Garum: dit sausje is alomtegenwoordig in de keuken van de antieke Romein. Om het te bereiden neem je een vis, of meerdere kleinere vissen. Ze hoeven niet noodzakelijk al te vers te zijn. Je hakt de kop eraf. Daarna doe je de ingewanden in een kruik, bestrooi je die met veel zout en laat je de kruik enkele uren in de Italiaanse middagzon staan. Eenmaal het geheel goed vloeibaar (en helemaal rot) is, is de saus klaar. Soms wordt dit ook wel 'Liquamen' genoemd.
- Passum:is een zoet sausje dat van jonge wijn bereid werd.
- Caroenum:verkrijg je door jonge wijn of druivensap te koken tot de hoeveelheid gehalveerd is
- Oenogarum:is garum met wijn.