|
Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet (red):
Dostojevski heeft geld nodig. Kalender 2001 Filosofie
Magazine, f 34,95
Zijn leven lang was hij berooid, blut, rut en platzak. Hij
zat op zwart zaad, leefde van de wind, had pijn in zijn portemonnee
en schraalhans was zijn keukenmeester. Synoniemen voor geldgebrek
kan je wel aan Fjodor Dostojevski overlaten. Na de 'Nietzsche is
ziek'-kalender heeft Filosofie Magazine voor 2001 een 'Dostojevski
heeft geld nodig'- kalender gemaakt (met dertiende maand). Erik
Bindervoet maakte tekeningen van de Russische schrijver, Robbert-Jan
Henkes zocht er toepasselijke citaten bij. Voor vrijwel elke dag van
het jaar vond hij een jammerklacht over armoede, want in bijna alle
achthonderd brieven die Dostojevski naliet, komt geld ter
sprake. Dostojevski (1821-1881) was een pathologische
armoedzaaier. Vóór 1964 had hij vrijwel nooit geld, na 1964 had hij
altijd schulden. Dat jaar overleed namelijk zijn broer en
geldschieter Michail en Fjodor zag het als zijn morele plicht de
schulden van zijn broer over te nemen, de zorg voor diens weduwe en
vier kinderen, plus het onderhoud van de maîtresse van zijn broer en
haar kind. En dan was 'ie ook nog gokverslaafd. ''Ik heb alles
verloren, alles, alles! Ik heb mijn ring en mijn winterjas beleend
en alles verloren.'' Dostojevski had geen eten, geen brandhout,
geen kleren, geen talent voor boekhouden en geen postzegels om zijn
manuscript naar de uitgever te sturen (hij moest er zijn laatste
ondergoed voor belenen). Roebels had hij harder nodig dan
lucht. Geld en vrije wil zijn de twee dingen waardoor wij ons van
de viervoeters onderscheiden, maar Dostojevski bezat geen van beide.
Hij was een broodschrijver, een 'literator-proletariër', die moest
schrijven over dingen waarover hij, als hij geen geld nodig had,
niet eens zou willen denken. Had hij maar een inkomen gehad, zoals
Toergenjev en Tolstoj. Dan zou hij iets schrijven waarover men over
honderd jaar nog zou spreken. ''Als ik eenmaal mijn fortuin heb
gemaakt, dan word ik een verdomd origineel type, reken
maar.'' ''Wie geen miljoen bezit, is noodzakerlijkerwijs een
schoft,'' vond de schrijver. Voor zulke 'schoften' is de aanschaf
van deze kalender een leninkje meer dan waard. Want eenieder die
geldgebrek heeft - en wie heeft dat niet? - zal bij Dostjevski
troost vinden. Het kan altijd erger.
VANNO JOBSE, 23-11-2000 |