| De man in de wolken | ||||
| Hoe de man in de wolken eigenlijk heette
En waar hij vandaan kwam, was onbekend. In het dorp beneden wou ook niemand dat weten De man in de wolken, zo stond hij bekend. De man in de wolken kwam nooit naar beneden Alleen, maar volmaakt gelukkig was hij En dat had een bijzondere reden Aan de muur van zijn huis hing een prachtschilderij. De man in de wolken kon er uren naar kijken In schoonheid gingen zijn dagen voorbij. Een hoger geluk kon hij niet bereiken Dan kijken en kijken naar het prachtschilderij. En vaak zag je mensen naar boven toe lopen Naar de man in de wolken met het prachtschilderij. De deur van zijn huis stond voor iedereen open Kom er maar in, zei hij altijd gastvrij. En iedereen gaf hem omdat het zo hoorde Een brood of wat wijn, als een soort van entree. Dat was door de jaren gewoonte geworden Voor de man in de wolken nam je iets mee. En op een stoel naast de man in de wolken gezeten Werd alles opeens zo helder als glas. Het prachtschilderij deed je even vergeten Hoe treurig en lelijk het leven soms was. Het was een landschap zo mooi, zo schitterend leeg Zo moest het geweest zijn toen de wereld begon. Je kon zien hoe alles een vorm en een kleur kreeg In het licht van een eindeloos opgaande zon. Op een dag kreeg de man in de wolken bezoek Van een vreemdeling die hem een hand gaf en zei U schijnt de bezitter te zijn van een doek Dat beneden bekend staat als het prachtschilderij. De man in de wolken zei komt u maar binnen. De vreemdeling ging voor het landschap staan En raakte vervolgens totaal buiten zinnen. Het is niet te geloven, hoe komt u hieraan Een meesterwerk en kijk toch eens even Compleet met lijst en signatuur. Meneer, u bent binnen voor de rest van uw leven Hier hangt een gigantisch fortuin aan de muur. De man in de wolken wilde vergeten Wat de vreemdeling hem die dag had verteld Maar er was iets veranderd, alleen door te weten Dat schoonheid was uit te drukken in geld. Tegen bezoekers zei hij steeds vaker Raak het niet aan, kom niet te dichtbij. Hij veranderde langzaam in een bewaker Een voorzichtige man met een prachtschilderij. En toen kwam de angst en kwamen de dromen Dieven die schreeuwden kom hier met dat doek. En zo is het slot op zijn voordeur gekomen En kreeg de man in de wolken steeds minder bezoek. Het was een landschap zo mooi, zo schitterend leeg Zo moest het geweest zijn toen de wereld begon. Je kon zien hoe alles een vorm en een kleur kreeg In het licht van een eindeloos opgaande zon. De man in de wolken dacht soms nog even Terug aan de tijd toen het prachtschilderij Nog aan iedereen troost en warmte kon geven. Maar zo mocht hij niet denken, die tijd was voorbij. Hij moest het beschermen, desnoods met zijn leven Dat was hij aan de schoonheid van het landschap verplicht. Een diefstal zou hij zichzelf nooit vergeven Dus deed hij alles wat dicht kon nog dichter dan dicht. Maar toch werd bij banger, geen nacht die voorbijging Of hij hoorde de dieven en ze vonden het vast Want ze wiste dat het bij hem aan de muur hing En toen sloot hij het landschap op in een kast. Maar de plek waar het prachtschilderij had gehangen Werd leger en leger en op den duur Werd de man in de wolken gek van verlangen En hing hij het landschap terug aan de muur. Die nacht heeft hij uren en uren gekeken Naar de vormen, de kleuren en de opgaande zon Maar de glans was verloren, de schoonheid geweken Alsof hij niet meer goed kijken kon. Toen opeens zag hij alles zo helder als glas Daar hing in een lijst zijn angst aan de muur Die nacht in de wolken begreep hij dat pas En smeet hij het prachtschilderij in het vuur. De man in de wolken zag het landschap verkleuren En de opgaande zon in vlammen opgaan. Toen stond hij op, deed het slot van zijn deur En verbaasd bleef de man in de wolken toen staan. Hij zag een landschap zo mooi, zo schitterend leeg Zo moest het geweest zijn toen de wereld begon. Hij zag hoe alles een vorm en een kleur kreeg In het licht van een prachtige opgaande zon. Harrie Jekkers (1991) |
||||