Ivan Heylen's
2000 JAAR
Sex in Vlaanderen
Vikings
De Hollanders
De Vlasoogst
Vrijen met paddenstoelen
De Vlaamse kermissen
De Vlaamse rovers
De Bende van Bakelandt
Vlaamse Frigiditeit
Vlaamse erotische gedichten - De paarse vliesboom
Liefde in de openlucht
Sex en parapsychologie - Sexoscopie in Vlaanderen
Het seksleven van bekende Vlamingen
Voorkomen van Vlaamse frigiditeit
Borsten als warme tarwebroden
Vlaamse ontrouw
Liefde is een hemels gevoel met aardse gevolgen
Bericht aan de lezer
Dit schrijven heeft totaal geen sociaal nut. Het is louter bedoeld als entertainment. De schrijver dezes verontschuldigt zich op voorhand voor alle morele schade die dit boek kan berokkenen aan de argeloze lezer.
HET GEHEIM VAN HET IJS
(frigiditeit in Deus)
Nooit heeft iemand anders dan pater René Nevens mij met meer trefzekere woorden uitgelegd hoe de hard-disc van een vrouw in elkaar steekt. De gewijde heer Nevens, hij is afkomstig van Maldegem-Kleit, heeft twintig jaar doorgebracht in de mysterieuze jungle van Donker-Afrika een de tijd van twee keer schuitje varen voor één aflaat. Pater René Nevens was een bruine pater (Pater René) en hij heeft talloze mensen (M/V) schriftelijke en ook praktische les gegeven in wat men in Vlaanderen noemt 'vossen, gasgeven, van bil gaan enzovoort). Tegenwoordig krijgt zijn boek, eigenlijk een essay, over het opstarten van de seksuele opwinding bij vrouwen vooral vanuit de feministische hoek verrassend veel aandacht.
"Heel uw armzalig leven heeft u gevrijd als een gedresseerde aap", zegt de pater-professor in hoofdstuk 1. De professor kan gelijk hebben. God weet dat het nooit mijn bedoeling is geweest om rechtdoor, op een uitgestippeld parcours, als een coureur te rampetampen. En de symphonie van het leven heeft heel wat koorzangeressen naar mijn orkestbak gestuurd vooraleer ik de enige echte ware levenspartner heb gevonden. Maar zonder valse bescheidenheid, zonder schaamte en eveneens zonder veel trots, kan ik stellen dat ik me altijd met grote inzet - min of meer - heb gehouden aan de klassieke spelregels, met name die van het voorspel, tussenwerk en naverzorging. Ootmoedig ook, heb ik (bijna) altijd mijn warm gelopen motor stilgelegd als de godin van dat moment aan remmende ervaringen dacht en plotseling afkoelde. En haastig bracht ik de paarse roos in stelling als het koninklijk gezag onverwacht, meestal in de buurt van heel veel volk, met aandrang om mijn liefde vroeg. Ook al leek dat op dàt moment op dié plaats illegaal! Na dertig jaar praktijk zag ik mezelf dus min of meer als een geroutineerd minnaar en dat (bijna) tot grote ergernis van pater-professor René Nevens.
"Het verbaast mij dat voor-, tussen- en naspelmensen - zoals u - geen gouden horloge krijgen", zegt de pater in hoofdstuk twee (de foute professoren). "Murw geklopte bandwerkers in een automobielfabriek krijgen immers na dertig trouwe dienst ook zo'n horlogeding. En als bandwerker zijn zulke mensen op hun kleine terreintje inderdaad meestal meer dan geslaagd. Bravo! Helaas begrijpen zij doorgaans niet de machinatie van het geheel, niet de essentie van de personenwagen waaraan ze hun hele leven hebben gesleuteld. Blind als een circusaap bent u, verbeeldingsloze man, zo stom als een aap op een fiets die absoluut niet begrijpt waarom zijn fiets een ketting heeft. U hebt uw vrouw nooit begrepen! U HEBT UW VROUW NOOIT BEGREPEN! En helaas bent u niet alléén! Bijna niemand kent het geheim van het ijs. Bijna niemand! Mijn God! Miljoenen copulaties per dag en ze weten niet wat ze doen!"
Met toestemming van de uitgever van het boek van de Maldegemse Pater-Professor, Dr. René Nevens, publiceer ik hierbij de essentie van de uiteenzetting van 'Het Geheim van het IJs' door pater-professor René Nevens..
De Gouden Grot (de Tour de Top)
'De vrouwelijke motor staat van nature 27 dagen op 28, in het point mort. De motor draait, maar de pook van de versnellingsbak staat op neutraal. De pook van de man daarentegen, staat nagenoeg de hele tijd, voortdurend in 'F' (forwards). Een knik, een knipoog, een glimlach, een verloren streling, een spleetje in een diep décolté, een koele hand op het gouden zwaard, even te diep bukken tijdens het dweilen van de keukenvloer, en de mannelijke auto schiet vooruit tot een snelheid van tweehonderd kilometer per uur in minder dan zes (6) seconden, 500 pk ontwikkelend en 1877 toeren. De penis is een sportwagentje met uitzonderlijke Ferrari-allures, de Gouden Grot par contre is 27 dagen op 28, een gouden koets getrokken door vier schichtige, witte schimmels, die wél willen rijden, maar het vraagt rijmanskunst, karakter én tijd.
Les één: Empathie in een vrouw in rust.
(Een vrouw in rust ligt als het ware –vanuit een zinnelijk oogpunt- in een ijsbad -Withman Elkerlyck)
Een vrouwenlichaam in sexuele rust is een vrouwenlichaam in een ijsbad. Ga gedurende dertig minuten in een ligbad zitten gevuld met water en ijs. Na enkele minuten raakt het lichaam onderkoeld, en voelen de geslachtsdelen aan als geknipt hoofdhaar, wat wil zeggen: er is geen contact tussen het episch centrum van het gevoel en de geslachtsdelen. Sijpelt het gevoel door? Ja? Nee? Is dit niet volledig begrepen dan moet de test herhaald worden in een bad met nog méér ijs, eventueel onder toezicht van een huisdokter of kinesist.
Kunt u zich daarentegen wel duidelijk inleven in deze hyper-vrouwelijke situatie, onderzoek dan nu tien mogelijkheden om het koude lichaam eerst warm en dan op kooktemperatuur te krijgen, zoals vereist bij een gezonde sexuele creatie.
Ik stel u, in eer en geweten, tien vragen:
1) Helpt vriendelijk glimlachen?
2) Wordt het lichaam warm door filosofische gesprekken?
3) Speelt het een rol of de partner aan de rand van het ijsbad mooi of lelijk is?.
4) Is de leeftijd van de aanbidder belangrijk?
5) Redt een fraai gekapte haardos de zaak?
6) Maakt een Franse kus de zaak warm?
7) Hebt u iets aan de kennis van kunst, wetenschap en politiek?
8) Aan nederige gehooorzaamheid?
9) Aan trouw?
10) Speelt de lengte van de penis een rol?
Het antwoord op elke bovenstaande vraag is…:
negatief.
En de laatste vraag én het laatste antwoord, illustreren we meteen met een opvallend voorbeeld, gesitueerd in het, op het gebied van lichamelijk genot, in die tijd progressieve milieu van Napoleon Bonaparte (1769-1821), keizer van Frankrijk. Welnu, de Keizer had een piemeltje dat amper zo lang en zo dun was als een filtersigaret (in rusttoestand had het lulletje een lengte van iets meer dan twee centimeter, het vertoonde enige gelijkenis met een gedroogde kampernoeli). Toch was Napoleon een zeer gewaardeerd en bijzonder succesvol ontdooier van de vrouwelijke en dus van ingevroren lichamelijke begeerte. En waarom?
Antwoord één:
hij had
'Wereldse Macht'.
Een man met wereldse macht, heeft aan de rand van de badkuip gevuld met ijswater, een invloed die het ijs van de Gouden Grot zeer snel kan doen smelten. Wereldse macht maakt vrouwen warm: ze zoeken, gestuurd door het pouvoir-hormoon, de leider! Helaas kan niet iederéén de hitte van wereldse macht op het feminale poolijs van de Gouden Grot afstralen. De plaatsen aan de top zijn beperkt! Stervelingen zonder konings- of keizerskroon zijn verplicht om andere, maar daarom niet minder duidelijke, rituelen aan te wenden.
Voorbeeld 2
Laten we vooreerst vaststellen welke mannen in de wereldgeschiedenis de allergrootste opwinding bij het ingevroren geslacht hebben opgewekt. Hun eigenzinnige, vaak zeer personlijke weg van wieg naar graf en van Pool tot Evenaar kan onze gids zijn.
Eén van de allergrootste minnaars uit de ONVERVALSTE geschiedenis van Vlaanderen is:
Lodewijk Bakelandt
(beroep: terrorist).
Lodewijk Baekelandt, was een zogenaamd terrorist, een rover, een moordenaar én vooral géén vrouwenveroveraar. De overheid heeft dat laatste immers altijd met klem ontkend, geminimaliseerd, en in officiële geschriften afgedaan als propaganda. Uiteraard om redenen van staatsveiligheid. Maar onbevooroordeelde volksvertellers daarentegen, hebben àltijd met hoge stem benadrukt dat de Vlaamse terrorist avant la lettre, op het gebeid van het sexuele, een reusachtige persoonlijkheid was, een Raspoetin- medium, een ziener die met x-straal- ogen dwars doorheen het vrouwelijke gevoelslabyrint kon kijken. De Vlaamse boerinnen, de hertoginnen, hun dochters, tientallen zoniet honderden hofdames van de Vlaamse erven en hoven, freules uit de burgerij, raakten in de twee decennia dat Lodewijk Bakelandt actief was, méér dan verslingerd op die wrede, verbitterde (!) reus met die hypnotische donkerbruine reeënogen. Duizenden jonge vrouwen zochten én vonden onaardse opwinding onder de enorme tors van die betoverende rebel Lodewijk Baekelandt. De held werd in de buurt van de Munkebossen, een opper-machtig sociaal gegeven en de wereldse leiders van die tijd vreesden niet alleen zijn crimineel gedrag, maar waren bitter jaloers op zijn invloed op het ijs van hun vrouwen, die zijzelf nota bene met hun stupide sexistisch gedrag levenslang in een diepvries hadden opgesloten. De overheid stelde jarenlang alles in het werk om de 'rover' te arresteren. Een daad van 'vaderlandsliefde', waar ze uiteindelijk in slaagden. Lodewijk Baekelandt werd opgesloten in een vochtige kerker, eerst verkracht en daarna in het geheim geradbraakt, opgehangen - aan zijn scrotum - en uiteindelijk, hij was toen al overleden, onthoofd op de Grote Markt van Brugge. Zijn beulen hebben het trouwens nooit ontkend: enkele ogenblikken vooraleer Lodewijk Bakelandt op het schavot werd geleid, werd zijn penis door enkele jaloerse, gefrustreerde notabelen afgehakt. Het was de onthoofding van zijn sexuele overmacht op wet, plicht en regels. En verder staat het vast dàt dit monument van pre-feminisme nog voor de onthoofding, in de toekijkende, van afkeer en lust sidderende mensenmassa werd gegooid. Het ging om een meesterstuk dat in rust 35 cm lang was (53 centimeter in hoogstand) en breder dan een modale vrouwenarm. Het staat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vat dat de afgehakte penis van Lodewijk Baekelandts door een stille aanbidster werd opgevangen, die dit relikwie meteen op sterk water heeft gezet en in een lamsleren koker uit Brugge heeft gesmokkeld. Biografe drs. Anne De Vrieze-Delhaize beschrijft het in het kasteel van Vlierzele Brugge bewaarde reuzenlid als volgt: "De afgehakte en gebalsemde piemel van Lodewijk Baekelandt zag eruit als het zwarte handvat van een rijzweep". De 'rijzweep' van Lodewijk Baekelandt had in minder dan veertig jaar meer ijs doen smelten dan een zomerse poolzon.
Door de vorm en de lengte? Wat een walgelijk idee! Als éénmaal het ijs gesmolten is, kan een piemeltje als een lucifer zo groot, alle vastgeroeste trauma's en frustraties doen exploderen (denk aan het zeepaardje van Napoleon).
Nee.
Lodewijk Baekelandt haatte de wereld.
En vele vrouwen haatten de door mannen gedirigeerde, geregisseerde en gereglementeerde wereld met hem mee.
Antwoord twee: 'Haat de verkrampte mannenwereld!'
Wie in een ijskoud bad zit en wie gedoemd is om de rest van de tijden in dat zelfde ijskoud bad te blijven zitten, hààt uiteraard de wereld. Haat mee! Maak cynische opmerkingen over Kerk, establisment en Staat. Veroordeel de onkunde van de mannenwereld. Bekritiseer elke overheidsbeslissing die de persoonlijke vrijheid beknot. Spuw op wat verkeerd is.
Denk ondersteboven.
Zo is het. De schepper heeft zich vergist. Hij had ongelijk de Gouden Grot zo ijzig te maken. Dus… Keer u tegen alles en iedereen die de schepping aanvaardt zoals ze is, tegen alles wat conservatief, bang en repressief is . De ijsmassas in de Gouden Grot zullen voor uw voeten als vloeibaar diamant uit vele gulden incisies vloeien.
Tenslotte nog een laatste advies. Lodewijk Baekelandt werd niet openlijk, maar wél - enkele minuten voor zijn onthoofding - onder grote belangstelling geradbraakt. … Laat u radbraken. Blijf lief terwijl ze elk bot van uw lichaam kraken. Begrijp dat een dame in een ijskoud bad, vaak door mannen wordt mishandeld, en bijgevolg niet altijd even hartelijk tegen de buitenwereld aankijkt. Laat haar toe het roet van de brandende kaars, die in de diepste gangen van haar Gouden Grot als een waakvlam brandt, uit te spuwen in uw gezicht. Na het roet, de slijmen en het bloed, spuiten ze liefde, alles verwarmende, helende, genotsvolle vrouwelijke liefde.
Het slotstuk van het betoog van pater-professor-dokter René Nevens is beknopt en nuchter: "Help de vrouw te vergeten dat ze in een ligbad zit gevuld met koud water. Verstrooi haar, til haar op, geef haar vertrouwen en breng haar in gedachten zo ver mogelijk van de koude werkelijkheid.
. Versier de stoel waarop ze zit met bloemen.
Beitel haar naam in de rots van Glovengan.
Taoe-eer haar naam en beeltenis tussen navel en scepter.
Draag in uw aktentas steeds één geschenk voor haar mee.
Maak van haar wat ze absoluut niet van nature en zonder uw liefde is: de verpersoonlijking van de spontane goddelijke oer-warmte."
Pater René Nevens wenste geen persoonlijk interview toe te staan. De man is ondertussen 93, heeft het celibaat officieel afgelegd en woont met zijn 33-jarige hoogblonde verloofde in een loods zonder ramen in de buurt van het industriepark van Maldegem.
HET SEKSISME VAN DE SEKSPROFESSOR
Hij is overleden. Professor Reginald D'Haen. De man die zijn volk leerde vrijen met verstand. Hij was dankzij en voor de sex geboren. De naam D'Haen was geen pseudoniem, geen grap of geen humoristische schuilnaam. De naam was voorbestemd. Zevenenzeventig jaar was hij een berucht seksuoloog èn een berucht minnaar van zowel mannen als vrouwen. Van Reginald D'Haen wordt verteld dat hij al zijn leerlingen èn al zijn patiënten heeft gevost. Allemaal! Maar bovenalles was hij een wereldberoemd relatie-therapeut. En nu is hij dood. Als het waar is wat Reginald D'Haen altijd heeft beweerd, dat mensen die ooit in intimiteit verbonden zijn geweest àltijd verbonden blijven, dan zijn honderden - nee duizenden mannen én vrouwen - vorige maand een beetje mee gestorven. Wie in de wereld van seks geconfronteerd werd met disfuncties (vroegtijdige zaadlozing, impotentie of vaginafursie), wie tijdens de gemeenschap zijn partner pijn deed of zichzelf, wie gluurde, exposeerde of verkrachtte, kwam vroeg of laat vrijwillig of door nood gedwongen, terecht in het kabinet van de Leuvense seksspecialst. Welke radio- en televisieprogrammamaker heeft Reginald D'Haen niet in zijn programma gehad? Wereldwijd! Professor dokter D'Haen kwam een laatste keer in het wereldnieuws door een, voor een ernstig wetenschapper, ophefmakende uitspraak in het gespecialiseerde tijdschriftt SETAVAGI DIAGNOSES. D'Haen stelde dat Vlaamse vrouwen vanuit structureel erotisch standpunt, in essentie anders zijn dan alle andere vrouwen. In zijn laatste interview, aan de rand van zijn sterfbedbed - D'Haen bleef tot zijn laatste ademtocht alert en in de mening dat hij zou genezen, nam de sex-professor (Reetje Reggy voor zijn studenten) geen millimeter gas terug.
D'Haen: (in New Newsweek) Ik blijf erbij. Vlaamse vrouwen zijn vanuit een structureel erotisch standpunt ànders dan alle andere vrouwen. Nièt dat dit in de grond van de zaak zo belangrijk is. Er is daaromtrent téveel stof opgewaaid voor niks.
- Uit reacties van medewerkers, afgedrukt in de jongste uitgave van SETAVAGI DIAGNOSES, blijkt dat uw uitspraak als volgt wordt geïnterpreerd: de doorsne Vlaamse vrouw is minder verlangend, afstandelijker, minder zelf uitlokkend dan andere vrouwen. Kortom, het is geen promotie voor het Vlaamse gewest.
D'Haen: (verbolgen) Maar dat zegt u! Dat zeggen de collega's. Als ik de gretigheid van Vlaamse vrouw naar een geschikte, ervaren man zou ontkennen, zou ik mijn eigen, wat sex betreft, goed gevuld verleden desavoueren. Wat ik heb waargenomen is dat ze weliswaar ànders zijn en zéker niet minderwaardig, maar ten slotte blijven ze humanimus sapos, nietwaar. Ik denk hierbij aan Marlène de Wouters die, volgens mijn goede bronnen, maagd is gebleven tot in de huwelijksnacht en die bij het allereerste contact drachtig werd. Verder wil ik niet gaan. Zegt dat misschien niet voldoende? Hebt u bij alles een website uitleg nodig? Ik hou van de Vlaamse vrouwen zoals ze zijn en hun zijn is diffirent
.
D'Haen: Wat seksuele omgang betreft hebben Vlaamse vrouwen alle kenmerkende Noord- en Midden-Europese trekken. Ze kussen bij voorkeur op zijn Frans en copuleren in eerste instantie buik-aan-buik en oog in oog, dus op zijn Noors. Het is hun als het ware ingelepeld door de Vikings. En als ze hun climax bereiken maken ze alle karakteristieke gebaren en geluiden. Het is een onweerlegbaar gegeven dat ze dezelfde voorouders hebben als alle andere afstammelingen van de Australopithecus Homo. Toch zijn ze, wat hun geslachtelijk ritueeel betreft, op enkele essentiële punten fundamenteel verschillend van alle andere vrouwen op deze wereld. De eigenaardigheid waarover ik praat is symptomatisch voor een lokale volksneurose, geïnsimineer door de vele bezetters van het Vlaamse land. Vlaandern werd 35 keer onder de voet gelopen door vreemde legioenen. En elke keer werden de Vlaamse vrouwen gebruikt. Dat gegeven, dat wrede, menselijke, maar oer-primitieve gegeven, heeft Vlaamse een stalen wil meegegeven in de nerven. Denk hierbij bijvoorbeeld, aan eerwaarde zuster Maria Logghe die van haar slotklooster een viersterren hotel-restaurant heeft gemaakt, dat zijzelf jarenlang heeft uitgebaat in Nieuwpoort en die sigaren rookt, maar die tot nu toe nog geen enkele gelofte die ze aan de orde van de Arme Klaren heeft afgelegd, heeft verbroken. Ook niet deze van lichamelijke zuiverheid.
- Zijn Vlaamse vrouwen, zoals we uit de werken van Guido Gezelle begrijpent, goedgelovig, vroom, serviel en ootmoedig?
D'Haen: Goedgelovig? U hebt er niets van begrepen! Maar nèè! Geen èèn West-Europees individu is van nature uit slaafs en onderworpen. Maak u geen begoochelingen. Ook de Oosterse vrouwen niet. Zeker niet op seksueel vlak. 'Voor wat hoor wat', is de vuistregel van élke vrouw! Dat zit er godverdorie in gebakken! Vriendelijk en onhebbelijk gedrag is na 50.000 jaar mannelijke overheersing wederzijds. Toon u nooit zwak! Ziet een vrouw uw zwakheid, dan slààt ze toe! Dat is haar natuur! Haar instinct. Dat is self-defense! Als een man onhebbelijk doet, wordt hij door een vrouw vervelend behandeld. Doet een kerel aardig dan zijn de vrouwen ook lief. Of dat nu Vlaamse vrouwen zijn of Oostindische badmeisjes, dat speelt geen enkele rol. Maar doet een man zwak, dan bijten ze! Dan nemen ze wraak uit naam van hun moeders, grootmoeders, bet-bet-bet-overgrootmoeders. U kent toch ook het boek 'Smelt het Ijs' van pater-dokter René Nevens? Dat verklaart toch alles? Denk bijvoorbeeld vooral niet dat je niet voorkomend en goed moet zijn tegenover een prostitué! Ook dààr, in de stee van een hoerenkast, geldt de norm dat wie hoffelijk is, beter wordt bediend. En de regel: wie zwak is, valt op zijn bek. Wie zwak is in een huis van plezier, met meisjes van plezier, betaalt zich blauw en mag niks! Geloof me! Ik zag het duizend keer voor mijn ogen gebeuren. Denk maar aan de vermaarde seksorgieën tijdens de drie dagen van de vrijheid tijdens bijvoorbeeld het Aalsters karnaval. De Aalsterse karnavalsbruiden verplichten hun mannen om oraal contact te hebben tijdens de eerste dag dat ze in de maand maart menstrueren. Dit als tegemoetkoming voor de exceptionele toegelaten ontrouw én de extreem vrouweljke verdiensten tijdens de voornoemde drie extatische nachten van de jaarlijkse verkleedkermis in de straten van de ajuinstad. Waarom ajuinstad? Omdat de traantjes van spijt na de karnavamsorgieën, niet echt zijn, maar veroorzaakt door het sap van een ajuin.
D'Haen: Na enkele huwelijksjaren, wanneer de man in een cyclus terechtkomt waarin sex een geringer rol gaat spelen, nemen de Vlaamse vrouwen vrijwel altijd het gezag van de man over. Als de man ook maar een beetje leverlijder en dus schrikachtig is, wordt hij aan het hoofdhaar getrokken, begreigd met alle gruwels van de eenzame vrijgezel, en gaat de vrouw de relatie domineren. Oudere mannen krijgen in het erotische segment van een rijpe huwelijk, enkel een rol als underdoug. Het ene ogenblik spelen ze het gekrenkte knechtje en het volgende moment vliegen ze - min of meer op bevel - als razende bokken onder de rokken. Denk maar aan de erotische bekentenissen van Urbanus van Anus aan Goedele Liekens. Die lelijke underdoug met zijn beukenootje duikt zo nu en dan als de bokken onder de rokken. Maar in hoeverre is dat naturel?
D'Haen: Minder dan de Duitse en De Hollandse, mèèr dan de Franse. Het heeft te maken met onderricht, opvoeding en het zich voeden met varkensvlees. Hoe mèèr varkensvlees, hoe meer neiging tot decadentie. Raar maar waar. Een vegetarische dame zal minder vlot een man de dop van het ego snijden dan een vleeseetster. Vrouwen die teveel varkensvlees eten, krijgen last van fleubities, worden kregelig door de voortdurende jeuk en gaan hun wederhelft mogelijk terroriseren. Vrouwen die zich enkel voeden met granen daarentegen, krijgen een zacht-gele huid, bewaren in de regel hun goed humeur en verwerven borsten als warme pannebroden.
D'Haen: Nu komt het. NU komt hét! Hét grote misverstand! Néé, meneer! De modale Vlaamse vrouw kan godsgruwelijk, Breugheliaans, Bourgondisch en absoluut roekeloos verliefd worden in één enkele seconde. Waarom? Waarom? Omdat het in haar bloed zit, meneer. De hartstocht in haar bloed is de onstuitbare en onbeschofte passie van de eeuwige kosmische soldaat. Want wie is de voorvader van de Vlaamse Gulle Griet? Wie brandde de diepste indruk in haar hersenpatronen? De hitsige Romein, drie jaar van huis weg en zijn lusten botvierend op primitieve kustbewoonsters van Knokke tot De panne. De hevige Viking, minimum twee jaar van huis weg en altijd toeterzat en berengeil. De oersterke Zwitserse huursoldaat, ook altijd aangeschoten en viagra-heet. De eeuwig drinkende en jodelende Oostenrijkse lansier met zijn zachte, doch steeds klaarstaande lans. De gepeperde Spaanse conquistador, ook jàren van huis weg en meestal bezopen én met peper in het bloed. Hollandse dames hebben een identieke historische achtergrond en hebben een identische bloedspiegel. Maar die hebben het tramatische gegeven van het afremmende Calvenisme! Wij niet! Dààrom spenderen Vlaamse vrouwen meer tijd aan de geslachtelijke opvoeding van hun dochters dan de doorsnee moeders in de rest van de aardse samenleving. Het is een aangelegenheid van leven en dood; een weg naar veiligheid, of naar verderf. Een weg naar geluk of naar alles verwoestende schizofrenie.
- Kunt u het gegeven meer expliciteren?
D'Haen: Nog meer? Bent u ook nog doof?
-Zijn Vlaamse vrouwen, denkend in de lijn van uw ideeën, dan noodgedwongen ontrouw?
D'Haen: Niet méér en niet minder dan àlle andere vrouwen van de wereld. Denk vooral niet dat er alleen seksuele ontrouw is. Er bestaat geredelijk ook een andere vorm van overspel, die op zijn minst even schadelijk is voor een klassieke huwelijksrelatie. De partner niet meer verzorgen, niet meer verwennen, niet meer aanspreken, vernederen, ook dàt is ontrouw. En dààr wil de volkse Vlaamse vrouw, mèèr dan om het even welke andere vrouw op deze wereld, zich tegen wapenen. Waarom? Omdat de doorsnee Vlaamse vrouw, die Spaans, Oostenrijks, Zwitsers, Noors en Romeins soldatenbloed in de nerven heeft, en dus met name op een oncontroleerbare manier afhankelijk is van respons op haar hartstocht en dus zeer kwetsbaar is. Vrouwen starten doorgaans iets langzamer dan mannen. Maar èènmaal de machine loopt, is de realiteitszin van een vrouw vormeloos als lucht in een hete oven. Zo ook bij de Vlaamse vrouw, die gezien haar erfelijke gaven, sneller start dan wat dan ook. Geen enkele andere dame in het Westen is zich zo goed bewust van de wet van de Zweedse peinzer en literator Bernard Seulsten: Liefde is een verheven gevoel met aardse gevolgen. En dààrom doen ze het.
D'Haen: Het is eigen aan alles wat cohabiteert en leeft dat het de goede karaktertrekken naar voren brengt om zo de eventuele partner op te winden. Aanraken! Oppeppen! Zinnen van èèn woord! Strakke Italiaanse jurken! Dat zal elke Vlaamse vrouw doen. Maar eenmaal de vangst zo goed als binnen is, èènmaal de man voorbij the point of no return is geleid, hebben Vlaamse vrouwen een laatste overlevingsreflex die ik bij geen enkele andere vrouwengroep heb kunnen waarnemen. Zoals bekend deint de vrouwelijke passie op en neer, als de golven van de zee en krijgt de vrouw in betrekkingsrijpe toestand, in de dalen enkele ogenblikken helderheid gegund. In tegenstelling tot een man, bij wij de lont meteen gaat branden en een daarbij volgende, onvermijdelijke ontploffing van drift die alle nuchterheid vaak voor lange tijd neutraliseert. Niets kan de opgedraaide man nog afremmen of op andere inzichten brengen. Vlaamse vrouwen daarentegen krijgen ook tijdens de allergrootste passionele uitbarsting, opwellingen van realiteitszin. En van dié adempauzes maken Vlaamse vrouwen gebruik om het onderwerp van hun begeren naar eigen goeddunken te modelleren. Jonge meisjes breken het passiespel net voor de daad veelvuldig af en brengen de door hen zachtgekookte toekomstig minnaar eerst nog even in contact met een agressieve broer, een autoritaire stamvader en vooral met hun ijzig realistische moeder. Tot de man bezorgd, murw, angstig of zomaar uit zijn balans is. Pas met een vrij stevig psychologisch overwicht zal de jonge Vlaamse vrouw overgaan tot de de grondoorlog, tot de definitieve en overnoodzakelijke stap, het verwijderen van de sloten aan de stadspoort en het openen van de Gulden Incisie zonder weerstand. Ook rijpere Vlaamse dames gaan niet over tot een oppervlakkig voorspel, maar zullen de ongebruikte minnaar eerst en vooral confronteren met de kinderen, een rode bankrekening, de huisbaas en de ex-echtgenoot. Het vlees en bloed tot aan de schoolpoort brengen, ermee gaan flaneren, ze afzetten bij de biologische vader hoort erbij. Heeft ze een kwakkelige moeder, dan worden de eerste dagen doorgebracht aan het ziekbed van die oude heks. Heeft ze aanbidders dan volgt er een cafébezoek waarbij alle vorige uitgravers van haar onderbuikguerilla èèn voor aan de nieuwe amant worden voorgesteld. En zo gaat ze door én door tot haar passé als een hete brij uit haar hemelpoort spoelt en als stollende lava de autoriteit van het mannetjesdier voor haar stagneert. Pas als duidelijk wordt dat de hartstocht van de nieuwkomer met niets te blussen is, en tot alle compromissen bereid is, komt de kreet die toelating geeft tot twintig eeuwen internationale ervaring in de liefde.
D'Haen: Dank Onze Lieve Heer voor elke interruptie van het stroomcircuit bij onze Vlaamse vrouwen. Vrouwen zonder complexen zijn regenarme, dorre akkers. Frustraties, obsessies en traumas zijn de duivelse verrassingen in het geslachtelijk parcours naar het goddelijke einddoel, het perpetuum orgasmus. De hemel op aarde.
Na dit interview heeft de professor nog amper twee uur geleefd. Hij is doodgegaan met een glimlach op zijn gezicht en met de historische woorden: 'k Voel mij al beter.
DE VERBODEN BOEKEN VAN VLAANDEREN
(Erotisch poëzie van Timmermans tot Claus)
Een koude wind in maart blies De verboden Boeken van Vlaanderen naar mijn schrijftafel. Het is een illegale bloemlezing van erotische werken van enkele generaties bekende Vlaamse poëten. Veel van die gedichten werden nooit uitgegeven en bestaan enkel in verzamelingen van biografen en poets-fanaten. De reden is banaal, maar menselijk. De meeste van die erotische gedichten werden geschreven in een naar de middeleeuwen ruikende tijd waarin dat soort werk nagenoeg als smerig werd beschouwd. Alles was toen smerig, een ligbad nemen niet uitgezonderd. Toch kan een deel van het erotische werk van die oudere auteurs ook nu nog als behoorlijk obsceen of compromitterend worden beschouwd. Dààrom blijft ook in deze recente piraat-uitgave van De verboden Boeken van Vlaanderen de ware naam van enkele literatoren ook nu nog gecoverd door een misleidend pseudoniem. Toegegeven het is, ook tot mijn verrassing, mèèr regel dan uitzondering. De uitgever van 'De Verboden Boeken', die zelf is weggedoken onder de schuilnaam Guy Hautekreut, zegt dat ook anno 1999 nog bijna alle gedichten in verband met afwijkende lichamelijke curiosa onveranderlijk worden verstopt achter pseudoniemen, valse auteurs en fictieve uitgeverijen. Maar ook en vooral, dixit de uitgever, achter een mistgordijn dat wordt opgetrokken door een vervorming van het poëtisch werk. Vaak is dat amper het retoucheren van èèn woord, zelfs van èèn letter. Zo ontstaat het zogenaamde dubbelgedicht. Om meteen een voorbeeld te geven, volgt een beroemd Vlaams gedicht, gecomponeerd door een uitermate beroemd en bejubeld taalwonder. Officiel heet de auteur Willem van Elzenschot en elke Vlaamse schooljongen of meisje heeft meteen door dat het hier bijna zeker gaat om een dubbelgedicht van Willem Elschot.
Loederken
(Willem van Elzenschot)
Mijn Loederken, ik kan het niet verkroppen
dat gij gekromd, verdroogd zijt en versleten,
door 't volk bij 't heengaan in een huis vergeten.
(Nvdr: 'Loederken' is een Vlaams dialectwoord voor het mannelijke lid.) Het is een uitzonderlijk goed geschreven gedicht. Zelfs gemeten naar de hoge normen van de gebruikelijke Vlaamse poëzie. Het is schrijnend. Zowel in de vorm van Loederken als van het zeer bekende Moederken. Voor de ondernemende literaire detective is het dankzij dit voorbeeld van een dubbelgedicht duidelijk dat mogelijk èèn van onze grootste Vlaamse auteurs op zijn gebruikelijke openhartige wijze heeft verwoord dat prostaat en de verdere vernietiging van het lustgevoel doodsgedachten en apathiën oproept. Pikant detail: hetzelfde gedicht, waaraan amper èèn letter werd veranderd L(M)oederken - kreeg een plaats aan de muur van vele in-burgerlijke katholieke woningen.
Een andere verboden ero-kramp verrijkt de literatuur van de Lage Landen in Wellustige Weeën, het derde deeltje van De Verboden Boeken. In Wellustige Weeën overtreft (waarschijnlijk) de zelfde te goeder naam en faam bekend staande auteur de stoutste gissingen wat betreft zijn geheimste verlangens en zijn dagelijkse intieme leven. Het is duidelijk een gedicht over dwangmatige sex binnen het heilige sacrament van het huwelijk:
Het Huwelijk
(Wim van Berkenschott)
(fragment)Maar sterven deed zij niet als zoog zijn helse mond
het vloeibaar verlangen van tussen haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zijn dorst wou nietmeer spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en zij rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.
In deel vier van De Verboden Boeken, met name Verhalen van Heren en Dames aan zichzelf, ontdekken we een authentieke selectie van libertijnse meditaties van ene voor de gelegenheid genaamde Felicién Timmehrmans, die wat betreft duisterheid en grof-obsceen sarcasme heerlijk en tegelijkertijd onwelvoeglijk ver uitstak boven zijn, vanuit historisch literair oogpunt gezien, gelijken en tijdsgenoten. Wagen we ons aan outing, dan kunnen we suggereren dat het hier mogelijk kan gaan om werkjes van Felix Timmermans. Hoewel, zeker zijn we nooit. Het dubbelgedicht dat we als voorbeeld opvoeren, wijst duidelijk in de richting van een SM-voorkeur.
Le Désire
(Felicien Timmehrmans)
Ik voel uw Hem, nu hier, dan daar,
hij krinkelt lokkend wonderbaar
in 't dorenbosch verborgen.
Ik heb zo lang naar u getracht,
zoals de arme kranke wacht
naar 't krieken van den morgen.
Vergeet niet dat in die tijd, even voor de Tweede Wereldoorlog, èèn onbsceen of erotisch vers genoeg was voor een kerkelijke-, sociale- of zelfs rechtsvervolging. Tussen de twee wereldoorlogen in was in Vlaanderen over sex schrijven een meer verachtelijke misdaad dan het vermoorden van een vakbondsleider. Veel Vlaamse poëten hebben dan ook, uit angst voor represailles het beste uit hun eigen werk vernietigd. We kunnen stellen dat het nec plus ultra van de Vlaamse Erotische poëzie (de zogenaamde Erozie) opgeslagen ligt in met de hand geschreven manuscripten, die veelal in het bezit zijn van rechtstreekse afstammelingen, ex-minnaars en minnaressen of vrienden van de auteurs. Een studie van de erotische literatuur in Vlaanderen in de periode voor de libertijnse jaren zestig, is dan ook een studie van huis tot huis, van deur tot deur. In De Sluwe Hoer, deel vijf van de Verboden Boeken, is het dubbelvers van Jacqueline Schreur, een erudiete vrouw en ongetwijfeld de ènige dame die in diè tijd literair iets betekende, een getuige - en tegelijk een bewijs - voor het gegeven dat in het hart van sommige Vlaamse dames plaats is voor een evenwaardig en even diepgaand gevoel voor sodomie als bij mannelijke kunstenaars. Waarom al die geheimdoenerij? is de steeds werkerende vraag. Vergeet niet dat Jacqueline Schreur onderwijzeres was en dat veel van haar collega-poëten in het dagelijkse leven eveneens als onderwijzer, vaak aan een hyper-katholieke vrije school, het nodige geld voor het onderhoud van een groot katholiek gezin bij elkaar moesten liegen.
Ode aan Jan en Peter Sodom
(Jacqueline Schreur)
In de schuine schijn van de winterzon,
ster en staf van herders,
mond aan de mond
als een kind, dat tussen dieren sliep
zonder kennis van het goede in het simpel kwaad,
de nacht voorbij en het Kind verdwijnt,
het Spel met God en wit konijn,
wisten zij veel of vernamen zij pas,
dat God hun tweede vader was?
Deel zes van Verboden Boeken kreeg als titel Walgelijke Sonetten. Een typisch staaltje vindt de lezer in hoofdstuk vier De Zestien Necrofile Standen van Henri Van de Velde. Later heeft Van de Velde het auteurschap van deze Zestien Standen ontkend, maar in Maskers naar beneden, het ophefmakend essaye van wijlen de Gentse Professor R.L. Ghiesbrecht wordt de authenticiteit van de link tussen Van de Velde en de ZNS nog eens benadrukt. Een belangrijk gegeven, omdat een dergelijke ontboezeming omtrent èèn van de laatste taboes dankzij de signatuur van een bekroond auteur toch wel een bijzonder licht werpt op wat in dit toch wel frustratievol landje zorgvuldig wordt begraven.
Het Lijkenhuis
(uit de Zestien Necrofiele Standen van Henri Van de Velde)
De dood is een goed ding
als het witte vlekken achterlaat
de zonnewijzer in de doodskist
is sterker dan de dood
door minnen is wonderzoet
mijn nood mint de dood
dit zomerpad
jong en oud 't zelfde koud
geblust leven
gestadige dood
de mortuis nil nisi bene
Tod und Teufel
Ik schaam mij diep
In Dagboek uit een Meisjesschool, deel zeven van de Verboden Boeken vinden we de meest ontuchtige en wulpse dubbelverzen die Vlaanderen ooit heeft gelezen. Het gaat over ontboezemingen van vrouwen en maagden in realistische termen die, en dit is mijn persoonlijke mening, alleen maar uit de pen van mannelijke literatoren kunnen zijn gevloeid. Waarom? Zeer opvallend is de bijna ongezonde nadruk op ontmaagding. Vandaar slechts èèn enkel voorbeeld.
Eerst voor eeuwig
(Pol Wafels)
Oh eerste bloem
Uit verse zaden
Uw eerste lente
Uw eerste dag
Uw eerste zon
Wil ik in u zijn
Als uw eerste regendruppel
Die de eerste morgendauw wegspoelt
Voor eeuwig.
Moderne dichters zijn behoorlijk vrijgevochten en vaak zelfs provocerend als het gaat om wat de oudjes op hun eigen kuise wijze, de geheimen van Amor en Venus zouden noemen. Daarom is een dubbelwerkje dat in kringen van Hotsie-Totsie-bezoekers wordt toegeschreven aan Hugo Slaus(!) een unicum. Heeft die man nog iets te verbergen? Blijkbaar is niemand vrij van taboes wat betreft het erogene gedachtengoed. Midlife Crisis, het werkje waarover het hier gaat, is vooral uniek door de oprechte toon waarin de kunstenaar, op briljante wijze, de problemen die de doorsnee vijftiger heeft met het weggeschoven slipje, benadert. Beklijvend! Zondermeer. Midlife Crisis is gedrenkt in grimmige humor, eigen aan Westvlaamse polderjongens. In De Vlakke Hel, deel negen van De Verboden Boeken, vinden we al meteen op de eerste bladzijde het bijna liefdesmoeë, schrijnende dubbelgedicht Midlife Crisis, waarin de liefhebbers van het genre het serene Envoi (De Bezige Bij 1986) zullen herkennen. Sleutel: in de burgerlijke uitgave van het vers werd het woord orgasmes vervangen door verzen. Mèèr is er met dit dubbelgedicht niet gebeurd: Simpelheid is de kortste weg naar het geluk.
Midlife Crises
(Hugo Slaus)
Mijn orgasmes staan nog wat te gapen.
Ik word dit nooit gewoon. Ze hebben hier lang
genoeg gewoond.
Genoeg. Ik stuur ze 't huis uit, ik wil niet wachten tot hun tenen koud zijn.
Ongehinderd door hun onhelder misbaar
wil ik het gegons van de zon horen
of dat van mijn hart, die verraderlijke spons die verhardt.
Ga nu, orgasmes, op jullie lichte voeten,
jullie hebben niet hard getrapt op de oude aarde
waar de graven lachen als zij hun gasten zien,
het ene lijk gestapeld op het andere.
Ga nu en wandel naar haar
die ik niet ken.
De Verboden Boeken werden gepubliceerd in een oplage van 136 genummerde exemplaren bij uitgeverij Kaudewiet, Gentbrugge.
Tenslotte: In kringen van literatuur en gespecialiseerde pers zijn sterke aanwijzingen dat de samenstellers van De Verboden Boeken een belofte hebben opgeroepen die ze in negen dunne bundeltjes (36 blz) amper kunnen inlossen. In vergelijking met wat er nog niet werd uitgegeven aan Vlaamse erozie zijn De Verboden Boeken een zoentje in de morgen. Een openlijke publicatie van alle erotische gedichten dringt zich op. Een gedachte die niet wordt gevoed door voyeuristische intenties maar door de vrees voor onherstelbare schade aan ons, toch al niet zo rijk literair patrimonium. De schitterende watervallen van obscene fantasiën, hoe bizar, beledigend, schokkend of pijnlijk ook, mogen niet ontbreken in het literaire archief van zulk een pitoresk en verbeeldingsrijk volk. Niet met wapens, niet met economische macht, maar in het authentieke van de mens kan een klein volk groot zijn. Ivrueis sedofk goa. (Hoe meer kennis, hoe onkuiser - Oud Fins spreekwoord, 16de eeuw.)
Parapsychologie en sex
Wie zich in Vlaanderen verdiept in sex en parapsychologie, een tak van de occulte wetenschap waarrond de belangstelling weer fel is toegenomen, kan niet voorbij aan het werk van Vlaanderens meest vooraanstaande sexoscopiste mevrouw Maria de Leenheer-Knops. Wat betreft sexoscopie is mevrouw de Leenheer èèn van de pioniers, ze geeft lezingen over het onderwerp, bereikt met haar therapiën mirakuleuze resultaten en is, na vijfentwntig jaar expirementeren, absoluut toonaangevend. De proefnemingen van mevrouw De Leenheer bestaan voor een belangrijk deel uit het oproepen van thelepatische orgasmes bij man en vrouw, dus ongeveer gelijklopend met het wereldberoemde sexoscopische werk van de Amerikaans-Thaïtiaanse zieneres mevrouw Esmarelda Piper. Over het op gang komen van haar werk, zegt mevrouw de Leenheer: "Na dertien jaar huwelijk en een relatie die achttien jaar heeft geduurd, was er in mijn leven absoluut geen seksuele bevrediging meer. Toen mijn man uiteindelijk helemààl impotent werd, en daardoor àlle belangstelling voor sex verloor, moest ik een uitweg vinden om de eisen van mijn vaak hevige verlangens in te willigen. Uit respect voor mijn echtgenoot en op advies van mijn begeleider, een parapsychologisch figuur dat als een engelbewaarder in mij leeft, heb ik bewust gekozen voor erotisch spiritisme en later voor sexoscopie. Vooral omdat ik motorisch ben ingesteld, wat betekent dat ik mezelf kan uitlenen als spiritistische motor voor medemensen."
De 'begeleider' waar mevrouw de Leenher-Knops het over heeft, en die haar advies geeft, is niet van vlees en bloed: "Zijn naam is René Ossowiekci. Hij is een Pool die tot zijn dood in Genk heeft geleefd, waar hij enkele jaren in de steenkoolmijnen werkte en later het cabaret Georges V uitbaatte. Mevrouw: 'Vijftien jaar geleden kwam hij een eerste keer, als inspirerende geest, als entiteit dus, in mijn leven. Voor het raam van mijn tweede woning in de buurt van Dendermonde, zag ik een witte hand. De hand vroeg of ik het binnen wilde laten. Het was mijn eerste bewuste kennismaking met de diepten van het paranormale. Eerst kreeg ik het gevoel dat ik moest braken. Maar ik moest helemaal niet braken! Het was mijn geest! Mijn geest braakte visioenen en mijn mond braakte woorden. Beelden, maar ook klankvisioenen overspoelden mijn hele hebben en zijn. Op dat moment werd ik dus het persoonlijke medium van René Ossowiecki, een man die vijftien jaar eerder was overleden. De witte hand voor het raam behoorde aan hèm. Hij kende mijn nood en mijn mediatieke gave. Meer dan dertig jaar ben ik nu René's contactpersoon tussen de doden en de levenden. "Ik blijf bij u tot u volmaakt gelukkig bent", zei hij. Ondertussen ben ik volmaakte gelukkig, maar ik zou het niet meer zijn mocht mijn begeleider mij verlaten. Vergeet niet, dat de reden voor mijn ongelukkig huwelijk niet bij mijn man, gezocht moet worden, maar een reden vindt in mijn onderdrukte parapsychologische geaardheid. Heel mijn leven, ook als kind, was ik wat men noemt 'èèn van die spontane gevallen'. Zelfs toen ik nog een jong meisje was kreeg ik para-erotische visioenen. Het zal wel mijn verbeelding zijn, dacht ik, maar de visioenen werden sterker en sterker. Luister goed, zelfs stérker dan de realiteit. Vooral tijdens mijn huwelijk had ik méér para-sexuele ervaringen dan realistische. Mannen en vrouwen, die ik nooit eerder had gezien, beleefden in mijn verbeelding alle intimiteiten mee die tussen mij en mijn echtgenoot plaatsvonden. Eerst keken die personen alleen maar toe. Geamuseerd. Enkele jonge dames bijna giechelend. Zo realistisch, dat een zekere gène me overviel, ondanks het nuchtere feit dat alles zich zogenaamd in mijn verbeelding afspeelde. Maar met de tijd werden het vertrouwde beelden. Eèn van die personen was er trouwens elke keer weer bij en kwam naar voren als een vriend. Na enige tijd begon ik dus met hem een liefdesrelatie. Terwijl mijn man en ik vrijdden, kustte ik de persoon in mijn verbeelding en liet ik mij door hem strelen. Het verhoogde mijn genot en ik kwam tot relatief hoogstaande orgasmes. Dankzij de man in mijn 'verbeelding' kon ik ook nog van de liefde genieten als mijn man al lang weer was ingeslapen. Het verontrustte mij niet. Integendeel, het leek een faire oplossing. Via mijn begeleider heb ik later geleerde dat de persoon in mijn verbeelding een levende entiteit was. Pas nadat hij opnieuw was gereïncarneerd, hij is nu een bakkerszoon in Geel, is hij uit mijn para-psychologisch leven verdwenen. Nooit heeft hij mij gezegd dat ik 'maar' een potentiëel medium was. Wat hij met mij deed was niet meer en niet minder dan wat hij met talloze andere vrouwen deed: para-psychologische sex komt héél, héél vaak voor en is - daar ben ik verdomd zeker van - een héél natuurlijk element in ons aardse leven. Erotisch visioenen, die bij àlle mensen voorkomen, zijn namelijk geen visioenen. Het zijn bezoeken van entiteiten, van geesten die tussen twee reïncarnaties in, seksueel experimenteren met belichaamde personaliteiten. Mijn begeleider leerde mij een heel nieuwe wereld van erotisch beleven kennen. Hij nam me zelfs mee uit! Gedragen door zijn 'zijn', voerde hij mijn lichaam naar het liefdesnest van de meest uiteenlopende karakters. Eerst begon ik voorzichtig in de slaapkamer van mijn buren. Buurman was een knappe kerel en ik leefde al een tijd met een stil sexueel verlangen voor hem. Welnu, ik overviel hem op een bankje in het park waar hij op een middag zijn boterhammetjes zat te eten. Eerst verslikte hij zich even, want hij dronk net op dat moment van een blikje Cola-light, maar bijna meteen ontving hij me alsof hij zelf ook jaren op mij had gewacht. Zijn 'verbeelding' werd wagenwijd opengegooid en samen met zijn vrouw, die naast hem zat en die zich in haar 'verbeelding' wat graag liet prikkelen door mijn begeleider èn door mezelf (!) hebben we, tussen de vele mensen in het park, enkele onvergetelijke liefdesmomenten mogen beleven. Meteen, en daar valt in te komen vermoed ik, was ik enkele weken van God los. Ik stortte mij in tientallen wilde sexavontuurtjes. Met vrienden, kenissen, maar meteen ook met mannen en vrouwen waarvan ik in het dagelijkse leven nog niet eens durfde te dromen. Met Rob De Nijs heb ik enorm gevrijd. En met Will Tura. Wàt een over-heerlijk zachte man. En later ook met mijn lievelingszanger Tom Jones: een goedaardig beest. Op die manier had ik ondermeer ook sex met Tom Cruise, Paul Newman, Sean Connery, Brad Pitt en Kim Bassinger. Maar ook met vele, vele anderen, teveel om op te noemen. Onbekenden, mensen die me zomaar interesseerden of passioneerden door hun geur, hun houding, of door hun ongewone manier van denken en leven. Mijn begeleider heeft me meegenomen naar alle landen van de wereld. Bij klaarlichte dag bedreef ik de liefde op het strand van Copa Cabana, tegelijkertijd met een beeldschone Braziliaan en een Brits zakenman. In Afrika deed ik het in Oeganda, naast de bronnen van de Nijl, met een Oegandese landbouwer die meer op een gorilla leek dan op een mens. Zebra's, mensapen en twee baboons keken toe. Maar ook reizen in de tijd is mogelijk. Ooit heb ik Cleopatra gekust, maar echt sex heb ik met haar niet kunnen hebben, omdat ze verschrikkelijk frigide was. Zelfs in haar verbeelding was alles droog en koud. Ze had angst. Ook bij Marcus Antonius moet ze die angst hebben gehad. Nee? Wat zij met hem deed was komedie. Haar seksueel ego zat klem omdat ze als meisje, onder bedreiging van een giftige slang, was verkracht door haar broer Ptolemaeus. De wereld die ik heb leren kennen dankzij sexoscopie en mijn begeleider is een wereld die ik niet meer zou kunnen missen en die ik graag wil uitdragen aan alle mensen die er de wil of de behoefte toe voelen. Mèèr mensen dan vermoed, zijn namelijk geschikt voor de rol van medium en kunnen, als compensatie voor de kleine ongemakken die de rol van medium met zich meebrengt, erotiek beleven zoals alleen goden dat kunnen, namelijk met wie, waar, hoe en zoveel als ze maar willen. Ze kunnen doorgaan tot de laatste frustratie uit hun geest èn lichaam is verdwenen, tot ze absoluut vrije mensen zijn."
Onder de kleine ongemakken die de taak van medium inhoudt, catologeert mevrouw de Leenheer-Knops, een niet te controleren vorm van helderziendheid. "Zo nu en dan raak ik, onder druk van mijn begeleider die geen heilige is, in een orgie waar ik enigszins voor terugschrik. Is dàt een fatale negatieve kant aan de zaak? Wie oppervlakkig oordeelt denkt daar wellicht inderdaad zo over. Wie even verder nadenkt, mogelijk niet. Elke orgie, kan leerrijk zijn. In Brugge was ik betrokken bij een extatische feestelijkheid van erotische nieuwsgierigheid tjdens een diner van een bekend Vlaams rover met allemaal jonge homo's en enkele meisjes uit de Brugse bourgoisie, van wie werd verondersteld dat ze nog maagd waren. Er zijn twee doden gevallen. De broer van de organisator zelf en èèn van zijn oudere gasten, allebei een hartaanval. Maar ook dààr heb ik veel over de mensheid, burgerlijke frustraties, rovers èn over mezelf geleerd."
Het publiek dat de lezingen bijwoont van mevrouw De Leenheer-Knops bestaat vooral uit dames. Meestal gaat het om vrouwen uit een welbepaald milieu, vooral doktersvrouwen, notarisvrouwen, echtgenotes van advocaten, van managers, dames van rang en stand. "Tot nu toe komen er weinig heren naar de lezingen en ook de therapiën worden voornamelijk bezocht door vrouwen. Niet uit sensatiezucht of uit perversie. Zeer zeker niet. Maar veel Vlaamse vrouwen zijn nog altijd gefrustreerd. Ze lijden onbewust en weten niet waarom. Vergeet niet dat in Vlaamse vrouwen hersenpatronen worden ingeboren met ervaringen over méér dan 30 veroveringen van buitenlandse legers. Zelfs de Molovieten, een stam die 5000 jaar voor Christus in de buurt van Maasmechelen leefde, kwamen in de moerassen van de Vlaamse polders dàt gratis en ongevraagd doen waar mannen altijd zin in hebben en desnoods voor willen betalen. Men zou die gevallen van eeuwenlange verkrachting wellicht ook psychiatrisch kunnen behandelen, maar ik vrees dat de psychiatrie minder diep gaat dan de sexoscopische behandeling die intutief is én blijkbaar dus ook herstellend. Een sexoscopiste kan meteen tot iemands totale psyche doordingen, een psychiater heeft daar tientallen sessies voor nodig. Geloof mij vrij, elke dag krijg ik mensen over de vloer met maar èèn verlangen: geluk. Het zijn uiteraard intelectueel gevormde mensen, omdat diè pas bewust weten wat echt ongelukkig zijn is. Veel volksmensen zijn nog niet zo ver, beseffen niet dat er mèèr kan zijn dan dagelijkse sleur en levensangst. Ik vraag duizend frank voor een scèance van één uur, is dat teveel misschien? Dat de therapie te duur zou zijn, is dus absoluut geen reden om nièt deel tenemen. Geldgewin is voor mij geen motief. Maar ik moet ièts vragen, ook ik moet eten. Anders, dankzij subsidies bijvoorbeeld, zou ik het helemaal gratis doen. De gelukkige gezichten van de dames die mijn therapies volgen zijn voor mij én voor mijn begeleider een voldoende betaling."
De merkwaardigste ervaring van mevrouw Linda De Leenheer komt er pas na lang aandringen uit: "Ik heb al veel meegemaakt, maar wat ik nu ga vertellen is sterk, heel sterk. Zoals je wel kunt vermoeden krijg ik vooral veel verdriet op bezoek.Veel eenzaamheid. Man, je hebt er geen idee van hoe eenzaam mensen kunnen zijn. En ik heb de indruk dat ze steeds eenzamer worden. En dat vind ik zo erg, zo erg! Het is zo'n koud, zo'n steriel gevoel. Ik zal u een keer het verhaal vertellen van een oude dame, de echtgenote van een bekend politicus. ze wenste haar man dood, zei ze. Ik antwoordde dat ze voorzichtig moest zijn, dat haar ellende met die man niet zou opgelost worden door zijn overlijden. Letterlijk zei ik: 'Zijn dood zal voor u geen bevrijding zijn, want later zult u schuldgevoelens krijgen omdat u zijn dood hebt gewenst.' Omdat ze wat sex betreft in haar leven zeer ver was gegaan, ze was fotomodel geweest en had meer dan honderd minnaars gehad, bracht ik haar onder hypnose om haar laatste stukje weerstand weg te nemen. In dergelijke gevallen weet ik wat me te wachten staat. Ik heb namelijk al alles al een keer of meerdere keren, meegmaakt. De meeste dames met een vergelijkbaar verleden willen het doorgaans doen met niemand minder dan met…Judas. Een historische persoonlijkheid, die wellicht als extreem symbool geldt voor het liefdesverraad van hun echtgenoot of van hun eigen schuldgevoel. Heel tyisch. Maar deze dame ging nog verder. De dame wilde het pertinent doen met de heer en meester van Judas, met de keizer van alle kwaad, met de Duivel zelf. Ik zei onmiddellijk dat gezien haar relatief hoge leeftijd de zaak niet zonder risico was. En dat méénde ik. Eerst heb ik mij fel tegen dit idee verzet, maar uiteindelijk heb ik de verantwoordelijkheid voor die zaak aan mijn begeleider doorgegeven. Enkel en alleen omdat de ervaring voor de psychische nood waarin de vrouw op dat moment verkeerde heilzaam kon zijn. Het is namelijk de taak èn de plicht van een medium om de mensen de kans te geven te zijn zoals ze werkelijk zijn. En? Het is een liefdessceance geweest die zelfs in traditionele sexoscopische kringen ophef heeft gemaakt. Met nooit eerder vertoonde hysterie en agressie. In geen enkele andere ervaring heb ik zoveel agressie gevoeld als tijdens het liefdesspel tussen die dame en de gevallen engel. Hij gedroeg zichzelf niet meer en niet minder als een wolf. Het Kwade heeft vermoedelijk een verschrikkelijk trauma wat sex betreft.En? Na de daad was de dame zeer verward. Ze zei dat ze nu eindelijk het verschil kende tussen hemel en aarde. Twee dagen later is ze overleden aan een hartstilstand. En weet u wat mijn begeleider zegt? Mijn begeleider zegt dat de duivel haar is komen halen.
Mevrouw de Leenheer-Knops wil geen soort sekte-leidster worden: "Zeker niet! Vroeg of laat doodt elke sekte haar leider, zowel geestelijk als lichamelijk. Ik wil ook niet dat de mensen me volgen. De mensen moeten zichzelf volgen. Elke mens is zijn eigen leider. En kleef alsjeblieft geen naam op mijn gave. Noem me geen zienster, heks of tovenares of zelfs geen sexoscopiste. Wat ik doe gaat verder. De dag dat ik medium werd heb ik mijn taak begrepen, de mensen begeleiden naar de ultieme kern van hun eigen ik. Mijn talent is echt niet zeldzamer dan het talent voor muziek of voor schilderkunst. Maar musici en beeldende kunstenaars worden sociaal aanvaard, sexo-spiritisten, -scopisten en mensen met mijn gave voorlopig niet."
Mevrouw Linda De Leenheer-Knops geeft bijna wekelijks lezingen in héél het land. Haar werk wordt door de Gentse dokter seksuoloog François Diederick omschreven als te bagatelliseren en charlatanisme! Men is dus verwittigd. Zijn er ondanks alles, organisaties die mevrouw De Leenheer-Knops willen contacteren, hou er rekening mee dat haar agenda is volgeboekt tot de zomer van 2006, kunnen bellen naar de uitgever van dit boek. Enfin, als toemaatje, een laatste interessante èn geruststellende uitspraak van mevrouw de Leenheer-Knops: "Ik onthou geen namen, vandaar dat ik de naam ben vergeten van de West-Vlaamse rijke familie, woonachtig in de buurt van Kortrijk, met welke ik heb meegedaan aan een extatische erotische sexoscopische feestelijkheid. De hooggeplaatste industriëel, wiens naam ik hier dus niet durf te noemen, had enkele tientallen gasten uitgenodigd. Tweederden waren jongens en meisjes van het platteland, zorgvuldig door zijn privé-secretaresse en zijn minnares geselecteerd. Voor àlle jongemensen was het hun eerste aanwezigheid op een onbetaalbaar rijk diner. De jonge jongens waren homofiel, de meisjes vermoedelijk nog maagd. De avond begon met het drinken van dure champagne en met een welkomsspeech van de gastheer. Daarna werd er getafeld. Na het diner werd marihuana gerookt en kwam een bekend dichter voorlezen uit Duizend en èèn Nacht van Markies de Sade. Mijn begeleider en ikzelf, samen met de gastheer en zijn minnares, drongen binnen in de gedachten van alle aanwezigen en ik kan u verzekeren dat er geen greintje angst of terughoudendheid in te bespeuren viel. Allemààl waren ze uit op wat er onvermijdelijk komen moest. Diverse jongedames drongen zelf aan op spelletjes met een erotisch karakter en nog voor klokslag twaalf werd het groteske diner een al even groteske, zij het vrij onschuldige orgie. Meisjes lieten zich likken terwijl de andere toekeken. Jongens masturbeerden elkander en hier en daar dansten half uitgeklede koppeltjes op de muziek van een Vlaams-Braziliaans orkestje dat , tot grote hilariteit van de feestvierders, poedelnaakt op het podium stond. Ook de zangeres, geen onbekende voor de Vlaamse televisiekijkers liet haar grote hangtieten heen en weer zwiepen op de maat van de muziek. Ondertussen had onze gastheer zich afgezonderd met een aantal knapen die niet ouder konden zijn dan zestien, zeventien en ongeveer net zoveeel meisjes. Mijn begeleider verplichtte mij om het ritueel bij te wonen. Zogezegd om mèèr te weten te komen over wat er ècht in de mensen omgaat. In feite omdat hij het zelf niet wilde missen, vermoed ik. De oude heer had de knapen in de vier hoeken van de kamer verspreid en de meisjes plaatste hij in het midden. Hij had alle lichten gedoofd. Het was pikdonker. En na enkele seconden beval hij de knapen te bewegen en in de pikdonkere kamer wriemelden de personen als blinde mieren tussen elkaar door. Zij die elkaar even aanraakten, moesten elkaar even penetreren, zuigen, de kont likken of pijnigen. Omdat het zo donker was en niemand de ander kon zien, heeft mijn begeleider, via mijn lichaam, een tijdlang meegedaan met dat spelletje. Maar niet aan het tweede deel. Daarin werd afgesproken dat de twee personen die elkaar hadden aangeraakt elkaar moesten penetreren met het dichtsbijzijnde voorwerp. De organisator van de avond is daarbij ernstig gewond geraakt omdat de Madonna die in hem werd ingebracht van plaaster was en brak. Later heb ik gehoord dat de man in een ziekenhuis is overleden."
"En voor u gaat, want u lijkt een non-believer, eerst nog even iets over de test met de autosleutels. Als het publiek de zaal van een lezing binnenkomt, wordt elke persoon verzocht de autosleutels in een grote stenen kom te deponeren. Heeft een persoon geen autosleutels dan is een ander persoonlijk voorwerp, zoals een ring of een oorbel, ook goed. Na enkele minuten gesproken te hebben over de droge theorie van het spiritisme wordt dan de eerste sleutel, of het eerste voorwerp, uit de kom opgevist. Mijn begeleider vertelt dan via mijn mond en plein public, zonder de naam te noemen van de eigenaar van de sleutel, wat de seksuele noden zijn van die persoon. Het gebeurt niet zelden dat die dame of heer in kwestie spontaan opstaat en de analyse van de spiritiste toejuicht, flauwvalt of boos de zaal verlaat. Maar veel van die sleutelmensen komen enkele dagen later aankloppen voor een individuele therapie waarin ze met de mannen of vrouwen van hun dromen, via spiritistische weg, de liefde kunnen beleven. Het is een goddelijke opdracht die mensen daarin te begeleiden, maar ik doe maksimum vijf mensen per dag, want als medium beleef ik alles min of meer mee.
Mevrouw de Leenheer wil geen sexoscopische ervaring organiseren voor journalisten. "Wat ik doe is geen stuntwerk en ik wil mezelf niet verlagen tot een circusattractie."
Mevrouw De Leenheer-Knops is duidelijk wat haar motieven betreft: "Mijn visioenen ontleden, voor anderen visioenen oproepen en ze reëel maken voor het goed van de mensen is mijn passie. Eèn plus èen is mèèr dan zomaar één keer twee. Achter àlles steekt mèèr. De dag dat ik mijn begeleider ontmoette heb ik mijn nieuwe taak begrepen: de mensen op mijn manier begeleiden bij de speurtocht naar de kern van hun eigen ik. En sex is dè weg om àlles over jezelf te ontdekken. Sex is voelen, is als een speer doordringen tot tot de kern, zoals de brandende kern van een atoomreactor zou doordringen tot het middelpunt van de aarde. Sex is de doplk die oude traum's herleid tot stof en as, tot afval die verdwijnt in het kleine kamertje. Zo dringt sex door tot het middelpunt van je eigen zijn."
Of ze het ooit heeft gedaan met Adolf Hitler, de vleesgeworden waanzin en duivel in mensengedaante? " Eén dame van mijn achtenswaardig clientèle, heeft die wens gematerialiseerd. En Adolf Hitler bleek een zeer gevoelige man en een attent minnaar met een warm gevoel voor humor. Althans in die periode. Het was kort na de Eerste Wereldoorlog en Hitler was een jaar of vijfentwintig en maakte schilderijtjes. Het gebeurde in een tot schilderatelier omgebouwde bakkerij in Berlijn. Ze werd één van zijn modellen. De dame was een mollig model en lag op een hoge hoop uitgeknepen verftubes voor het raam van het atelier. In de kamer ernaast zaten enkele van Hitler's vrienden te ontbijten. De dame zei dat ze tijdens het minnespel zich voortdurend de latere moorden, martelingen en wreedheden van de Nazi's voor de geest haalde wat haar genot nog heviger maakte. Moordenaar, moordenaar fluisterde ze in het oor van de latere führer, een kreet die hem duidelijk opwond, tot hij als een waanzinnige gromde, beide armen in de lucht stak en V-tekens maakte. Ze zei letterlijk dat het gevoel bemind te worden, begeerd en bezeten te zijn door de grootste massamoordenaar van de twintigste eeuw - die zich op dat moment gedroeg als een perfecte en liefdevolle minaar - haar genot tot op een hoogte joeg die zij nooit eerder had bereikt, ook al had ze eerder al sessies meegemaakt die haar hadden geleid tot de harde kern van een Neanderthaler-stam in de IJstijd.. Toch kreeg ik het gevoel dat ze daarna nog altijd problemen had, dat ze zich niet volledig had kunnen bevrijden. Uiteindelijk zijn we samen naar Amsterdam afgereisd, waar we met de hulp van zwarte magiêrs ook voor haar een ontmoeting met de duivel hebben georganiseerd. En wat bleek? Ja. Die heette niet Gerard, niet Belzebub, maar Adolf. En Adolf gromde tijdens het orgasme en stak beide armen in de lucht en maakte V-Tekens.
Liefde in de openlucht
Liefde is een hongerig gevoel dat mensen verslindt
(Ithaca Telegonus, vadermoordenaar)
.
Op onze wereld leven zes monstrueuse gevoelens, liefde, verdriet, angst, bitterheid, hoop en vreugde. Het zijn parasieten die zich voeden ten koste van alle wezens van vlees en bloed. Alle zes verslinden ze mensen. En alle zes gedijen ze best in luiheid, kleine kamers, duisternis en impasse. Dààrom is het zo goed voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid om in de buitenlucht te leven, te lachen, te haten en te beminnen.
Augustus, vogelmaand, bloemenmaand
.In dit kustlandje, oorspronkelijk moerasgebied, is de oogstmaand ongeveer de enige maand die bestemd is voor zinnelijk welbehagen onder de wijde koepel van het onbeschermde hemeldak. Geen enkele andere maand staat garant voor zoveel uurtjes zonneschijn en voor zoveel avonden met een wolkenloze sterrenhemel. Augustus, oogstmaand, edoch ook het tijdsgewricht voor de menselijke zaaimaand. In augustus worden vijftien tot twintig procent meer kinderen verwekt dan in de andere zaaimaanden bij uitstek februari en maart. Vlaamse kinderen die in augustus worden verwekt en die dus worden geboren tussen half april en half mei maken negentig procent kans dat ze uitgezaaid werden in de open lucht. Statistieken bewijzen trouwens dat deze kinderen, met sterrenbeeld stier, minder vatbaar zijn voor zenuwziekten, verkoudheden en aandoeningen aan de luchtwegen dan kinderen die in de beslotenheid van een slaapkamerbed zijn verwekt. Daarentegen hebben stieren makkelijk last van hooikoorts en eczeem.
VRIJ BUITEN
In de scheutige gulheid van de korenvelden, tussen de duizenden gouden tarwesprieten, werd door de eeuwen heen menig veldbed gespreid voor kindersex (tussen kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd), jonge minnaars, clandestiene geliefden en oudere liefhebbers van het prikkelleven die het droge slaapkamerbed even wensten te ruilen voor het open en bloot van de volle natuur. Let wel: pas er voor op dat er geen muntstukken, kostbare zonnebrillen of waardepapieren in uw broekzakken zitten, de kans dat u ze tijdens een boottocht in de haver van de liefdeszee verliest, is zeer groot. Ten eerste omdat ze uit de afgestroopte broek weg kunnen glijden tussen de korenstengels en dan zo goed als onvindbaar zijn en ten tweede omdat zelfs de mensen die er de tijd voor nemen en die hun broek netjes opvouwen, betrapt kunnen worden door een razende boer die zich gekrenkt voelt omdat er dingen aan de hand zijn die vreemd zijn aan de cultuur van het gewas waarvoor hij het bouwland bewerkt en die dan maar -verblind door woede - de netjes opgevouwen kleren doorprikt met een drietand. Ervaring heeft geleerd, en voor stadse mensen kunnen we de formulering ervaring vervangen door scenario's van Vlaamse films, dat boeren die pezende koppeltjes betrappen in hun korenveld, in de regel gewapend zijn met een roestige drie- of viertand en dat zij die in bijna alle gevallen hebben gebruikt om de gevouwen broek van de man spijkervast in de grond te spiezen, terwijl ze ondertussen met de omgekrulde punt van de houten boerenklompen aan hun eeltige voeten, naar de tijdens het minnespel onbeschermde vrolijke delen van de minnaar trappen. De heer De Rijcke Emiel (72), Westveld 114 te Rudderkerke (West-Vlaanderen), stelt in een interview in de Nieuwe Streekkrant van Roeselare van 19 juli dat de jaarlijkse schade hem persoonlijk aangebracht door zogenaamde nesten in zijn haver, gerst, rogge en tarwevelden, in de tienduizenden franken loopt. "Na de Vlaamse kermis, met een bal in een half open, half gesloten tent, opgeluisterd door de live band van Salim Seghers, op het weiland naast de akker waarop ik mijn granen verbouw, vond ik de maandagmorgen na de feestelijkheden tot dertig nesten", zegt de hereboer in de Nieuwe Streekkrant. "Het is elk jaar hetzelfde liedje. Veel hangt af van het orkest dat speelt en van het weer. Bij slecht weer doen ze het in duivenhokken en uitzonderlijk ook in honden- en kippenhokken. Bij een heldere hemel duiken ze in de wilgenkragen langs de velden èn in de graanvelden. En speelt bijvoorbeeld een Helmut Lotti, een Eddy Wally of een Willy Sommers dan is het goed prijs! Oberbayernmuziek en optredens van minder romantische vocalisten zoals Koen Crucke richten een geringere schade aan. De gemeentelijke overheden zouden hun huichelachtige houding moeten afgooien en naast de danstenten een tweede gelegenheid, een soort springtent moeten optrekken om de voorspelbare schade aan onze veldgewassen te ontwijken", aldus de benadeelde landbouwer.
Toch even - tegen de wil van de boeren in - de ideale plekken aanduiden voor méér dan sympathie in het gerijpte graan. Ideaal zijn de roggeakkers (vanwege de hoge stengel) in de groene polders in het noorden van Oost-Vlaanderen en de uitvloei daarvan in de dorpen Aardenburg en IJzendijke even over de grens met Zeeuws-Vlaanderen. Evenzeer uitermate geëigend zijn de glooiende korenvelden in het Pajottenland. Waarschuwing: Niet iederéén is geschikt voor erotische recreatie in een gerijpte Roggeakker. De stevige graanstengels kunnen bij de persoon die onderaan ligt hoogst hinderlijke verwondingen aanbrengen onder de vorm van gemene krassen op poep en dijen. Laat die waarschuwing vooral gelden voor secret lovers of voor minderjarigen die het doen zonder toelating van de ouderlijke macht en die dus nog door ouderen worden gecontroleerd op zogenoemde 'poepvlekken'. Vandaar dat heuse experts, mensen die van de augustus-vrijmaand een traditionele feestelijkheid hebben gemaakt, steevast uitwijken naar de fluwelen goudgele vlasvelden in de buurt van Kuurne, Bavikhove, Hulste, Ooigem, Dentergem, Kortemark, Lichtervelde Oostrozebeke en andere vlasdorpen in de Oost- en Westhoek. In geen enkel ander veld is het zo goed om zich uit te strekken dan in de vlasvelden rond Kortrijk en de Oude Leie. Twintig eeuwen vlas in Vlaanderen betekent twintig eeuwen drift en bezieling, het tijdloze volksplezier. Let wel: mensen die last hebben van hooikoorts kunnen onaangename knobbels krijgen door inwerking van het stuifmeel, een aandoening die evenwel kan worden voorkomen door preventief gebruik van het homeopathische Lutinium BC 30K.
VRIJ AMICAAL
Nieuw in Vlaanderen, en ongetwijfeld erg dienstig voor rijpere personen in een laattijdige volle erotische ontplooiing, is een vrolijk huis in het Oostvlaamse Zingerheem, waar op sex beluste koppels elkaar in alle sereniteit en onder zeer grote dicipline kunnen ontmoeten. Een bezoek aan het huis kost 2000 frank en voor dat geld kun je er enkele glazen zonnige slokjes drinken. Nog bij de eerste binnendeur worden de spelregels van het oord door een hostes kenbaar gemaakt. Eèn, je komt er niet in zonder partner van de andere sekse. Twee, val je op iemand, dan streel je met de vingertoppen, heel subtiel over die persoon zijn of haar hand. Bedekt die persoon jouw vingertoppen met de zijne, en krijg je het gevoel alsof de knappe dame die tegenover jou zit in de trein je onverwacht bij het kruis grijpt, dan is het in orde. Duwt hij of zij jouw vingerkootjes lief weg, dan moet je je droom vergeten en mag je verder ook niet meer aandringen. Wie beneden aan de bar, naast de dansvloer, op die manier wèl contact heeft gemaakt, kan met de gouden vogel naar een hoger gesitueerde verdieping, waar in een nagenoeg open arena - de dakbedekking werd vervangen door isolatie-glas - de liefde kan worden beleefd naar eigen goeddunken en onder het oog van vele medewerker-handwerkers. De zomerlucht gonst er van de snakkende kreuntjes en hooggestemd gebrul, eigen van onnoemelijk diepgravende opwinding. En zoals altijd en eeuwig, als het ego in de borstkas heen en weer springt als een balletje in een flipperkast, bevrijdt de mens zich van de gevoelsparasieten. Wie beeft, schudt en trilt als een Brabants trekpaard in een haverveld aan de rand van een slachthuis, maakt zijn ziel vrij van uitvreters.
VRIJ NAT
Nog een gouden tip voor de zeldzame regendagen in augustus is een visite aan de diverse sunparks die in de voorbije jaren werden ingeplant in de groene schaamharen van dit Vlaamse gewest. Voor wie de dagprijs van een bungalow (tussen twee en drieduizend frank) geen bezwaar is, is het goed vrijen voor de open haard van zo'n mini-villa met in de haardopening enkele petroleumstokken die op houtblokken lijken. Hoewel de muren van de huisjes dun zijn, denk ik niet dat het strafbaar is en het gepraat aan de andere kant van de tussenmuren, verhoogt in zekere zin de opwinding van het voorspel. Maar mensen die liever niet zo'n bungalow huren kunnen nog altijd terecht in het sub-tropische zwembad van dit alternatief vakantie-oord. Nièt direct in het zwembad zelf, waar teveel kinderen rondlopen, maar wèl in de sauna. Neem als voorbeeld de sauna in Sun Parks bij De Haan. Om zich echt volmondig te verlustigen moet een man er even voor de noen binnenstappen. In de regel zijn de sauna's van tien tot twaalf exclusief voorbehouden voor dames, maar als je er enkele minuten voor twaalf binnendruppelt, wordt de toegang tot het Walhalla van heet en nat je doorgaans niet geweigerd. Wat je blote oog dan ziet, is een tafereel uit het Eden of anders uit een prijzige harem. Beeldschone, sprankelende meisjes die poedelnaakt in brubbel- en andere baden rondhangen, die - een beetje opgewonden door het brubbelbad - de eerste binnenkomende man met grote, glimlachende ogen aankijken en die giechelend een beetje heen en weer zwemmen. Het zijn welgevormde onbeschutte sirenes met toeters als ijsjes en alarmbellen als glinsterende parels, aangesloten op de hoofdcentrale van het liefhebben. Terwijl zij lijzig het gespannen bolster afdeppen en jij dààr, als ènige persoon met een penis die op dat moment veel weg heeft van een neonreclame het water inglijdt, krijg je het gevoel alsof je binnenkomt in de gouden snede van de wereldgeschiedenis. Hetzelfde kan alleen overkomen zijn aan enkele rijke sheiks met een uitgelezen en ongebruikte harem. En dat wij, jongens van de Vlaamse klei, dit ook mogen beleven voor de onbeduidende toegangsprijs van amper één werkuur (driehonderd frank) is één van dè argumenten om olieoorlogen enigszins door de vingers te zien. De ideale plaats voor een ongewone wip in de sauna's van Sun Parks is onmiskenbaar het zwembad in de openlucht. Bovendien kunnen geboren pechvogels, mensen die elke keer weer worden gestoord in hun spel, aan het eind van de dag terecht in de duinen van De Haan. Enkele tientallen meters buiten het terrein van Sun Parks in De Haan, liggen de gelukzaligste zandduinen van de Vlaamse kust. Het is er heerlijk wandelen, er komt - ongelooflijk maar waar - bijna niemand, en de huidplooien van de zandheuvels verzekeren een betrekkelijke discretie, als toevallige wandelaars op enkele meters van de plaats van de actie passeren.
Agustus, oogstmaand, zaaimaand, zij die in hooi en vlas verbroederd zijn met de wielewaal, de leeuwerik, de graspieper en de koekoek, zij groeten u.
Vrij familiaal
MOOI VLAANDEREN
DE MOSSELROUTE ASSENEDE-PHILIPINE
DE VOGELROUTE GENT-DEINZE
Vlaamse zondagmiddagen ruiken naar gebraad, snijbonen en in betere buurten naar asperges. Ook in deze inhoudsloze tijd garanderen Vlaamse dorpskernen nog altijd een odeur van wierook en goed eten. Het verlies aan traditie in het binnenland is miniem. De afwijking van de kortste weg naar de essentie van een gelukkig leven is futiel. In mijn Vlaanderen domineert op de dag des heeren de hemelse vrede van de eeuwige familie. Grote gezinnen, complete geslachten, uitheemse volksstammen (Brabanders, Noord-Hollanders, Noord-Fransen, West-Duitsers, Berbers en Turken), bewegen zich in grote eenheid voort in de bedding van Vlaamse b-wegen, nu genoemd kreken-, meubel-, polder-, heksen-, smokkel-, trappist-, liefdes- en eet-routes. Vlaanderens natuurpatrimonium lijkt op zondag een druk bezochte kerk en wordt ei zo na te klein voor zes miljoen inwoners plus twee miljoen buitenlandse zondagstoeristen. De boeren strijden een verloren slag. Het platteland gaat eraan kapot, elke korrel Vlaamse grond wordt aangestampt door bijna tien miljoen wandelende voeten. De zomerse avonden zijn nog blauw, met met in elk kinderoog een ster, maar vanaf de eerste dagen in september ligt de Vlaamse boer met koude voeten in zijn bed. Verslagen, met wijde armen als een hopeloze christus, met droge stam, overwonnen door woorden van vrede en vriendschap, door de fluwelen oorlog van de zondagstoeristen. In zijn verbaasde en diepgegroefde ziel regent het loodvrij maar zuur en uit zijn oude ogen traant heet afwaswater, want zijn dochter verbouwt, in het schuurtje naast de koestal, streekgerechten. Scharlaken, wijn- en baksteenrood hangen zijn laatste paar handen met fluwelen haren aan hun verstijfde stengels. De bladeren beginnen elk jaar vroeger te vallen, de peren hangen in september nog altijd aan de bomen, en onder elk vallend blad zit een nieuwe bot, maar de dode paling in de beekjes langs het Leopoldskanaal zingt in roomsaus, in het groen of in het provençaals The Song of the Earth van Gustav Mahler. De uitgezette fazant kakelt Wagner en de laatste tortelduif zit voor het venster van een bordeel en drinkt Eeklose graanjenever. Ondergespoten poldergrond knaagt aan de vruchtbaarheid van de voksmond. De zucht van de boer bijt in de enkels van de zondagse wandelaar. En niemand voelt het.
Wie met de zondagse fietsers tegen de eerste noord-oostenwind van september over de polderdijken rijdt krijgt een onverbiddellijke petit faim. De septemberregens tussen Zeeuw-Vlaanderen en Vlaams-Vlaanderen ruiken onoverkomelijk en verleidelijk naar prei, naar ajuin, naar kokende zee, naar mosselen. Een tongstrelende vinger duwt de kin van de lange rij fietsende burgers karikaturaal omhoog. De dijken, de fietsers, de mossellucht, de donkerblauwe septemberschemer, zeesterren twinkelen in de oneindigheid. Rood en groen in de avondlucht hangt de Grote Honger in neon boven de tot hoerekoten en restaurants omgebouwde vissers- en burgershuizen in de naar de middeleeuwen ogende allee tegenover de kerkdeur. Jef Geraerts komt er elke week, zegt de baas van het mosselhuis. Zou hij? Wie binnenkijkt is verloren. Voor de smalle vensters van de vele streektenten eten stralende gezichten met zompige vingers zwaarlijvige jumbo's. Enkele kilo's uit eigen kweek en veel import uit de Zierikzee. Er zijn de karakteristieke polderse witbuiken en Spaanse, Deense of Noord-Afrikaanse bruinkaken.
Rukwinden voeren de aromatische cumili mee naar de tafelen van Aeolus. Met onvaste tong maakt de fietser de lippen nat. De zaken zijn de hele dag open. Op elk moment van de dag komen en gaan de gasten, niet bevangen door onmiddellijke zorgen, met de blote schedel diep weggedoken tussen een opgezette kraag, licht voorover gebogen over hun opgespannen buiken.
September in de Polder. Plasregen valt uit lage wolkenmassa's. Hoe lager de wolken, hoe dieper de mensen buigen. De straten zijn nat en verlaten, onwerkelijk en even onbezet als een leeg voetbalstadion met de grote lichten aan. Stiekem happen vele wielrijders enige flarden mossellucht, het waarnemen en het smachten is pro deo. Welvoeglijk geklede diensters met witte kraagjes dragen de hete, zwart gemakte kasserollen af en aan. De maag van de fietser scheidt een gepast mosterdsausje af. Honger briest waanzinnige blikken uit zijn ogen. Wandelen is goed voor de spijsvertering, fietsen scherpt de honger aan, de inhoud van een Vlaamse wandeling meet je aan de belangstelling voor het eten. Wie gezond is denkt thuis niet over de tegenwind, maar aan de spijs en de drank. Zonder veel moeite roept elke frêle Vlaamse serveuse onstuimige ideeên op bij de warmgedraaide fietser. Huiverend staat hij, kippevlees op de voorarmen, op de stoep. Er is een kapstok, maar hij heeft niet eens een jas of een muts. Verankerd inspecteert hij haar fijngebouwde voeten, fragiele schoentjes, blode blauwe ogen, wipneus, geen puistjes. Met opeengeklemde lippen vraagt hij, met zachte, schuimende woorden één portie witte zwaarlijvige mosselen in een zwarte gelakte pot à la volonté. Heur blik wordt scherp met kleine pupilen, oogappels raadselachtig als prisma's, een flard accordeonmuziek drijft kruidig met de seldergeur mee. Ze komt dichter. Hij hoest.
De uitgezette fazant wordt een jonge, blinde duif. Goedgunstig verdwijnt de Franse serveuse met peinzende, voortsudderende pasjes in de gaarkeuken van het eethuis. Razendsnel kjkt hij naar de prijslijst. Met welbehagen zakt hij weg in de kale kunstleren banken. Voila meneer, één portie à a volonté met witte wijn. z'Is linkshandig. Gretig, maar toch gracieus neemt hij de witte mosselbuiken tussen twee schelpen. Zo heeft zijn oude moeder het hem voorgedaan. Zo betamelijk eten de achterkleinkinderen van Neptunus hun eigen broed. Gedreven, genotzuchtig, evenwel zonder gulzigheid en zonder te morsen. Aan het eind van de maaltijd kennen ze elkaar al beter, zij noemt zijn naam, hij betaalt de rekening en zij herschikt het tafelkleed. De doorsnee Vlaamse zondagfietser is een doorgewinterd huisvader met rechtlijnige schouderideeën. Zijn gezicht verraadt een geruisloze levensloop en een veronachtzaamde stevige fiets zonder buitenblad. Het is een man die meer buigt dan kraakt, een stugge danser, verweekt op de middenplank van een zware keukenkast.
Een reikhalzend man voor een mosselhuis in de Vlaamse polders, het is een mooi tableau. De geur van gemarineerde zee, aangemaakt met peterselie en bieslook maakt de donkere lucht van de polders een beetje goddelijk. De boer huilt verdoken om elk stukje onverschilligheid van de oprukkende levenstandaard, de lage wolken liggen als natte schotelvodden over zijn schouders, en zijn eigen fiets zit vol deuken, maar de niemand ontneemt de zondagse fietser ooit nog zijn kortstondig geluk. 's Avonds bij de televisie haalt hij met het puntje van zijn tong, met een kort tsip, het laatste restje zeevrucht van tussen zijn tanden. De herinnering aan de dienster met het witte kraagje stuwt het bloed naar zijn benen en splitst de tegenwind. Ze droeg een zonnehoed, nee het waren overrijke, goudgele stervormige kussens met lancetvormig motief. Als in een droom hoort hij haar korte, energieke pasjes van en naar het fornuis. Haar Italiaanse handtas puilt uit van de geurbrekers, symbolen voor een uitgebreid zielsleven. In de vestaire staat een kooi met een koolmees, een wipstaarte, geen Vlaamse Gaai en een witte merel. Op haar bleke wangen bloeien bloesems van het potje in de vestiaire. In de velden van Gent naar Deinze drijft in een glazig vin blanc sausje de mooiste vrucht van alle. De dochter van Neptunus, haar lippen zijn geverfd met honing en heur schalen zijn aan de binnenkant met parelmoer bedekt. De fraaiste soort uit de moesjeszee. Achter een paar gestrande zeekarren eet hij haar op zeemanswijze. De lege schelpen geuren naar zwavel en naar wierook en ook een beetje naar vis. Het licht van haar ondergaande boezem verblindt de laag voorover gebogen fietser in zijn leren zetel van Lederland. Haar sigarettengeur bevangt de boer en hij besluit zijn laatste twee ballen voor zichzelf te houden. Hij houdt wél een beetje van haar odeur van de roze chrysanten en heel even laat hij haar baden in het water van zijn ogen. Hij niest.
September in de Polder. De lucht staat stil en luistert naar de ongeboren oostenwind. Onder de wolken ligt de aarde open. De boer verkent met koele blik de nieuwe rapen. De fietser ontspant zijn banden. De witte stippen van de winterkoning schitteren. Staalblauw staat de soldaat aan het roer van de voortgierende aarde. De goegemeente is de pooier van de Polder. Mooi Vlaanderen: Atlantis.
De belangrijkste mosselhuizen in de Vlaams-Zeeuwse polder (Krekenroute):
De Roode Hoed, dorp Assenede.
Prins Kardinael, dorp Assenede.
Café De Roste Muis, De Maagd van Gent (Groot-Watervliet).
Het algehele dorpscentrum van Philipine
Gemiddelde prijs per portie: 450 frank (à volonté)
De belangrijkste kijkhuizen langs de weg Gent-Deinze (Kortrijkse Steenweg):
Capri, Bar Love, Bar Cindy, Club l'Equipe, Studio Amigo, Pims's Club, Bar zonder Naam (naast de Ferrari garage in Sint-Martens Latem), Mayfair (Sint-Martens Latem) 't Pompierke, ook paling en een dagschotel vanaf 170 frank, verder alle dranken, menu's vanaf 600 frank en elke avond volk op de dansvloer. Verder in de richting Deinze, Strelitzia, Milady, Nectar, l'Ecurie (Astene) Scaramouche, Le St. Trop, 5th Avenue, Saturne, Cotton Club, Flash en als terminus frituur Monique.
Gemiddelde prijs per portie 4.500 frank, apéritief inbegrepen (à volonté)
Trouwfeest in Antwerpen
Antwerpen en Amsterdam zijn al zo'n vijf, zeshonderd jaar getrouwd. Antwerpen is de vrouw, Amsterdam de man, de welbespraakte zakenman die buitenshuis zijn geld verdient. Antwerpen is de thuiswerkende vrouw. Ze houdt met hart en ziel een beter caféke open, eigenlijk een pub, waar ieder zich kan laven. Amsterdam is meer afgeborsteld, koeler, nuchterder, vanuit een wettelijk standpunt vrijgevochten, maar toch ontluistrend streng. Vrouwe Antwerpen is gemoedelijker, veiliger ook. Precies dààrdoor. Dat je in Amsterdam junk bent en dat je een oud vrouwke haar sjakos afpakt is een deel van het pure leven waarvoor je je niet moet schamen. Maar in Antwerpen? Nee. Antwerpen heeft meer nestwarmte. Zelfs de bordelen zijn er vriendelijker. In zo'n stad overval je banken, juweliers, maar geen oude vrouwtjes.
John Bas, een besnord redacteur van het Brabants Nieuwsblad is onlangs naar Antwerpen afgezakt om, via mij, wat hij noemde het alternatieve cultuurcircuit te leren kennen. Ik ken dat. Nee, niet het alternatieve cultuurcircuit, ik zou niet weten wat dat is. De hele wereld is toch een alternatief cultuurcircuit? Nee, redacteur Bas had gebrek aan stof en kwam naar Antwerpen om met Ivan Heylen te schranzen, pinten te pakken en voor eventueel een snelle wip met een Antwerpse actrice, kroegbazin of wijkagente. Lange tijd ben ik voor Hollandse journalisten en journalistes de Belgische pintenpakker en binnenwipper van dienst geweest. Iemand van één van de vele Hollandse krante belde op, beweerde dat hij verlegen zat om eenv erhaal over het alternatieve dit of dat van België, we gingn samen pinten pakken, schranzen, ik leverde hen in laveloze toestand af in een uitzuiperscafé, ze werden de zakken gewassen en een week later kon ik in de een of andere Nederlandse krant de grootste onzin over mezelf lezen: 'Met Heylen is het altijd lekker zuipe, de cafémadammen vliegen hem om de hals en het zware Antwerpse nachtleven heeft deze man getekend.' Daar kwam geen politie of rechter bij te pas, dat was zo. Bovendien werd in verscheidene artikels daarbij ook nog een keer in één adem genoemd met andere 'Antwerpse' zuipschuiten zoals daar zijn Jef Geeraerts, Hubert Lampo, Paul Van Ostaijen, Willem Elsschot, Hendrik Conscience, Hugo Claus en koning Boudewijn. Allemaal mensen die ook al lang dood zijn en die niets van Antwerpen het alternatieve Antwerpen afweten. Ikzelf bijvoorbeeld, woon in Oosteeklo, een behoorlijk saai bijna-kustdorp in de buurt van Het Zwin en Knokke-Le Zoute. Ik zit er volkomen geïsoleerd van de wereld tussen een tiental kippen, twee varkens, vijf dochters en een trouw lief. Zelf ben ik, na het zien van indringende Aids-spots ook zeer trouw. Behalve in gedachten. Zo nu en dan loop, en daar hebben die Nederlandse journalisten gelijk in, in gedachten door de natte nachtelijke straten van Antwerpen en doe ik - nogmaal in gedachten - alles waar de Nederlandse dagbladjournalisten mij voor nodig menen te hebben. Vandaar dat het mij makkelijk valt om de heren op hun wenken te bedienen. John Bas typeerde mij gemakshalve al meteen na de kennismaking als een bohémien die in elk staminee verliefd wordt op de kasteleinse, een man met een rauwe reputatie als pintepakker. Ik ken de regels én de nood aan straffe kopij en ik knikte. Toch even zeggen dat ik sinds tien jaar geen pint bier meer drink. Mijn favoriete drank, ik ga nooit meer op café behalve op verzoek van journalisten, is een Pouilly Fumé bij de oesters, een Sauterne bij de foie gras, een Nuits Saint-Georges bij de lamskoteletjes en vanaf dat moment om het even welke rode wijn die naar Franse klei smaakt bij een waaier van uitgelezen Franse kazen uit de streek van Sint-Truiden of Noord-Antwerpen. Pousse café, cognac, calvados, whisky, ik drink het niet meer. Vooral omdat ik nachtmerries krijg van destillaten. Heel vreemd én beslsit akelig. De laatste keer dat ik enkele koffies en vijf calvadossen had gedronken, heb ik de hele nacht gedroomd dat ik Aids had. O la. Niet leuk. De hele nacht werd ik achtervolgd door een deurwaarder met een brief waarin zwart op wit stond dat ik seropositief zou zijn. Het was een zware verschrikking, hoewel iemand zei: 'Het is beter dat ze komen zeggen dat je Aids hebt dan kanker. Kankerpatinten leven namelijk meestal niet langer meer dan enkele maanden. Seropositieven daarentgen, krijgen nog enkele jaren.' Hoe dan ook, het kon mij niet troostenen sinds die nacht drink ik, op aanraden van mijn alternatieve genezer de heer Hugo Symens uit Blankenberge, geen destillaten meer. Bier ook niet en ook daarvoor heb ik een goeie reden. Drink ik wijn, dan krijg ik de illusie dat ik een ware leider ben, een O-man die aan de oever van een brede rivier, onder een felle avondzon, zijn manschappeen naar een beter leven dirigert. Drink ik wijn, dan word ik in gedachten bemind door grote blonde vrouwen, uit de buurt van Groningen, die hun ranke gladde dijen de hele tijd tegen mij aandrukken omdat het - althans dat beweren ze - zo lekker aanvoelt. Drink ik daarentegen bier, dan blijven mijn gedachten wat ze altijd zijn en moet ik protten. Enfin, het was nog kantoortijd toen ik de Brabantse redacteur John Bas rendez-vous gaf voor het eerste tourneke in de schaduw van de volle boezem van de charmante uitbaatster van café Etcetera aan de Harmoniestraat. 'Wat is mooier dan een pint in de schaduw van de struise boezem van een Vlaamse cafébazin?' vroeg John. 'Niks', zei ik. Zoals het een echte Antwerpenaar in het alternatieve cultuurcircuit past, nipte ik aan een pint, boerde en zei: 'Je gaat op café om mens te zijn. Om half zeven moet je verliefd kunnen worden op de cafébazin en om half acht moet je doorkrijgen dat ze je afwijst en dan ga je naar een ander café.' Bas boog voorover, stak zijn neus in mijn zaken en zei: 'Dit is uiteraard nog maar een begin, nee? Je kent nog veel betere kroegen, ja? Ruigere, stemmiger kroegen, het échte Antwerpen?' Traag likte ik mijn lippen, ik streek mijn laatste grijzende haren naar achteren, lachtte bulderend, bestelde nog een rondje, wat Bas koppig een tourneke bleef noemen, klapte de reporter op de schouder en zei: 'Ik heb hier nog een paar schone lieven zitten die café houden, kom we gaan.' In zijn wagen, iets rood en klasseloos en klein, reden we naar café Gounod aan de Oude Bourla. Bewust liet ik hem zijn wagentje fout parkeren, wat goed staat voor alternatieve cultuurcircuitgangers, en ja, de vlam sloeg in de pan. John, hij had toen toch al een pilsje of vier, vijf binnen, hoorde de accordeon die er niet was. Lutgart van café Gounod, een warmstemmige jongedame met een ex-echtgenoot, ex-vrienden, twee kinderen en een eigen zaak, rookt zware franse sigaretten, drinkt sloten rode wijn, heeft de mooiste en beroemdste artiestenkroeg van Antwerpen en kickt op artiesten, zelfs op vergeten artiesten en dus ook op reporters. John kuste door de muur van tabak en rode wijn de dame op de mond, fluisterde zacht in haar oor dat hij wel de rekening zou betalen en betrok enkele stamgasten mee in het feest - waaronder twee politieagenten. De cafébazin tapte grote cols op het bier, dronk zelf mee en riep, zoals altijd als ik journalisten uit Nederland bij haar breng: 'D'n Ivan verandert nooit. Hij kan nogsteeds niet met vrouwen en niet met geld omgaan. Als hij heeft, gaat het op aan amoureuze affaires, grotere auto's en aan caférekeningen...' Na zo'n uitspraak ken ik de perfecte manier om dat alles te ontkennen. Ik zeg dan gewoon: 'Dit is uiteraard onzin. Ik woon in Oosteeklo, een kustdorp zonder café met vijf dochters en een trouw lief en ik kom nooit buiten.' Ook John Bas schreef later in de krant: 'Heylen wil vooral niet ontkennen dat hij nooit zal veranderen, dat hij drinkt en scheldt en achter de wijven zit. Er moet verdoeme geleefd worden. Dat dit soort leven zijn tol eist, zie je aan de getekende kop van de 47-jarige.' Getekende kop? Een week eerder had ik, na een dag en een nacht tafelen, twee serveuses van respectievelijk negentien en negentien verleid, zij het dat ik uiteindelijk met hun moeder, ze was pas achtendertig, naar huis in Oosteeklo ben gereden waar ik werd opgevangen door mijn zes mooie vrouwen. Anton Heyboer heeft mij ooit, na twee dagen in zijn vrouwenschuur, verteld dat een entre vie met vier vrouwen ideaal is. Heyboer zei letterlijk: 'Toen ik er één had, hadden we ruzie. Twee maakten ruzie met elkaar. Drie met mij en met elkaar, maar sinds ik vier vrouwen heb: geen problemen meer.' Sindsdien heb ik mijn Oostvlaamse hoeve vier kippen en een haan, vier varkens en een beer, vier moeren en een rammelaar en zes vrouwen. Twee op overschot. Je weet maar nooit, stél dat Heyboer ongelijk zou hebben. Hoe dan ook, veel pintjes en Bollekes keuninck later zaten John Bas en een binnengewaaide collega van hem, de eveneens Brabantse Edwin Van Overveldt snor aan snor tegen elkaar te lullen over geld verdienen en werken in café 't Pallieterke aan het Mechelse plein tegenover Studio Teirlinck waar knappe jonge Hollandse actrices studeren. Zelf voel ik mij nooit echt op mijn gemak tussen al die jonge poezen, omdat ik thuis zelf dochters van die leeftijd heb lopen. Toch komen enkelen van die maagden mij meestal welkom kussen vanwege mijn verleden. Zo rond een uur of tien, de Hollanders praatten over carrièreplanning, ben ik met een van die meisjes gaan eten in de Vlaaikensgang bij Marc Paesbrugghe van het tweesterrenrestaurant Sir Anthony Van Dyck. Het leuke aan dit restaurant is dat dit werkelijk een schoolvoorbeeld is van één van de huizen die kunnen worden ingeplant op een imaginaire alternatieve cultuurroute in het Antwerpen van 1993. Top-kok Marc Paesbrughhe heeft namelijk zijn twee Michelin-sterren terug naar afzender gestuurd, zijn prijzen gehalveerd, Michelin-controleurs een neus gezet, mààr... Paesbrughe heeft ondertussen wél zijn stijl én de kwaliteit van de gerechten behouden. Veel culinaire freaks willen de man voordragen als Minister van Cultuur voor het Vlaamse Gewest. In zijn prachtige bar overtuigde hij mij om toch nog een keer een cognac te proeven en dat heb ik gedaan. Helaas! Toen ik zo rond half twee weer in het Pallieterke arriveerde, mijn gezelschapsdame wou na drie glazen cognac van het jaar stillekes die besnorde Hollandse journalist nog wel een keer zien, waren de heren al een tijdlang verdwenen. Aan Jan Decleir, die aan de hoek van de toog stond, wou ik nog vragen waar ze naartoe waren, maar Jan zat met zijn neus in een bierglas en met echte Antwerpenaars is het zoals met honden: eten ze, moet je hen met rust laten.
DE PAARSE BEUL, of de hete gedichten van een eenzame wolf
Zijn eigenlijke huis, is zijn hoofd. Soms slaapt hij bij zijn vrouw in zijn villa in Meise, maar hij is een gehaaste gast, die maar zelden werkelijk thuis is. Want thuis is hij alleen in zijn eigen hoofd. Jean-Pierre Van Rossem is aan zijn derde doodstrijd bezig. Een eerste keer stierf hij als twintigjarige heroïne-junkie. Zijn faillissement in 1990 was hoogstwaarschijnlijk een tweede doodstrijd. Zijn derde kreeg hij dit jaar. Van Rossem werd veroordeeld als oplichter tot vijf jaar cel. Heel wat sympathisanten hebben hem vervolgens de rug toegekeerd. Van Rossem zit dus in een situatie waarin veel mensen wanhopig zouden worden: klem gereden door de fiscus, door zijn eigen politieke partij, door zijn publiek en veroordeeld tot een opsluiting van een eeuwigheid. Hij is gekwetst, dat is duidelijk. Het grote licht in zijn grijze wolvenhoofd brandt nog amper op oorlogsniveau. En mogelijk misschien precies daarom, leeft binnen in zijn wolvenlijf nog een sterk libido. Mijn zoveelste Vlaamse Nacht nacht met Jean-Pierre Van Rossem, eindigde weer in een verbale orgie opgeroepen door een tiental bellen cognac van het huis Martell. En al na het vierde glas, schreeft de eenzame, grijze wolf volgend erotisch gedicht voor een bloedmooie dame die ongevraagd aan zijn tafel was komen te zitten. Want hij blijft populair bij de wijven:
Als ik jou glimlach zie
op de rode vuurberg van jouw mond,
steekt een paarse beul mij in brand,
gaan alle wilde wolven in mijn lijf
met mij op de loop;
met jou aan dezelfde tafel zitten
is een beproeving van een paarse vliesboom
die zich in doodse stilte voor jou opricht.
Het was woensdagavond, bijna volle maan en de volksvertegenwoordiger-beursgoeroe-auteur-dliquent-dichter, heb ik zelden zo gretig naar een glas zien grijpen. En zo verslaafd naar een vrouw zien kijken. Als een wolf achter tralies. En als iémand wéét wat een wolf lijden kan in een gevangenis, is het wel JP! Begin de jaren tachtig zat hij, toen nog een jonge vleeseter, vier jaar achter tralies. "Wreed! Wreed! Viér jaar heb ik gezeten! Vier jaar! Zo nu en dan konden de cipiers maar beter uit mijn buurt blijven. Sommige dagen was ik zo woest als een wild beest en gooide ik de strontemmer naar hun hoofd. Met stront en al! Van die vier jaar heb ik drie jaar in het cachot gezeten. Dus in een strafcel. In een betonnen kot zonder verder iets. Geen bed, geen stoel, geen tafel, niks. Het enige voedsel dat je daar krijgt is droog brood. En dat wordt dan door de cipiers door een luikje in je cel geschoven. Uit schrik dat je zou bijten, denk ik. Terecht eigenlijk, want ik wou ze bijten. Maar na enige tijd weet je niet meer hoe laat het is of welke dag het is. Om te overleven schreef ik in gedachten boeken. Ieder zinnetje leerde ik dan van buiten om het later op te kunnen schrijven. Eén maand, twee maand later, als ik weer in een normale cel zat, schreef ik dan die zinnen neer." Met twee handen om de bol cognac, bril weg, blauwe ogen boven de donkerzwarte ringen, schreef hij vervolgens een tweede vers, ooit bedacht in de gevangenis en met geduld in zijn geheugen gegrift:
Ze droeg wit met gaatjes,
een parel van een broekje,
gezwollen schaam
gespleten op een heuvel,
die mij een rode brand
in het gelaat wierp.
Verloren zocht ik naar een wilde vogel
die zich gevaarlijk opricht
voor een dodelijke aanval.
"Wij kraken je wel, zeiden ze. Maar ik kraakte absoluut niet. De eerste keer dat ik uit het cachot mocht, goot ik een inktpot leeg over het hoofd van de gevangenisdirecteur. Nooit werd door een schrijver inkt beter gebruikt! En ze staken mij wéér binnen. Zes maand aan één stuk. Op die manier ben ik hàrd geworden. Hard genoeg om de wereld aan te kunnen. "Kom ik hier ooit buiten, dan word ik miljardair én eerste minister", zei ik. En het heeft geen haar gescheeld of ik wàs miljardair!" Zijn angstig hoofd, vindt geen rust meer in de toekomst. Bij Van Rossem voel je dat hij bewust en overtuigd in het heden leeft. Met zijn bijziende ogen dichtbij zijn pen, schreef hij gedicht na gedicht. Met een vurigheid die ongetwijfeld sappen opriep in de met bodylotion en groente-dieten in topvorm verkerende lichaam van de gezelschapsvulva:
De wilde wolven, huilend
in de hitte van je lijf
lopen straks over witte sneeuw
van avondlijke steppen
en bespringen mij onverwacht
gekwetst wil ik neervallen
in de sneeuw
en koortsig ijlen van dat wit
broekje met gaatjes
dat mij zal achtervolgen
met een scherp geslepen slagersmes
Armen, gewonden, hongerigen en beledigden, hebben vaak veel inspiratie. Sinds Van Rossem zijn Rolls heeft moeten inruilen voor een oud fordje, is hij vriendelijker, menselijker en zachter dan ooit. Hij trekt zich zelfs min of meer aan wat de mensen van hem denken of zeggen. Iets wat hij nooit eerder heeft gedaan. Mogelijk is dat zijn ware aard. Is zijn ware natuur veel minder onverschillig dan we altijd hebben verondersteld. Inleving, trouw en gevoelens van vriendschap zal hij wellicht nooit kennen. Maar feit is, nu hij zijn geld, aanzien en vrijheid kwijt is, hij duidelijk naar erkenning streeft van persoon tot persoon. Ook als schrijver. Vandaar dat hij de dame vroeg om de gedichten op de bierviltjes zorgvuldig en voor altijd te bewaren.
Morgen word ik jouw papieren man
met jouw eindeloze nagels
- paarse wolfsklauw -
zal jij mij verscheuren
in morzels zal ik voor jou
een masuleum bouwen
in die heidense tempel
zal ik jou eindeloos aanbidden:
een witte godin.
Van het ogenblik dat de mooie dame aan zijn tafel was gekomen, probeerde Jean-Pierre haar in zijn woorden te vangen. Vaak met kinderlijke woorden en weemoedig verhaaltjes, maar ondertussen schreef hij dus op bierviltjes deze vlammend rode, geile gedichten. Ook al kende hij de dame in het geheel niet. Maar hij weet dat het woord machtig is. Woorden die uit het hart komen, raken een ander hart.
In de straat van de hoedenmaker,
een kromme straat, zag ik jou
een keizerin met een hoed uit suikergoed
en staarde jou na.
Een geslagen hond.
Met jou zal ik Katmandu beklimmen
en jou hopeloos beminnen.
Hij is een zwerver. Een geboren verleider. En dus ook een gebeoren leugenaar, fantast en oplichter. Zelfs in de liefde, en misschien vooral in de liefde, liegt hij. De hele tijd. Die nacht beweerde dat hij al 7 jaar trouw is aan zijn Rachide. Maar hij is een wandelaar zonder rust, een zwerver zonder dak, de vagebond van de liefde, een minnaar zonder schaamte, de vrijwillige banneling in eigen huis.
En als iemand jou zei
met een kelken mond vol wollen woorden
"Vos yeux sont paille de joi"
Als iemand voor jou een nieuwe taal ontwierp
en jou zei:
"Alosheti Plume"
Zou je dan weten dat de krijten mond fluisterde:
"Van jou hou ik als een bloem"
En zou je dan jezelf als een bloem wegschenken?
Op de vraag wat je als grijze wolf nog meer moet doen dan enkele dwaze gedichten schrijven om zulk een mooie vrouw te verleiden, antwoordde de geldman en veroveraar: "Vooral veel geld én geduld hebben." Twee weken later zag ik de mooie vrouw terug. Ze kon enkele van Van Rossems gedichten uit het hoofd citeren. Zal ze zich ooit aan hem wegschenken als een bloem?
Vlaamse diamanten en Sevruga kaviaar
De diamantbuurt in Antwerpen. Joden in traditionele kledij, veiligheidsmensen met donkere zonnebrillen, goud, parels en diamonds. Het is laat en donker. Eddy Elzas, 'Crazy Eddy', berucht en beroemd in de mystieke wereld van de diamant houdt een taxi aan. Aan zijn pink draagt hij een gouden ring met een gele steen, waarde vele, vele miljoenen. We kijken behoedzaam links, rechts, stappen in de taxi. Voor de schittering van diamanten wordt nog altijd gemoord en gevochten, gaan de mooiste vrouwen letterlijk door de knieën. Eddy Friedberg Elzas, een Antwerpse Jood, is de gelukkige bezitter van één van de waardevolste diamantcollecties van de wereld: The Rainbow Collection. Een ongemeen mooie, schitterende en onbetaalbare collectie van 300 natuurlijk gekleurde diamanten, samengesteld met stenen uit Zuid-Afrika, Indië en de Sovjet Unie. Ooit waren de steentjes eigendom van sjeiks, emirs, keizers en van bloedmooie vrouwen met steenrijke minnaars. Twintig jaar geleden was Eddy Elzas nog een arme Jood, een diamantkliever in dienst van rijke Joden. Het is door zijn doorzettingsvermogen, zijn verbeeldingskracht en zijn aangeboren zin voor zakendoen dat hij is geworden wat hij nu is, de huisvriend van filmsterren en van de allerrijksten van de aarde, eigenaar van de mooiste collectie diamanten van de wereld: The Magic Rainbow Collection.
Uren hebben we zitten praten in zijn kantoor in de diamantwijk in Antwerpen. Beneden in de kelder van het gebouw, in een kluis waar voor duizenden en duizenden miljoenen franken aan diamanten zijn opgeslagen, liggen zijn driehonderd gekleurde stenen. 'Mijn kuis wordt dag en nacht bewaakt door een tiental securitymensen', zegt Eddy. We zijn samen de kluis binnengaan. Dat wil zeggen dat ikzelf even moest wachten bij de waakhonden en dat Eddy in zijn eentje verder naar de catacomben ging. Twee minuten later kwam hij terug met in de rijke handen een slordige plastic bag. Dure diamanten worden traditioneel opgeborgen in vieze, waardeloze tassen. De collectie was net terug van een tentoonstelling in Londen. Zijn schitterende secretaresse, de blonde Helena, trok zich bescheiden terug en terwijl Eddy Elzas nonchalant de plastictas op zijn bureau deponeerde, voelde ik de grootsheid van het moment. Binnen in de tas zat een plasticdoos gevoerd met piepschuim. Een attribuut waar doorsnee mensen een oude walkman zouden in verpakken. Maar middenin het sponzige piepschuim schitterde veel helderder den een miljoen sterren en veel kleurrijker dan een ouderwetse Afrikaanse regenboog The Rainbow Collection (vermoedelijke waarde duizend miljoen frank). Ikzelf ben geen diamantenliefhebber, ik heb er het geld niet voor en ik mag liever naar een vrouwenkont kijken, maar bijna meteen kwam ik in de ban van die driehonderd onvoorstelbaar hevig schitterende, voortdurend van kleur veranderende loepzuivere diamanten. De schittering trof mij als een frontale aanval met laserwapens en tot mijn grote verbazing, én genoegen, voelde ik de lichtstralen onder mijn huid gaan en besefte ik werkelijk dat ik van dat moment af verslaafd zou zijn, ziek, lijder aan diamantmalaria, een ongeneeslijke, onbetaalbare persoonlijkheid vernietigende kwaal. Eddy Friedberg Elzas heeft diamantmalaria. Met zijn slimme, afstandelijke Joodse ogen hield hij mij de hele tijd scherp in de gaten. Zoals een jager een geschoten, maar nog levend dier in het oog houdt. 'Je voelt het', zei hij. 'Ik zie dat je het voelt.' Hij glimlachte zelfvoldaan, zo van: 'Zie je wel.' Ik zei dat ik niks voelde, maar het koude zweet barstte mij uit. Eddy Elzas glimlachte waterkoud, zonder zijn mond te plooien. 'Vanaf nu heb je het te pakken', zei hij. 'Je hebt nu diamantkoorts zoals ik. Alleen heb ik het in een ver gevorderd stadium, full blown. Weet je wat ik gedaan heb door je mijn collectie onder de neus te duwen? Ik heb je bij van wijze van spreken een hele fles van de meest exclusive, allerduurste parfum over het hoofd gegoten. Je raakt de geur nooit meer kwijt. Iedere diamantair die jou een diamant toont zal meteen zien dat je de koorts hebt. Welcome in the club. Weet je, heel mijn leven, alles wat ik doe en alles wat ik ooit nog zal doen, staat in dienst van diamanten. Het is een hardnekkige koorts, hoor. Ik ken vrienden die tien, twaalf uur zouden willen vliegen en die waanzinnige sommen zouden willen betalen om van zo dichtbij te kunnen zien wat u nu ziet. Een paar maanden geleden heb ikzelf een week wakker gelegen van een nieuwe steen. Ik had gelezen dat hij bestond en ik moést hem zien. Pas nadat ik hem had gezien, kon ik weer rustig slapen. Ik kon hem niet kopen, nee. Maar dat is niet belangrijk, ik heb hem mogen zien, ik weet dat hij bestaat, dàt is voor mij van de allergrootste betekenis. Doe maar, betast ze maar, neem ze uit de kist en leg ze in de palm van je hand, zie hoe ze met elkaar leven, hoe ze elkaar verrijken, en geloof mij. Nooit zal deze schittering nog van je netvlies weg te branden zijn. Nooit van je leven zul je de tinteling van de stenen in de palm van je hand nog vergeten. 's Avonds speel ik met mijn diamanten. Dan huw ik ze. Dan paar ik de auquablauwe met de cognacbruine of de scharlakenrode met de safraangele. Dan worden twee koude steentjes ineens een mannelijk beest en een vrouwelijk beest. Kijk, in de blauwe maak ik nu het vrouwtjesdier wakker en in de bruine komt de man tot erectie. In je handpalm zijn ze bruid en bruidegom voor één moment. Zie hoe ze het spel spelen van man en vrouw, hoe de erotiek opwelt in hun vurige kern. Samen zijn ze zoveel menselijker, waardevoller dan alleen. Soms maak ik triootjes. Open je hand.' Ik opende mijn hand en Eddy Elzas legde een rode diamant, zo groot als een druppel bloed, naast een aquablauwe en een kanariegele. Even zei hij niets meer en hoorde ik hem slikken. 'Wat een trio! Wat een erotiek! Wat een liefde! Eén is ongelooflijk mooi. Twee is dubbelmooi, onweerstaanbaar mooi. Met drie naast elkaar worden ze vernietigend mooi. Mijn driehonderd natuurlijk gekleurde diamanten overtreffen samen de schoonheid van alle visioenen van de hemel. Begrijpt u wat ik u probeer uit te leggen? Het gaat om een gevoel dat groter is dan liefhebben. Ik ben een amoureux. Nee, het is veel erger dan verliefd zijn. Ik zie mijn diamanten liever dan de baron zijn maitresse, liever dan mijn vrouw, liever dan mezelf. Een plezierjacht in Monaco, een zeiljacht in Barbados, een sneeuwchalet in Crans Montana, heb ik allemaal niet. Wil ik ook niet. Ik wil alleen maar naar mijn diamanten kijken. Twintig jaar stapelzot lopen van een mooie vrouw en er elke dag mogen naar kijken en er naar eigen goeddunken mogen mee spelen, dat is toch de mooiste roes op deze wereld? Geld is niks, geld is lelijk, diamanten zijn tien keer waardevoller dan geld. Tien jaar geleden heb ik de collectie kunnen verkopen aan koning Fahd, die de complete collectie cadeau wou doen als huwelijksgeschenk aan Lady Di en Prince Charles. Maar ik heb geweigerd. Het gaat dus om één van de grootste mysteries op deze aardbol: het effect van diamanten op mensen. Het is een hypnotische kracht en ook een genezende. Sommige mensen genezen van de een of andere ziekte door het dragen van een natuurlijk gekleurde diamant. Anderen worden er gek van. Over wat ik met diamanten heb meegemaakt kan ik boeken schrijven. Ooit zal ik je het verhaal vertellen van de eerste rode diamant die ooit is geveild op een veiling, een diamant kleiner dan 1 karaat, kwaliteit slecht, rotzooi, uitschot. Vijf mensen hadden mij gecontacteerd als stroman om die diamant voor hen te kopen voor 37 miljoen frank. (tot zijn secretaresse Helena) Ga nu maar naar huis Helena. Ik red het nu zelf wel, ik heb controle van de veiligheidsmensen van beneden. (tot mij) Wil je ze meenemen naar huis om je vrouw of een vriendin te imponeren? Het kan, ik vertrouw je, het is namelijk onmogelijk om ook maar één steen van mijn collectie te verkopen. Waar ook op de wereld een natuurlijk gekleurde diamant wordt verkocht, het steentje komt uiteindelijk toch altijd weer bij mij terecht om geschat, gekeurd en herkend te worden. Zogenaamde certificaten zijn geen cent waard. Alleen het oog en het oordel van de meester geldt. En van de tienduizend gekleurde diamanten, méér zijn er niet op deze wereld, zijn er meer dan zevenduizend door mijn handen gegaan en in mijn geheugen gegrift. De kleinste was zo groot als een speldekop, de grootste was zo dik als een kippeëi. (haalt een trio grote gele diamanten uit een glazen kast) Voila, dit is de grootste bekende gele diamant. (toont meteen daarna, verpakt in een stukje papier van een keukenrol, een schitterende aquablauwe diamant zo groot en zo edel als en kinderoog) Voor dit juweel heb ik verscheidene keren de wereld rondgereisd. Ze is al 18 jaar in ons midden en werd gevonden in de Russische diamntmijnen. Ze was decennia lang eigendom van een maharadja en ze is de enige aquamarijnblauwe steen op deze aardbol, er is geen tweede diamant met die kleur. En unicum. De zoon van de Maharadja zei na zijn dood van zijn vader: 'Dear Eddy, alleen jij mag die steen kopen.' Ik had het geld niet, maar ik heb haar toch gekocht. De enige diamant die een aquamarijnkleur vertoont. Estée Lauder, van de parfums en schoonheidscrèmes, wil haar hele fortuin geven voor deze diamant, maar ze krijgt hem niet. Zelf heb ik haar al vier keer gekocht en vier keer teruggekocht. In periodes van grote geldnood verkocht ik haar namelijk aan één van de vele liefhebbers op voorwaarde dat ik haar binnen het jaar terug kon kopen aan tien procent meer. Het is mij elke keer gelukt. Nu verkoop ik haar nooit meer.' De lichtstralen die uit de aquamarijnblauwe opstijgen zijn verblindend sterk, zo'n steen vermenigvuldigt de lichtsterkte. Eddy Elzas (religieus ernstig): 'Het is alsof de oerkracht van alle leven in die steen leeft.' De taxi hield halt voor de woning van Eddy Elzas, een huis in de vorm van een diamant aan de wilde boorden van de Schelde. We hadden een droge keel en dronken rose champagne. Eddy at een boterhammetje met een vingerdikke laag Sevruga kaviaar. 'The difference between men and boys is the price of their toys', zei hij nog. En na twee dozen kaviaar, veel meer flessen rose champagne, en een scheldpartij over de ordinaire zogenaamde witte diamanten 'die ze met tonnen op de markt gooien', retourneerde Eddy Elzas het gesprek weer in de raadselachtige, mysterieuze sfeer van The Rainbouw Collection. 'Natuurlijk bestaan er geluksdiamanten, fetisjen. Tuurlijk. Maar ook fatale stenen, die de eigenaars de das om doen. De Hope Diamond is zo'n onheilsprofeet. De steen heeft over al zijn eigenaars verschrikkelijk onheil, rampsoed en beproevingen gebracht. De Hope Diamond is momenteel eigendom van de Amerikaanse overheid en er wordt nu beweerd dat de steen over heel Amerika ongeluk brengt. Sinds de steen in het bezit is van een Amerikaanse museum, is het met de Amerikaanse economie sterk achteruit gegaan. En de diamant van mevrouw Pompelstein heeft ook een vloek, namelijk... meneer Pompelstein.' De diamantair lachtte lang en genietend. Maar zijn ogen bleven koud. Wie de hemel heeft gezien, kan alleen maar een droef medelijden voelen met mensen en met zichzelf.
Erotische fantasieën van Bekende Vlamingen
Vlaamse vrouwen worden steeds maar mondiger. Na het en bloc outen van homoseksualiteit heeft een nieuwe massale taboe doorbrekendee actie ons Zuid-Nederlands gewest geschokt. Deze keer gaat het om Vlaamse vrouwen die wars van iedere remming hun geheimste dromen outen. Gelijklopend met de actie van Goedele Liekens om Vlaanderen te bevrijden van het traumatische idee dat voldoen aan de seksuele honger nog altijd doodzonde is, hebben een aantal vrouwelijke Bekende Vlamingen, zij het onder een misleidend pseudoniem, bekentenissen afgelegd die zowel onder de mannelijke als onder de vrouwelijke Vlaamse bevolking een schoktherapie kunnen teweegbrengen. Vooraan de kar van dit sociaal karretje, meer een ferrari, trok Wendy Van Wanten de lijn in haar ophefmakend PLAYBOY-verhaal over de belevenissen van haar nicht Johanna Van Wanten bij het 'overgaan' van haar minnaar. Een verhaal dat in PLAYBOY is verschenen naast de onthullende en vooral opwindende foto's van Wendy.
Een tweede fantasie van Wendy's nicht Johanna Van Wanten bevat weerom een cocktail van rauwe realiteit en beschaafde zinnelijkheid en we kunnen ervan uitgaan dat dit visioen van de bloedmooie Johanna qua doorbreking van taboes niet minder agressief én intensief is. Het gaat over de schreeuw van iedere vrouw wanneer de duivel van het ouder worden haar op de achterzijde van de borst valt. Het is de hikkende verstikkende lach van de toverkol die haar kinderlijk jonge minnaar blind maakt en zichzelf nog één keer omtovert tot een jagersfee met een vochtige rode mond. Het betreft hier een vrije weergave van de bijna sodomische bespiegelingen van een belegen vrouw met een veel jongere, minder ervaren partner van het vrouwelijke of mannelijke geslacht waarmee Johanna Van Wanten in haar dromen op verschillende manieren de liefde bedrijft of verscheidene rollen speelt. Door de onbeheerste hitsigheid van de jongere persoon en de bijna perverse, wraaklustige houding van de oudere vrouw vinden dit soort fantasieën qua intentie hun weerga niet.
JOHANNA VAN WANTEN: 'Tijdens een stormachtige nacht droomde ik dat ik oud was en lelijk, dat ik werkelijk een heks was zoals ze in de sprookjesboeken staat. Mijn jeugd en mijn schoonheid waren voorgoed verloren, maar - wat had je anders gedacht - zeker niet mijn streken. Mijn oude, op liefde en lust beluste ogen vielen op een jonge jager in het bos, in werkelijkheid een populaire zanger wiens naam ik uiteraard niet kan noemen en die ik met thee van toverkruid en met belegen heksentruken eerst blind maakte en daarna zo hitsig als een tijgerwelp. In zijn enthousiaste geest toverde ik vervolgens het visioen van een beeldmooie prinses en van zodra ik mij op een bed van bosbloemen neervlijde, besteeg de jonge man mij bijna zonder eerbied, overweldigd door zijn blinde, meedogenloze drift. De sterke kerel drong diep in mij door, klampte zich - zoals jongeren dat vaak doen - aan mijn borsten vast en begon mij met grote kracht te beminnen. Zorgvuldig drukte ik mijn lange, scherpe vingernagels diep in de spieren van zijn schouderbladen en ondertussen bewerkte ik zijn oren en hals met mijn lange, stekelige heksentong terwijl ik onderwijl ook nog hete toverspreuken fluisterde. Met grote voldoening voelde ik zijn lichaam hevig schokken en tot mijn triomf merk ik dat hij bijna in zwijm viel van voldoening. Mijn eigen lichaam trilde als ik eraan dacht hoeveel intensiteit hij in zijn blinde fantasie aan mij beleefde en hoe groot zijn drift werd om zich nog méér aan mij te zich verlustigen. We veranderden onze houding en ik bracht hem met zijn gezicht onder mij zodat hij in zijn jonge verbeelding alle vrouwelijke verrukkingen van de wereld boven zich heen en weer zag vibreren en dat tot hij wenend van verrukking zijn Cupido leegblies tussen de fris geplukte bloemen. Dankzij nog meer toverspreuken en een liefdeszalf van egelvel, netels en elfjeskruid liet ik hem zijn liefdesvlam verder laaiend houden, zodat hij met mij mee kon genieten van het vocht van de liefde dat warm wegvloeide over ons in elkaar verstrengelde lichamen en dat tot hij, bijna totaal afgedraaid, zonder enige tegenstand, maar met fonkelende ogen mij dàt éne gevoel gaf waar ik op dat moment zonder gêne naar verlangde. Rillerig en wellustig viel ik, de oude heks, in katzwijm tot ik enkele ogenblikken later mijn ogen opende omdat mijn ontwaakte minnaar verschrikt door mijn lelijkheid als een hoopje smeulende asse aan mijn voeten lag. Om zijn daad te belonen liet ik hem drie wensen doen. En drie keer na elkaar deed hij dezelfe wens: 'Nog een keer, nog een keer en nog een keer.'
Eén van de klassiekers in de droomwereld van de erotica, een klassieker waar zelfs de meest reactionaire schrijvers van de klassieke litratuur zich aan wagen, is de liefde met een ander dier dan het menselijke. In het ondeugende theater van onze bekende Vlamingen zijn uiteraard ook een aantal erotische fantasieën gebaseerd op deze illustere vorm van erotisch vegetarisme. We gaan naar de ideeëntuin van Adelheid Wijsjes, de bekende seksuologe gespecialiseerd in pubersex die beweert een nicht te zijn van Goedele Liekens.
ADELHEID WIJSJES: 'Na een zalig middag van paardrijden, zijn mijn gezel en ik met een pijnlijke kont en stijve benen aanbeland in de stallen van kasteelheer herr Diedrich Moffaert in het Elzasse Wirtelburger. Mijn gezel, een gedistingeerde, wat vergrijsde homofiele veertiger en ik borstelen onze rijdieren in het stro van de paardestal en al na enkele minuten raak ik, Yvonne Croonenbergh staat aan de overkant en ziet mij vallen, zo goed als bedwelmd door de scherpe, warme geur van paardezweet, stro, hooi, begeerte, behoefte en dampend paardemest. Zo'n paardestal is en moeras van geuren, harige dikke dijen en hikkende, erotische geluiden en de morsige paardeharen strelen de huid als een stekelig bloemenbed en de vochtkanaaltjes in mijn Vulva breken daarbij elke keer weer open als een bierkraan in een feesttent. Terwijl ik met een middenvinger over mijn Venus aai, borstel ik met de paardekam ook heel even mijn schaamhaar en nog een keer en zonder dat ik goed en wel besef wat ik van plan ben, kleed ik mij uit en met mijn benen wijd open ga ik in het hooi liggen zodat mijn gezel en onze rijdieren mij recht in het kruis kunnen kijken. Bang voor hun reactie sluit ik mijn ogen en daarbij gun ik mij nog net de tijd om het beeld op te vangen van de paarden die geleid door mijn gezel op mij afkomen. met gesloten ogen voel ik iets zacht en vochtigs dat langzaam heen en weer wrijft over mijn venus. En terwijl ik het ding met beide handen vasthou, schaaft het steeds weer op en neer over de gevoeligste stek van mijn hele orgaanvereniging. Mij overgevend aan de diep menselijke genade van wat komen gaat, ga ik daarna op mijn knieëen zitten en duw ik het warme vochtige schurende ding met beide handen in mijn opening, waarna ik het letterlijk probeer op te slorpen en telkens pas na enig weerwerk voel ik dat het hele instrument langzaam de hele lange loop in mij volbrengt. Ik spreid mijn dijen nu steeds verder en verder en terwijl mijn onderbuik stuiptrekkend naar voren stulpt, bied ik mij onbelemmerd aan terwijl ik kreun en zucht en hik van lichamelijke blijdschap. Het instrument van mijn genot glijdt als het ware nog verder en dieper naar binnen in mijn ongesproken verhaal, zwelt helemaal in mij op en leeft en siddert in mijn eeuwige herinnering met onregelmatige korte rukken. Ondertussen voel ik een ruige haardos eent weede verhaal tegen de uiterste en zeer gevoelige bovenkant van mijn dijen prikken. Ik duw zo ver ik kan en trek mij daarna langzaam terug en herhaal die beweging sneller en sneller, koortsachtiger en koorstachtiger tot ik languit op de grond val en ik op mijn lippen moet bijten om dié kreet te smoren die uit het diepst mogelijke komt van mijn vrouwelijke levensstroom. Nog altijd houd ik mijn vulva gesloten rond het instrument dat nu door heel mijn lichaam lijkt ingebed en als het ware deel uitmaakt van mij hele zijn. Zo bljf ik minutenlang in dezelfde houding, sidderend, dan weer krijsend, dan weer snikkend en hysterisch lachend, tot ik opeens mijn dijen weer naar voren een naar achter duw en trek en draai, steeds sneller en intensiever tot ik een warme stroom, als hete, bijna kokende melk, in mijn binnenste buiten gekeerde gedachten voel wegvloeien tot heel dicht in buurt van mijn hart. Boven mij hinnikt een paard in de taal van God en kust mijn gezel me in de mooie wereld van liefde en begrip. Ingepakt door mijn gevoelens val ik in het vochtige stro in een diep, kleurrijk middagslaapje en als ik wakker word ruik ik het warme hooi en stalmest en proef ik in mijn vulva nog altijd de smaak van de wilde natuur van vierhonderd jaar of meer geleden en van kleverig reptielenzaad dat ruikt naar vers geölied leer en blinkend koper.'
Het boek 'Erotische Fantasieën van Bekende Vlamingen' verschijnt in het najaar van 1994 bij de uitgeverij GAFdruk, Antwerpen.Een tweede fantasie die behoorlijk dicht het vooropgestelde doel benadert, komt uit de droomwereld van de 'Oostvlaamse zangeres met de gouden stem' Margriet Frauvrouws. Ook dit gegeven is klassiek, er is een nonnnetje, een klooster en een verstekeling.
MARGRIET FRAUVROUWS: Ik ben jong, zeventien, achttien en ik ben in een klooster, zoals alle anderen rondom mij ben ik een diep vrome Vestaalse maagd end raag ik lange, hooggesloten nonnekleren. Iedere dag zit ik, eveneens zoals alle anderen, in de kapel naast een andere non, zodat de kans om intimiteiten zo goed als onbestaande wordt. Op paasdag, de nonnetjes hebben hun feestelijke, opgewonden blik in de ogen, zit ik naast een jonge non die tot mijn grote stomme verbazing haar rok tot boven haar knieën tilt en die mij met gloeiende ogen laat zien dat ze in werkelijkheid een boer van een kerel is. Het lid staat harig en groot, in al zijn mannelijke kromheid, naar de hemel gericht en trilt als een aangeslagen snaar van een harp. Wanneer ik daarna eenzaam in mijn celkamertje een bidstonde onderga, kan ik het beeld van die volwassen watertoren, ondanks vele klassieke schietgebeden, niet uit mijn herinnering verdringen. Ten prooi aan een onblusbare begeerte steek ik een hand in mijn boezem, pak mijn tepels en gooi mezelf op mijn rug terwijl ik ook mijn Venus streel met de muis van mijn andere hand en dat tot het verlangen steeds maar groter en groter wordt, tot ik word opgenomen in het rijk tussen hemel en aarde. Tegen alle regels in ga ik de volgende morgen in de kerk weer naast diezelfde non plaatsnemen en deze keer voel ik tot mijn buitengewoon ontzag één van haar haar grote harige handen onder mijn habijt glijden, waar zij mijn dijen streelt en even later ook het plekje dat naar men zegt een meisje kan vervullen met zowel hemels als met duivels vuur. Het genot en de angst die mij overweldigen martelen mijn geweten en luid roep ik, zij het in gedachten: 'Mij God, help mij, vergeef mij, maar laat deze hemel op aarde ten overvloede aan mij voorbijgaan.' De harige vingers kneden nu ook het geladen puntje tussen de lippen van mijn Venus en dringen zelfs heel even mijn gulden schede binnen. Binnen in mijn pij voel ik mij helemaal naakt en zonder dat ik mezelf kan bedwingen tast ik nu zelf ook onder 'haar' habijt en voel ik hoe mijn vingers gretig grijpen naar het kromme instrument dat wel dertig tot veertig centimeter uit haar onderlichaam is opgerezen en dat zeker zo lang en zo breed als mijn eigen armen. Ik val in zwijm en zie als in een waas door mijn wimpers hoe de drieste non mij haastig wegdraagt, luid gebeden mompelend, tot in mijn bidkamertje, waar zij zich zonder enige aarzeling onder mijn pij onthult als een vuur schietende man van vlees en bloed die mij moestert en bemint en mij brandmerkt met zijn verdorvenheid. Een tweede non, die geholpen heeft om wij te dragen, kijkt toe terwijl hij van onder zijn pij, hoog en angstwekkend als een onoverwinnelijke tovenaar zijn koninklijke scepter als een vurige bal in mijn ongerepte tuin slingert. In eerste instantie voel ik mij bezoedeld en bezondigd en walg ik en zie ik hoe de hemelpoort zich voor mij sluiten terwijl zwarte engelen met vurige zwaarden mij uit de wolken wegjagen en tegelijkertijd kwijn ik weg en herrijs ik onder impuls de meest vernietigende wellustigheid die alleen in een zuivere geest zo heftig kan opwellen. Mijn ontrouw aan mijn belofte van eeuwig durende kuisheid kwelt mij, maar ik bekruip die monsterlijke kloosterdinosaurus als een straatdel en hoor mezelf roepen: 'Méér, méér, méér, God of duivel, geef mij méér.'
'Het Vlaamse zaad heeft de storm niet doorstaan'
(Het Vlaamse zaad trekt op geen kloten)
'Onze liefde zal de duisternis bedrijven'
Een Vlaamse Nacht in Gent, betekent jonge porren tegen het lijf lopen en wie iets afweet van porren, weet ook dat de Gentse por de zuiverste is. Gentse porren worden ingevoerd uit Zwalm, Oudenaarde, Zottegem, Evergem, Assenede, Deinze, Aalst, Mere, Dendermonde en andere boerendorpen en dat betekent dat ze op hun achttiende nog altijd min of meer dagvers zijn. Die nacht waren ze weer tamelijk overvloedig aanwezig in café Ludwig tussen de Vrijdagmarkt en de Sint-Jacobsmarkt, een hyfocon-café waar muziek van Ludwig Beethoven de nacht uitdiept. De frisse ogen van de aangevoerde porren lonkten als jonge maatjes begin mij en de jenever in mijn handen bij het zien van zoveel hongerig plantgoed. Mijn vriend Robert Willems, een achttendertigjarige universiteitsstudent en ik konden de ajuinsnippers ruiken en we voelden het trekkersinsticnt in onze gezouten haring opwellen. Het was een nacht zoals alle andere. Zoals altijd had Robert enkele XXL condooms bij en zoals altijd trok hij één van die dingen onaangekondigd over zijn hoofd, tot over zijn neus en blies het ding op tot het boven zijn kruin uitzette als een pauselijke mijter. De porren in de Ludwig lagen plat van het lachen en een lachende vrouw is inneembare burcht. In de daarop volgende vrolijke minuten, konden Robert en ik aanschuiven aan een tafel met zes porren, waarvan twee uit het karnavaleske en dus vrijdenkende Aalst. Aalstenaars worden ajuinen genoemd en dat zegt veel, zo niet alles overe hun jonge meisjes. De rest van het verhaal is voorspelbaar. Mijn vriend Robert werd dronken, viel in slaap op het toilet en de twee Aalsterse meisjes, Veronique en Katja, inviteerden mij voor een nachtelijk diner bij de Griek op het Zuid. En dààr ontmoetten wij hun eigenste professor, doctorandus Jaak Komérewij, dokter in de endricronologie, de zaadkunde. Dokter professor Jaak Komérewij was omgeven door een wolk van charmante jonge verpleegsters in vrijetijdskledij en zelf droeg hij zoals steeds een gevlekte T-shirt boven een bleekgroene short eveneens vol vlekken. Professor Jaak ontving zijn twee Aalsterse studentes met open armen en vice versa. De prof is behalve een charmante man en een bezadigd filosoof ook nog een boeiend verteller en een gevierd uitgaander. De meisjes en de vele verpleegsters van het gezelschap waren bijgevolg al lang gaan slapen toen de dokter, hij dronk Retsina met melk en suiker, een gele druiventros uit de broekzak van zijn short toverde en zei: 'Plastic ballen Heylen. Net zo'n dom plastic als de ballen van de moderne man.' De professor-dokter is behalve drager van een uitstekende reputatie als verteller ook pijler onder een onweerlegbare onrust. Onderzoekingen van zijn bekwaam team hebben immers aangetoond dat het aantal levende zaadcellen in het sperma van Vlaamse mannen in de laatste dertig jaar met de helft is verminderd. 'Het zaad van de Vlaming trekt op geen kloten', vertrouwde de arts mij die nacht toe. De baas van het restaurant, de oude Griek Theodore Karankas, knikte bevestigend. Het verbaasde hem niet. 'Het zaad van die klote-Griek naast mij, is beter dan dat van jou', zei de professor, één duim in de richting van de ernstig knikkende Theodore. De boude uitspraak van de professor bleef dagenlang in mijn gedachten nazinderen. In weerwil van snoepreisjes, nachtelijke tochten langs de beste restaurants, cabarets en hyfocon-cafés, ben ik ten slotte nog altijd journalist. Zonder veel moeite vond ik, dankzij mijn relaties in de wereld van condoomverbruikers, de bewuste afdeling in afdeling endrocrinologie in het universiteitsgebouw van Ronse. Ik moest even wachten, want de professor was zich, samen met een dertigtal mede-studenten, aan het afbeulen in verband met een nieuwe collectie. Een beetje na-hijgend, het bedompte potje in de hand, kwam hij evenwel al na enkele minuten zijn bureau binnengestapt. 'Hier gaat niks verloren', glimlachte Jaak. 'Professor Jaak, ik kom voor een...' De professor keek aandachtig naar het potje met zijn zaad, schudde het hoofd en terwijl hij bewust naast mij keek, zei hij: 'Het Vlaamse zaad trekt op geen kloten. Ik ben zeer bezorgd. Eén Vlaamse man op vijftien is onvruchtbaar of bijna onvruchtbaar en één op drie heeft zaad van een mindere kwaliteit. De deugdelijkheid van het moderne sperma is ronduit slecht. Sinds de jaren vijftig, zestig, is het doorsneee aantal zaadcellen per milliliter sperma gedaald van 100 miljoen naar 65 miljoen. En dat is dubbel zo erg omdat de gemiddelde leeftijd waarop de mensen kinderen krijgen vandaag de dag vrij hoog is. Bij vrouwen is dat tussen de zesentwintig en de achtentwintig. Bij mannen tussen achtentwintig en dertig. Educatief gezien een goede zaak, maar van uit biologisch standpunt een calamiteit. Voor vrouwen, die met hun eicellen worden geboren, is het zéér delicaat. Op het moment van de conceptie zijn de eitjes bijna een kwart eeuw blootgesteld geweest aan kosmische stralingen, het gat in de ozonlaag, pesticiden, hormonaal vlees, alcohol, sigarettenrook, cola en champagne in de schede. Bovendien neemt rond die leeftijd de vruchtbaarheid so wie so met dertig procent af. Sperma daarentegen is dagvers, maar de installatie waarmee het produkt wordt aangemaakt, ik heb het over de balzak en alle toebehoren, lijdt uiteraard wél onder de jaren. Bovendien slikken veel gasten van achttien, negentien, hormonen om mooie spieren te krijgen. En dàt is schadelijk! Soms gaan de teelballen verschrompelen en gedaan met de vruchtbaarheid: spieren als een tiet, maar niets in de Piet. Daarnaast trekt het sperma van de jongeman die zogenzegd normaal leeft, ook op geen ballen. Bij de aanmaak gebeuren namelijk, door de complexiteit van de cellen, teveel foutjes en bij de dieren vallen de zwakken af, maar bij de mensen daarentegen kennen we weinig of geen natuurlijke selectie meer. Iedereen kan tegenwoordig sperma aanmaken, ook zwakke mensen, begrijp je? Vroeger gingen ze voor hun veertiende dood, maar tegenwoordig schieten zelfs de meest bleke, kramikkige wezens ook wijven vol. Veel vrouwen vallen op zwakke types, wist u dat? Ja, natuurlijk weet u dat. Enfin, het beste zaad van de wereld vinden we tegenwoordig in Noord-Europa. Vooral in Finland, in de zuivere lucht tussen de bossen en de meren, maar ook in Denemarken én Friesland. De Wereld Gezondheids Organisatie heeft 10.000 paren onderzocht uit alle werelddelen en kwamen tot het besluit dat het sperma in de driehoek Finland, Denemarken, Friesland, heet meest viriele zaad is van de wereld. Nee, niet het Afrikaanse! Maar natuurlijk niet! In Afrika wordt teveel gerookt, worden onder andere coca bladeren gekauwd, worden pesticiden gebruikt die hier verboden zijn, wordt de meest giftige industriële afval gedumpt en in Afrika zijn daarenboven ook nog heel veel mensen ondervoed. Verder is de medische verzorging archi-slecht in Afrika en is menige Afrikaan slachtoffer van seksueel overdraagbare aandoeningen. Tegenwoordig gaat dat vooral over chlamydia, de aandoening die de druiper heeft vervangen als meest voorkomende geslachtsziekte. Het Chlamydia, de ziekte wordt veroorzaak door een beestje dat het midden houdt tussen een bacterie en een virus, brengt een lichte ontsteking van de urinebuis teweeg, bijgevolg moet meer worden geplast en bij de man gaat de bijbal ontsteken. Neem dus van mij aan dat het sperma van de doorsnee Afrikaan niet zuiver is. Maar binnenkort kunt u zelf uitmaken of uw sperma wel of niet van goede kwaliteit is. De resaerchers van de Gentse universiteit zijn momenteel aan het werken aan een testkit. Tegen het einde van het jaar ligt de kit in de winkel en de spermaproef zal zo eenvoudig zijn als een zwangerschapstest. De kit zal eindelijk eens en voorgoed een einde maken het vooroordeel dat de reden van kinderloosheid in de meeste gevallen bij de vrouw moet worden gezocht. Dankzij de spermatestkit zal binnenkort iedere vrouw kunnen zeggen: 'Manlief, voordat ik mijn baarmoeder binnenste buiten laat keren, eer ik mij laat pijnigen en plagen en in mijn buik laat kijken door een doorgaans aartslelijke gynaecoloog, gaan we eerst even jouw sperma in een potje doen voor een onderzoek.' De resultaten zullen niet minnetjes zijn. Neem nu bijvoorbeeld die oerstomme gewoonte van veel mannen om een heet bad te nemen in plaats van een koele douche. Dat kilt het zaad! De balzak hangt niet voor niks lekker koel buiten het lichaam! De aanmaak van gezonde zaadcellen vereist met name een temperatuur die lager is dan de lichaamstemperatuur. Toch gaan, het is onvoorstelbaar stom, sommige mannen iedere dag met de balzak een half uur in een bad van veertig, vijftig graden liggen. Het ontspant hen, ik begrijp dat, maar hun zaadkwaliteit gaat ondertussen toch maar enorm achteruit.' De professor liet mij trots enkele potjes van zijn meest beroemde sperma's zien. 'Dat van Hugo Claus heb ik gekregen van een ex-foto-model. Het was al een beetje koud, maar dat geeft niks. Ik heb ook gedurende enkele jaren het sperma ingezameld van enkele vooraanstaande geleerden, maar ten slotte ben ik ermee gestopt. Het ging om sperma van oude professoren, vooral van nobelprijswinnaars, en het was veel te slecht van kwaliteit.' 'Is Margriet Hermans bij u geweest voor haar bevruchting?' 'Voor zo ver bekend heeft Margriet een vriend aangesproken en is alles traditioneel gegaan. Vindt een vrouw zelf een geschikte donor, dan heeft ze de spermabank van Jaak Komérewij niet nodig. De knappe, intelligente buurman kan eventueel zijn sperma in een potje doen, waarna de vrouw het zelf kan inbrengen. Het zaad zit immers van nature verpakt in een vloeistof en wordt niet meteen geneutraliseerd. Behalve als het zeer slecht is. En het Vlaamse zaad behoort helaas tot het slechtste van de wereld. Ik heb het er zeer moeilijk mee, want het verdriet van de mensen met vruchtbaarheidsproblemen is vaak zeer schrijnend. Vooral bij mannen voor wie bij het horen van het feit dat ze onvruchtbaar zijn meestal de wereld instort. Mannen lijden veel meer onder hun onvruchtbaarheid dan vrouwen. Dit werk heeft mijn kijk op de psyche van de mannen veranderd. Tot mijn eigen verrasing ben ik tot de onweerlegbare conclusie gekomen dat het mannelijk geslacht het meest kwetsbare is. Niet alleen wat vruchtbaarheid betreft, maar zeker ook psychologisch. Daarnaast is ook de algemene gezondheidstoestand van de man minder goed dan die van de vrouw. Mannen gaan doorgaans eerder dood dan vrouwen en dat is niet omdat ze meer werken, maar omdat ze minder sterk zijn. Gaan een man en vrouw een emotionele strijd aan, in een minder geslaagde relatie, dan zal de vrouw de man zondermeer overleven. Een man gaat dood aan huwelijksproblemen. Een vrouw niet. Veel gedragspatronen van de man, hun agressie bijvoorbeeld, kan worden uitgelegd als een gevolg van het feit dat mannen een rol wordt opgedrongen die tegennatuurlijk is. Het ideale gedragspatroon zou zijn: zaad deponeren en weg, naar de jacht of de biljartzaal. Zo is de natuurman. Verantwoordelijkheid voor vrouw en gezin is wat betreft zijn gevoelsleven een opgedrongen situatie. Onze moderne maatschappij evenwel, wringt de man in een rollenspel dat hem ziek, neurotisch en prikkelbaar maakt. De realiteit is dat de man kwetsbaarder is dan de vrouw. Niet de man, maar de vrouw zou in deze wereld de grootste verantwoordelijkheden moeten dragen. De vrouw is daar het beste geschikt voor. En geloof mij, de dag dat de vrouw die verantwoordelijkheid neemt, zal het sperma van de man ook weer sterker worden. Het is geen toeval dat precies in Vlaanderen, waar de vrouwen onderdanig en wars zijn van alle buitenechtelijke verantwoordelijkheid, het sperma van de man zo verschrikkelijk slecht is. Vlaamse vrouwen moeten meer mans worden en Vlaamse mannen meer vrouws. Zowaar ik Jaak Komérewij heet, is het vijf voor twaalf!'
Saint-Amour
Jean-Luc Dehaene (Belgisch premier).
Gehoord tijdens een Vlaamse nacht in Brussel: 'Vader Dehaene was psychiater en waardig lid van de Brugse burgerij. Van zoon Jean-Luc, de oudste van zeven, wordt gezegd dat hij een woelig kind was. Leraars in het lager onderwijs noemden hem een nachtmerrie. Vader de psychiater stuurde zoonlief naar het pensionaat van de jezuïeten in de Pontstraat in Aalst en daar joeg Jean-Luc, samen met zijn studievriend Karel van Thillo (nu studentenpastoor aan de Ufsia in Antwerpen) een varken in de studiezaal om de boel wat op te vrolijken. Allebei werden ze drie dagen van school weggestuurd. Misschien hebben de Duitsers het dokterskind verknald. In 1940 vluchtte vader Dehaene met zijn fonkelnieuwe maar zwangere bruid naar Zuid-Frankrijk en daar, in een veldlazeret in de buurt van Montpellier, werd op 7 augustus 1940 Jean-Luc geboren. De zuigeling woog drie kilo negenhonderd en had een flegmatieke blik. Maar leek hij op zijn vader? Neen. Op zijn moeder? Neen. Op zijn oom, de pastoor? Neen. Een hardnekkig gerucht wil dat de militairen de familie Dehaene met een verkeerde baby naar huis hebben gestuurd.
Zijn eerste kandidatuur van het hoger onderwijs volgde Jean-Luc Dehaene aan de Facultés Notre-Dame in Namen, ook een jezuïetenburcht. Rechten en economie studeerde Dehaene aan de KUL. Leuvense professoren beweren dat Jean-Luc maar net genoeg blokte om gezond en wel door zijn examens te komen. De rest van zijn studententijd vulde hij met sociale activiteiten zoals drinken, vrijen en het organiseren van studentenfeesten. Pas afgestudeerd kwam hij aan het hoofd te staan van het Vlaams Verbond van katholieke Scouts. De dertigduizend verkenners waren onloochenbaar verrast toen bleek dat de nieuwe chef meteen het uniform met de deukhoed èn de das afschafte.
Dehaene werd hoofd van de studiedienst van het ACW en via de christelijke vakbond kwam hij in 1967 bij het bestuur van de CVP-jongeren terecht. Wilfried Martens was voorzitter en Dehaene ondervoorzitter. Die twee zijn een tandem gebleven.
In 1972 had Jean-Luc Dehaene de aftredende voorzitter Wilfried Martens moeten opvolgen, maar dit eerbetoon werd hem geweigerd omdat de CVP-leiding geen al te intensief verband wilde leggen tussen ACW en CVP. Jean-Luc Dehaene werd dan maar kabinetschef bij zijn grote idool Jos de Saeger, minister van Openbare Werken. Later draaide hij mee in de kabinetten van André Oleffe (1974 - Economische Zaken), van Ricka de Backer (1977 - Vlaamse Aangelegenheden) en van premier Wilfried Martens (1979). Het vrucht van de Brugse kwaliteitskringen was op dat ogenblik nog altijd een onvervalste vakbondsjongen. Op 7 april 1988 schreef Pourqoi Pas: "Nog nooit had men zo'n kabinetschef gezien: een broek zonder vouw of aanwijsbare kleur, nooit gepoetste schoenen, vettige haren, een vervuilde trui met een rolkraag en daarover een werkmansjekker. Manieren scheen hij niet geleerd te hebben. Hij stond met opengespreide benen in zijn neus te pulken of in zijn oren te koteren, hij nam de vulgairste woorden in de mond. Om het even wie viel hij in de rede. Zo nu en dan bonkte hij op tafel."
In 1982 werd Jean-Luc Dehaene minister van Sociale zaken en Institutionele Hervormingen in Martens V. Een portefeuille die hij behield in Martens VI. Ingewijden noemden deze coalitie tussen christenen en liberalen de regering Dehaene-Gol I. Maar Dehaene moest geduld oefenen tot de verkiezingen van 13 december 1987 op erkenning van het grote publiek. De christen-democraten en de liberalen verloren hun meerderheid èn hun goeie verstandhouding en een vorming van een nieuwe regering werd een werk van langdurige onderhandelingen. Waar PS-voorzitter Guy Spitaels en staatsminister Willy Claes faalden, slaagde Jean-Luc. Formateur Dehaene smeedde in honderd dagen een rooms-rode coalitie zonder de PVV maar met deelname van de Volksunie. Het regeerakkoord, volgens SP-er Karel Van Miert zat het vol vaagheden en acrobatische formules, besloeg honderddertig bladzijden. De drie hoofdthema's: het wegwerken van de werkloosheid, het gezond maken van de staatskas en de derde fase van de gewestvorming. Jean-Luc nam de portefeuille van Verkeer en Institutionele zaken. In 1991 werd hij premier van weer een rooms-rode coalitie. Dehaene enkele maanden eerder: 'Blijkt aan het eind van mijn loopbaan dat ik nooit premier ben geweest, dan is mijn carrière niet mislukt. En even tussendoor: zou ik optimaal functioneren als premier? Beschik ik over alle eigenschappen die nodig zijn? Wat moet een premier doen? Een groot aantal toestanden ondergaan die Jean-Luc verafschuwt. Vertegenwoordiging, ceremonieel, plichtplegingen, puur plechtstatige zaken. Is een Eerste Minister een staatsman of een bloempot? Mijn regel is: waar ze mij als bloempot vragen, ben ik niet nodig.' En: 'Politiek bedrijven is als met een bulldozer door een porseleinwinkel rijden, het is grof en subtiel tegelijk. Tergend traag moet men aan oplossingen werken.' Over zijn kleren: 'Aantrekkelijke kleren misleiden mij niet. Ik zie de persoon. Het leven is geen verkleedpartij. Pas de dag dat ik kabinetschef werd bij de premier heb ik de stap gezet een das te dragen. Het feit haalde de voorpagina van de kranten.' Over zijn geboorte: 'Moeder kreeg mij in een nood-moederhuis tijdens de vlucht voor de Duitsers. En gezien ik qua temperament en ook wat betreft mijn uiterlijk heel erg verschillend ben van mijn broers en zussen, is er enige twijfel. Moeder is altijd kwaad als ik het zeg, maar ik ben het zelf die het gerucht heeft verspreid dat ze een verkeerde baby hebben meegegeven.' Over zijn studies: 'Niet alleen vader was arts, àl mijn ooms waren ofwel dokter of anders priester. Gevolg? Alle conversaties, tijdens familiebijeenkomsten, waren nogal luguber. Bij ons aan de feesttafel werd hele tijd over ziekte en dood en het hiernamaals gepraat. Weerzinwekkend! Toen ik een jaar of zestien was zei ik tegen mijn broers en zussen: "De eerste die hier voor dokter of priester durft studeren, vliegt buiten." En ze hebben goed geluisterd. Er is er maar eentje dokter geworden. Een tweede is wèl met een dokteres getrouwd die vier broers heeft die ook allemaal dokter zijn.' Over zijn geliefd F.C. Brugge: 'Verliest Brugge dan ben ik boos en diep teleurgesteld. Valt een regering dan reageer ik rationeel. De minister in mij reageert beheerst, maar het is niet omdat ik minister ben dat ik niet zou mogen schelden als de scheidsrechter een stomme beslissing neemt. Sport en spel is er om je af te reageren. Ik ben een voorstander van brood en spelen. Het gaat alleen maar fout als die worden gebruikt om het volk koest te houden. Maar als een vorm van ontspanning, in het geheel van een sociaal gebeuren, is er voor mij niks beters dan sport en spel. Kom ik op een voetbalveld, of kom ik thuis, dan laat ik mijn problemen aan de deur. Ik kan veertien dagen met vakantie gaan zonder èèn dossier mee te nemen. Al vijftien jaar ga ik naar sardinië. Bijna niemand in Sardinië weet dat ik minister ben. Ik krijg er van de Italiaanse regering gelukkig geen carabinièri om over mij te waken. De grootste veiligheid is de anonimiteit. En in Sardinië ben ik die onbekende dikke die graag lacht en die voor Club Brugge supportert. Veel Italianen denken dat ik een trucker ben.' Veel Belgen ook.
SHERE HITE: VROUW ZONDER (MEDED) OGEN
Candle Light Dinner. Shere Hite. Blond, frêle. Ze is 51, ziet er 27 uit. Of achtentwintig. Aan de overkant van de tafel, tussen het kaarslicht en de toog, valt het beeld van een kanten bloesje met uitzicht op haar Alpilles. De vrouw in de blouse is Shere Hite, het meisje van de bevrijdende rapporten over het seksuele leven van de vrouw, van de man en nu ook van het gezin. Het is hartje Amsterdam (Lucius in de Spuistraat - 232 gulden voor twee halve kreeften, twaalf oesters, een fles muskadet, twee thees en een halve gebakken banaan, all inn). Lucius is, evenals miss Hite, ongewoon. Zweeds of Noors of typisch Amsterdams vanuit een Amerikaans oogpunt. Mevrouw Hite, de Martin Luther King van het feminisme, eet oesters, koude kreeft en gebakken banaan. Herhaling: Shere Hite eet gebakken banaan. In de hemel, afdeling psychiatrie, hoor ik Sigmund Freud daaromtrent luid én zelfvoldaan lachen. De oude man kan zijn eigen ogen niet geloven en nodigt de weinige dames in zijn gezelschap uit om mee te komen kijken. De banaan, hét fallussymbool bij uitstek, wordt gegeten met room (zonder suiker) vanwege enige suikerziekte. Shere Hite gebruikte daarvoor mes en vork. Blonde Shere, zinnelijk als vlinderpootjes op de tong, formuleerde ooit de legendarische vraag: 'Is er een verschil tussen orgasme mét en zonder coïtus?' Ja. Zonder is vaak beter, intenser, vollediger en zoeter. De waarde van de minnaar wordt in deze milieu's doorgaans gemeten aan de tongslagfrequentie. Shere Hite eet de langwerpige kromme vrucht (roasted pisan) met vork en mes. Ze is verkouden, kucht de hele tijd, zegt moederlijk dat ik teveel rook en dat roken niet goed is voor mijn gezondheid, waarmee ze wil zeggen dat ik moet stoppen met roken of dat ze mij laat stikken. We praten de hele avond over sex, de vrouwenbeweging, kinderen (die ze niet heeft) en over de volgens haar alarmerende tendens om terug te vallen op traditionele familiale waarden. De Majors roepen 'Terug naar het gezin!' en bedoelen 'Vrouwen blijf van de mannenjobs!' beweert ze. Ze wend ook voor dat ze al negen jaar getrouwd is, maar van haar man geen spoor, ook niet in haar ogen, in haar lach, in haar wijd open poriën, die van hormoon tot hormoon zeggen: kietel mijn geest met vlinderpootjes. Ze wordt aan het eind van de avond een beetje dronken, een beetje roekeloos, een tikkeltje minder behoedzaam, zelfs bijna romantisch van de charme die ik op haar afstuur door haar geen enkele keer tegen te spreken. Om de penisnijdtheorie van Sigmund Freud moet ze hartelijk lachen. 'Wij vrouwen willen de penis van de mannen niet', giebelt ze. 'Zo'n lelijk krom ding onderaan onze buik? Nee, liever niet. We willen wél de mannen hun rechten, niet hun penis!' Shere Hite praat met de stem van een engel, op de toon van een compositie van Mozart. Het klinkt veel minder hard dan het leest. 'Alle mensen masturberen', zegt ze. 'Mannen, vrouwen en kinderen. De meeste meisjes vanaf hun vijfde, zesde levensjaar. Jongens starten meestal iets later, zo doorgaans rond hun achtste, negende, tiende.' Ontkennen kan niet. 'Ik doe het, jij doet het', zegt ze. 'Elke mens masturbeert, compenseert zelf het tekort aan seksuele bevrediging. Vijfennegentig tot achtennegentig procent doet dat zeer bewust, de overige twee procent op de één of andere manier. Het is bijgevolg van zeer groot belang dat in een gezin, zowel in een traditioneel gezin als in een ongewoon gezin, veel over masturbatie wordt gepraat.' Enkele seconden stilte. Shere prikt met haar vork in de banaan. 'Zeker tussen volwassenen en kinderen moet over masturbatie worden uitgewijd. Kinderen mogen vooral niet denken dat masturbatie iets onbehoorlijks, uitzonderlijk of afwijkend is. Ga dus naar huis en vertel je kinderen dat mama en papa masturberen!' Ze wacht op een antwoord. Freud schreeuwt: 'Doe het niet!' 'Geef me je telefoonnummer, dan bel ik je kinderen wel', zegt ze. Mevrouw Hite heeft zelf geen kinderen. Onlangs noemde een Brits parlementslid haar nog een door sex geobsedeerd wijf, een opportunist die rijk is geworden door het publiceren van andermans pornografische fantasieën. 'Dat zijn frontale aanvallen, het voelt als een soldaat die wordt getroffen door een kogel, een vrouw die door de vijand wordt verkracht.' Shere Hite heeft een universitaire graad in geschiedenis en is ex-fotomodel. Behalve over soloseks wou ze vooral praten over haar nieuwe rapport, een 510 bladzijden dik boekwerk over haat, liefde en seksualiteit in het gezin. Mogen moeders de piemel van hun opgroeiende zoontjes wassen? Is een poedelnaakte vader in de woonkamer een nuttig object? Mag een kind van zeven nog samen met het kleinste broertje of zusje van de moederborst proeven? Zijn kinderen van gescheiden ouders betere minnaars en minnaressen? Mag het kind tijdens de voorlichting vaders penis betasten? Heeft sex tussen zussen en broers negatieve én positieve kanten? Mogen jongens zo nu en dan rokken dragen? Wat is het ergste kwaad in een gezin? 'Zwijgen. Niet vrijuit praten. De ergste kwaal in een traditioneel gezin is zwijgen. Uit mijn onderzoek blijkt dat heel wat kinderen zich niet kunnen voorstellen dat hun ma en hun pa sex met elkaar hebben. Is dat niet erg? Denkt u dat jouw dochters weten dat je masturbeert?' Ik slik, denk aan haring met kweepeerconfituur en kijk neutraal. 'Waarom praat je er niet over? Waarom is je gezin een vat vol geheimen? Je bent toch de oudste en zogenaamd de wijste? Waarom zeg je niet aan je kinderen dat hun vader masturbeert en dat hij het fijn vindt. De kinderen zouden zich een stuk beter in hun vel voelen als ze wisten dat je het ook doet. Misschien kunt je hen even binnenroepen in de slaapkamer terwijl je bezig bent. Nee? (heerlijk glimlachend) Ben je een beetje laf? Zolang je niets zegt, denken ze dat er iets mis is met ze. Of met jou. Geef me jouw telefoonnummer, dan zal ik ze zelf wel bellen (lacht voor de eerste keer die avond luid en hartelijk). ... (mompelt iets onverstaanbaars) Versta je mij niet? Zie je wel, een mens wordt er doof van (lacht lang, meisjesachtig en gelukkig). Weet je wanneer je dochters ongesteld zijn? Nee? Waarom niet? Is het zo hard iets af te weten van het dagelijkse leven van de vrouwen in je eigen huis? (nog altijd zalig glimlachend) Ben je bang voor vrouwenproblemen? Wat wil je zijn voor je vrouwen? Een vriend of Atilla De Hun? (lacht weer gul en vreugdevol) Op de één of andere manier zal je hen toch ooit een keer moeten vertellen dat u een kwetsbaar mens bent zoals zij. Een persoon met menselijke behoeften, noden en driften. In een relatie moet sowieso méér worden gepraat over masturbatie (lacht voldaan). Nee, nee, masturbatie is geen privé-zaak. Openheid, volledige openheid, lijkt mij een noodzaak voor een gezonde leefsituatie. Anders gaan kinderen denken dat hun ouders van een vreemde planeet komen Vader zou ook zo nu en dan in zijn blote appel door de huiskamer moeten stappen. Moeder ook. Moeders vulva zien, haar horen praten over seksualiteit met vader is zeer goed voor de kinderen, voor de sfeer in een huis. Zoniet lijkt de moeder in de kinderogen teveel op de Maagd Maria, hoog verheven boven seksualiteit. Maar ik moet weg, ik verwacht enkele dringende telefoontjes.' 'Ik wil je nog iets vragen, iets gemeen', zeg ik. 'Nee, niets gemeen, zeg alstublieft niets gemeen of beledigend. Niet vanavond, want ik ben ongesteld en bijgevolg wat over-gevoelig.' Wat is voor de moderne vrouw het meest attractieve aan mannen, is dat nog altijd een Porsche, macht en geld? Hite kijkt me diep in de ogen. Duwt haar half geopende lippen vooruit, het zijn de lippen van Julia Roberts. Met een stem die doordringt tot in het gevoelige hart van mijn testikels zegt ze: 'Graag zou ik antwoorden dat het intellect, het gevoel voor humor en de totale geestelijke ingesteldheid van de man voor de moderne vrouw het meest attractieve is, maar ik vrees dat ik je gelijk moet geven. Macht en geld, ja. De meeste vrouwen vallen voor macht en geld... Gelukkig heb ik zelf een hoop geld. Ikzelf hoef dus niet op die manier aan mannen te denken... Kijk... Goed, je hebt gelijk. Vrouwen kiezen vaak voor macht en geld. En dàt is nu precies dé reden waarom alle mannen feministisch moeten gaan denken. Pas als de vrouwen sociaal de gelijke zijn van de mannen kunnen ze de man kiezen die het werkelijk waard is. Snap je?' Ik snap je het. Hoewel mevrouw Hite feministe en steenrijk is, laat ze mij de rekening in het restaurant betalen. Buiten geeft ze me op een haar na een arm. In de foyer van Hotel Ambassade (Heerengracht - 250 gulden) vraagt ze aan de receptionist of iemand heeft gebeld. 'Nee.' Duidelijke teleurstelling. Blik naar het middelpunt van de aarde. Haar man heeft niks van zich laten horen. Ze geeft twee kussen. Aarzelt (met twee is het gezelliger). (Ze was misschien te putten.) 'Goedenavond en tot ziens.' Mijn vrouw wacht een hotel verder (Tulip Inn, Spuistraat - beveiligde garage - 235 gulden). 'Stuur me een exemplaar van het blad', zegt ze. Die laatste zin ken ik. Het is zeggen: 'Klootzak, je bent te laf om mij te verleiden.'
Cap d'Agde, Eva zonder zonde
Voor het spektakel dat wordt geboden, is het geen geld. 240
frank inkom voor 2 personen plus 24 uur een plaats voor de wagen op een bewaakte
parking. Nee Cap d'Adge, het beroemdste terrein voor naturisten van Europa, is
niet duur. Nog op de parking zelf, kwam de wortelrosse (rouge comme un carot)
familie Van De Laer uit de buurt van Brugge poedelnaakt voorbijstappen. Ze waren
onderweg van het luxe naaktstrand naar hun luxe vakantiehuis, een appartement
van 2400 frank per dag (6personen) in het centrum van het naaktdorp. Het was
vijf voor zes en ze gingen apéritieven. Ook in Cap d'Agde is 18 uur l'heure
du pastis. Vader, moeder, dochter, een nichtje, twee ooms en twee tantes.
Vooral het nichtje (18, twee rijen hagelwitte tanden, lenteborstjes en altijd
lachend) was een roze engeltje, de moeite van dee reis waard. Schoon volk. Zoals
zoveel mensen in Cap d'Agde, want het is een chique stad. Vooral bij de jonge
Venitiaans blonde moeder en bij het rose nichtje brandde de vuurtoren zeer hevig
in de branding. Een rosse kroeskop was trouwens het wapenschild van de hele
familie Van de Laer. Zoweel bij de mannen als bij de vrouwen. Bij de vrouwen
ging het om een zelfde rode driehoek als deze die doorgaans door organisatoren
van wielerwedstrijden wordt gebruikt voor het aanduiden van de laatste
kilometer. Bij de mannen leek het leesbare geslachtsdeel op de oude, koperen
pannen- en pottenspons op de droogstok naast de afwasbak. Rosse mensen hebben
iets prikkelends, en tegeelijk iets angstaanjagends zoals een brandende kaars in
een leeg huis of een kip met een afgebeten kop. De dames doregen het
wapenschild, zoals dat past in Cap d'Agde, open en bloot onder de buidel. In de
buidel, wisselgeld, een kammetje, zonnecrème, sigaretten en een condoom. Ze
herkenden mij, groetten beleefd en daar stond ik - ze lachtten mij min of meer
uit - met mijn bruine bekende Vlaming. Ik was niet de schoonste haan. Men zag
mij van einde en verre komen, omdat de huid rond mijn haan nog nauwelijks had
gezien. Ik had hem net onthuld. De eerste twintig minuten van mijn bezoek aan
dit Franse naaktdorp, volgens kenners het bekendste en meest luxueuse van de
hele wereld, waren mijn 20-jarige gezelschapsdame en ik wellicht de enige
personen in het dorp met kleren aan. Wij kenden de regels niet. En zoals het
ervaren ruimtereizigers past, verkenden we eerst - wantrouwig en tegelijkertijd
het jonge hart gevuld met blijde verbazing - het strand, de camping, de hotels,
de appartementsgebouwen, de boetiekjes, bakkerijen, slagerijen, restaurants, de
jachthaven, tennisbanen, de discotheken, de openbare toiletten en
administratieve buildings op blote voeten, maar in jeans en t-shirt. Nooit
eerder had ik, ondanks mijn zondige levenswandel, zoveel vlees en dierlijk vet
zonder pels voorbij mijn leven zien stappen. Wat mocht, moest en wat kon? 'Alles
kan en niets moet', zei een jonge lerares Nederlands uit Sint-Truiden. Ze droeg
een ruig hemd dat tot net boven haar schaamhaar kwam. 'Vanwege de frisse
mistralwind', zei ze. God beval mij mijn talenten te gebruiken en zonder
rekening te houden met hinderlagen, waakhonden of listen, keek ik dààr waar
iedere man wil kijken. Zonder eerst te kijken, kan ik niet schrijven en dat is
mijn talent. Ik zag een muis met een greetige mond zonder wachter noch hond,
zonder haan die zich wou ontfermen, zonder gène om de intro te beschermen. Ze
bestelde een biertje, ging voor de flipperkast staan, stak de hoge bips
achteruit en scoorde vele punten. Méér informatie was in eerste instantie
moeilijk te krijgen. De vrouwen achter de kassa's van de naaktstad waren beslist
niet vriendelijk. Integendeel. Maar overal zag ik dezelfde paradijselijke
taferelen en die spraken, ook voor een dove, min of meer voor zichzelf. Dus na
twintig minuten wennen, kijken en naar adem happen, sloot ik mij aan bij de
rest. Het is als je snor afscheren. De eerste tien minuten denk je dat iedereen
naar je kijkt. Daarna verdwijnt het hinderlijke, ik-ben-naakt-gevoel, en
mis je die snor niet meer. Zoals wijlen Kapitein Zeldenthuis raast een
journalist met mijn drang naar vrolijk avontuur, iedere dag voort op zoek naar
nieuwe dingen. Doorgaan, doorgààn! Terugkeren kan niet, of is zeer moeilijk en
is bijna altijd tijdverlies. Twee keer iets bekijken, is één keer teveel.
Dezelfde energie en tijd kan wordeng ebruikt voor iets nieuws. Maar tijdens mijn
zomerse verkenningstocht langs de heetste stranden van Zuid-Frankrijk ben ik 300
kilometer teruggereden voor één extra dag aan het strand van Cap d'Agde. Bijna
meteen na mijn aankomst in de stad, zag ik een groepje naakt vrouwen
voorbijfietsen. Waarschijnlijk leden van de socialistsche Vereniging
Vooruitziende Vrouwen van de kaap, want ze waren druk in gesprek en stoorden
zich niet aan de rode lichten. Ik kon de dames situeren tussen de dertig en de
zestig jaar en ze keken ongegeneerd, ongenadig én zo te zien weinig
geïnteresseerd naar mijn bleke Vlaming, nochtans getuigend van de oerkracht van
een oud Vlaams boerenras. Even verder kwam een dame aangewandeld met om het
ranke lijf een lange zijden doek die enkel aan de hals was dichtgeknoopt. Een
vleugje mistral onder de stof en het zijde wapperde achter haar schouders zoals
het borstrokje van Batman. Haar hele firmament straalde op straat, en haar
volle, fors borsten zijn voor eeuwig op mijn netvlies gebrand en omdat ik van
dit ongewone tafereel blijkbaar opvallend stond te genieten, lachtte de dame me
uit, terwijl ze trots en ongenaakbaar verder stapte. Aan de kassa bij de ingang
van het dorp, kun je het nog niet zien of voelen, maar één keer de hefboom
valt, én de slip, valt ook het laatste taboe. Valt ook alle overbodige hulp dat
van een kind een idiote volwassene maakt met een boven- een onderbroek aan.
Vallen ook de tweeduizend jaar ingehamerde frustraties over in andermans broek
kijken. 'De eerste keer dat ik met mijn blote kut in het postkantoor stond,
beefden mijn knieën en voelden de blikken van de postbeambte achter het loket
aan als zwervende vingers door mijn schaamhaar. De hele tijd hoorde ik de stem
van mijn vader die zei dat ik mijn knieën onder mijn rok moest houden', zegt
José, de lerares uit Sint-Truiden. 'Eén vakantie in Cap d'Agde haalt méér
frustraties uit een doorsnee Vlaamse vrouw dan tien jaar psychiatrie.' 'De
kleren maken de man. Maar niet hier', Zegt Maggi een 25-jarige brunette uit
Deurle bij Deinze aan de Leie. 'Het kan vreemd in de oren klinken, maar zie je
de intieme delen van iemand dan ga je die persoon ook met andere ogen bekijken.
Rang of stand, valt van iemands naakte lijf niet af te lezen. Maar zie je alles,
dan is het wél makkelijker om het karakter van een mens in te schatten. Een
grote kerel met een imposante kop en een strenge blik, straalt minder autoritait
af als blijkt dat die persoon boven een donkerbruin of roofblauw zakje een
kreukeltje heeft. Dagelijks zie ik hier tussen de tienduizend en de
veertigduizend naakte mensen en het blijft mij boeien. In Cap d'Agde raakt de
ene mens niet uitgekeken op de andere mens. De middelmoot kijk ik doorgaans in
recht in de ogen, maar de hele mooie exemplaren bekijk ik twee keer. En goed.
Van boven én van onder. En ook naar de hele lelijke kijk ik twee keer. Ook dié
zijn boeiend. De politieagenten van Cap d'Agde, de stad heeft een eigen
politiemacht, kijken trouwens ook buiten hun boekje. Wandel ik voorbij een
koppel agenten, dan hebben ze hun ogen niet in hun zakken.' Vicky Daenens uit
Willebroek (23) ontmoette ik spiernaakt aan een tafeltje van een café in Cap
d'Agde. Ze aanvaardde graag een frisse Vlaamse pint en ze trotseerde, althans
uiterlijk, zonder schroom mijn nieuwsgierige blikken naar haar - wat mij betreft
- mooiste kostuum. Vicky gunde mij verder ook een blik onder haar naakte,
gebronsde huid. 'Op het moment dat ik voor de eerste keer naakt een supermarkt
binnenstapte, gooide ik een belangrijk en vooral hinderlijk deel van mijn
opvoeding overboord', aldus Vicky. 'Doe je hetzelfde buiten Cap d'Agde, ik
bedoel zonder kleren boodschappen doen, dan word je meteen gearresteerd,
gemollesteerd, voor de rechter gesleept, voor het leven gebrandmerkt,
uitgescholden voor nymfomane of hoer, volgespoten met tranquilizers en
opgesloten. Hier mag dat uiteraard allemaal. Fietsen, met open benen op een bank
in het park zitten, naar de coifeur gaan, de krant halen, even bij de buren
binnenwippen, mét of zondere kleren, het maakt niks uit. En tot mijn verbazing,
ik ben niet zo'n naaktloopster, went het zeer snel. Na één dag kun je je
eigenlijk nog moeilijk voorstellen dat het niet mag. Het is zo natuurlijk. Zo
vanzelfsprekend. Na twee dagen ga je kleren zien als een soort pij, als iets dat
de missiepatertjes en nonnetjes over je schouders hebben gedrapeerd. Leven in
Cap d'Agde is geen vakantie, maar een ruimtereis naar een andere wereld. Een
wereld zonder gereformeerden, katholieken of zomaar burgelijke idioten die zelfs
een koe een broek zouden aantrekken.' Cap d'Agde, tussen Perpignan en
Montpellier, is de heetste kaap van de Cote d'Azur. Heter dan Antibes, ST.
Tropez of Juan-les-Pins. 'Maar Cap d'Agde heeft niets met sex te maken', zegt
Vicky. 'Wil ik een kerel, dan kan ik beter naar een gewoon strand gaan. Hier
komen vooral koppeltjes, gezinnen en oudere mensen, meestal pure naturisten en
geen nudisten. Noem een naturist nooit nudist. Nudisten zijn mensen die stiekum
naakt op stranden gaan liggen waar het niet mag. Naturisten daareentegen zijn
mensen die uitsluitend dààr hun kleren afleggen waar ze niemand kunnen
hinderen. Naturisten hebben een duidelijk afgelijnde filosofie en zoeken elkaar
op. Wij naturisten eten fijner, gedragen ons fijner, opener en verdraagzamer dan
de doorsnee burger.' Opmerkelijk detail: drinkt Serge, de vriend van Vicky,
teveel wijn, dan krijgt zijn neus een rode kleur en zijn klein kalkoentje ook.
Bij Vicky kwamen na enkele pintjes de puntjes van de tepels sterk naar voren. Op
de benedenverdieping zag ik bij de jonge vrouw geen verschil. 'In Frankrijk kan
en mag iedereen buiten de dorpskom naakt zonnebaden', zegt ze. Ze heeft
ondertussen haar bierlimiet overschreden en de tepelpunten zitten nu ongeveer
één centimeter buiten hun kassen. 'De Fransen zijn van nature uit naturisten
en voor hen maakt een blote kont niet zoveel uit. Alleen in Monaco mag het niet.
Mijn broer, die naakt op het strand van Monaco lag, werd meeteen gearresteerd.'
Op de vraag of Cap d'Agde een paradijs is voor exhibitionisten, voyeurs of
pedofielen, volgde een eerlijk antwoord. 'Vooral in de weekends zakken de
voyeurs af naar Cap d'Agde. Meestal helemaal alleen. Ze liggen dan op een
handdoekje en geven hun ogen de kost. Mij deert het niet. En misschien komen in
de weekends ook pedofielen naar naakte kinderen kijken. Maar tot nu toe is er
nog nooit iets ergs gebeurd. Cap d'Agde is een stad zonder misdaad. Laat het
alstublieft zo blijven. En wat de exhibitionisten betreft, die kunnen hier niks
komen doen. Stel dat zo'n druktemaker hier de hele tijd met zijn jas zou staan
flapperen, het zou alleen maar hinderlijk zijn vanwege de luchtverplaatsing.' Ze
hadden mij verwittigd, de Vlamingen van Cap d'Agde. Na een paar dagen naaktlopen
is kleren dragen een waarachtige marteling. Slippen spannen, jeans ook, hemden
wegen tien kilo en schuren over de schouders als een tapijt uit de tenten van
Afghanistan. En boven alles mis je met kleren aan het fluiten van de zeewind
langs de warme delen. Nee niets, werkelijk niets, is te vergelijken met fietsen
door de straten van Cap d'Agde. En sta mij toe nooit de nacht te vergeten in de
discotheek van Cap d'Agde. De meeste dames droegen een diep décolté, naakt zou
ook mogen, of een gehaakt topje of een doorschijnende body. Na de eerste slow
reageerde ik zoals de meeste mannen: opgelucht. Opgelucht, omdat ik een jeans en
een t-shirt had aangetrokken.
'Hungry Henrietta'
"Schoonheid komt van binnen. Dat mag ongeloofwaardig klinken, maar het is waar." (Marlène Dietrich)
"Schoonheid is absoluut puur uiterlijk en lichamelijk en heeft niets met het innerlijke te maken; de moer van de duivel woont in het mooiste huis." (Padre Ricardo Valente)
Wie niet echt het atletische type is, kan haar niet bereiken. Misschien kent u haar niet, Hungry Henrietta. Zelf heb ik haar nu pas ondekt, een nieuw soort vrouw: het vlezige type. Hungry Henrietta's zijn rechthoekige vrouwen, vrouwen uit één stuk, vrouwen met een sterk gespierd lijf en een al even gespierde behoefte: verstand op nul en lichaam in lichtende laaie. "Die man wil ik! Nu! Meteen! En daarna nog een keer!" Het zijn zevenkampvrouwen. Dames met een nood aan spurten, hardlopen, marathon, hoogspringen, rugrollen en achterste voren. Geen pizza-dames. Nee: steak-wijven. Vrouwen, tot in het verste hoekje doortimmerd met proteïnen en aangestampt, gevuld met koolhydraten. Hungry Henrietta's: vrouwen wiens gedachten gevoelens zijn.
Marlène Dietrich had hete oogleden, van haar werd gezegd dat ze lesbisch was. Haar visie schoonheid - schoonheid komt van binnenuit - kan dus afwijkend van de gangbare norm zijn geweest. Vorige zomer heb ik namelijk een type van vrouwen ontmoet, dat door en door anders denkt over schoonheid: "Schoonheid is uiterlijk, een goed gebouwd lijf, borsthaar, dikke armen, een groot, sterk mannelijk orgaan, blinkende ogen, geode manieren." Het waren vrouwen uit het sportieve milieu, fysische vrouwen, in feite wijven of beter: manninnen die schimpen over innerlijke schoonheid en poëzie. Het zijn vrouwspersonen die een lijf willen, een mooi lijf, een lijf dat hen in verrukking brengt. Hén alleen. Het zijn het zijn tegenpool-manmensen die tijdens het klaarkomen roepen: "Liefste van mij alleen! Liefste van mij alleen!" Ze zuchten niet. Ze hijgen niet. Gillen niet. Ze schreeuwen. Ze gaan te keer alsof ze gespiest worden. En dat is ook een beetje zo: ze kiezen hun mannen zorgvuldig, kerels met speren. En altijd komt die zelfde kreet: "Liefste van mij alleen." Hard en dierlijk. Twee étages hoger en twee lager nog te horen. Heel wat 'steak-wijven' moeten hun man beslapen in een motel. Vanwege klachten van de buren. Ze produceren vrouwelijke hormonen als een koe melk, ze hebben overvloedig hun regels en dragen uiers als een geit. Ze dansen graag. Met luidruchtige gebaren. Een dol gehos. Een boerendans, die ze zelf graag "swingen" noemen. Gaarne laten ze zich rond de dansvloer gooien, als waren zij fijne, frêle meisjes. Toch geven ze tijdens het dansen de impressie van een vrachtwagen op een racecircuit. Ook charmant, maar geen Olypmische sport. Exorbitant onzeker in hun bewegingen, stoten ze glazen om, morsen ze koffie, kledderen room als ze het kleine plastic houdertje openen. Ze hebben last van maagpijn en voelen zich onbegrepen, vallen moeilijk in slaap. De hele tijd zijn ze wakker. Zeker wat hun doel betreft: ze flirten niet. Een flirt is een ongedekte cheque. Kennen ze niet. Wat ze uitschrijven kan worden verzilverd. Is er belangstelling, dan is voorspel overbodig. In de kelder, in de keuken, op de meelzakken in de bakkerij, naast de weg in het zand, onder de ogen van God. Geen theorie. Praktijk. Flirten betekent: Nu. Meteen. Morgen misschien niet meer. Ze leven voor één man: die van het moment. Het zijn vrouwen die bedrogen moeten worden. In hun ongeluk, in pijn, is hun gevoel één met wat hun lichaam hen aandoet. Liefde is elke dag branden in de hel. Tot elke zweetklier wagenwijd openstaat. Klik. Klik. Klik. Klak. Pang! Na elk schot wordt meteen weer opgeladen. Het zijn vrouwen die een man in het gezicht spuwen. Spuw naar mij, spuit naar mij. Ik ken een man van een steak-vrouw die angst heeft om naar huis te gaan: "Omdat ik de hele tijd, dag in dag uit, de haan moet overhalen, tot ze half bewusteloos huilt en weent omdat ze denkt dat ik een andere vrouw liefheb." Ze heeft gelijk. Hij liegt. Hij kan het. Twee vrouwen hebben. Hij heeft ook nog een andere vrouw. Het moet. Door één zo'n vrouw wordt een man gesloopt. Het enige harnas is een een tweede aan genot en pijn verslaafd liefdesmonster. Hungrie Henrietta's weten het van elkaar en van hun mannen: ze zijn ontrouw. En ze weten dat het moet. Van zichzelf en van hun man. Ze kunnen de gedachte niet verdragen en worden er moordlustig van, maar ze zien in dat hun man twee vrouwen nodig heeft. Een Henrietta-man met maar één vrouw valt stil, wordt in slaap gewiegd, krijgt in veel gevallen een afkeer van zijn ene vrouw. Een Henrietta-man met twee vrouwen is een held, is driest, penetreert - met de eikel nog rood van de ene vrouw - de andere. Hij wint. Hij heerst. Hij leidt, vrijt, liegt en bedriegt. Hij is hormoon tot in zijn nerven. Zijn testosteronproduktie haalt een oorlogspeil. Onweerlegbare erecties zijn mogelijk. Zijn verlangen om te vrijen met ontelbare vrouwen, sluit aan bij zijn mogelijkheid om te vrijen met ontelbare vrouwen, sluit aan bij de nood van de realiteit. Hij gaat blinken, domineert mannen die maar één vrouw hebben. Vertrapt mannen die masturberen. Een man met meerdere vrouwen is een meester. Mannen die hun hele omgeving beheersen, beïnvloeden of domineren, hebben doorgaans drie, vier, zelfs tien, twintig vrouwen. Het is een oud gegeven: hoe meer vrouwen, des te meer hormonenproduktie, hoe meer overwicht op de stam.
Toeval kan men niet dwingen. Zakenmensen kopen vrouwen. In sauna's, bordelen, in botanische tuinen laten ze zich de nagels knippen, de rug masseren, het lid strelen en een nacht aanmeten door vijf, tien betaalde meisjes. Twee uur later zitten die wijven aan een ander. Het geeft de zakenman niet de echte hormonenproduktie. De geest, die de goedkeuring moet tekenen om de produktie opte starten, weet dat het fake is. Nee, het verlangen moet persoonlijk zijn. Elk Henrietaa-wijf, al zijn het er dertig, moet jaloers zijn. Let wel: we praten niet over te nadrukkelijk geschminkte schoolmeisjes van veertien, vijftien, maar over wijven, vlezige, bewust voor hun lijf levende wijven van achttien tot vijf-, zes-, zevenendertig en over wijven van veertig, vijftig, zestig: kwestie van neuken met een moederwijf. Bamsen op de moeder bemant de plant van de eeuwige knaap.
De taal tussen Henrietta's en Henry's is de hormonentaal. De taal tussen oestrogeen (vrouwelijk) en testosteron (mannelijk) is sterker dan woorden. Volle borsten, ronde ronden, vals blond en penisnijd, praat met zware baardgroei, dik haar op de armen, hoog krullend borsthaar en boeren tijdens de maaltijd. En dan is er de lul. Testosteron zegt: een enorme lul, penis, brandslang, langsteelchampion, knaap. Een Henrietta-steak-wijven-man heeft een eikel als een Duitse helm.
Testosteron-rijke babies hebben een dikke haarbos, brede wenkbrauwen, teelballetjes groot als paaseitjes. Moeders zijn stapelgek op zulke baby's. Uitgesproken hormonen spreken hun eigen taal. Anderzijds dient opgemerkt dat dergelijke baby's gelukkig meer uitzondering dan regel zijn. Later bieden zij zich aan als vechtersbaasjes, buurvrouwen- en nichtjestoekers, én indien goed opgevangen, ook als sportlui: competitie, winnen, terreinwinst, vernederen, uitschakelen, symbolisch doden van de hond naast de deur, het zit in de kloten. Sportief leven bevordert extra aanmaak van testosteron. Gezond leven, hoge dosissen vitamines, inspanningen, pushen de geest tot een memo aan het lichaam voor een meer-produktie van het mannelijk hormoon. En nu, gelukkig of niet, zijn deze hormonen ook te koop. Synthetische produkten waardoor de teelballen zwellen als pruimen in een regenzomer. Tot ze barsten. Ja. Maar ook biologische produkten. In de Prinsessenlaan in Oostende, in een reformzaak die Biodynamic heet, wordt Undestor GB-plus verkocht. Veel sportlui slikken het. God en wetenschap zeggen dat een mens geen lichaamsvreemde hormonen mag gebruiken. God geeft iedere mens de hoeveelheid die hij nodig heeft om te zijn wie hij is. Worden vreemde hormonen toegevoegd, dan stopt de eigen produktie. Maar in dit geval beweren dokters dat het nog net kan. Tot ze, en het zou de eerste keer niet zijn, over enkele jaren die mening gaan herroepen. De dag dat ze zien dat het behandelde lichaam hoorns krijgt, want voor zover beknd wordt Undestor gemaakt van stierenkloten. Het effect van Undestor is niet gering: versteviging van het borsthaar, schaamhaar, snor en mannelijkheid. Eventueel bijkomende angsten, vooral voor matadors. Maar testosteron betekent lengte. Beoefenaars van krachtsporten tillen doorgaans een enorme slurf. In vele gevallen heeft dat rechtstreeks met Undestor te maken. Of met de liefde van Hungry Henrietta's. Zo rond hun vijfenveertigste krijgen die prachtige wijfdiern het bezoek van wat ze hun hele jonge leven hebben gevreesd: van ziektes (teveel vlees), depressies (teveel onzekerheid), van vet, zweet en onaantrekkelijkheid, én van mannen die niet langer meer verbergen dat ze het ook doen met andere Henrietta-wijven. Vastgewoven in hun eigen hormonenweb zijn ze evenwel nog altijd even belust. Gevolg: ze nemen twee mannen. Een oude en een jonge. De oude verdient de kost en kweekt groente, de jonge wint de prijzen in bed. Zo wordt onoverzienlijke doorzichtigheid van het leven, draaglijk. Het noodlot is: een jongeman met een dichtersziel, geboren met de lul van een sportman in de muil van een henrietta. Hij gaat drinken. Het steak-wijf ook. Zij heeft twintig, dertig mannen. En na elke man, wordt hij één schoenmaat kleiner. En zij ook. Het vreemde is: omgekeerd, werkt het anders.
Alle vrouwen die ik nog niet heb gehad zijn anders (Hofmann)
Een playboy is iemand die van het spel houdt, van de vrouw, de drank, het genot, het hedonisme, van zintuigen (Heemskerk)
'Geachte Oom,
Deze brief zal uw verwondering opwekken en ik wens dan ook voor iedereen behalve voor uzelf onbekend te blijven om redenen die u, na het lezen van deze brief, wel zal begrijpen. Alstublieft oom, veracht mij niet, bedenk echter dat elke persoon gevoelens heeft waar hijzelf niet vrij over beslist. Dit is geen grap, maar werkelijkheid en iets dat werkelijk een obsessie voor mij is geworden. Ik probeer mij te beheersen, maar telkens ik een persoon zie van het andere geslacht, wil ik iemand zijn die iets betekent voor die persoon. Ik verlang er naar om door elke man in deze wereld bemind te worden en ik ben er innerlijk dan ook van overtuigd dat elke man van deze wereld mij zou kunnen beminnen. Ik voel mij werkelijk vreselijk aangetrokken tot personen van het andere geslacht. Zonder liefde van en voor het andere geslacht zou ik waarlijk geen reden zien om verder te leven. Misschien is het alleen maar zoeken naar genegenheid, ik weet het echt niet. Ondertussen staat evenwel vast dat ik nooit een goede moeder en echtgenote kan zijn zo lang mijn obsessie voor personen van het mannelijk geslacht niet afneemt. Een groot deel van mijn talrijke liefjes noemen wij denkelijk terecht een nymfomane. Dit is niet melodramatisch, maar echt.
Ik dank u omdat u deze brief hebt willen lezen, maar alstublieft, geachte oom, kunt u mij niet helpen, scheur dan deze brief en vergeet alles wat ik heb geschreven.
Was getekend: Sylvana Heylen (25).
Het is een noodkreet uit de mond van mijn nicht Sylvana, een illustratie van een min of meer dramatische toestand uit een gemiddeld vrouwenbestaan. Een situatie die evenwel zeer frequent voorkomt en in meer bevolkte gebieden, mijn nicht woont in Zenegem Westvlaanderen, absoluut niet leidt tot discriminatie. Integendeel. In grote Vlaamse steden si de bij wijlen oncontroleerbare passie tot het beminnen, bezitten, van het andere geslacht (M/V) binnen onze samenleving herkenbaar en bespreekbaar zonder het verwijt uit te lokken dat men nymfomaan of seksistisch is. De vrouwelijke passie voor meerdere mannen is niet langer taboe. Zeker niet nadat omstreden feministes zoals ondermeer Yvonne Kroonenberg er voor uit komen dat een man lekker is en dat ze meer dan honderd kerels hebben gehad. Het vrouwelijk begeren in kaart brengen is niet langer delicaat. Stilaan is het een sociaal aanvaard feit dat jonge vrouwen de onstuitbare drift voelen naar lichamelijk contact met vaders, broers, neven, buurlui, priesters, hoogwaardigheidsbekleders, knappe binken, brievenbestellers, vuilnismannen, wielrenners en voetballers, net zoals jonge mannen de aandrang voelen om binnen te dringen in moeders, zussen, stiefmoeders, lesbische twijfelaarsters, oma's, tantes, nichten, vriendinnen, kennissen, buurvrouwen en hulpverleensters. Gevolg: een over aanbod aan welwillende vrouwen, devaluatie van de begrippen borst, kut en kont en net zoals in een verenigd Europa douaniers overbodig zijn geworden, lijken nu ook de playboys met overbodigheid bedreigd. Want welke playboy die zichzelf respecteert, wil een dame die zichzelf zomaar aanbiedt? Eéék! Nee. het onderwerp, de prooi, moet zich niet alleen aanbieden, maar moet totààl uit de bol. Ze moet niet écht knap zijn, indien mogelijk wél natuurlijk, maar ze moet verdorie zéker begeestered zijn door wat de playboy aan te bieden heeft, namelijk the man of the century. Mien met de krulspeld moet zijn naam prevelen, of de troetelnaam van zijn pinga, tijdens het tandenpoetsen, het eenzame stofzuigen, het middagwinkelen en wanneer ze niet moe is en toch wil gaan slapen. De Nederlandse Mienen en de Vlaamse Liesbetjes laten de dagen na een contact met de playboy de melk overkoken, de aardappelen aanbranden, dromen van wandelen en van het vallen in diepe putten en zeggen bij wakker- en bewustzijn dat alle andere mannen onuitstaanbare zoutpalen zijn die het meest menselijke van de wereld, tussendoor een vrouw versieren, uit hun herinnering hebben gebannen.
'Jaja, ondanks het over-aanbod bestaan ze nog, de onvervalste playboy's', beweert mijn broer en socioloog drs. Herman Heylen. Onze Herman is vrijgezel en, na een ongelukkige operatie fervent homofiel, hoewel hij dat angstvallig verborgen pleegt te houden. Normaal interpelleer ik hem niet over sekskwesties, maar in dit geval leek een afstandelijk wetenschapper me ideaal, want zoals algemeen bekend zijn heel wat Vlaamse hoogleraren, playboy's pur sang en wat deze materie betreft dus bevooroordeld. En ja, vooroordelen tegenover playboy's spoken door ieders hoofd, niet alleen door het gedachtengoed van huismannen met in het hoofd een negatieve inkleuring van hun meer actieve seksgenoten, maar ook in de gedachtenwereld van personen die om vakmatische redenen met het fenomeen playboy geconfronteerd worden. Vandaar dat de analyse van mijn broer Herman zo waardevol is. Hij zegt: 'Het staat zo goed als vast dat de Italiaanse versie van de playboy, en in feite is dat de meest verspredie, naar het flamboyante neigt, een houding die vrouwen bang, verdrietig en verward achterlaat. De Italianen zet zijn fel ding waar het moet zitten, briest en gromt ook al tijdens het voorspel, raakt tijdens de werkelijke feiten snel helemaal over zijn toeren, is daardoor enigszins brutaal, komt dus te vroegtijdig klaar en en bekommert zich na de zaadlozing beslist niet meer om zijn speelmaatje. Nee, in tegenstelling tot wat allgemeen wordt beweerd, zijn de Italianen zeker niet de meest vermaarde playboy's. Zonder enige twijfel komt die eer toe aan de in onze contreien veel minder gereputeerde Brazilianen. Blanke Brazilianen blijken, althans volgens talloze getuigenissen, vonken in hun lichaam te hebben die bij de partners de 'ho maar' reactie oproept en de 'oh onze lieve heer' reflex en die, verschillend van vrouw tot vrouw, orgames teweegbrengen die gaan van 'om gek van te worden'tot 'ik ga nooit meer naar huis'. Blanke Brazilianen hebben ook het voordeel dat ze voor een deel zwart zijn, bijna zwart en in elk geval toch donkerbruin, wat - en vergis u daar niet in - in heel wat vrouwenbloed garant staat voor extra opwinding. Waarom zijn de volbloed zwarten, de real negro's, dan niet de aller-indrukwekkenste vrouwentoekers Herman? 'Om dezelfde reden waarom veel moderne jonge Nederlanders en Vlamingen niet meer zo gek zijn op vrouwen: over-aanbod. De vooreeorelen tegenover de zwarte medemens zijn indrukwekkend terreux: ze zijn vulgair, ze hebben pinga's die hard, dik en gevoelloos zijn als kunstpenissen en ze zijn altijd uit op seks.
Rita Hannah, de Oostendse sociologe die bekendheid verwierf met haar boek 'Multi Man' zegt: 'De playboy die ik voor ogen houd, is een hardhitting, hard werkende succesvolle type, een typische persoonlijkheid van de lage landen, een Brusselaar, Amsterderdammer, Fries, Limburger, kustjongen, een magere, noorderling, een goede vriend met een seksuele afkeer voor mannen, geobsedeerd door vrouwelijke vormen, geuren en vrouweklets.' Voegen we daar de mening van de Gentse auteur-playboy Hugo Seyns aan toe, dan komen wij inwoners van Groot-Nederland, inderdaad dicht in de buurt van het ideaal. Seyns zegt: 'Het fenomeen Playboy is niet Italiaans, Braziliaans of Frans, Maar Hollands of Vlaams. Vraag dàt maar eens even aan de Duitse, Zweedse, Finse, Britse en tegenwoordig ook Poolse meiden die 's zomers naar onze kusten komen. Wij jongens van de Lage Landen hebben een reputatie als een Frans parfum. Voor mij is een playboy een trotse man, niet te snel en niet te overdreven intiem, iemand die evenwel nooit aarzelt en die dus ook niet zonder risico op personeels- en familiefeesten verschijnt; iemand die nooit zou trouwen en dat ook luidop verkondigd, een man die denkt vanuit zijn vruchtwater, een fiere kerel wiens lijf wordt bestuurd door dezelfde kracht die de seizoenen voortstuwt, die een onvolwassen vorm van beminnen kan omturnen tot een volwaardige vorm van seksualiteit.' De Amerikaanse seksuoloog Edwin Morse stelt daar tegenover dat een jonge mensenlichaam tot tienduizend orgasmes moet ondergaan vooraleer de geest sterk genoeg is voor een sacraal leven met één partner. Morse: 'In het huwelijk stappen als overlevingsstrategie in de strijd voor het behoud van oude tradities is dus geen goede poging. Wij wezens van het menselijke ras moeten dus allemaal de normale weg volgen, deze die we met een condoom enigszins beveiligen en die ons leidt langs vele opeenvolgende relaties in een knagende combinatie met jagen, blauwtjes oplopen, met het eeuwige gevoel dat er iets ontbreekt, namelijk de volgende trillende, van begeerte en wellust gillende partner, voor wie wij op dàt moment dé man of vrouw zijn waarop alle seksueel verlangen zich richt.'
De vraag 'Wie denkt u, de Nederlander, de Vlaming, de Italiaan, de Braziliaan, is de grootste playboy?' is dus overbodig. Kijk in de spiegel in uw eigen mannenogen en antwoordt voor uzelf: 'Ik ben het!' U bent het zélf! En u! En u! En u!
Tot slot nog een laatste bedenking van socioloog Herman Heylen (redactieleden van Nederlandse praatshows hoeven niet te bellen, hij wil niet): 'Veel jonge mannen proberen door het afsnijden van de playboy-gevoelens, onder sociale druk of als gevolg van een overlevingsstrategie, zichzelf volwassen te maken. Op die manier proberen ze een goed figuur te slaan bij hun familie of omgeving. Het is fout. Het ontkennen van de onvolwassenheid, is het ontkennen van onszelf. Durft de jongeling dat overbelangrijke pakket van gevoelens niet toelaten tot de emotionele huishouding, dan leidt dat ontegensprekelijk tot een verstarring van de persoonlijkheid. Het is dus niet toevallig dat er zoveel harde, meedogeloze binken voorkomen onder zogenaamd deftige burgers. Het playboy-gevoel onderdrukken is heel ondermijnend voor het zelfvertrouwen en voor de evolutie van jongeman tot man. Sta op jongelui! Dep de wangen in he-man aftershave en haal de vele vrouwen met hun waaier aan exotische geuren vooraan in uw verbeelding; durf uw onbevredigbaar verlangen naar vrouwen onder ogen te zien! Denk vandaag twee, morgen drie, volgende week vijf! Vrijen met vrouwen, het is zo fijn, zo lekker! Neem meer vrouwen! Samen wandelen met vrouwen, hun nabijheid voelen, voorzichtig dansen met ingehouden adem, woorden fluisteren in haar open mond, strelen, beven binnenin, het weeë gevoel in de maagstreek, samen uithuilen, haar blikken aan u binden, het volgende uur weer een nieuwe minnares nemen en iedere keer, iédere keer weer het gevoel hebben dat u thuiskomt bij de vrouw die u bij de geboorte heeft afgestoten! Eindelijk genoegdoening! Vergelding voor wat dat oerkreng van een moeder heeft gedaan, die zachte onbereikbare vrouw waar u zoveel voor voelde, maar die door haar ongenaakbaarheid uw hele jeugd heeft verpest, die u niet alleen seksueel afwees, maar die uit een onbegrijpelijke jaloezie u heeft verboden om in de slip te zitten van uw kleine zusje of geile nichtje. Moeders hebben allemaal hun eigen manier om hun zoons, die ze in feite voor zich alleen willen houden, een weg op te sturen die een andere richting uitgaat dan die naar de speeltuin van de lusten. Wij hun zoons, hebben ze geleerd - en zelfs verplicht - om onze verliefdheid op de dijen van de gymjuf in te slikken, waardoor we later werden geconfronteerd met een lange rij dokters, psychiaters en tandartsen om te genezen van ons lispelen, buikkrampen en zweetvoeten. Wees, mijn dierbare medebroeder, op vijf vrouwen tegelijk verliefd en vrij met allemaal, indien mogelijk met allemaal tegelijk, vergeet uw keurige opvoeding die u door uw ongelukkige moeder werd ingelepeld en laat u niet intomen door verbitterde ouder wordende moeders die u in het diepst van hun gedachten elke keer opnieuw in en uit hun eigen lichaam persen. Vrij met zoveel mogelijk vrouwen die in uw diepste gedachten uw eigen moeder zijn! Doe het tot u tegen uw spiegeldbeeld kunt zeggen: 'Ik! Ik! Ik!' Of we nu 16, 36, 46 ok 76 jaar zijn, het playboy zijn is een plezierige en verrasende onderneming, een draaispil in onze eigen levensgeschiedenis en denk erom: iedereen heeft maar één levensgeschiedenis. Schrijf ze in uw eigen handschrift, maak ze spannend! Laat met uw handen niet los, wat uw geest heeft versierd. En als antwoord op de vraag: 'Wie, de Vlamingen of de Nederlanders, wie van de twee zijn de grootste playboy's?' is er maar één antwoord! De Nederlandse moeders zijn doorgaans de langste, de stoutmoedigste en de luidruchtigste en produceren dus lange, stoutmoedige en luidruchtige moederzoekers. Denk maar aan Ron Brandtsteder, Willem Duys, Jan Cremer en Prins Bernhard. Maar denk er ook aan dat een ideale playboy vooral ook een dienaar is die moeders en toekomstige moeders geeft wat hun eigen kinderen het - tot nu toe - niet kunnen geven. Dààrom geef ik met een klein verschil de gouden pluim aan de Vlamingen, aan Carl Huybrechts, Herman Brusselmans, Jean-Pierre Van Rossem, Hugo Schiltz, Jan Ceuleers, Hugo Claus, aan de Wilfried Martensen en de Urbanussen.'
Waarde Sylvana,
Zoals blijkt uit bovenstaande uiteenzettingen, is uw probleem geen alleenstaand geval. En is uw honger naar minnaars te herleiden tot de drang tot het behouden van uw ongeboren kinderen en tot verlangen naar het kind in de vader.
Groeten en ga zo door meid!
Je oom, Ivan.
't Schoon Muizeken...
BRTN-omroepster Sabine De Vos naakt in onze eigenste Playboy. Het gegeven is alleen te vergelijken met de lerares Nederlands in haar blootje op een schoolbank van het Sint-Godelieve Lyceum. Trekken we de vergelijing door dan zou de administrateur-generaal van BRTN, de heer Cas Goossens, de directeur zijn van het lyceum. Het is niet eens zo'n slecht uitgangspunt. In zijn eigen dorpskroniek 'Ittegem' geeft de administrateur-generaal toe dat hij lange tijd over een intredeing heeft gedacht. Een gegeven dat niet naast de kwestie is, gezien het huidige optreden van de heer Goossens die net na zijn 'inwijding' als administratuer-generaal tegen ondergetekende zei: 'De nationale zender leiden is ontegensprekelijk een culturele opdracht. Mijn taak als hoofd van de Vlaamse televisie is duidelijk. Televisie moet voor het volk de drempel naar werkelijke kunst verlagen.' Zijn de naaktfoto's van Sabine De Vos kunst met een grote K? Zondermeer! Dus wat haar directe opper-baas betreft, is er niks aan de hand, ook Sabine timmert aan de weg. Het probleem zit evenwel dieper. Niet de conservatieve Cas Goossens betekent een gevaar voor de carrière van Sabine, veeleer is de Vlaamse volksaard een eventuele struikelsteen. Jan De Werkman heeft niks tegen een blote kont in een klasseblad. De rijke top van de Vlaamse pyramide ook niet. Maar de middelmoot, de brave burger, heft een geheven vingertje dat wortels heeft diep in oud-Vlaamse tradities. In principe is het hele probleem te herleiden tot de vraag: 'Waarom toont Wendy Van Wanten nooit een tepel?' In Nederland zouden de tepels van Wendy een gadget zijn. Je zou ze kunnen kopen als gom, jasknoop, oorbel, biljartkrijt en drop. De Nederlandse Wendy Van Wanten, Tatijana, staat om de twee jaar open en bloot in onze Playboy en toont haar frisse tepels met dezelfde vanzelfsprekendheid als waren het zomersproeten. Zelfs Tatijana's schaamlippen zijn aan de doorsnee Nederlandse bekend. In België daarentegen zou een blote schaamlip van Wendy Van Wanten ongetwijfeld het einde inluiden van haar succesvolle, maar broze zangcarrière die voor een deel steunt op de sympathie van landelijke verenigingen. Zoals ze zelf zegt, zou één blote tepel wel eens net het ietsepietsie teveel kunnen zijn. Om de nuchtere Hollander duidelijk te maken waarover het precies gaat, zal ik het voorbeeld aanhalen van de onschuldige Louisa Croonenberghs, ooit een legendarische cafébazin uit het bloeiende Vlaamse polderdorp Kieldrecht. Louisa runde jarenlang de beroemde en beruchte zaak 'Chez Permeke'. Toch kennen weinig mensen de zaak van Louisa onder haar ware naam. Het etablissement kende voornamelijk landelijke bekendheid onder de bijnaam van Louisa: 't Schoon Muizeke. 's Zondags met de kinderen een warme chocolade met een stuk appeltaart degusteren bij 't Schoon Muizeke, kon nog net en stond zelfs chique. Bovendien was het praktisch: vader was content en moeder en de kinderen hadden het ook naar de zin. De mensen zeiden: 'We gaan naar 't Schoon Muizeke.' En zeiden niet: 'We gaan naar Chez Permeke.' Louisa was één van de mooiste volrijpe dames die de polder ooit tussen de dijken heeft gehad. Ze was geen echte Vlaamse, want ze kwam van over de grens, van de Nederlandse Vrouwenpolder en dat verklaart in zekere zin haar existentialistisch gedrag. 't Schoon, Muizeke was schoon om zien, kwik als een ringmus, dàt soort vrouw dat zelden voorkomt in dichtbevolkte streken. Misschien zijn ze te weinig conventioneel om goed te kunnen functioneren tussen grote mensenmassa's. In deftige versies zie je ze wel eens helemaal alleen wandelen in oude tuinen, parken, binnenplaatsen en aan de randen van dorpen en bossen. Ze wonen in grote huizen aan de rand van een wijde polder, met opzij van het huis drie, vier oude fruitbomen, voor de deur een rotstuintje en met op de muurgevels een dikke laag witte verf met onderaan een streep teer. In gedachten zijn ze zwaluwen, ze verhuizen zo nu en dan, zo om een mensenseizoen, om de zeven jaar, als de cellen zich weer vernieuwen. Het zijn vrouwen die bij echte mannen verlangens oproepen naar sex in hooimijten, in gereedschapstalletjes en rechtstaand achter hoeken en kanten. Ze slapen in een eiken bed met een matras van ganzedons, met in het midden een diepe, warme put, een echt mussenest. Het zijn goede vrouwen. Ze gunnen je als man 's avonds een borrel en een snelle wip en 's morgens spek met eieren en verse koffie. Ze kunnen drie tot vier kinderen krijgen en drie op vier worden sterke zoons die als twee druppels water op hun vader lijken. Hoewel basis melancholisch, lachen ze makkelijk. Zo ook 't Schoon Muizeke. Ook zij lachtte makkelijk en iedereen wist van haar eikehouten bed onder de Boomse dakpannen en van haar veertjesmatras met een diepe warme put in het midden. Ze gunde haar deftige clientèle een ruime blik op haar pittige lichaam, droeg stevige borstjes en rokjes met een split tot onder haar trillende bijnaam. Ze was zeer lichamelijk en heur handen streelden de beste klanten over het hoofd of de schouders. Iederéén was er rotsvast van overtuigd dat 't Schoon Muizeke haar naam niet had gestolen. Maar de man die het kon weten, haar echtgenoot Gerard, praatte er met niemand over. Jàààà, ze had een man. Althans, er waren sterke gevoelens die er op wezen dat de kerel waarmee 't Schoon Muizeken was getrouwd, een man was. Misschien was hij iets te degelijk om een echte man te zijn. Hij was een cultuurvolger, overal waar mensen wandelden, was ook hij een algemene verschijning: in gordeloptochten, in stoeten, in musea, in theaters, in parken en tuinen. Dàt soort man dat in zijn vrije tijd dure boeken leest in plaats van het dak te herstellen of op spreeuwen te schieten. De echtgenoot van 't Schoon Muizeke was een rommelige hoop mannelijke hormonen, watten, klompen en haartjes die samen de doorsnee huisman maken. Het zijn geen kogelmannen, geen kruisvaarders die langs de zijingang hun eigen huis binnensluipen om het liefdeleven een beetje spannender te maken. Nee, hij was een doorbrave degelijke man, het type dat braaf drie tot vier keer in een week copuleert en zich daarna excuseert omdat er een scheet is gevallen. Niemand heeft hem ooit in zijn grijsbruine haar zien krabben in ogenblikken dat zijn Schoon Muizeke pretentieloos aan de rand van de verboden wereld flirtte met de bergen van haar clientèle. In doorsnede valt het wijfje van zo'n man vroeg of laat, bij gebrek aan gezonde of ongezonde jaloezie, voor de versterkte passie van een gelegenheidsminnaar. Na het incident verhuist de familie en blijft ze voor de rest van het leven in een labiel evenwicht tussen oorlog en vrede. Zo ook is het gegaan met 't Schoon Muizeke. Zekere dag is ze bezweken voor de uitgestrekte attenties van een Grauwe Gors. In de late uurtjes van een doordeweekse donderdag - er werden flessen chamapagne geschonken en ze deed goeie zaken - kwamen haar geheime dromen op het radarscherm en in plaats van met een vluchtig uur van liefde, reageerde zij haar passie af door eerst nauwelijks bedekt en later vrijwel geheel naakt - ze droeg een das van een van de klanten - van noord naar zuid en van west naar oost op de eikenhouten tafels van haar café te dansen tot het moment dat zij struikelde over een kleine oneffenheid van het kaarttafeltjes, waarna zij tussen de hoogopstaande sanseveria's viel. Het overige deel van het verhaal is vrijwel in zijn geheel te begrijpen zonder verdere tekening. Het optreden van ' t Schoon Muizeke werd eerst gesmaakt en gevierd en daarna fel besproken. Dat een deel van de mannelijke polderbevolking uiteindelijk de muis hadden gezien waar ze jarenlang om heen hadden gedraaid, bracht onverwachte reacties aan de oppervlakte. De een vergeleek haar vrouwelijkheid met een mussenest, een ander met een dwergkonijn. Maar niemand noemde haar later nog met dezelfde spontaniteit en onschuld 't Schoon Muizeke. Het is niet met zekerheid bekend waar 't Schoon Muizeke nu woont, maar het is daarna verhuisd. En overal waar Vlaamse mensen in kleine dorpen leven, is de mentaliteit zo ongeveer gelijk. Het betekent dat één tepel van Wendy Van Wanten, al is die nu bleekblauwgroen, roodbruin, of donker met paarsbruine vlekjes, haar zangcarrière zou kunnen ruïneren. Ook Sabine De Vos moet uitkijken. Een hostesje van het grote BRTN-lyceum die in het lijfblad van een concurrerende commune laat zien hoe goed ze is in de aanloop naar copulatie, al of niet met de bedoeling een kind te verwekken, heet doodzonde en mag zich vroeg of laat verwachten aan een aangepaste straf. De fundamentalisten van de Vlaamse burgerij vergeten en vergeven niet.
"Gelukkig degene die de geheime oorzaken der dingen heeft kunnen doorgronden" Virgilius
Wat nu volgt is een van de markantste getuigenissen over het werkelijke vrouwzijn. Chantal W. uit A : "Sinds vele jaren sleep ik morele wonden mee. Schaamte, angst, panische schrik voor anderen, verplichten mij ertoe me terug te trekken in eenzaamheid, hoewel ik tot in mijn netwerk een stormvogel ben. Maar ik storm niet. Wantrouwig en gespannen ben ik. En vreemde geest in vreemd vlees. Ik verlang naar contact met mannen die ik de vorige dag niet eens kende. Het is een droom die ik sinds lange tijd meesleep. Ik droom van mannen en vrouwen zonder bedrieglijke façade. Want onder de huid is alle leven hetzelfde: één grote gevoeligheid. Mens, worm of stuifmeeldraad, de essentie is zoeken naar voldoening. Maar probeer ik mezelf volledig te realiseren, dan ga ik choqueren. Mijn leven heeft niet de intensiteit dat het zou kunnen hebben. Ik hou van mezelf, van mijn eigen lichaam en ik wil ook dat anderen van mij houden. Ik wil buiten mij dezelfde dingen voelen als binnen mezelf. Wat bloeit in mij, wil ik zien bloeien rondom mij. Mijn drang naar liefde heeft tot nu toe meer dan honderd personen samengebracht in de lade van geluk en plezier. Op mijn zestiende is mijn seksueel leven begonnen en op mijn achttiende heb ik voor de eerste keer het orgasme leren kennen. Deze ontdekking is niet met woorden te beschrijven. Een orgasme is beter dan om het even welk geneesmiddel. Mijn geest verdwijnt dan volledig in mijn lichamelijk plezier. Het is leven op planetair niveau."
Het is de inleiding van het lijvige boekwerk van de Gentse professor Herman Van Hemelrijck. De bejaarde sexuoloog, een verwoed tegenstander van de afstandelijke benadering van Drs Goedele Liekens, schrijft in zijn "Het Plezier van het Verleiden": "De hoogste vorm van verleiding bestaat niet uit een beredeneerde benadering, ook niet uit belegeren, aanvallen, vechten en veroveren, maar uit het breken van de tegenstand zonder werkelijk strijd te leveren. Uit het breken van de tegenstand dankzij plezier. De glimlach is de beste verleider." Professor van Hemelrijck, die beweert meer dan drieduizend vrouwen te hebben bemind, waaronder meer dan tweeduizend studentinnen jonger dan twintig, beschrijft in zijn toch wel merkwaardig werk ondermeer hoe hij door vrolijk sexueel contact de zogenaamde chip, de sensuele gemoedsregelaar, juist heeft gezet bij kuikenjonge meisjes. "Het sensuele ontwaken van het lichaam, brengt het ontwaken van de geest tot stand. Een juist geplaatste sensualiteit, is een opwekker van plezier en plezier is een heel noodzakelijke, natuurlijke reactie in de universele biologie ingebouwd om het voortbestaan van het universum te realizeren. Plezier is de pijler waarop het universum steunt. Plezier is de levenswil van kosmos. De gewaarwording van plezier is niet enkel aangenaam, maar onmisbaar voor de stofwisseling van het lichaam en voor het voortbestaan van de levenswil. En in de ruimte van ons lichaam schuilt een onuitputtelijke bron van plezier. In elke klier, elke cel, schuilt plezier. Al onze organen zijn verbonden met onze hersenen, die het plezier registreren en doorgeven aan onze omgeving. Plezier is de brandstof waarop onze levensmotor draait. Grote inspanningen, grote levens, vragen grote om ontspanningen. Inspanning en plezier moeten in evenwicht zijn. En de grootste bron van het biologische plezier, van mens en dier, is de sensualiteit. De sensuele jacht, in een autarkische sfeer, brengt een vrolijkheidsproces op gang die uitmondt in een krachtig leven. Euforie, psychische welgesteldheid en zuiverheid van lichamelijke weefsels zijn de beloning voor de vrolijk vrijende mens. Ik schrijf dit boek om de organische boodschap over te brengen aan de hersencortex van mijn mede-mannen en vrouwen. Laat het een steun zijn aan grote verleiders die bij tientallen, honderden medemensen het biochemisch mechanisme hebben gesloten, ondanks het tegenwerk van conservatieve denkers die het saaie monogaam zijn propageren. Laat dit een hulde zijn aan vreemdgangers, maagdenpikkers en alle onvermoeibare bedzwervers. Zij die helpen bij het openbreken en verder afbrokkelen van de muur die het aangeboren plezier insluit. Zij zijn de nieuwe missionarissen. Zij zijn tegelijkertijd geschapenen en schepper. Plezier en dus sensualiteit, is de taal van God.
"De Waarde van Plezier" bevat 210 bladzijden suggesties voor wat professor Van Hemelrijck noemt de strijd tegen de georganiseerde kanker. Tegen wat de professor noemt schepsels met een verstoorde genetische code: "In elke menselijke, maar ook dierlijke en plantaardige en in elke aardcel, zit een code die een verlangen oproept naar vreugde. De aarde schept vreugde in het leven dat zij geeft, de plant in de bloem, in de vrucht; het dier in koestering, de mens in liefde. Alleen bij cellen die zijn aangetast met het initiale stadium van kanker, namelijk melancholie en depressie, wordt die vreugde-impuls onderdrukt. Depressieven melancholiekers, doemdenkers, hypochonders, bijbelzwaaiers: zij zijn de duivel. Mijd depressieven. Vlucht zwaarmoedigen. Sla geen kruisteken als ge de duivel ziet, nee daar houdt hij van. Gewijd water? Hij drinkt het. Paternosters, gewijde kaarsen? Hij vreet ze. Glimlach. Hij vlucht. Toon geen medelijden met over-ernst, met somberheid. Wanneer het gevoel van een mede-mens wordt gedrenkt in neerslachtigheid, moet ge niet per se die ene mens willen verleiden. Ook al komen deze duivels vaak, heel vaak, vermomd als een bijzonder knappe vrouw of aantrekkelijke, interessante man type Jan Wolkers. Laat ze! Veel beter kan worden doorgestoten tot het hart van tientallen andere medemensen. Die ene koppige, getraumatiseerde persoon innemen is geen groot wapenfeit, het zal waarschijnlijk niet eens plezierig zijn en zijn verwijten en complexe reacties achteraf, kunnen de verleider tot een mikpunt van spot maken en in het ergste geval frustereren - en dus aan de rand van het primaire kankerstadium brengen. Het is een grove fout om onnodig kostbare tijd op te offeren aan het verleiden van een hooghartig, door zelfbeklag, angst en onvermogen aangetast wezen dat sowieso gedoemd is tot het krijgen van maagzweren, kanker of de lelijkewijvenplaag. Er zijn mede-mensen die ge niet moet proberen te verleiden, niet gunstig moet stemmen en wiens raad ge niet moet opvolgen. Het zijn anti-plezier mensen en dus anti-heelal mensen, het zijn baarlijke duivels."
De professor benadrukt vijf eigenschappen die een gevaar kunnen opleveren voor het plezier van de verleider: roekeloosheid, wat zijn ondergang tot gevolg kan hebben; lafheid, wat kan leiden tot zijn gevangenneming en eventueel inkerkering in het familiaal leven. Vervolgens een te sterk eergevoel, waardoor men hem diep kan krenken en zwartgallig maken; drift, waardoor hij snel tot onbeheerste handelingen is te brengen. En tenslotte jaloezie, het Aidsvirus in de speekselafscheiding van de duivel. Van Hemelrijck: "Met de toestemming van zijn biograaf Wies Anderson, haal ik graag het voorbeeld aan van de Kempische kunstschilder Jan Voet (Ittegem 1946-1991). Tone Voet was een poezenpakker van 24 karaat, een vrolijk man met een lach als een luidende paasklok, maar ooit erg getroffen omdat hij de mooie maar melancholische Leuvense brouwersdochter Marianne Herst na drie keer aandringen niet kon verleiden. Voet sloot zich met zijn modellen op in zijn schildersatelier en weigerde nog verdere pogingen te ondernemen, maar de zuchtende Marianne week niet uit zijn gedachten. De vrouw, duidelijk bezeten door de somberste duivels, smeedde in samenwerking met haar heks van een moeder, de besnorde violiste Bertha Gruys, een plan om de vrolijkheid van de kunstenaar te breken. Op het altaar van Satan werd beslist om Tone Voet, een typische kunstenaar, altijd vrolijk maar driftig van aard en gemakkelijk uit zijn tent te lokken, voor zijn eigen deur uit te dagen. Marianne bracht veelvuldige bezoeken aan de kunstgalerij, belendend aan het atelier van de schilder en dat steevast in het gezelschap van de Duitse voetballer Gunther Weins van F.C. Antwerp. Meerdere keren bedreef ze met Weins de liefde achter een kleine bar achteraan in het atelier, waarna ze meestal in een hoekje stilletjes zat te huilen. Een gegeven dat algemeen bekend werd. Tone Voet trapte in de val. Kwam naar buiten (jaloezie), liet zich door de schijnpassie van Marianne Herst verlokken (medelijden - lafheid) en bezocht haar in de patricierswoning van violiste Bertha Gruys, haar moeder, aan de ring van Leuven (roekeloosheid). Hij werd diezelfde dag zonder liefde verleid (drift), ingekapseld, moreel verplicht de zwangere Marianne te huwen (te sterk eergevoel) en hij stierf vijftien jaar later aan maagkanker. Sterft een man jong, dan zal de oorzaak stellig bij de vijf hoofdfouten te vinden zijn: roekeloosheid, lafheid, te sterk eergevoel, drift en jaloezie."
"De mens is niet geschapen om te lijden. Elke cel in het menselijke lichaam roept om de heerlijkheid van een hemels bestaan. Wanneer hij goed geslapen en goed gegeten heeft, zal de mens plannen maken om voldoende voedsel te verzamelen voor moeilijke dagen. Worden ook de moeilijke dagen voorzien van eten en woonplaats, dan zal de mens de liefde zoeken. Wordt ook daarin voorzien, dan zal de mens zich storten in een creativiteit die uitmondt in nog meer liefde. De mens zoekt steeds verandering. Zijn zichzelf programmerende computer stelt steeds weer de vraag naar meer plezier. En alleen zuiver plezier zonder zorgen kan dit voortdurend ontwaken tot een maximum ontwikkelen zonder het duivelse gif, de perversie. Daarom is het veroveren van zoveel mogelijk mensenharten de enige remedie tegen het verkankeren in een verstard ritueel, de enige weg naar de overweldigende dynamiek van het eeuwig durende plezier."
De vier meest voorkomende vragen aan professor Van Hemelrijck:
1) Zijn vrouwen die het met elke man doen nymfomanen, slechte vrouwen, smerige hoeren? Antwoord: Het zijn engelen gods.
2) Zijn mannen die vreemdgaan, die achter hun pik lopen, die alles pakken wat beweegt, slechte mannen? Antwoord: Het zijn engelen gods.
3) Zijn hoeren marginalen? Antwoord: Het zijn missiezusters.
4) Wat zou u vragen aan Goedele Liekens? Antwoord: Tien minuten tijdens de middagpauze, vijf dagen na elkaar.
Vier vragen aan
Het spreekt voor zich dat het boek van professor Van Hemelrijck zich richt tot een gevormd publiek en dat de schrijver van deze column zich volledig distantiëert van de verregaande en blasfemische theoriën van de seksuoloog
.
Borsten als warme tarwebroden
Heb ík ooit sex gehad met een vrouw met uitzonderlijk grote borsten? Het antwoord is een kamplied. Zou ík rustig slapen als ik níet met een megavrouw had geseculariseerd? Het vreemde is, ik herinner mij elke bijzonderheid.
Het was een avond met vrienden, zonder doelbewust zoeken naar een vrouw. Na het drankdiner in een filosofisch Knoks restaurant (Olivier) en na de Irish coffee, dronken we een slaapmuts aan de overkant van de straat, aan de bar van de speelzaal in het casino. Het kleine, gespierde portiertje bij de lift was zoals altijd erg onvriendelijk, maar de Gewürztraminer bij de Normandische oesters, de eau de vie bij de Kaspische kaviaar, de sauterne bij de Franse foie gras en de Irish coffee na de rode bij Schotse lamskoteletten, hadden mijn bloed verdund en de klieren in mijn vrolijke lijf zwaaiden open en dicht als elektronische deuren in een druk bezochte Zwitserse bank. Mijn ogen waren vacuümzuigers die van op grote afstand bloezen wegrukten en borsten leegzogen.
Blonde croupiers, meestal Britse slachtlammeren, dragen traditiegetrouw witte bloezen met knoopjes, die uitzicht bieden op hun bh of anders op hun blote vel. Le vingtecinque, rouge, impair et manque en daarna kijken ze recht in mijn zuigers. Goeie vrouwelijke croupiers voelen het - soms tot twee tafels ver - als je de babywol van hun borsten stofzuigt.
Sex is een rariteit in een speelzaal. Gamblers kijken alleen naar de bal. En mannelijke croupiers zijn meestal ex-gamblers die hun laatste ballen hebben verspeeld en die er in hun afgewassen smoking uitzien als gecastreerde pinguins. Ook met de dames is een draadje doorgebrand. Nog nooit ben ik bij één van hen in de cyclotron geweest. Toch bevroed ik dat het libidineuze vrouwen zijn. Negen van de tien hanteren een lichaamstaal die wijst op een geil-cyclus met een te verwaarlozen diameter. Na elk spel slabberen ze, half voorover gebogen en met de handpalmen naar beneden, de jetons langzaam in de richting van hun schoot en wrijven ze daarna - op dezelfde manier - in een smalle lange gleuf naast de draaitafel. Merci messieurs, zeggen ze dan. Ik kan me dat goed voorstellen, zo'n vrouw aan zo'n draaitafel.
Er is maar één ding dat mijn zuigers van de croupeuzes kan weghalen en dat is een volle plein met een jeton van duizend. Omdat ik van dames-croupiers kleurentelevisie wordt, had ik die met de grote borsten aan de bar niet meteen gezien. Een van mijn amices, een tamelijke domme manager, lomp genoeg om veel geld te verdienen, betaalde Christal Roeder. Mijn vacuumcleaners tastten naar haar boezem, verborgen onder een complete vlasoogst. De manager wou blijkbaar per se kanaalzwemmen en schonk champagne uit de koffiepot. Hij liet me lachen omdat ik hem in gedachten stond te vergelijken met een Spaanse ober in een kamerjas. Ik vroeg hoe het nu met zijn prostaat was, zo kort na die operatie. Zij kon er verwoestend om lachen. Mijn zuigers gleden over haar Hollywood-tanden langs de kammen van haar wangen naar de vetplooitjes achter haar oren. Verdere vrolijke vernieling bracht ik met de vraag hoe zijn oudste dochter van drientwintig het maakte nu ze moest babysitten op haar drie astmatische halfbroertjes. Mon amice, die toch niet zonder beurspijn ongeveer vijfduizend frank Christal Roeder had befrankend, reageerde met een reprimande en zei dat het nu genoeg was geweest en dat ik maar verder roulette moest spelen, waarop ik tegen het meisje zei dat zijn huidaandoening besmettelijk was.
Enfin, mijn zuigers voelden aan haar gulle lach dat de champagne in haar maagholte meteen werd omgezet in oestrogeen. Met de trillende aars van een zeeschuimer in de kajuit van de kapitein stal ik met mijn ogen het beste uit haar winkel. Toch dacht ik niet aan enteren. De roulette zat vol zeevis en wie geen stijfsel in zijn pijphoekogen had, zag hoe onze big spender op het punt stond om zelf de vrucht te plukken die hij in de eigen stroop had bereid. Goed in de olie, met bloed waarin de testosteron parelde als gasbelletjes in de Roeder, ging dit paalhoofd nog één keer het zeegat in. Ik groef mijn neus tussen haar oor en haar lange zwart-bruine haar, en dit levende zedenmisdrijf fluisterde één zin in haar oor. Nog geen halve minuut later, ik gaf haar een arm, stapte de gouden kamerolifant met mij mee naar de uitgang van de speelzaal. Mijn amice kon zijn pijphoeken niet volgen en keek alsof hij de duivel zag communiceren. De andere vrolijke jongens die met ons de avond hadden doorgebracht, lachten als breedsmoelkikkers. Ze keken ons verbouwereerd na. Vooral Christal Roeder was als van de hand Gods geslagen en in de verte hoorde ik hem op hoge toon met veel verve opkomend maagzuur wegslikken.
Het meisje en ik, ik vermoed dat ze een jaar of zes, zevenentwintig was, reden langs de kustweg langs Zeebrugge, Blankenberge, richting Den Haan. Mijn opgedreven Citroën CX GTI duwde haar dwingend in de rug en mijn baffers knalden verrukkelijk heroes of the sixties. Samen brulden we luid de hele hitparade mee. Tot mijn blijde verrassing reageerde ze zo nu en dan bijzonder intelligent; vrouwen die slimmer zijn dan ik winden mij dubbel op. Het was tussen Blankenberge en Den Haan, op de zandstrook langs de duinlijn, dat ik haar verstand zag aarzelen. Op zo veel brutaliteit had ze niet durven hopen, maar ik stapte snel uit en verplaatste het probleem. "Dit moet je zien: de maan, de duinen en de zee, op deze plek, nergens op de wereld is het op dit uur zo mooi", zei ik. Het is niet waar. Vanop de hoge duinen, tien, vijftien meter boven de zeespiegel, zien de witte kammen van de aanspoelende golven er uit als een boordje Br
SMELT HET IJS
God heeft het kwetsbare gemoed van de mensaap met twee grote mysteries bezwaard. Ten eerste weet de mensaap absoluut niet waarom hij leeft en ten tweede ook niet waarom hij sterft. De mens, en dus ook de Vlaming, plant zich in blind vertrouwen voort. Eerder uit gemakzucht, in deze context instinct genoemd, dan om cosmische redenen. Het voortplanten is voor een grote meerderheid prettig en verder wordt er van uit gegaan dat het zo moet. Het geheim van het leven is slechts aan een elitair groepje mensen bekend. Ondermeer aan Frère René, een jezuiet uit Maldegem-Kleit. Voor Frère René staan de lichtjes in de kerstboom niet symbool voor de sterren in de kernstnacht. Hun betekenis gaat veel dieper en heeft te maken met het mysterie van het ijs. De drie wijzen in de kerststal brachten de verlosser niet alleen een graal gevuld met mirre, maar ondermeer ook de mysterieuze papyrusrollen uit de grotten van Mornvask bij de Zwarte Zee, waarin de meeste levensmysteries werden verklaard door de Armeense profeet Menenhetet. En één van die levensmysteries, het geheim van het ijs, is een soort gebruiksaanwijzing voor het verwerven van macht én voor het behouden van die macht. Het geheim van deze levenskunst wordt sedert de vierde kruistocht beschermd door de Orde van Sion en enkel doorgegeven aan personen met koninklijk bloed. Frère René gebruikt de basisregels van het geheim van het ijs nog altijd voor zijn begeleidingscursussen voor huwelijkskandidaten. De reden waarom hij kan beschikken over die geheime informatie vindt een oorzaak in een angstwekkende daling van de geboortecijfers in het middeleeuwse Europa. Via Karel de Grote en de kerkelijke overheid werd het geheim van het ijs onder het volk verspreid. Pas laat in de preutse negentiende eeuw werd deze leerstof uit de officile lessenrooster van de christelijke onderwijsinstellingen geschrapt. Frère René is daar blijkbaar nooit van op de hoogte gebracht.
Nooit heeft iemand in mooier woorden aan mij uitgelegd hoe de softwere van een vrouw, jonger dan dertig, in elkaar steekt dan de jezuietenpater René Nevens. Eerwaarde pater Nevens, hij is afkomstig van Maldegem-Kleit (OVL), heeft twintig jaar doorgebracht in Donker-Afrika in de tijd toen er nog geen Aids was en de blanke man er nog twee keer kon schuitje varen voor één frank. René Nevens was een grote goudblonde boerenzoon met een heilige roeping. Althans zo heet het officiëel. In werkelijkheid was hij de tweede zoon op een boerderij en omdat alleen de oudste de hoeve kon overnemen, kreeg hij van vader Nevens de dwingende raad om in 't klooster te gaan. René koos voor missiewerk in het olijke Afrika, waar hij maniok kon eten en naast zijn fiets kon trappen. Na zijn zending in Afrika heeft hij aan talloze Vlaamse jonge mannen in de godsdienstlessen van het technisch onderwijs in West- en Oost-Vlaanderen uitgelegd hoe het komt dat de apen zo complexloos kunnen vogelen. Tegenwoordig krijgt zijn abc-boek over de apeliefde, dat inhoudelijk steunt op de onthullingen der papyrusrollen van Mornvask, en dat uitwijdt over de techniek van het opstarten van de seksuele opwinding bij vrouwen jonger dan dertig vooral vanuit de feministische hoek verrassend veel aandacht. Positieve én negatieve aandacht.
"Veel mannen hebben heel hun leven figuurtjes gezaagd met de geestesgesteldheid van een gedresseerde en dus suffe aap", zegt de pater nadat u zijn leerboek nauwelijks hebt opengeslagen. De pater-professor kan bijvoorbeeld in mijn persoonlijk geval gelijk hebben. God weet dat het nooit mijn bedoeling is geweest om als een kermiscoureur van kerktoren naar kerktoren te rampetampen, maar de symphonie van het leven heeft toch heel wat violistes naar mijn orkestbak geleid. Zonder valse bescheidenheid en eveneens zonder redeloze trots kan ik stellen dat ik me altijd met grote inzet heb gehouden aan de ongeschreen wetten van voorspel, tussenwerk en naverzorging. Deemoedig heb ik mijn warm gelopen motor stilgelegd als de koningin haar kroontje niet wilde dragen. Snel bracht ik de stoomstoter in stelling voor een spoeddebat. Na dertig jaar praktijk zag ik mezelf als een bedreven minnaar met een dienstbare krachtgever. "Het verbaast mij dat voor-, tussen- en naspelmensen na 25 jaar geen gouden horloge krijgen", zegt de pater in hoofdstuk twee. "Andere arbeiders krijgen na dertig jaar dienst zo'n ding. Hulpeloos als een aap in een Formule I bolide bent u geweest, verbeeldingsloze man, blind voor voor het geheim van het ijs."
"Voorspel, penetreren en naverzorging. Waarom huurt zo'n dame geen verpleger? Ziekenbroeders kunnen kan dat soort werk beter aan. Nee, convalescent sijsjesslijmen, een vrouw geven waar ze als geavanceerd cosmisch dierlijk wezen recht op heeft, vraagt niet om techniek, maar om inzicht. Wat is een vrouw? In elk geval géén man. Een normale vrouw, jonger dan dertig bij wie de seksuele vervolmaking nog niet is gebeurd, heeft een lichaam dat op paren belust is, maar tegelijkertijd een geest die bij die lichameijke drang geen spontane aansluiting kan vinden. Zeg het simpel: elke gewone vrouw zit met haar hete spleet in een koud bad. Het mechanisme van het vrouwelijk lichaam werkt om allerlei ondoorgrondelijke en ogenschijnlijk godsjammerlijke redenen onafhankelijk van haar eigen vrije wil. De vrouw kiest een man, wil zijn liefde, maar slaagt er in tachtig procent van de gevallen niet in om ongedwongen in zinsvervoering te raken. Doe zelf de test. Leef u daadwerkelijk in in het mechanisme van een vrouw. Ga gedurende enkele minuten in een ligbad zitten gevuld met water en ijs. Het vlees wordt gevoelloos en de geslachtsdelen voelen al na enkele seconden aan als hoofdhaar. Doe het echt, eventueel onder toezicht van een huisdokter. Een koud bad, de mens daarin, het is de reële vrouwelijke situatie. Zit dus in het ijs en trek uw conclusies. Hoe kunt u dat lichaam tomeloos warm krijgen? Speelt het een rol of de partner aan de rand van het ijsbad mooi of lelijk is? Moet zijn haar goed zitten? Is de leeftijd van de aanbidder belangrijk? Heeft de dame iets aan een deugdelijke uitleg over kunst, wetenschap of politiek? Ontdooit een nederige gehoorzaamheid? Helpt tirannieke dominantie? Komt het lichaam tot warmte door het zien van mannelijke geslachtsdelen? En een veel voorkomende vraag: speelt de lengte van de penis een rol? Wordt het onderkoelde aardse huis van een hete ziel warmer van een grootje dan van een kleintje?
Het antwoord op alle bovenstaande thema's luidt ontkennend. Om het ingevroren vrouwenlichaam te ontdooien, moeten er zichtbaar andere dingen gebeuren. Ooit was Napoleon Bonaparte (1769-1821), keizer van Frankrijk, een extreem voorbeeld van hoe het wél kan. Napoleon had lichamelijk niks bijzonders om mee uit te pakken. De keizer had in zijn generaalsbroek een liefdespennetje dat volgens overtuigende getuigenissen zo lang was als een potloodstomp. In rusttoestand had de piemel van de keizer-generaal de lengte van die van een baby, ongeveer twee centimeter. Kroniekschrijvers signaleren verder dat het orgaantje daarenboven beslist niet mooi was en veel gelijkenis vertoonde met een zeepaardje. In erectie leek het dingetje op een kampernoelie. Toch leert de geschiedenis dat het liefdesleven van de Franse veldheer stralend warm was. Drie, vier bijzonder mooie minnaressen konden hun ijs smelten alleen maar door het horen van zijn naam. Het is duidelijk dat Napoleon gebruik maakte van wat hij meer dan wie ook had: wereldse macht. De macht om andere mannen te overwinnen. Onthou dit goed: wereldse macht smelt het ijs. Grote minnaars hebben onder de één of andere vorm wereldse macht. Hoe gering de macht ook is, hij werkt. Zelfs indien dat alleen maar de macht is om de buurman te verslaan op het biljart of door het telen van grotere tomaten. Het demonstreren van macht smelt het ijs. Iedere overwinnaar, op welk terrein ook, glijdt in warme boter. Macht maakt vrouwen heet. Mijn man is de beste vader, de schoonste buschauffeur, hij heeft de grootste lul, de dikste dijen, de meest opvallende snor of hij is de beste prater op familiefeesten. Als hij maar in iéts de beste is, als was het maar in het klungelen, het liegen, het vloeken, het dom zijn, het vrouwen fout aanpakken of in het knorren. Ieder uiterste smelt het ijs. Be the best en de gekraagde sneeuwspleet wordt een zonnebloem met veertjes en haren die gloeien als meeldraden in de middagzon."
Het slotstuk van het betoog van Pater Nevens is beknopt en nuchter: "Help de vrouw te vergeten dat ze in een ligbad zit gevuld met ijswater. Verstrooi haar, breng haar zo ver mogelijk van de koude werkelijkheid, wees haar kampioen. Laat haar meedelen in uw succes, organiseer een champagnefuif iedere keer ze ongesteld is en iedere keer ze niet ongesteld is. Versier de stoel waarop ze zit met bloemen. Beitel haar naam in de rots van Gibraltar. Draag in uw aktentas steeds één van haar slipjes mee. Maak van haar wat ze absoluut niet is: de verpersoonlijking van de spontane goddelijke warmte. En zij zal u de status gunnen waar u op dat moment volstrekt recht op heeft en nood aan hebt: die van de beste minaar."
Frère René vermeld in zijn boekwerkje geen uitzonderingen op de regel. In een emotioneel nawoord zegt hij wel nog dat machtige vrouwen eveneens grote seksuele aantrekkingskracht hebben op mannen. "Rijpere vrouwen met macht en geld blijven de mannen opwinden", aldus Frère René. "De praktijk heeft bewezen dat invloedrijke vrouwen elke man konden inpalmen." De pater geeft geen voorbeelden. Nog een laatste opmerking: personen van het vrouwelijke geslacht die te lang in het ijswater hebben doorgebracht hoeven zich geen zorgen te maken, de situatie blijft omkeerbaar en de betrokken halfedele delen ondervinden daarbij geen schade. De mannelijke treurniet echter ondervindt in een dergelijke situatie erge schade, gaat uitdrogen, ontsteken en tenslotte verkankeren.
Smelt Het IJs, is een uitgave van Psycho Pockets (Leo Konijns), Antwerpen.
Wikings en Vrouwen
26 maart 836. Noorse kielen verschijnen op de Schelde. Het regent en het is bijna donker. en de drakenschepen van de Noren duiken op zonder waarschuwing. De snaken met op de boeg drakenkoppen bevatten niet meer dan tachtig, negentig man. Een boer uit Caloo telde die valavond niet meer dan dertien lange smalle boten met langs elke kant vijftien roeispanen en met in het midden één breed zeil van dubbeldik grofwollen weefsel. De boten hadden weinig diepgang en waren razendsnel. En het mirakuleuze was: niet meer dan dertien drakenschepen telde de man uit Calloo en toch werd dit de nacht van de Noormannen.
Eén uur voor de aanval op Antwerpen, om halfzes in de namiddag, was de Noorse vloot tot diep op de Schelde doorgedrongen. Maanden eerder hadden de Deense en Noorse Wikings de Friesse stapelplaatsen beloerd en was er op den Eider een "Danewerk" tegen hen opgeworpen. Het "Danewerk" werd vernield en Friesland lag daarna open voor de Skandinaviërs die het land hadden leegeplunderd, de grond had ingenomen en die bij de plaatselijke vrouwen talloze bastaarden hadden verwekt. Ook Zeeland was al gevallen. En Duurstede en Witlant aan de Maasmonding waren ook verwoest. en de Noorse kutas of drakenboten waren ook reeds verschenen op de Rijn en diep in het Rijnland hadden ze het vooral gemunt op de rijkdom van de kloosters, op de wijnkelders van de vignerons en zoals overal elders ook op de jongemannen (die verkochten ze als slaven) en op de vrouwen (voor eigen gebruik). Vikings zijn onoverwinnelijke vechters, brandstichters, ruitenbrekers, ladelichters, tomeloze drinkers en onverzadigbare stieren, zo klonk de luide jammerklacht langs de Rijnboorden. En de priesters baden: "Van de razernij van de Wikings, verlos ons Heer". En nu lagen hun "drakken" klaar voor een nieuwe strooptocht voor de tolhuizen van "Antwerpa civitas".
De ervaren zeeman Eric Sigwid Blöküdbil (Eric Bloedbijl) was hun aanvoerder. Blöküdbil kon met één gebalde vuist een volwassen stier doodslaan en thuis in zijn kustdorp In Golfshöfdi was hij een Jarl, een leider van velen en daar had hij niet minder dan tweehonderd vrouwen. Zonder enige uitzondering waren dat manninnen, wijven als wikingboten: sterk en met op de boeg een drakenkop. Deense kroniekschrijvers, die in die tijd in dezelfde kusttaal gebruikten als wij in de Lage Landen, noemen de vrouwen van Blöküdbil onverbloemd gleufdieren waarvan de betere helft bestond uit spieren.
Wikingen drogeerden zich om te vechten. Enkele uren voor de strijd kreeg de leider van de rooftocht de Amanaita Muscaria toegediend. Om 16 uur had de drunskul, de scheepsdokter, drie gedroogde hoeden van de vliegenzwam uit de Röndursac (gelooide blaas van het rendier) gehaald en meteen daarna slikte Erik Blökküdbil zonder te kauwen de hoeden door. Zoals verwacht viel hij kort daarna in zwijm. Zijn jongste halfbroer Leif Imninwitbargard (Leif Blondbaard) die in 846 werd gedood tijdens een broederoorlog, lei zijn schild onder het hoofd van zijn leider en samen met de bemanning wachtte Leif tot Blöküdbil de hoeden weer uit zou braken. De volgende stap van dit ritueel was elke keer weer zeer onvoorspelbaar. Nog half in staat van bedwelming ervoer de persoon levendige visioenen en werd hij steeds maar krachtiger en actiever. Teveel hoeden maakten de krijger waanzinnig. en het was al gebeurd dat een Jarl in extase zijn eigen mensen uitmoordde. Gedroogde vliegenzwam activeert de zenuwen sterk, waardoor de kleinste inspanning aanleiding geeft tot grootse fysieke en ook psychische aspecten die enigszins te vergelijken met de reactie na het snuiven van een brede lijn cocaïne. De vijanden van de Wiking wàerden na het slikken van de Vliegenzwam klein als dwergen, de arm die zijn bloedbijl hief werd de arm van een onoverwinnelijke reus en een bijverschijnsel dat niet in de schoolboekjes staat: een onverzadigbare potentie.
De luitenanten (de Karls) van de vikingleiders hielden zich aan de Wikingwet die zegt dat de leider de sterkste moet zijn, en slikten de gedroogde zwammenhoeden niet zelf in, maar dronken de urine van hun gedrogeerde Jarl (leider) en ook zij verkregen een effect dat vergelijkbaar was. Hun eigen urine werd dan weer gedronken door de gewone krijgers die eveneens werden bevangen door visoenen en wiens zenuwen en spieren ook ongewoon intens werden gevitaliseerd. Nog altijd staan de baardige Noorderlingen die onze kust- en riviersteden binnenvielen bekend om hun kracht, hun wreedheid en hun potentie. Het is bekend dat een wikingboot met minder dan honderd krijgers aan boord een groot deel van Antwerpen kon innemen en de bemanning van één wikingboot verkrachtte in de Scheldestad Rumpst in de nacht van 26 maart 836 meer dan vierhonderd vrouwen.
Op 26 maart 836 werd "Andoverpum oppidum" veroverd, leeggeroofd, verkracht en jammerlijk verbrand door krijgers die dankzij hun druïden kennis hadden van de goddelijke kracht van de vliegenzwam. De wikinggenezers wisten al heel lang alles over de kracht van kruiden en drankjes en werden ook in de Vlaamse rivierdorpen uiteindelijk nog populair, en dat - schrik niet - omdat ze wisten hoe ze steenpuisten moesten doorprikken.
Paddestoelen hebben in de wereldgeschiedenis altijd een belangrijke rol gespeeld. Grote historische vergiftigingen, werden meestal uitgevoerd met één van de 160 giftige paddestoelsoorten die in Europa een vruchtbare bodem hebben gevonden. Zo zijn de Gordijnzwam (Cortinarius orellanus) en ook andere gele gordijnzwammen altijd geschikt geweest voor de perfecte moord. De Giftige Satijnzwam, de Tijgerridderzwam en de Witrode Vezelkop kunnen in onze contreien worden gevonden en werden door heksen, toverkollen, zwarte tovenaars en politici in de strijd gebruikt. Buikpijn, bloederig diarree, zware leverbeschadigingen gevolgd door het stoppen van de nierfunctie, maag- en darmbloedingen, toegeschreven aan de vliegende tering, waren meestal een gevolg van de witte variëteit van de Groene Knolamaniet of Vroege Knolamaniet. De moeder van Keizer Nero heeft met een bordje Groene Knolamaniet Nero's voorganger, Keizer Vicentius, geluiqideerd. De arme man verkeerde in de waan dat hij de honinggele Keizeramaniet in zijn soep kreeg en dat was dus niet zo, het was een afkooksel van de Groene Knolamaniet. Het werd zijn laatste grote vergissing. De reacties van de Keizer verliepen volgens het boekje. Vierentwintig uur na het eten van de soep werden de eerste symtomen merkbaar: braken, bloederige diarree en hevige pijn in de dijen en kuiten. Zoals dat altijd gebeurt trad na enkele dagen plotseling een verbetering op in de toestand en de dag dat hij ervan overtuigd was dat hij zou genezen stierf hij wegens het gezamelijk uivallen de vitale organen, lever, nieren en pancreas. Zo doodt de Groene Knolamaniet.
Jaarlijks worden in Europa nog altijd dodelijke ongevallen gemeld met de Groene Knolamaniet die maar al te makkelijk wordt aangezien voor de onschuldige champignons, ridderzwammen en russula's. Nog niet zo lang geleden werden in een uitgave van Larousse, op bladzijde 203 van de "Petite Larousse en Vouleur" twee variteiten van de Amaniet met elkaar verwisseld. Hierdoor kreeg de dodelijke Groene Knolamaniet de aanduiding "eetbaar". Om ongelukken te vermijden haalde Larousse 180.000 exemplaren van het boek uit de handel. Dit maar om te illustreren dat zwammen door tovenaars, heksen en druïden werden aangewend om mensen dood te maken, maar ook sterker, aantrekkelijker of vrolijker. Paddestoelen waren in het koude Noorden al zeer vroeg bekend als levensnoodzakelijke hallucinanten, krachten- en drift opwekkende middelen. De makkelijkst herkenbare hallucinant en krachtopwekker was de door de Wikings gebruikte vliegenzwam, de paddestoel die in afbeeldingen bij sprookjes meestal symbool staat als kabouterhuis (voor wie de zwam slikte werden de anderen kabouters). De hoed van de volwassen zwam heeft een diameter van 8 tot 20 centimeter, is bolvormig, helderrood en bedekt met witte piramidevormige wratten. De Vliegenzwam groeit van de late zomer tot de late herfst vooral onder berken. De naam Vliegenzwam is ontstaan door het gebruik van de paddestoel als een middel om vliegen te verdelgen. Men brak daarvoor de hoed in stukken en dompelde ze vervolgens in melk om de vliegen die ervan dronken te bedwelmen. Maar niet alleen vliegen werden gek van de aangename smaak en geur van de Vliegenzwam. Eeuwen geleden al, hadden de Lappen vastgesteld dat rendieren verzot waren op de Vliegenzwam. Van de rendieren hebben zij het geleerd! Leiders van rendierenkudden, dat waren de oudste stieren, zochten de Vliegenzwam, vertrapten deze en aten die schuimbekkend op. Ze waren er zo verzot op dat ze in de late zomer en vroege herfst de groene weiden van Lapland en Siberië vele dagen na elkaar negeerden zo lang er in de schrale berkenbossen vliegenzwammen te vinden waren. Met vliegenzwammen in de maag besprongen de stieren onophoudelijk de koeien en ondertussen joegen ze de kudde dagenlang voort zonder enige rust. Jonge stieren en koeien dronken de urine van de oudere stieren en konden zo eveneens dagenlang doorgaan zonder enige rust. Deense legenden vertellen over hele dorpen Lappen die in een oeverloze roes kwamen nadat zij de resten van de vertrappelde hoeden van de Vliegnzwammen hadden ingeslikt. Samen met de rendieren trokken die dan feestend en overtuigd van hun goddelijke kracht met de kudde rendieren mee, van het ene berkenbos naar het andere. Mens en dier samenlevend in één grote orgie van onblusbare levenskracht. Deense drunskuls moeten al vrij snel hebben ontdekt dat de hoeden meer impact hadden als ze eerst werden gedroogd. Voor zo ver de overlevering reikt wordt er gepraat over de gedroogde opperhuid van de Vliegenzwam die zonder te kauwen moest worden ingeslikt. Experimenten in moderne laboratoria hebben aangetoond dat het iboteenzuur in de hoedhuid van de paddestoel na droging zeer snel verandert in muscimol dat inderdaad een vijfmaal zo sterke werking heeft.
Het meest aangrijpende verhaal over de inwerking van de Vliegenzwam is dit van Erik Blöküdbil die in 836 Antwerpen platbrandde. Erik Blöküdbil was behalve een veroveraar, een onbedaarlijk drinker en een meedogenloos vechter ook een kunstenaar. Oude verhalen uit het Antwerpse volksmilieu wijzen trouwens op het verband tussen de geliefkoosde zwammen van Blöküdbil en het werk van Pieter Paulus Rubens. De inspiratie voor de klasieke Rubens-combinatie van groen, rood en licht, zou de schilder, volgens niet bevestigde bronnen, hebben geput uit de zwammen van het berkenbos dat Erik Blöküdbil in het nabije Rumpst had aangelegd. In ieder zou vaststaan dat Pieter Paulus Rubens een ongekende gedrevenheid bezat en een potentie die hem toeliet tot het hart van de mooiste Antwerpse vrouwen. Niet echt vergelijkbaar met de viriliteit van Blöküdbil en zeker niet met deze van Ragnar Ladbrok (Harige Broek) die met zijn tachtigkoppige bemanning in één nacht niet minder dan zevenhonderd Antwerpse freules verkrachtte. Maar toch. (Terzijde: Van de meer dan honderdtachtig officieel geregistreerde Vikingbabay's die met het door Vliegenzwamgif besmette sperma van Ladbroks mensen waren verwekt, bleken meer dan de helft uitzonderlijk sterk en bijzonder kuntstzinnig begaafd. Slechts een kleine minderheid -63- waren geestelijk of lichamelijk misvormd).
Markante noot: De Wikings waren doodsbang voor de Khazaarse en Bulgaarse krijgers die heb op hun tocht naar Constantinopel geteisterd en opgejaagd hadden. Ze durfden niet meer langs dezelfde weg naar huis terug te keren en ze smeekten Lodewijk De vrome om bescherming. De Arabieren die behalve het geheim van de Vliegenzwam ook dat van de Papaver kenden versloegen regelmatig de wikingvloten en doodden en verkrachtten daarna alle Noormannen. En tot slot nog even een verhelderend faits divers: Maria Sponseels, prostituée in het oude Antwerpia schreef aan haar zus in Calloo dat Wikings een steel hadden zo sterk als een eik en die van de Arabieren vergeleek ze met een schietspoel, snel en onvermoeibaar. Wie ooit een Wiking of een Arabier heeft gevoeld, verstaat geen Vlaams meer, aldus Maria.
LODEWIJK BAKELANDT, LEIDER VAN
DE BENDE VAN BAKELANDT
Lodewijk Bakelandt, de historische leider van de zeer beruchte Bende van Bakelandt is een aangrijpende illustratie van het samengaan tussen wat doorgaat voor goed en wat staat voor kwaad. In de geschiedenis van de Vlaamse bendevorming is Bakelandt samen met Jan De Lichte niet alleen de bekendste bendeleider, maar tegelijkertijd ook één van de allergrootste minnaars uit de Vlaamse geschiedenis, en ik moet voorzichtig zijn met de informatie die ik vrijgeef, want er leven nog officiële afstammelingen van Lodewijk Bakelandt. Het beeld van Bakelandt, in officiële stukken wordt hij Ba'e'kelandt genoemd maar zelf schreef hij Bakelandt, werd verafgoodt door onnoemelijk veel Vlaamse vrouwen uit de streek van Brugge, Kortrijk en Zwalm. Later werd zijn herinnering in het hele Vlaamse gewest aanbeden als een soort relikwie van een pre-nataal feminisme. De essentie van dit onvoorstelbare verhaal heb ik van een clandestiene commune met literaire ambities en met een hoofdzetel in de Kempen die zich De Vereniging van de Ware Geschiedschrijving (VWG) noemt.
Lodewijk Bakelandt, rover en moordenaar, in wezen een onversneden terrorist, was een reusachtige vent, een zeer aantrekkelijke verschijning met donkere ogen en dik vlasblond haar. Door zijn indrukwekkende persoonlijkheid straalde de viriele en levenslustige Bakelandt een bijna boven-natuurlijk gezag uit. Men zegt dat hij slange-ogen had die groen werden als hij boos werd en die licht afstraalden als hij koortsig de delicatesse van zijn vrouwen begeerde. Priesters van die tijd zeiden dat hij duivelsogen had. Vrouwen die door de aandacht zuigende straatrover waren overvallen zeiden dat hij geel-groene bokke-ogen had en dat ze wilde prikkels voelden in hun tepels en in de melkkanaaltjes van hun borsten als hij hen in de ogen keek.
Bakelandt (Lendelede 17 januari 1774 - onthoofd in Brugge 2 november 1803) was lid van de bende van Johannes Busschaert die in de West-Vlaamse Munkebossen rond Tielt-Pittem in een geheime genootschap leefde. Volksmensen noemden - onder de indruk van het charisma van Bakelandt - deze bende niet de Bende van Busschaert, maar de Bende van Baekelandt. Het was een verbond van arme halzen, van verloren straathonden die om te kunnen overleven zich zo nu en dan overgaven aan diefstal en straatroof, al of niet met inbraak en geweldpleging. Vanzelfsprekend gingen ze niet uit stelen bij de armen waar niets te rapen viel. De Bende van Bakelandt sneed de beurzen en naaiden onvergetelijke herinneringen in de harten van de dochters van rijke boeren, van begoede burgers en zelfs van edelen. Een gegeven dat vrij snel bekend werd bij de armste drommels van die tijd, die het verhaal over de rover van de rijken, die het gestolen geld verdeelde in de Munke-bossen met veel verve verder vertelden. Bakelandt werd half gog, half duivel, razend populair bij de onvermogenden en gehaat bij de welgestelden. Bakelandt werd een mythische volksheld en zijn geslachtspenseel schilderde lusthoven. Van zijn slange-ogen werd verteld dat die mannen en vrouwen konden verlammen. Met dat verschil dat de vrouwen, vrijwel meteen na de kortstondige verlamming, met hun hele lichaam en geest spontaan door de grens van hemel en konijnenhok gingen. Bakelandt had de erotische en hypnotische uitstraling van een oblusbare vreugde, van een dansende duivel tijdens een Zuid-Franse druivenoogst. Boerinnen, hertoginnen, rijke dochters, tientallen zoniet honderden voorname burgerdames van Vlaamse erven en uit patricirshuizen in de streek van Tielt tot boven Kortrijk waren doodsbang, maar raakten tegelijkertijd meer dan verslingerd op de wilde reputatie van de wrede, verbitterde reus met de hypnotische ogen die de borsten van zijn slachtoffers liet luiden als feestklokken, die het steengruis in hun harten stookte tot gloeiende kolen waarvan de vlammen als lange tongen in hun kelen brandden. Honderden, zoniet duizenden jonge vrouwen vonden tijdelijk diep-aards geluk onder de hypnotische betovering van de gevreesde rover en doder Lodewijk Bakelandt. Hij bezat de macht om vrouwen opnieuw te maken wat ze ooit waren geweest: fruitig frisse vaarzen op de heilge wei. De streek werd overspoeld met lawines van kleine Bakelandtjes, zo wordt verteld.
Zonder een zweem van schroom was de liefde de zomerkoningin van de Munkebossen. Baekelandts rovers liepen poedelnaakt, als blanke duivels, door de bospaadjes en de nimfen van Brugge, van Tielt, van Kortrijk en van Zwalm beleefden de vrije liefde met de vurige bosduivels zoals wilde duivinnen de liefde ontvangen van duivers in het seizoen dat de toppen van de sparrebossen naar wierook geuren. Bakelandt zelf, die een prachtig gekrulde baard had en die ook een zijïge haargroei op zijn rug vertoonde, was de heetste duivel van allemaal. De stoomlocomotief naast de rails. Op katholieke feestdagen vergulde hij zijn gezicht en staken zijn bendeleden hun hoofden in het zilver. Ook de hoorn van Bakelandt was verguld en die dagen bereed hij zijn gazellen met het gezicht naar voren in het gras gedrukt. Als een brullende koning spoot hij zijn gouden straal als een goede zalf tot diep in de kleinste hoekjes. Klaarkomen deed hij met de kracht en de knal van een geweerschot. De bendeleider vermoedde dat zijn leven kort zou zijn en zijn kaars brandde aan twee uiteinden. In zijn keuken spetterde elk moment het spek. Bakelandt schrokte gulzig aan de tafelen van de liefde die waren neergepoot aan de rand van zijn slagveld voor zijn strijd met de rest van de wereld.
Er is de getuigenis van Emelda Cruyse, een dochter van een boer uit Pittem die al heel snel in het klooster was ingetreden, bij de Arme Claren in Nieuwpoort en later bij de Orde van Onze Lieve Vrouw van Geraardsbergen en og laterwerd Emelda begijn in de stille hof van Brugge. Emalda Cruyse was één van de vrijwilligsters die na het ontmantelen van de Bende van Bakelandt de vrouwen en kinderen van de rovers opving. In brieven naar haar nicht, de eerwaarde zuster Walburga van het de Heilige Rosita gemeenschap in Sint-Nikaals, schreef de begijn ondermeer: "Ongelooflijk hoe groot en hoe sereen het verdriet was van de vrouwen die groepje na groepje uit de Munkebossen kwamen gesijpeld. Nadat ze in Brugge de afgehakte hoofden van hun mannen met tranen en zoete kussen hadden overdekt, waren ze naar hun boshutten teruggekeerd waar ze hun geliefde doden en hun geëerd leider bejammerden. Late herfststormen eind november 1903 waren de reden waarom ze tenslotte onderdak zochten bij de kloostergemeenschappen uit het Brugse en ook bij de begijnen. Hun adoratie voor de onthoofde leider was bijna religieus en dus ook zo goed als godslasterrijk. En het waren niet allemààl vrouwen uit arme, zeer lage kansarme millieu'sd, ook zogenaamd verdwenen dochters van goede burgers met hoog aanzien, meisjes die volgens de versie van de overheid uit hun ouderlijke huizen waren weggesleept. Niets bleek minder waar. Geen enkele vrouw vertelde een verhaal van ontvoering of verkrachting, integendeel kermden ze voor bitterheid over het verlies van hun aards paradijs in de bossen. "De slang spuit niet meer", was hun geijkte klaagzang. Velen kwamen lichamelijk in opstand en werden ziek. Veel waren na een eerste contact met de rover tijdens een inbraak of straatroof vrijwillig en vooral welwillend met de rover meegegaan en groot aantal was uit eigen beweging het ouderlijk- of echtelijk huis ontvlucht om de Bende van Bakelandt te gaan opzoeken in het Munkebos. De hypocrisie van de burgerij in die dagen snoerde de vrije wil van de jonge meisjes van die tijd en de levenslust van rijpere vrouwen dicht als in een hekel."
De rebel en terrorist had in een tijd waarin de maatschappelijke rol van de vrouw absoluut was herleid tot het uiterste minimum, het baren van kinderen, het zogen, het opvoeden ervan en de straal van de man opvangen in de gleuf, een uitstraling van grote vrijheid. De overlevering zegt dat veel van de nieuw aangekomen vrouwen in het bos eerst enige tijd bij Lodewijk doorbrachten en hij woelde ze zo lang in hun wolkendek tot ze geestelijk en lichamelijk waren bevrijd van de koeiebellen van hun verleden. Daarna gaf Lodewijk de dames door aan zijn mede-rovers. Mèt de toelating, de zegen en de raad om met de andere bendeleden een meer persoonlijke relatie aan te gaan en om vooral veel sterke zonen in het bos neer te planten. Meestal koos Lodewijk zelf de mannen uit die volgens zijn inziens het beste bij een ingewijde vrouw zou passen. Zelf had hij, volgens de overlevering, een vaste relatie met vier dames.
Kerk en staat vroegen vanzelfsprekend met grote aandrang om het vlees en bloed vn een man die spotte met hun klerikale en in die tijd dus oppermachtige regels. Met man en macht werd op de vrijbuiter Lodewijk Bakelandt gejaagd. De vereniging voor de Ware Geschiedschrijving stelt dat Lodewijk Bakelandt, volgens getuigenissen van medegevangenen, verscheidene keren in zijn cel werd mishandeld en verkracht en daarna in het openbaar werd onthoofd in Brugge op 02 november 1803. Samen met het hoofd van Lodewijk Bakelandt werden ook de hoofden van 23 van zijn mede-rovers afgehouwen. Enkele ogenblikken voor zijn ter aardebestelling werd volgens niet bevestigde berichten de penis van Lodewijk Bakelandt afgehakt door een neef van de beulsknecht. Uit de wonde kwam gen bloed meer. Het lid was volgens ooggetuigen donkerbruin en mat in rust 36 cm, wat in hoogstand een lengete laat vermoeden van ongeveer 48 centimeter. Lodewijk Bakelandts geslacht werd door de echtgenote van de neef van de beulsknecht doorgegeven aan een Brugse dokter die het edele deel heeft gebalsemd en het in een glazen kast in zijn kabinet bewaarde in een leren koker van veertig centimeter lang en zes centimeter diameter. De koker zou tegenwoordig in het bezit zijn van een afstammeling van deze geneesheer, ook een dokter met een praktijk in de kuststreek. Het gebalsemde geslachtsdeel wordt door de griffier van de VWG beschreven als zwart en glimmend, vergelijkbaar met een overrijpe reuzebanaan afgezien van de oppervlakteaders die een omvang hebben van een mannepink. Lodewijk Bakelandt, in 1801 gedeserteerd uit het Franse leger, miskend door kerk en staat, haatte de wereld en ontelbare door machtige, arrogante mannen platgetrapte vrouwen haatten de wereld net zo fel als hij
.
Vrij blind.
Mijn vriend Louis de Ruyter is blind. Hij kijkt elke dag televisie. "Bij de klank stel ik mij alles en nog wat voor." Over dames zegt hij: "Het uiterlijk speelt geen rol." Is hij ooit verliefd geweest? "Menig maal. Ik zal maar niet zeggen hoeveel keren." Op schoonheden? Louis: "Op zoveel keren moeten er toch minstens één heel schoontje bij zijn geweest. Er waren in elk geval enkele mooie stemmetjes bij." Zijn de geuren de borsten voor de blinde minnaar? "Sinusities heeft mijn reukvermogen aangetast. Ik weet niet of ik daar veel aan verlies, meer en meer hoor ik zeggen dat de wereld minder goed ruikt." Wat mist hij dan wel? "Heel graag zou ik één keer mijn vrouw en mijn kinderen willen zien." Wat is voor hem het meest erotische deel van het lichaam? "De hand."
Het Interview: Ingrid Füller, biechtmoeder voor overspelige vrouwen, psychologe, sociologe
'Verboden Liefde'
Een avond met twee overspelige vrouwen rond de visplateau's van restaurant Kommilfoo te Antwerpen. Aan de ene kant de knappe schrijfster Ingrid Füller, aan de andere kant appealige promotiemeisje van de uitgeverij De Standaard. De schrijfster weigerde een glas Gewürztraminer (Trimbach) en dronk Maes pils. Na een paar goeie slokken, zei ze: 'Alle vrouwen gaan in hun huwelijksleven minstens één keer vreemd.' Ingrid Füller is sociologe en schrijfster van het boek Minnaars, een turf van 200 bladzijden waarin vrouwen treffend vertellen over buitenechtelijke verhoudingen. Bier, wijn en wilde wijven, het werd een onthullende avond.
Volgens een recente enquête gaan in Vlaanderen slechts 40 procent van de gehuwde vrouwen vreemd.
Vlaamse Nachten november 1993
FULLER: Ze verrtellen de waarheid niet. Geloof mij, in werkelijkheid is dat 100 procent.
Wat u zegt betekent dus dat de jonge meisjes die in Love letters, het programma van Lynn Wesenbeek huilen van verliefdheid en stralen van geluk, enkele jaren later hun man bedriegen.
FULLER: Trouw is het ideaal, maar ontrouw is de realiteit. Bijna alle vrouwen spreken zich uit voor monogamie, voor trouw, maar ze doen het allemaal minstens één keer met een ander. En éénmaal is géénmaal. Dus doen ze het meestal meerdere keren. Wat u uit de Panorama/De Post enquête hebt geleerd is dat slechts 40 procent van de Vlaamse vrouwen durven te zeggen dat ze vreemd gaan. In Duitsland bijvoorbeeld ligt dat anders. Daar hebben de vrouwen minder schroom en bekennen 8O procent van de ondervraagde vrouwen dat ze hun man wel een keer hebben bedrogen. Het zijn verrassende, vrij harde gegevens en ik dank alle vrouwen voor de moed waarmee ze hebben gesproken.
Waarom doen ze het? Om hun man de moeite te besparen? Om wat bij te verdienen?of, en ik durf het bijna niet naar voren te brengen, uit slechtigheid, om hun man te pesten?
FULLER: Omdat de nood hoog is. Omdat het water over kookt. Omdat ontrouw voor vrouwen vaak een soort van eerste hulp is. Ze doen het uit nood. Het is dàt of barsten. Het gebeurt omdat de vrouwen ten ondergaan door het feit dat ze door hun echtgenoot nauwelijks meer worden bekeken. Niet meer worden begeerd. Omdat ze worstelen met een onoverkomelijk gebrek aan sex en aan aandacht.
Dat laatste zegt u er natuurlijk bij om de zaak een beetje deftig te houden. Zijn vrouwen doorgaans meer op sex ingesteld, dan mannen?
FULLER: Blij dat u die vraag stelt. Opiniepeilingen in 1960 toonden aan dat tachtig procent van de vrouwen zogezegd frigide waren! Frigide? Nee meneer, gefrustreerd. Dertig jaar later, na de zogenoemde seksuele revolutie, worden vrouwen helemaal niet meer aangezien als koele, van seks afkerige wezens. Een groot deel van de frustraties zijn verdwenen. Maar dat betekent nog altijd niet dat vrouwen, net zoals de mannen dat doen, hun lusten mogen bot vieren.
Hoe vieren vrouwen hun lusten bot?
FULLER: Hoe vieren mannen hun lusten bot? Waarom gaan vrouwen vreemd? Wanneer na vijf jaar, zes jaar huwelijk blijkt dat veel mannen nog nauwelijks om naar hun vrouw omkijken proberen die vrouwen hun teleurstelling te vergeten in een liaison. Het gebrek aan drift bij de echtgenoot is vaak moordend voor het ego van een vrouw. Maar uit schroom wachten de meeste vrouwen tot ze zo goed als uitgehongerd zijn. Tot hun hele hart het uitschreeuwt! Zoeken ze uiteindelijk toch liefde in de armen van een andere man, dan barsten ze vaak los in een laaiende hartstocht die ze bij zichzelf niet hadden vermoed. Het verhaal van Anna (38), vertaalster en zeven jaar gehuwd met een geslaagd graficus illustreert dit gegeven ten overvloede. De sleur was binnengeslopen in hun huwelijk, maar toch zag Anne haar echtverbintenis als onverbrekelijk en haar man als een partner voor het leven. Toch reageerde ze in een periode dat het met haar werk een beetje minder goed ging ze zeer scherp op de onverschillige reactie van haar man. Anna voelde zich diep gekwetst, verwaarloosd, ging apart slapen en antwoordde met een totale afwijzing.
Een sex-stop.
FULLER: Na een maand of zes ging het weer wat beter, maar ongeveer een jaar later begon ze een relatie met een andere man.
In volle openheid?
FULLER: In het geheim.
Om te praten.
FULLER: Enkel en alleen om met hem naar bed te gaan.
Zoiets is uitzonderlijk?
FULLER: Zéker niet! 'Nooit zal ik het moment vergeten dat mijn oog een eerste keer op hem viel', zegt Anne. 'Hij stond alleen bij het raam, had een champagneglas in de ene hand en een sigaret in de andere. Hij zag er geweldig uit, groot en donker. Hij had een viriele snor. Meteen toen hij mij aankeek werd ik week. Kort voor middernacht verlieten wij samen het feest voor een nadronk in een café. De hele tijd wilde ik hem aanraken, strelen, maar ik liet niets merken. Op dat moment had ik namelijk een slecht geweten tegenover mijn man. Aan het eind van de avond stond ik mezelf alleen een hartstochtelijke kus in de auto toe. Later in bed wist ik niet of ik van louter frustratie moest huilen of blij moest zijn dat ik zo 'sterk' was geweest.'
Het vervolg ligt voor de hand, de volgende keer is ze niet 'sterk' gebleven.
FULLER: Ze kon haar gevoelens niet zondermeer terzijde schuiven. Steeds vaker zat ze te dagromen en stelde ze zich voor wat er zou zijn gebeurd indien ze had toegegeven. Ondertussen deed ze afwijzend en vervelend tegen haar echtgenoot. Het was duidlijk dat haar seksuele drang sterker was dan zijzelf en dat haar 'trouw' misschien niet de juiste beslissing was geweest.
En hup!
FULLER: Alles wat ze nog wou, was met hem naar bed gaan. 'Ik was als geobsedeerd', zegt ze. 'We maakten een afspraak in een Spaans restaurant en het eten was heel lekker, maar ik kon geen hap naar binnen krijgen. Ik zat verdoofd naar zijn handen te kijken. Ten slotte stelde ik hem voor om naar een hotel te gaan. In onze hotelkamer overrompelde ik hem. Ik voelde een hartstocht die ik bij mezelf nooit had vermoed. Ik deed namelijk precies alle dingen waarvan ik laatste drie maanden had gedroomd. Zonder terughoudendheid. Met mijn man was ver weeg. Bij hem ben ik altijd een knuffelaar geweest, maar met mijn minnaar was ik een aanvallende minnares.'
Gelukkige minnaar, arme man?
FULLER: Bij haar minnaar kon Anna alle lustgevoelens kwijt die ze jarenlang had onderdrukt.
Kreeg ze begrip van haar man?
FULLER: Anne heeft die affaire verzwegen voor haar man.
Misschien was dat wel beter.
FULLER: Ten eerste wilde ze haar echtgenoot niet onnodig kwetsen en ten tweede wist ze dat aan de relatie met haar minnaar vroeg of laat een einde zou komen. 'De dag dat hij is opgestapt kon ik hem goed laten gaan', zegt ze. 'We wisten allebei dat slechts één ding ons bond, namelijk een grenzeloze hartstocht.'
De minnaar dus als lustobject.
FULLER: 'Mijn minnaar zag ik als een goede fles wijn waarop ik mij slechts bij bijzondere gelegenheden trakteerde', zegt ze. 'De ene man had ik voor het leven en de andere man als een traktatie.'
Het klinkt nieuw, eeen beeteje Madonna-style.
FULLER: Weet u dat uit opiniepeilingen blijkt dat na zes jaar huwelijk nog slechts 48 procent van de vrouwen weer met dezelfde man zouden trouwen?
En vice versa.
FULLER: Bij de mannen is dat 82 procent. Vrouwtje thuis en meneer doet zijn zin, waarom zouden de heren verandering zoeken? Daarnaast blijkt dat zeven vrouwen van de tien in hun huwelijk maar moeilijk of helemaal geen orgasme bereiken. Bovendien tonen 99 procent van de mannen na vijf, zes jaar duidelijk gebrek aan drift, aan interesse. Uit peilingen is gebleken dat in een doorsnee huwelijk nog amper negen minuten per dag wordt gepraat. Negen minuten!
Maakt u reclame voor vreemdgaan?
FULLER: Ik maak reclame tegen het thuis zitten verkankeren. Vreemdgaan is dus absoluut geen ramp, maar een oplossing. Het huwelijk hoeft niet per se kapot te gaan, wel integendeel.
Enkele minpunten: vreemdgaan kost veel tijd.
FULLER: Het kan ook snel gebeuren.
Het kan gevaarlijk zijn.
FULLER: Vanwege Aids? Juist.
Het is een verbreken van de belofte van trouw.
FULLER: Een toezegging die in veel gevallen werd gedaan door gebrek aan informatie.
Geef zelf eens een contra-argument?
FULLER: De enige reden om het niet te doen is geen zin hebben.
En dat zegt u tegen mijn vrouw?
FULLER: Tegen àlle vrouwen! Sinds eeuwen en eeuwen gaan mannen vreemd en dat lijkt zowaar de normaalste zaak van de wereld is. Een man die vreemd gaat is een sociaal aanvaard gegeven. 'Die arme kerel zal thuis niet aan zijn trekken komen', zo wordt begripsvol gezegd. Maar van een vrouw wordt kennelijk nog altijd verwacht dat ze, in dienst van het huwelijk, haar seksuele behoeften verdringt.
Gaat u zelf vreemd?
FULLER: Het is ongeveer de duizendste keer dat deze vraag mij wordt gesteld. En het antwoord is positief. Toen ik een jaar of achtentwintig was, heb ik een relatie gehad met een wat oudere man. Het was spannend, heerlijk en het was verrijkend.
Nooit spijt, geen schuldgevoel?
FULLER: Spijt zou ik alleen maar hebben gehad als de nacht niet had gebracht wat de avond had beloofd.
Hebt u het aan uw man verteld?
FULLER: Neen.
Bent u bij uw man gebleven?
FULLER: Ja.
Stand by your man. Is de eerste regel van vrouwelijk vreemdgaan: 'Zwijg als vermoord en blijf bij je man?
FULLER: Ik had het hem liever verteld, maar om hem niet te kwetsen heb ik het verzwegen. Het hangt een beetje van de aard van de man af. Sommige kunnen het verwerken, anderen niet. Vreemdgaan hoeft immers niet noodzakelijk te leiden tot een drama met de vaste partner. Vaak komt na zo'n bekentenis zelfs een verrijking, een verbetering van de relatie.
Omdat een jaloerse man een goed minnaar is?
FULLER: Een tikkeltje jaloezie kan wonderen doen. Een verbetering van de relatie is uiteraard in heel veel gevallen niet het vooropgestelde doel. Bij velen is het werkelijk kiezen tussen liefde buitenshuis zoeken of gek worden. Veel mannen vallen echt stil! Vrouwen daarentegen behouden veel langer hun aandacht voor de partner, voor liefzijn, voor praten en sex. Het relatief snel afnemen van die aandacht is typisch mannelijk.
Ik word stilaan een beetje grijs van dat inhakken op de mannen. Gaat een man vreemd dan is dat zogenaamd voor zijn plezier. Gaat en vrouw vreemd, dan is dat uit pure nood. Maar volgens mijn eigen opiniepeilingen doen heel wat vrouwen het in veel gevallen helemaal niet uit nood, maar integendeel uit luxe. Uit lust. Omdat ze de liefde van twee mannen willen. Omdat hun minnaar groter en sterker is, bter kan dansen en meer tijd en borsthaar heeft. 0mdat zijn tong langer is. Om méér sex te hebben.
FULLER: Een categorie van vrouwen die thuis gelukkig is, doet het inderdaad puur uit lust. Vooral jonge vrouwen. 'De wereld is groot', zeggen ze. 'Spreekt een andere man mij aan, dan wil ik daar toch graag even een korte, propere affaire mee beleven. Voor het genot. Uit speelzucht.'
Geen vrouwen van veertig en ouder?
FULLER: Zeker. Welnu, komt een dergelijk liaison aan de oppervlakte dan reageert de omgeving streng. 'Ze had alles en toch bedriegt ze haar man!', zegt de familie. Zo'n vrouw is geen goede vrouw. Alleen vrouwen van wie iedereen weet dat ze gefrustreerd zijn, kunnen op enig begrip rekenen. Op dat gebied leven we nog echt in een mannenmaatschappij. Gaat een man met een gelukkig huwelijk vreemd, dan kan die wél op begrip rekenen. Het is normaal dat ene man zoiets doet. Het staat zelfs mannelijk.
Zelf was u achtentwintig, gebeurt het meer bij jonge vrouwen dan bij oudere?
FULLER: De meeste vrouwen beginnen er aan boven de 35. In de beginfase van een liefdesrelatie is trouw bijna vanzelfsprekend. In wat we de fase van de overgave noemen zijn, net zoals in een moeder-kind relatie, de lichamen één en streven ze voortdurend naar samensmelting. Nieuwe geliefden leven, denken, streven en handelen als één persoon. Zonder strijd, zonder wantrouwen, concurrentie of prestatiedruk. Het is een soort van paradijselijke toestand waarin vreemdgaan absurd lijkt. Pas na vijf, zes jaar blijkt dat veel vrouwen ziek worden omdat ze gevoelsmatig verwaarloosd zijn.
Misschien zit het in de natuur. Misschien hebben zowel mannen als vrouwen, zij het om verschillende redenen, behoefte aan twee of meer partners in één mensenleven.
FULLER: Mij hoort u niet zeggen monogamie natuurlijk is.
Het vreemdgaan van vrouwen is volgens mijn bronnen even historisch als de bokkesprongen van de heren. In de klassieke literatuur zijn door de eeuwen heen de vrouwen zeer actief geweest. Guenevere de vrouw van Koning Arthur deed het met ridder Lancelot. Denk verder aan Goethe's Stella uit 'Sturm und Drang', aan Anna Karenina van Tolstoi en aan Gustave Flaubert's Madame Bovary. Ik heb daar nooit zo bij stilgestaan, maar kennelijk is er niets nieuws onder de zon en hebben de vrouwen zich door de eeuwen heen flink verdedigd.
FULLER: Emma Bovary slikte arsenicum en stierf een pijnlijke dood. Anna Karenina wierp zich onder een rijdende trein. Goethe's Stella en haar minnaar pleegden samen zelfmoord. Guenevere boette de rest van haar leven in een klooster. Zowel Guenevere als Stella, als Anna Karenina en Madame Bovary werden voor hun liefdesdaden wél op een vreselijke wijze gestraft. De mannen daarentegen kwamen als gevierde ridders, ontdekkingsreizigers of patriarchen in de hemel.
Stopt het op een bepaalde leeftijd?
FULLER: Nee. Oudere mannen doen het met jonge, ongetrouwde vrouwen. Een man van vijftig neemt een ongetrouwde vrouw van twintig, dertig, veertig. Een verwaarloosde gehuwde vrouw van vijftig gaat het daarentegen meestal zoeken bij een man van zestig of bij een jonge zeventiger. Sommige rijpe vrouwen kunnen een jonge knaap inwijden, maar dat komt toch minder frequent voor.
Zijn de kandidaten de dichtstbijzijnde wandelende liefdeszuilen, de postbode, de melkboer, de collega, de huisdokter, de baas, de gynaecoloog en de dorpspastoor?
FULLER: Meestal is het een collega of een zakenvriend of een medeleerling van een taalcursus of zo.
De buurman?
FULLER: Met de buurman is het te gevaarlijk. Dat ligt teveel op het eigen terrein.
Wie was het bij u?
FULLER: Een mede-student.
En waarom deed u het?
FULLER: Uit frustratie en omdat ik er zin in had.
Welke frustratie?
FULLER: Gebrek aan communicatie. Mijn man en ik praatten nog nauwelijks met elkaar. Goedemorgen, tot straks en slaapwel, dat was het ongeveer.
Waarom ging u niet gewoon van hem weg?
FULLER: Omdat ik van hem hield, omdat ik zijn familie zo goed kende, omdat ik gewoon was aan het leven dat we leidden. En vooral omdat ik hem niet kwijt wilde. Liefde is niet altijd zwart-wit. Liefde zit vol nuances. Nadat ik mijn liaison had afgebroken ben ik trouwens nog jaren bij hem gebleven en hebben we nog veel goede momenten gehad. Hij was geen vreselijke man. Integendeel. Maar een huwelijk duurt lang. Tien jaar zonder een diepe inzinking op amoureus, menselijk of seksueel gebied is bijna niet denkbaar. Moderne relatietherapeuten brengen trouwens meer en meer naar voren dat een koppel moet leven met de idee dat beide partners ooit een keer vreemd zullen gaan. Vreemdgaan is een vrij normaal gegeven in een huwelijksleven. Het enige nieuwe aan de situatie is dat nu niet alleen de man, maar nu ook de vrouw compensaties zoekt als het slecht gaat.
Steeds minder vrouwen gaan ten onder aan romantiek en mysterie?
FULLER: Wie zegt dat een vrouw romantischer of mysterieuzer is dan een man, heeft slechte bedoelingen. Aan een moderne vrouw is niks mysterieus. Een voor zichzelf en haar rechten opkomende vrouw is een mens van vlees en bloed met duidelijke behoeften en wensen. Ze wil liefde, aandacht en sex.
Hoe realistisch is volgens uw ervaring de film Fatal Attraction?
FULLER: Fatal Attraction is een rampenfilm.
Voor de mannen.
FULLER: Voor de vrouwen! Wat een verschrikkelijk verhaal! Fatal Attraction is een karikatuur waarin de actief begerende vrouw wordt voorgesteld als een hysterische furie, een verschrikkelijke gekkin die er niet voor terugdeinst het gezinsleven van haar beminde te verwoesten. Bovendien wordt als toegeving aan de gangbare gedragslijn de vrouw als vanzelfsprekend verdronken in een bad. De toon van Fatal Attraction staat lijnrecht tegenover de meer tolerante houding van de maatschappij tegenover de vreemdgaande vrouw. Maar misschien kan het onwaarschijnlijke verhaal van mijn vriendin Lisa duidelijk maken waarover het precies gaat.
Als het een grappig verhaal is.
FULLER: Lisa had een normaal huwelijk. Haar man praatte nog maximaal negen minuten per dag met haar en van sex was zo goed als geen sprake meer. 'Op een dag ging ik, na een kunstveiling, een kop koffie drinken met een sympathieke oudere heer', vertelt Lisa. 'De man was al vele jaren getrouwd en had net zoals ik twee volwassen kinderen. We praatten zalig en ik stemde spontaan toe toen hij mij vroeg om elkaar nog een keer terug te zien. Om misverstanden te vermijden zei ik wel meteen dat ik niet met hem naar bed wilde.'
Ze begon er dus zelf over.
FULLER: 'Sex met een andere man dan mijn echtgenoot kon voor mij absoluut niet', zegt Lisa. De vriendschap tussen die twee was gebaseerd op warme belangstelling en wederzijdse waardering. Niet op erotische spanning. Het duurde bijgevolg bijna een jaar voordat Lisa met hem meeging naar een weekendhuisje. 'We dronken een glas wijn en toen gebeurde het automatisch, zegt ze. 'Mijn minnaar toonde zich weer eens zeer begripsvol en de tweede keer kon ik mij al beter aan hem overgeven. Ten slotte werd onze seksualiteit zelfs zo mooi dat ik mij op voorhand verheugde op onze samenkomsten in het houten huisje.'
Is na dertig jaar huwelijk zo'n buitenechtelijke ervaring nog echt relevant?
FULLER: Honderd procent. Lisa begon zich weer mooi te kleden, ging naar goede restaurants, naar een sauna en bezocht schoonheidsalons. 'Ik verheugde mij op de twee dagen in de week met mijn minnaar én tegelijkertijd op de weekends met mijn man', zegt ze. Wanneer het aan haar had gelegen, dan had die liefdesverhouding tot aan het eind van haar dagen mogen duren. Maar er werden haar slechts vijf jaren gegund. In het zesde jaar stierf haar minnaar aan een hartaanval. 'Ik beschouw het als een geschenk van de hemel dat ik zo'n heerlijke vijf jaren heb gekend', zegt ze. 'Ik ben blij dat ik mij dat uitstapje in mijn huwelijksleven heb gegund. Vrouwen moeten niet altijd meteen schuldgevoelens krijgen als ze eens een keer niet in het gareel lopen.'
Dus toch een pleidooi voor vreemdgaan?
FULLER: Het is geen leidraad voor een geslaagd slippertje, geen aanleiding om vreemd te gaan. Ik heb alleen maar willen aantonen dat vrouwen zeker niet anders zijn, en zeker niet minder behoefte hebben aan sex, dan mannen.
Gaat u vannacht vreemd?
FULLER: Vannacht? Ik zou niet weten met wie.
Bedankt voor dit gesprek.
FULLER: Laat ons alle vrouwen danken voor de moed en de openheid waarmee zij mij hun verhaal over hun verboden liefde hebben toevertrouwd. Het moet gedaan zijn met te veroordelen wat vrouwen doen om zichzelf als mens te redden.