Thierry Boutsen "Koop dan toch een privé-vliegtuig"

Thierry Boutsen is de enige Belgische piloot die ondanks Jacky Ickx het dichtst bij een wereldtitel Fomrule 1 is geweest. Hij reed ooit in de Williams waarmee Nigel Mansell, Damon Hill en Jacques Villeneuve wereldkampioen zijn geworden en waarmee Ayrton Senna de oprukkende Michael Schumacher moest stoppen. Maar Senna heeft zich met die Williams doodgereden. Boutsen niet. Hij reed dan ook net iets minder snel dan Senna. Behalve misschien die éne nacht in Le Mans, toen hij met een snelheid van 3O5 kilometer per uur in de vangrails chraste. Op dat moment was hij 30 jaar piloot in de snel-racerij en hij is die klap nooit meer te boven gekomen. Er was van alles en nog wat verbrijzeld in zijn rug én in zijn racemind. Drie jaar later ziet hij nog altijd een beetje bleek en kermt hij binnensmonds als hij gaat zitten en bij moeilijke vragen.

We ontmoetten elkaar in de burelen van Boutsen Air, zijn luchtvaartfirma op de Avenue Princesse Grace in Monte –Carlo. Niet erg ver van de vrolijke discotheek Jimmy’z en de poep chiqe Salle des Etoiles, waar de prinsessen en onze Miss Belgiës, wel eens gaan dansen ten voordele van het Rode Kruis. Boutsens bureau is ruim, clean en licht. Zijn bedienden kijken nauwelijks op en een secretaresse haast zich de hele tijd door de gangen. Hier wordt gewerkt en is ernst geen naam, maar een levensstijl.

Ex- Formule I wereldkampioen Niki Lauda had ook een luchtvaartmaatschij, Lauda Air, maar heeft alle aandelen verkocht na een crash van één van zijn Boeings met meer dan 200 doden.

Boutsen: Ik verkoop vlieguigen. Alle soorten vlieguigen. Bijvoorbeeld jets aan particulieren en bedrijven, die een béétje méér comfort willen. Kleine sportvliegtuigjes aan de hobyïst. En propellertoestellen aan wie toestellen wil met propellers. We zijn flexibel. En de zaken gaan goed. De laatste drie jaar heb ik 34 vliegtuigen verkocht. Maar ik heb dus géén luchtvaartmaatschappij. Ik verkoop.

34 in drie jaar.

Boutsen: Een zéér goed resultaat; nietwaar?

34 vliegtuigen. Dat is geen aardappelschil. Een telefoontje naar één van uw concurrenten leerde mij dat een behoorlijk toestel héél veel geld kost, al snel 4 miljoen dollar, 160 miljoen frank, 4,5 miljoen Euro.

Boutsen: Jets kosten zoveel. Sportvliegtuigjes en de iets grotere toestellen met propellers zijn een stuk goedkoper en gaan ook héél snel en héél ver. De gemiddelde prijs, ik druk op het woord gemiddeld, ligt tussen de 50.000 en 4 miljoen dollar, tussen de 50.000 en 4 miljoen euro. Of zo.

Je maakte dus een omzet van 40 miljoen dollar in 3 jaar en dat met een pijnlijke rug.

Boutsen: Mijn mensen en ik, ja. We werken met twee verkopers, twee secretaresses en twee actieve personen die zich uitsluitend bezighouden met marketing en special events. Vliegtuigen verkopen is niet eenvoudig. Zéker niet. Soms werken we ongeveer een volledig jaar aan de verkoop van één enkel toestel. Marketing, demonstraties, praten, praten, bellen, bellen… Maar goed, àls we verkopen, loont het dan ook meestal de moeite.

Madame Marysse Maretti, de dame naar wie ik heb gebeld om me te informeren over de sector en die ongehuwd is en steenrijk en die ook in Monte-Carlo woont, is wereldleider qua verkoop van met straalmotoren aangedreven Chesna’s van ongeveer 20 miljoen dollar per stuk.

Boutsen: Madame Maretti verkoopt uitsluitend nieuwe toestellen. En exclusief Chesna’s inderdaad. En ze doet dat inderdaad zeer goed, ja. Maar wij doen alles. Dus ook kleinere dingen en ook veel tweedehands.

Marysse Maretti, die naar eigen zeggen persoonlijk al 83 toestellen verkocht, richt zich tot groepen kopers. Daarmee bedoelt ze, heb ik begrepen, tot mensen die zich verenigen in een bedrijf, speciaal om elk een stukje vliegtuig te kopen. Madame zelf, richt voor hen een bedrijf op dat het toestel koopt en stelt full time een ‘toestelbeheerder’ aan, dus een persoon die een uurrooster opmaakt om vast te leggen wie wanneer en naar waar mag vliegen.

Boutsen: Juist ja. Ja. … Nieuwe toestellen verkopen aan een groep van geïnteresseerden is niet eenvoudig en vraagt een toestelbestuurder en een companie, maar begint als formule stilaan aan te tikken in Europa. In de Verenigde Staten is het zogenaamde ‘fraction ownership’ al 15 jaar een ingeburgerd begrip. Maar hier begint dat nu ook, ja. Vandaar dat ik nu binnen mijn bedrijf nu ook een werkprogramma aan het opstarten ben dat particulieren toelaat om als lid van een op te richten bedrijf bijvoorbeeld een half toestel te kopen. Of een kwart, of een achtste of een half wiel, bij wijze van spreken nietwaar. Plus uiteraard de nodige fasciliteiten voor onderhoud en service. Op die manier wordt een toestel betaalbaar voor iedereen en vliegt men toch met zijn eigen piloot en in zijn eigen vliegtuig.

Wat kapingen door onbekenden met een scheermes o goed als uitsluit.

Boutsen: Dat is maar één van de vele grote voordelen.

 

Dus een bepaald iemand wordt eigenaar van een toestel, samen met enkele andere personen. Vraagt dat niet een beetje om problemen, of maken mensen op dat financieel niveau geen ruzie? Hoewel ik me toch kan voorstellen dat bijna iedereen de lucht wil ingaan, met de familie of maîtresse of vrienden-sportliefhebbers op zondagmiddag?

Boutsen: Zondagmiddag? …? Het fraction ownership vraagt uiteraard om een compleet management en een zekere stijl van leven, een zekere klasse en bagage. Wie zal wanneer en naar waar vliegen? Wanneer gaat het toestel binnen voor onderhoud? Waar, op welk vliegveld staat het momenteel geparkeerd? Wie zal de volgende vlucht piloteren? Ik zet dus voor elke verkoop een nieuw bedrijf op dat het toestel aankoopt en dat daarna volledig door een gespecialiseerd persoon wordt beheerd. Van A tot Z. Dag én nacht. We creëren momenteel trouwens een speciale afdeling in ons bedrijft die dat allemaal uitdokert en bestudeert en organiseert en naar de klanten toe op een duidelijke manier ventileert.

Via een Boutsen-website vernam ik dat je nadat je gestopt was met racen, eerst bent begonnen als werknemer bij een bedrijf dat vliegtuigen verkocht en dat je daarna een eigen bedrijf hebt opgezet. Heb je voor mevrouw Maretti gewerkt? Je reed snel, maar je leert ook snel?

Boutsen: Maar néé! Ik ben altijd helemaal alléén geweest. Ik ben bij niémand in dienst gaan werken! Ik ben helemaal alleen dit bedrijf begonnen en ben nog altijd de baas. Ik ben helemaal onafhankelijk. Ik ben aan geen enkele andere maatschappij verbonden of verplicht. Iedereen die hier werkt, werkt voor Boutsen Avignon.

Je bent vele jaren Formule 1 piloot geweest en dat is niet niks. Maar we kennen in Vlaanderen méér sportmensen die in zaken gaan. Heel wat atleten beginnen een zaak, een café, bistrot of frietkraam na hun carrière. Zoals Jean-Pierre Coopman. Of een garage, zoals Michel Pollentier. Of verkopen fietsen, zoals Eddy Merckx… Of eiken parketvloeren uit Lithouwen zoals Eddy Planckaert. Maar vliegtuigen…? Je moet een behoorlijk beginkapitaaltje hebben gehad, of geleend, nee?

Boutsen: …

Je moet in ieder geval een mogelijkheid hebben gezien om aan een startkapitaal te komen, die bijvoorbeeld de eveneens zeer snelle 4-voudig wereldkampioen Roland Liboton - die na zijn carrière en volkscafé begon in Rillaar - niét heeft kunnen op tafel leggen…

Boutsen: Privé-vliegtuigen zijn altijd mijn hobby geweest en zo is het gekomen.

En geld ook natuurlijk.

Boutsen: In 1986, toen ik nog in Formule 1 reed, heb ik noodgedwongen mijn eerste privé-jet gekocht. Echt uit noodzaak, want ik vloog de hele tijd van hier naar daar, naar de Grand Prix, naar de vele tests, naar mijn moeder en vader in België… Het was een snel; veilig en nuttig vervoermiddel, dat ik bovendien een paar jaar later kon doorverkopen met een klein beetje winst. Want een toestel aankopen, kan ook een goeie zaak zijn! En in 1993 verkocht ik mijn tweede toestel, ook met een tikkeltje winst. En in 1996 verkocht ik mijn derde privé-jet wéérom met een positieve balans. Zie je? Zo is het eigenlijk gekomen. Vliegtuigje, per vliegtuigje. Stap voor stap. Mile by mile. Ik dacht: "Ik verdien verdorie bijna net zoveel geld met het doorverkopen van mijn vliegtuigen dan met races te rijden!". Dus begon ik schuchter dit bedrijfje. Dus nog tijdens mijn carrière als racer zat ik al in de vliegtuig-verkopen-business. En nu verkoop ik dus ongeveer één toestel per maand. Eén-per-maand.

De meeste Formule 1 piloten verlaten na hun carrière het belastingsvrije Monaco en gaan terug naar hun geboortegrond. Ik denk ondermeer aan Nelson Piquet, Jackie Ickx, maar jij bent in een appartement in Monaco blijven wonen.

Boutsen: In Monte-Carlo leef ik sinds de lente van 1984. En het altijd zonnige, sprookjesachtig mooie Monaco is mijn tweede thuisland. België is te duur voor mij.

Hello? Ik betaalde hier gisteren 179 frank, een euro of vier-vijf voor een koffie. Kun je nagaan wat een biertje kost.

Boutsen: Het beetje geld dat ik heb verdiend door enkele jaren op een top-niveau te koersen in Formule I en in een paar andere categoriën, heb ik door hier te blijven wonen, voor de volle 100 procent in mijn zaak kunnen investeren. In het ondernemers-onvriendelijke België had ik na het bezoek van de fiscus amper vijftien tot twintig procent van mijn geld overgehouden om te investeren. Snaptu? In België had ik deze zaak niet eens kunnen beginnen.

Ik snaptu, denk ik. Bovendien wonen in Monaco 30.000 mensen. Mogelijk 30.000 miljardairs. Logisch dat die eerder geneigd zijn om een vliegtuig te kopen dan pakweg een succesvolle kruidenier op de Kortrijkse Steenweg?

Boutsen: Nee, nee, nee. Mijn belangrijkste cliëntèle woont niet in Monaco. Maar is verspreid over de hele wereld. Ik verkoop vliegtuigjes in de VS, Dubai, Zwitserland, Israël, Finland… Wij voeren een wereldwijde intensieve promotie in alle kringen die eventueel intresse zouden kunnen hebben. En precies dàt, maakt dit werk zo speciaal. Op die manier ontmoet ik top-zakenmensen uit alle landen van de wereld op hun eigen niveau. Dus allemaal interessante mensen met een zeker kapitaal en een zéér verschillende mentaliteit, religie en cultuur. Zéér leerrijk is dat. Zéér leerrijk.

Die interessante mensen met een bepaald financieel en cultureel niveau zag je toch ook in de Formule 1?

Boutsen: Weet je wat ik als Formule 1 coureur van de wereld zag? Mecano’s, garages, veldkeukens in dure stands en de binnenkant van mijn motor. Elk jaar dezelfde circuits en alle dagen dezelfde mensen. Ieder jaar dezelfde luchthavens inAustralië, Brazilië, Malaisië of Hongarije… Altijd dezelfde gezichten op dezelfde plaatsen met dezelfde mentaliteit en met dezelfde gewoontes, intresses en gesprekken.

Maar elk jaar ook met een ander lief… Of twee.

Boutsen: Enfin…

Enfin, ik wou alleen maar wijzen op het onontkenbare gegeven dat de meeste sportlui die na hun carrière in zaken gaan, met een behoorlijke snelheid op een faillissement afstevenen. Ze komen terecht in een andere denkwerld, kennen de spelregels niet, leven nog een beetje in euforie of pakken nog altijd het euforisch makende pervitine, gaan over-investeren en worden genaaid, gerold en gedroogd door geroutineerde zakenlui met een snor een grote muil en zonder hart.

Boutsen: Ik weet het.

De mentaliteit op het circuit is bikkelhard, maar de zakenwereld is smerigere, gevaarlijker, gladder, ingewikkelder … Gemener?

Boutsen: Na al die jaren ben ik nog altijd aan het leren hoet het allemaal in elkaar past. Nog altijd laat ik me nu en dan verrassen, door… Door… Het is inderdaad niet altijd even logisch of makkelijk of eerlijk. Als piloot tekende ik ongeveer om de twee, drie jaar een nieuw contract en daarna was ik voor een periode van evenveel jaren van alle geldzorgen af. Als zakenman daarentegen, sta ik op met geldzorgen en ga ik slapen met geldzorgen. Soms droom ik van financiële transacties of van…

Moeilijke betalers?

Boutsen: Wil ik elke maand mijn zes bedienden stipt hun verdiende wedde uitbetalen, dan moet ik dus één toestel per maand verkopen. Onderschat dat niet, hé. Daarvoor moet ik dag en nacht bezig zijn met dié verkoop, met de promotie van mijn zaak, mét de kandidaat kopers, enzovoort en zo voort. Het is een héél andere uitdaging dan bijvoorbeeld je bolide perfect afstellen voor één of ander circuit dat je uit het hoofd kent. Elke zaak die je af moet sluiten is anders, elke klant is anders. En elke klant heft recht op nazorg.

Benetton, Arrows en Williams, je was een succesvol piloot bij de grootse teams. Je verdienste moet enorm zijn geweest. Aaan het eind van je carrière zat je bijgevolg op een grote hoop dollars. Waarom ben je niet bij je mooie lief op het dek van je yacht gaan zitten? Waarom ben je niet één van de vele gelukkig levende, in weelde badende, aan sex, goed eten en Bourgogne wijnen verslaafde Vlaamse renteniers in Monaco? Ik bedoel, de lucht is blauw, de zee is azuur, de zon is heet en het nachtleven ook.

Boutsen: Het was nooit mijn intentie om…

Je bent geen uitgaander, hé? Geen Christal Roderer drinkende, sigaren rokende blonde poezenpakker, nee?

Boutsen: … Waarom zou ik met mijn luie voeten op tafel gaan zitten? Niks doen? Elke dag bronzeren in een een groen tentje op het strand van de Beach Club van Monte-Carlo? Daar ben ik toch veel te jong, veel te energiek voor? Hoe zou ik die adembenemende adrenaline opstoten in mijn bloed kunnen missen? Ik wil aanvallen, werken, scoren, desnoods verliezen. Ik wil niet hersendood zijn terwijl ik leef. Wie wil er nu rentenieren? Dat moet toch vreselijk zijn? Een beetje tennis, een beetje golf, shoppen, apéritieven en dineren…. Hallo? Nee,nee. Ik wil challenge. Nieuwe riskante uitdagingen en oplossingen realiseren, dàt wil ik doen in mijn leven. Ik wil voélen dat ik wérk én dat ik slààg in wat ik doe! Of verlies. Maar ik wil actie.

Heb je ooit geprobeerd niks te doen in Beach Club? Perfecte Russische modellen in mini-tanga’s danse er op een hete middag in het zand. De verwende bezoeker wordt overmeesterd, overweldigd, overmand. Heb je je ooit king of the masculin world gevoeld?

Boutsen: … Nee, nee. Ik ben nooit zonder werk geweest. Nooit was ik zonder de warme stress van een boeiende uitdaging. Tijdens mijn laatste twee jaren als racer, had ik dit bedrijf al helemaal uit het niets uit de grond gestampt. In mijn laatste jaar als piloot, en ik deed véél races, heb ik ook nog een keer vier vliegtuigen verkocht… Néé, ik weet echt niet wat dat is, een jaar niét werken. En ik wil dat niet weten.

Zo te horen met je dat wereldwijd in de belangstelling staan als Formule I piloot enorm missen en zoek je hardnekkig naar compensaties. Zakendoen is natuurlijk ook leuk, maar met een snelheid van 300 km per uur door de huiskamers van 500 miljoen mensen razen… Overal ontvangen worden als een held… in de duurste hotels, waar ook ter wereld, pitspoezen op een schoteltje of in de jacuzzi…

Boutsen: Ik mis niets.

Dat zeg je natuurlijk zomaar?

Boutsen: Niets. Niets. Niets. Na 23 jaar had ik het echt wel allemaal één keer teveel gezien.

En door de regen racen? Ik heb je ooit luid en lyrisch horen beschrijven hoe je afgaand op het geluid van de motoren van je tegenstanders, zonder één meter ver te zien, met 300 kilometer per uur door een gutsende regen raasde en dat je hele lichaam trilde van schrik, warmte en emotie. Kun je dat vergelijken met een telefoongesprek met een sheik uit Dubai die misschien een Chesna wil kopen?

Boutsen: … Met de jaren verloor ik het intense plezier in het nemen van extreme risico’s… Met ouder te worden, werd ik mij steeds meer bewust van het gevaar in de racerij en voelde ik veel minder het genot van … van snelheid en gevaar. De laatste jaren dacht ik in die snelle bochten, waar het verleidelijk is om niet van het gas te gaan, teveel aan mijn familie, aan mijn gezin, aan mijn gezondheid… En op het eind van mijn carrière, na mijn echtscheiding van Patricia, was ik al hertrouwd met een buitengewone vrouw… Werkelijk met de droomvrouw van mijn leven… Dé vrouw. En ineens had ik een reden om voorzichtig te worden, had ik absoluut geen zin meer om dat mooie leven op het spel te zetten door als een gek in de bochten te gaan en er dood uit te komen.

Komt het niet gewoon door je spectaculair accident in Le Mans, waar je aan een goeie 30O per uur uit de baan ging en je rug onherstelbaar beschadigde? Denk je niet dat dààr de veer in jou voorgoed gebroken is?

Boutsen: Nee. Zeker niet. Ik had eerder dat jaar al besloten dat 1999 mijn laatste raceseizoen zou zijn. Dus nog voor ik dat accident heb gehad. Misschien heeft ook dàt wel een rol gespeeld, bij… Eind 1999 zou ik stoppen, dat stond muurvast. Ik wou echt iets anders doen. Andere mensen zien, andere risico’s in een andere wereld verkennen. Risico’s die mij niet direct mijn leven of persoonlijk geluk konden kosten. Dàt was mijn motivatie om minder enthousiast te racen.

Volg je het verloop van de Formule 1 nog?

Boutsen: Jajaja. Ik heb nog goeie vrienden in de Formule 1. Michael Schumacher, Heinz Harold Frentzen…. Twee, drie vrienden.. Ze houden mij op de hoogte hoe het in de nerven en in het hart van de sport evolueert. Maar ik zit echt niet meer in gedachten mee te racen, ik volg het allemaal nog, maar niet meer met mijn gevoel. Het rààkt mij niet meer.

Kan het dat Heinz Harold Frentzen minder goed is gaan rijden na de geboorte van zijn zoontje? Dat hij nu ook meer aan zijn frêle vrouwtje en zijn kwetsbare ruggegraa denkt vooraleer hij zich in een snelle bocht catapulteert?

Boutsen: … Ik heb Frentzen twee vliegtuigen verkocht… Twee… Nee, de geboorte van zijn zoontje heeft er niks mee te maken. De problemen die Heinz Harold heeft, zijn zeker niet uitsluitend persoonlijk of familiaal, maar zeer complex… De Jordan-wagen was dit jaar niet zo goed, zijn equipe niet, zijn ingenieurs… Allerlei dingen marcheerden niet zoals het hoorde.

Toch ben je het er met jezelf over eens dat de psychologische toestand van een piloot een enorme rol speelt. Het gaat tegenwoordig tenslotte over honderdsten van seconden. Over een halve meter méér voorsprong of achterstand per ronde.

Boutsen: De geboorte van mijn eerste kind, elf jaar geleden, heeft in elk geval nooit enige invloed gehad op mijn manier van rijden. Integendeel. Een week later won ik een Grand Prix met een wagen die niet goed genoeg was om dat te doen. Kijk, ik ben geen psycholoog, maar ik kan me echt niet voorstellen dat de geboorte van een kind invloed kan hebben op de rijstijl van een piloot. Het is niet de familiale toestand, maar de tijd die het doet. De tijd. De tijd. Ouder worden. Ja. Hoe ouder hoe trager.

Zoals Mika Hakinne die vroig seizoen zichzelf nog moeilijk kon motiveren?

Boutsen: Verzadiging! Dàt is het woord. De verzadiging maakt het bijna onmogelijk om 100% gemotiveerd te blijven. Over-dosis. Dàt is helemààl het woord. Een overdosis van àlles op en rond het circuit. Van de geur, de mensen, de competitie, de sport. Het wordt een sleur, zoals alles een sleur wordt als je het te veel, te intens en te lang doet.

Alles naakt gezien?

Boutsen: Niet àlles. Maar genoeg. Genoeg. Genoeg succes. Genoeg eer. Genoeg verdiend. Genoeg ellende. Toen ik in het begin een arm of een been brak, pfff… Kon me weinig schelen. Die stukken arm groeiden wel weer aan mekaar, dus reed ik met die gebroken arm verpakt in plaaster en bandages even snel als altijd. Maar op het eind van mijn carrière accepteerde ik dat niet meer. Ik begon mezelf té roekeloos te vinden, niet erg verstandig, onverantwoord. Ik vond het van mezelf zeer overstandig dat ik nog altijd zulke fysieke risico’s moest nemen om mijn geld te verdienen.

Het dodelijk race-ongeval van je boezemvriend Ayrton Senna zal ook wel een rol hebben gespeeld.

Boutsen: Pff… Ayrton, Bellof, Di Angelis, Winckelhock, er zijn een paar van mijn vrienden verongelukt, ja…. Winckelhock, een beer van een kerel, die … Hij dacht dat hij na zijn wonderlijke redding in Hockenheim niet meer kon verongelukken. En ineens was hij wél dood, hé… Pats…

David Coulthard is vorig jaar neergestort met zijn privé vliegtuig. Had hij dat bij jouw firma gekocht?

Boutsen: Nee.

Twee doden. Coulthard zelf en zijn ex-vriendin ontsnapten als bij mirakel… Ik krijg de indruk dat er méér ongevallen gebeuren met kleine vliegtuigjes dan met grote… Is het risico om zelf te vliegen niet wat te groot?

Boutsen: Bijna alle vliegtuigongevalen, met privé-jets of met vliegtuigen uit de burgerluchtvaart, zijn inderdaad te wijten aan een fout van de piloot. 90 procent. Het is vooral een kwestie van voorbereiding, van cockpitmanagement én van de risico’s die de piloot bewust neemt… Hoe dan ook, het aantal ongevallen met vliegtuigen zijn miniem in vergelijking met de ongevallen die gebeuren met andere transportmiddelen. Maar vliegen is natuurlijk wél een beetje moeilijker dan autorijden. Om een eerste solo-licentie te krijgen moet men toch 40 vlieguren ervaring hebben. En een goeie piloot heeft minstens 1000 vlieguren op zijn boekje.

1500 is de regel, nee?

Boutsen: Zelf heb ik méér dan 2000 vlieguren. Dus mag ik stilaan gaan zeggen dat ik een goeie, ervaren piloot ben. Ik vlieg naar de VS, Mexico, Zuid-Afrika, ik vlieg de hele de wereld rond. Zàlig.

Hoe lang duurt de vlucht per privé-jet van Nice naar Brussel?

Boutsen: Eén uur tien minuten met een jet. Twee uur met een toestel met propellers.

En één uur vijftig met DAT of Virgin. Toen ik je een eerste keer intervieuwde, in 1982, reed je in wat nu de F3000 is en zei je dat je maar één doel had : wereldkampioen Formule 1 worden. Je bent er één keer héél dichtbij geweest.

Boutsen: Ik ben ooit vierde geworden.

Je had toen wél de wagen om wereldkampioen te worden, de onverbiddellijke, records brekende Williams.

Boutsen: Oh nee. Die wagen was absoluut niet goed genoeg. We konden helemààl niet op tegen de Mclarens en de Benettons. Die reden ons makkelijk naar de derde, vierde plaats. Nee, nee. Ik had geen kans. Géén kans.

Mansell, Hill, Villeneuve zijn wereldkampioen geworden in die Wiliams.

Boutsen: Voor mij en nà mij. Ik zat in de transitcar. In de overgangswagen. Ik was bij het team op een moment dat ze even een dipje hadden.

In 1985 was ik gast van jouw en je Benettonteam op het circuit van Portugal. Gerhard Berger was toen je ploegmaat. Senna won dat weekend zijn eerste Grand Prixin in een soort verbeterde kruiwagen, een zwarte Arrows.

Boutsen: In de stromende regen, ja. Senna kon vliegen in de regen. En wij, op dat moment, konden dat nog niet. Later heb ik wel in de gietende regen gewonnen in Canada.

En jij was het hele seizoen sneller dan Gerhard Berger. Maar het was de Oostenrijker die het uiteindelijk toch een héél stuk verder heeft geschopt in de Formule 1.

Boutsen: Berger is Oostenrijker en ik ben Belg en daarmee verklaar ik je ongeveer alles. Het is klaar en simpel: Oostenrijkers zijn bijna-Duitsers en ik was een klein Belgske. Het is allemaal een kwestie van politiek en marketing. Want wat zijn wij als Belg? Niente. Op de internationale markt betekenen we twee keer niks. Er is in België geen grote industrie of geen goeie infrastructuur die een Formule 1 piloot kan steunen of nodig heeft. In België beweegt naar buiten toe niks. Zie nu zelf, wie heeft er op dit moment belang bij dat er een Belg in een goeie wagen rijdt? In een Mercedes, McLaren of Ferrari? Niémand. Saelens, Leinders en de anderen… geen kans! Géén hulp. Ook ik heb ooit alles zelf moeten doen. Honderd keer méér heb ik er moeten voor doen dan Berger, dan een Fransman, een Duitser of om het even wie uit Japan of Brazilië… Die hebben het allemaal héél veel gemakkelijker. Als Belg is het een harde eenzame route, hé. Een Belg betekent promotioneel niets, volledig niets in de internationale wereld van ondernemers en bedrijven. Is er één Belgische multinationaal die een Belgisch piloot in de Formule 1 kan of wil piloteren? Wie is er in godsnaam blij als er een Belg wint in Fomule I? Hoeveel potentiële klanten? 0,001 procent.

Domo? Depoortere?

Boutsen: …

Enfin, je hebt het nog ver gebracht, in je manke Williams.

Boutsen: En in mijn Benetton. We reden met een atmosferische motor en de anderen met een turbo, maar ik reed toch derde, vierde… Ik ben eigenlijk heel blij en fier met mijn carrière en vooral met de prestaties die ik heb behaald bij Benetton. In mijn periode bij die écurie hebben we de basis gelegd voorde latere successen met Schumacher. Je moet het toch maar doen als Belg.

Zie je een opvolger?

Boutsen: Nu? In België? Heb ik toch al gezegd? Nee. Wie zou het doen? Wie? Wie wil nog héél zijn leven, al zijn dagen, al zijn nachten en àl zijn geld investeren om Formule 1 te rijden? Welke jongere is nog zo gek?

Heb jij veel eigen geld geïnvesteerd?

Boutsen: Méér dan mijn laatste frank. Véél mer. Ik ben geld gaan lenen bij banken. En véél geld. Enorme risico’s heb ik genomen. Eéénorme financiële risico’s. In het begin… Eén zwaar ongeval in mijn beginjaren en ik was geruïneerd geweest voor de rest van mijn leven. Voor de rest van mijn leven.

En toch reed je een halve seconde sneller dan Gerhard Berger. Mogelijk hebben wij je altijd een beetje onderschat. Maar nu we het toch over bewuste risico’s hebben, is de algemene rijstijl niet een beetje veranderd? Het is zondermeer duidelijk dat de nieuwe generatie Formule 1 piloten uit de carting komt. Ze maken bijna geen fouten meer. Het avontuur van de grote natuurtalenten die er vol leven en lust invlogen en er ook vaak dood weer uitvlogen, is een beetje uit beeld. De moderne formule 1 piloot van de Schumachers-generatie is een in carts opgeleide automaat die een foutenmarge van bijna nul heeft.

Boutsen: Ook de raceomstandigheden zijn sterk veranderd, nietwaar? In mijn tijd vertrokken we met 250 liter benzine en één stel banden en reden we in één ruk de hele koers uit. In het begin was onze te zwaar om behoorlijk een bocht te nemen. Maar tegenwoordig wegen die dingen véél minder. Om de 15 ronden stoppen ze om te tanken en banden te vervangen. Een moderne race is in feite een gecompliceerde optelsom van drie, vier korte spurten. En in die omstandigheden is het natuurlijk veel makkelijker om een race zonder fouten te rijden. Verder kenden wij ook geen aangepaste powertraining, geen traction controle, geen automatische versnelling en geen boordradio. Het racen is veel lichter, veel minder vermoeiend en vooral ook veel minder eenzaam geworden. Wij waren camioneurs in vergelijking met de piloten van nu.

De man die Michael Schumacher zou kunnen terugdringen is dat zijn broer Ralf of eerder de piepjonge Raikkonen?

Boutsen: Raikkonen? Onderschat Heidfeld niet…

Alonso?

Boutsen: Al wie? Die persoon ken ik niet. Maar alles zal afhangen van de mogelijkheden die deze jongens krijgen. Het is heel belangrijk dat ze snel bij een goed team terechtkomen. Bij McLaren bijvoorbeeld, zoals Raikkonen. Wie te lang blijft hangen, komt er niet meer. Fisichella is een goed piloot, maar heeft al te lang in de wachtkamer zitten racen. De scherpte is er vanaf. Hij heeft teveel tijd verloren en is al een beetje verzadigd.

Montoya?

Boutsen: Misschien wel, misschien niet.

Ralf Schumacher rijdt nog meer méér mathematisch en nog minder emotioneel dan broer Michael?

Boutsen: Heel moeilijk te zeggen. Stopt zijn broer, dan maakt hij een kans om wereldkampioen te worden, denk ik.

 

Geen zin om teamleider te worden?

Boutsen: A la Alain Prost… Nee, nee. Ik wil echt iets anders dan onder grote belangstelling te worden uitgeteld. En ik wil graag veel thuis zijn

Je hebt 3 kinderen.

Boutsen: Twee zonen uit mijn eerste huwelijk, een dochter bij mijn huidige vrouw.

Geen oertalenten M/V in de familie?

Boutsen: Op dit moment toont geen van mijn kinderen ook maar énige belangstelling om piloot te worden. De oudste is elf en doet wat carting om zich te amuseren en hij is snel, maar heeft niet de fanatieke drive die nodig is om naar de Formule 1 door te stoten… Hij heeft me in elk geval nog nooit gezegd dat hij piloot wil worden. Nooit. Par contre, hij is ongewoon sterk in wiskunde en dergelijke en enorm geïnteresserd in wetenschap en techniek. Ik vermoed dat hij zakenman wil worden. Of ingenieur.

Je leeft nog altijd zeer sober, zie ik. Ik zie hier geen asbakken, je biedt mij geen pintje of fluit champagne aan. En je klanten?

Boutsen: Toch. Toch. Af en toe geef ik er een lap op. Maar niet tijdens het werk, natuurlijk. Mijn klanten moeten vliegen, niét zweven.

Welk type vliegtuig zou je mij aanraden?

Boutsen: Hangt ervan af hoeveel geld je hebt. En waarvoor moet het vliegtuig moet dienen? Lange vluchten? Korte vluchten? Een Boeing 747 zal ik je niet aanraden voor vluchten van Brussel naar Charleroi. Maar voor vluchten door héél Europa? Hoeveel mensen wil je vervoeren? Aan welke snelheid? Er is zoveel keus. Wil je een modern toestel, een toestel van 20 jaar oud? In elke categorie is er een speciaal type dat ik je kan aanraden én kan leveren. In een prima staat (wordt gebeld).

 

Wat is uw grote ambitie op dit moment?

Boutsen: (aan de telefoon) Leg de boot in de haven, ja. Ik kom zo dadelijk… (tot ons) Mijn doel is één van de grootste verkooppunten van privé-vliegtuigen te worden in Europa.

En de bananenschllen op de weg zijn?

Boutsen: De evolutie van de markten, van de beurzen. Nasdack, Dow Jones, Nikei. Laat ons hopen dat die zich héél snel herstellen, anders staan er mij enkele moeilijke jaren te wachten. (Aan de telefoon tot zijn vrouw): Parkeer je de wagen in de parking van de supermarkt in Fontveille en neem je de boot? Ok. Ik kom meteen. (tot ons) Tot straks.

Hoe tot straks?

(Boutsen verdwijnt met een onwaarschijnlijke snelheid in de lift. Door het raam zie ik hem de Prinses Grace oversteken richting parking. Bij het aflopen van de trappen legt hij één hand op de linkeronderkant van zijn rug.)

Secretaresse: Meneer Boutsen komt voorlopig niet terug. Hij is onderweg naar een cliënt en niemand weet wanneer hij terugkomt. Meneer Boutsen is druk, zéér druk bezet. Vooral de laatste tijd… Héél veel mensen kopen een privé-vliegtuig… Wilt u de brochures zien?

Graag.

 

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1