertrokken. Eenmaal onderweg werd het al snel weer droog. De zoektocht naar Howard's Valley wilde niet zo lukken maar bracht ons wel naar schitterende plekken. Niet alle weggetjes die we reden stonden op de kaart, te klein vermoedelijk. Bossen, bruggen, kleine riviertjes en forse hoogteverschillen, het was geweldig. Uiteindelijk gaf ik de moed maar op, ik besloot om maar gewoon ergens te stoppen voor koffie, waar het mooi was. Het mooie uitzicht bleek Howard's valley te zijn...

Eenmaal terug op de grote weg zijn we eerst naar Grandtown gereden om geld, eten en drank in te slaan. Daarna zijn we langs de Spey gaan zwerven. Whisky-land indeed. Delliefure rechts, Bardhu links en ga zo maar door. Omdat het zwerven over kleine wegen vanmorgen nogal wat tijd had gekost zijn we nergens naar binnen gegaan, maar het was een mooi en golvend traject. Voorbij Dufftown kwamen we door Glen Feddich, en daarna ging het door een leeg en verlaten landschap door naar Alford. In die plaats hebben we friet gegeten, en daarna zijn we op de vleugels van een bui op jacht gegaan naar een camping. De camping was nog net op tijd gevonden, het inschrijven duurde net te lang... Vandaag zijn we nat vertrokken en hebben in de regen staan opbouwen. Maar we hebben een dagje droog gereden.

(later) Op het veldje dat we vrijwel voor ons alleen hadden in nog een nederlands stel neer gestreken. H heeft kennis gemaakt met NTKC-ers.

 

Aberfoyle, dinsdag 7-7, log 233/2531 km

Vandaag is, met grote voorsprong, de mooiste dag die we tot nu toe hier hebben gehad. Droog, zon en het mooiste loch tot nu toe.

De dag begon redelijk op tijd met ontbijt en opbreken. Via kleine wegen ging de reis naar Ballatar, waar H olie scoorde voor zijn fiets. Daarna volgde weer bekende weg langs Balmoral Castle, over the Devil's Elbow, en zo verlieten we de ruige hooglanden. Ik moet zeggen, komend vanuit het noorden -en met mooi weer- was dat minder imposant dan op de heenreis, maar wel prettiger rijden.

Richting Killiecrankie was het landschap vooral vriendelijk, al zat er nog wel een serieuze pas tussen. Voorbij Pitlochry werd het weer heel erg mooi. Toch nog forse bergen, golvende wegen en dergelijke. In Aberfeldy meende ik een bordje te zien van iets dat op een pijpenwinkel wees, of zoiets. Terugrijdend konden we het niet meer vinden, totdat H grijnzend op een bordje 'pipestore yard' wees; een opslagplaats van gresbuizen voor riolering. Voort maar weer.

Zo kwamen we aan Loch Tay. Eerst een blik vanuit de verte, op water dat blonk in de zon. En toen via kleine wegen langs de zuidrand. Mooi! MOOI!!! Zo had het bij Loch Ness moeten zijn. Een kleine slingerende weg, soms hoog boven het meer, soms vlak erlangs, af en toe wat bosjes, dan weer een weids uitzicht. En dat alles bijna 20 kilometer lang. Aan het zuidelijke eind hebben we een poosje op een berghelling gezeten, genietend van het uitzicht. Schotland is mooi als de zon schijnt.

De rest? Doorrijden, frietje eten, nog wat doorrijden en de drukste camping tot nu toe. Met al bijkomend voordeel een kroeg waar H straks Nederland-Brazilië kan kijken. H's motor is, onder toeziend oog van twee heren uit Glasgow, weer afgesteld.

(later, op het terrasje van de pub). H zit binnen, Schotland is op nederlandse hand. Ik zit onze ontmoetingen met mensen van hier te overpeinzen. Eigenlijk hebben we alleen met 'import-schotten' gesproken. Op onze eerste rustdag, bij Blairgowrie, kwamen we in contact met een man uit Wales die nu hier in een trailer woonde. 'I was a bouncer in a bar but my spine is crumbeling down now'. Sommige mensen kom je overal tegen. De schotse wegenwachter die me hielp bij Edinburg was een monument van vriendelijkheid. En nadat hij -tegen het einde van de hulpverlening- een half kunstgebit uit zijn broekzak toverde en installeerde werd hij nog verstaanbaar ook. En dan de man van de frietkraam op de camping van Gairlochy, die kwam ook ergens uit het zuiden van origine.

Hier heb ik even zitten hakkentakken met een stel fransen; zelfs als ze naar Schotland komen spreken ze alleen frans. En ik dus niet, Hoe leg je in gebarentaal en tekeningetjes uit dat je lesroosters maakt?

 

Tushielaw, woensdag 8-7, log 231/2762 km

Gisteravond de kroegbaas: " Does anyone here play the guitar? No?!? What a waste of space!". Dank U wel meneer. Maar het was een leuke kroeg.

Vandaag begon vroeg, maar we waren pas laat op weg. De eerste helft van onze reisdag bestond uit motjes regen en veel dreigende luchten. En uit een langdurig gevecht met wegwijzers. We wilden via kleine wegen tussen Edinburg en Glasgow door maar werden telkens onweerstaanbaar in de richting van grote wegen gedrukt. Rond half twee hadden we pauze in Linlithgow, en ik had er grondig tabak van Maar H had de goede plaats om naartoe te rijden gevonden; Lanark. En zo is het ons toch gelukt om af te zakken naar het echte zuiden van Schotland. Toen we eenmaal de goede weg hadden gevonden en het zorgeloze rijden begon, toen begon het trouwens ook weer echt te regenen. Jammer, met mooi weer was het hier vast leuk rijden geweest, nu hebben we de rit eigenlijk vooral uitgezeten. Grootschalig Limburg richting Peebles, door de Tweed vallei. Friet in Selkirk, uit een grote kaal pizza-afhaal-achtig ding. Maar we mochten toch wel even gaan zitten. En daarna begon de speurtocht naar een camping. Moeizaam en met angst en beven dit keer. Stevige wind en regen. Langzaam werd het een leeg landschap, rauw en zonder beschutting tegen de dreigende luchten die van alle kanten leken te komen. Ik begon al te vrezen voor een verweerde boer die achteloos op een berg zou wijzen met de mededeling dat we daar wel ons tentje konden neerzetten. Maar het viel mee, de camping was mooi, met bomen omzoomd en met een riviertje -de Ettrick- vlak achter ons veldje. Met mooi weer zouden we hier vermoedelijk gek worden van de muggen, nu was het eigenlijk toch wel heel erg fraai. H maakte, als afscheid van Schotland, super hotdogs (complete kookworst in een broodje). En we namen nog een slokje whisky

 

Rothbury, donderdag 9-7, log 166/2928 km

Vanmorgen was ik eindelijk weer eens als eerste wakker. Ik heb koffie gezet, en al snel was H ook weer van de partij. Ontbijt, de mooie waterpunten bewonderen -stapeltjes natuursteen met een kraan- en een praatje maken met de beheerder die op een mooi opgeknapte oude tractor rond reed. Het was licht-grijs en droog. Het was trouwens ook 12 uur voordat we van de camping af reden. Nog even fout, weer terug langs de camping, en toen begon weer lekker rijden. Kleine weggetjes over lage maar toch kale bergen, veel schapen en heerlijk slingeren. In Hawick werden de laatste schotse ponden omgezet in benzine en whisky, en zo vertrokken we voor Engeland. Het lichte grijs kreeg blauwe plekken en die blauwe plekken werden groter...

Bij de ruïne van Hermitage castle werd een stop met koffie ingelast, en toen kwam al snel de Schots-Engelse grens in zicht. In een klein dorpje genaamd Kielder werden sponzen gescoord (dat zijn ronde cakes met zoete vulling) en daarna begon een rit in steeds mooier weer over grotere en kleinere heuvels door noord-Engeland. Na Hott werden de golven korter en stijler, tot Otterburn was het weer schitterend rijden. Daar aangekomen vond H het nodig om de terugkeer in de beschaving te vieren: eindelijk zaten we weer op een terrasje, met een pot echte koffie, echte melk en echte candysuiker. En echt droge kaakjes trouwens. H zit nu -een paar uur later- nog te glimmen van genoegen.

Het laatste stuk rijden was ook wel erg mooi, maar ik keek nogal ongerust naar de grijze nevel die in de verte uit dalen leek op te stijgen. Mierzerregen? De zon verdween ook weer bijna in het grijze licht. Tijdens het frietje in Thropton viel het kwartje: kolen! Hier werd nog op kolen gestookt en gekookt. Geen fijne regen maar dunne rook!

In Rothbury was het nog even flink zoeken naar de camping. En toen we die eenmaal gevonden hadden stond er een bordje 'only families and married couples'. Wat moest dit nu weer voorstellen? Niets dus, we werden vriendelijk ontvangen op een reusachtige camping met rijen caravans in slagorde, en met een aangenaam veldje uit het zicht boven aan de camping. Wel humor, alle caravans staan echt exact gelijk opgesteld, allemaal met het grote venster dezelfde kant op, keurig in rijen. Het ziet er precies zo uit als het dorpje waar we vanmiddag boodschappen deden. In de verte staat en losse toren die -we zijn erheen gelopen- duidelijk nergens voor dient en ook nooit ergens voor gediend heeft. De ingang was dichtgemetseld. Maakt niet uit. We hebben soep, whisky en sigaren. Bleeeeh blaaah. En uitzicht op een veld vol schapen als floorshow.

 

Admiral of Scandinavia, vrijdag 10-7, log 95/3023 gegist bestek,

Gisteravond was blauwe lucht, sterren, maan. De beste avond van de reis. De grote whiskyfles uit Hawick is er spontaan half leeg van geraakt. Vandaag begon met veel gemekker van schapen en gemekker van H die me vertelde dat ik me nu wel lekker kon blijven omdraaien, maar dat de koffie toch echt uit mijn tas moest komen. Ik was snel klaar met omdraaien.

Koffie en ontbijt op een picknickbank, rustig inpakken en om twaalf uur reden we de camping af. Na een te vlot verlopen rit stonden we al om 1 uur in Newcastle. Het was duidelijk dat we terug waren in de beschaving; ineens werd er weer hard gereden, zaten er auto's vlak op ons en werden we weer als gekken ingehaald.

In Newcastle reden we naar de ruïne die we bij de aankomst met de boot hadden zien liggen, maar ik vond 6 piek om binnen te komen toch wat ruig. Frietje dan maar, en wachten tot H zowat een zonnesteek had opgelopen. Toen mochten we naar de boot. Ook daar was het weer even wachten in een lange rij motoren. Achter ons sloot een Harley aan die voor de verandering wel aardig was; bij elkaar gehouden met touw en ijzerdraad, bereden door een onverstoorbare figuur. Alleen onderweg, jawel. Uiteindelijk zaten we dan toch op de boot. Spullen in de hut dumpen, stoeltjes aan dek zoeken, spons en whisky onder handbereik. Tijdens de blikken fanfare namen we een dopje, en dat was het afscheid van Engeland. De zon was weg, het regende maar weer eens.

 

Sittard, zaterdag 11-7, log 228/3251 km

Gisteravond was het nog knap laat geworden met een motorfiguur uit Arnhem en een figuur uit zuid Afrika. Vanmorgen werd ik vroeg wakker, en de rammelende en klapperende hut maakte verder slapen onwaarschijnlijk. Ik ben maar aan dek gaan zitten in de hoop op een schitterende zonsopgang, maar meer dan een bleek schijfje en wat losse straaltjes tussen de wolken door werd het niet. Om 7 uur ging de bar open, en met de koffie verscheen ook H. Om 9 uur meerde de boot af, en na tanken bij hetzelfde station als op de heenweg begon de laatste rit. Ergens onder Utrecht werd nog eens een korte pauze genomen om de laatste hapjes chocoladespons soldaat te maken, en bij Weert moest ik toch nog een regenbroek aantrekken. Mijn motortje had er zin in, en om half 1 in de middag stonden we bij Henri om 8 (ACHT!) fotorolletjes te droppen. Koffie op de markt, foto's afhalen, en toen gingen we elks ons weegs. einde.

(naschrift: H is zuinig geweest op zijn 'spunge' uit Kielder. Een paar weken na de vakantie kwam hij bij me langs en gingen we samen nog eens een eindje rijden. Ergens net onder de belgische grens, met uitzicht op de Ardennen kwam bij een pauze ineens zijn spons uit een koffer tevoorschijn. Met koffie)

Hosted by www.Geocities.ws

1